Candid. Platform
for growth.

Bereik traditionele media kalft verder af

De traditionele media – televisie, radio, kranten en tijdschriften – verliezen steeds meer terrein. Hun bereik is in de afgelopen jaren fors afgenomen, zo blijkt uit de jaarlijkse Mediamonitor die het Commissariaat voor de Media heeft uitgebracht. Steeds minder Nederlanders lezen kranten en tijdschriften, kijken televisie of luisteren naar de radio. Dat terwijl het bereik van internetkanalen zoals YouTube fors toeneemt.

 
Het Commissariaat voor de Media volgt al veertien jaar de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de mediawereld en doet hiervan jaarlijks verslag. Hoewel de cijfers die eind 2015 gepubliceerd werden nog dateren van 2014 – en dus een beetje verouderd zijn – is de gesignaleerde trend onmiskenbaar: de traditionele media hebben het steeds zwaarder.

 
Dagbladen verder omlaag
De Nederlandse dagbladen kampen al jaren met dalende oplagecijfers. In 2010 verkochten ze nog 1,327 miljard papieren kranten, in 2014 waren dat er nog maar 1,017 miljard. Ter vergelijking: tien jaar geleden drukten ze nog anderhalf miljard kranten per jaar. Die piek werd vooral veroorzaakt door gratis kranten, waarvan Spits en De Pers alweer ter ziele zijn gegaan. De betaalde oplagecijfers zijn nog dramatischer. In 2005 zat die nog boven het miljard, in 2014 gingen nog maar 768 miljoen kranten door de brievenbus van Nederlanders met een abonnement.

Telegraaf en AD zijn de grootste kranten met het grootste bereik, respectievelijk 12,4 en 10,4 %. Met name de Telegraaf heeft de laatste jaren veel bereik verloren. Bij elkaar bereiken de dagbladen 53,2 % van alle Nederlanders van 13 jaar en ouder. In 2010 was dat nog tweederde van die doelgroep. De tabel uit de Mediamonitor toont die trend duidelijk aan.


 
Crisis in de regio
Daalde het bereik van de landelijke titels de afgelopen vijf jaar met 12 %, regionale dagbladen zagen hun bereik met 22 % dalen. Dezelfde trend is zichtbaar bij regionale omroepen. Daarmee komt de regionale en lokale nieuwsvoorziening in gevaar. Dat betekent bijvoorbeeld dat media kleinere gemeenten steeds meer links laten liggen. Dat er geen journalisten meer bij de gemeenteraadsvergaderingen zitten en dat inwoners verstoken blijven van lokaal nieuws. Volgens het Commissariaat voor de Media een zorgelijke ontwikkeling. Het spreekt dan ook van een crisis in de regio. ,,Hiermee wordt op lokaal niveau in steeds mindere mate voldaan aan de essentiële voorwaarde voor een gezonde democratie: een goed geïnformeerde bevolking,” stellen de onderzoekers.

De bevolking zelf heeft er minder last van. Uit het onderzoek ‘Nieuwsvoorziening in de regio

2014’ blijkt dat inwoners van kleinere gemeenten tevreden zijn met het beperkte, lokale nieuwsaanbod. In elk geval even tevreden als inwoners van de grote stad, waar de kranten wel over berichten. Dit kan volgens het CvdM betekenen dat de interesse beperkt is.


Ruim 8 op de 10 leest tijdschrift
Niet alleen kranten, ook tijdschriften zien hun oplages al jaren dalen: van 679 miljoen in 2005 naar 417 miljoen in 2014. Het aantal titels nam de afgelopen vijf jaar af van 165 naar 133. Toch leest 85 % van de Nederlanders van 13 jaar en ouder nog steeds een tijdschrift. Dat percentage is weliswaar licht gedaald, maar ligt beduidend hoger dan bij de dagbladen. De top 5 van tijdschriften met het grootste bereik bestaat uit De Kampioen, Libelle, Donald Duck, Veronica Magazine en Margriet.


Recordjaar televisie
Qua televisiekijktijd was 2014 een recordjaar. Nederlanders van zes jaar en ouder keken gemiddeld 200 minuten per dag televisie. Meer dan ooit. De stijging in kijktijd van de afgelopen jaren wordt onder meer veroorzaakt doordat de Stichting Kijk Onderzoek (SKO) sinds 2008 ook het uitgesteld kijken via diensten als uitzending gemist meerekent.

Tot zover echter het positieve nieuws. Het totale bereik van de Nederlandse televisiezenders daalt namelijk al jaren. Ruim driekwart van de Nederlanders van zes jaar en ouder kijkt dagelijks minimaal een minuut naar de tv, waarbij NPO1, RTL4, NPO2, SBS6 en NPO3 de top 5 vormen. Op NPO1 na hebben ze echter allemaal bereik moeten inleveren, zo maakt de tabel uit de Mediamonitor duidelijk.


Minder naar de radio geluisterd
Op de radio daalde niet alleen het bereik van de zenders, ook de gemiddelde luistertijd daalde van 192 minuten per dag in 2005 naar 175 minuten in 2014. Het bereik daalde van 70,8 % van de bevolking van tien jaar en ouder in 2010 naar 68,8 % in 2014. Dat deel luistert minimaal acht minuten per dag naar de radio. Radio 538 heeft al jaren het grootste bereik, gevolgd door Sky Radio en de regionale publieke omroepen. Die laatste zijn hun koppositie sinds 2011 kwijt. Ter vergelijking: in 2003 hadden de regionalen nog een bereik van 14,6 %. Ook hier doet zich dus een crisis in de regio voor, al blijven er altijd uitschieters als een RTV Noord, dat ruim een kwart van alle Groningers aan zich weet te binden.


Allemaal naar internet
Waar de traditionele media hun bereik zien slinken, groeit het bereik van internet. Van 90,3 naar 90,7 % van de Nederlanders in 2014. Zij maken minimaal veertien uur per week gebruik van internet, vooral via de laptop en de smartphone. Google scoort op dit front het hoogst met een bereik van 82,6 procent, gevolgd door Facebook en YouTube.

Maar ook de Nederlandse nieuwsmedia weten hun kijkers en lezers via het internet te bedienen. Nu.nl wordt het meest bekeken, maar ook de NOS en RTL, kranten als Telegraaf, AD en Volkskrant en een regionale omroep als Omroep Brabant hebben tegenwoordig een groot bereik op internet.


Stil houden
Hoewel de trend van het afkalvende bereik van traditionele media een van de belangrijkste nieuwsfeiten is uit de jaarlijkse Mediamonitor, is dit nieuws bijna nergens te lezen. Dat  Nederlanders nog nooit zo lang televisie keken als in 2014, dat Nu.nl de meest bekeken nieuwssite is, dat Nederlanders tevreden zijn met hun zenderpakket: het werd allemaal uit de Mediamonitor gehaald. Maar de dalende bereikcijfers haalden het nieuws niet.

Hoogleraren en andere deskundigen die Frank.news benaderde om er commentaar op te geven of oplossingen aan te dragen hadden geen tijd. Vandaar dat onze lezers het moeten doen met de kille cijfers.
Tuesday, 22 December 2015 | Written by André Oerlemans

Geen spa voor Enzo Knol en StukTV

Is het een slimme publiciteitsstunt om nog meer views te trekken? Of hebben Enzo Knol en StukTV echt ruzie met elkaar? In elk geval is hun aanvaring over de nachtelijke Rave party in de tuin van Knol het meest besproken topic op alle social media en daarbuiten. Hoogtepunt was de directe confrontatie bij RTL Late Night woensdagavond 16 december. Conclusie: de heren gaan nog niet samen naar de sauna.

 
Hoe lang zou het duren voordat de twee grootste YouTube kanalen van Nederland de strijd met elkaar aanbinden? Een vraag die veel mediakenners zich de afgelopen tijd stelden. De groei van beide kanalen was de laatste jaren onvoorstelbaar groot. Enzo Knol begon zijn kanaal met grappige filmpjes en Minecraft video’s in 2011 en telde in 2013 nog 15.810 abonnees. Begin 2015 waren dat al 780.000 abonnees en inmiddels staat de teller op ruim 973.000.

StukTV, waarbij het publiek bepaalt welke onzinnigheden Giel, Thomas en Stefan iedere week moeten uithalen, startte ook in 2011 en had in 2013 slechts 23.150 abonnees. Dat aantal was begin dit jaar gegroeid naar 703.000 en momenteel volgen 840.458 abonnees de stunts van het drietal.

 
Knol de grootste
Duizelingwekkende cijfers die elkaar niet veel ontlopen zou je zeggen. Maar bij nadere bestudering blijkt Enzo Knol toch met kop en schouders boven de rest uit te steken. Want terwijl de filmpjes van StukTV inmiddels 196 miljoen views hebben, zijn de video’s van Knol al 541 miljoen keer bekeken. Bijna het drievoudige.

 
Clash of the Titans
Dus toen de kijkers van StukTV het drietal de opdracht gaven om een nachtelijke Rave party in de tuin van een bekende Nederlander te houden dachten de jongens aan….Enzo Knol. Natuurlijk gingen ze eerst langs bij misdaadjournalist John van den Heuvel. Die kwam in ochtendjas naar buiten, moest lachen en deed een biertje mee.

Het volgende doelwit was de achtertuin van Enzo Knol. Om half drie ’s nachts zette de groep keiharde muziek aan, stak vuurwerk af en liet de champagne knallen. Wat er daarna gebeurde was in eerste instantie niet te zien op het YouTubekanaal van StukTV. Knol was namelijk ‘not amused’ en belde de politie. Slaperig, halfnaakt hangend uit zijn slaapkamerraam vertelde hij dat hij doodangsten uitstond en dat zijn vriendin keihard moest huilen. Maar hij ging nog verder. Knol liet het filmpje op StukTV blokkeren vanwege privacy schending.

 
YouTube fittie
Daarmee leek een echte YouTube fittie geboren. Op Twitter, Facebook en allerlei internetpodia  ging het helemaal los en in kranten en op de radiostations mochten beide kampen uitleggen wat er aan de hand was. RTL Late Night slaagde erin StukTV en Enzo Knol samen aan tafel te krijgen. Daarbij wierp Humberto Tan zich op als vredestichter.

 

 
Excuses
Eerst mochten beide kampen uitblinken in het maken van excuses, te beginnen met Giel van StukTV. Hij mocht uitleggen dat het kanaal nu eenmaal opdrachten op ludieke wijze uitvoert. ,,Soms zit dat op het randje,” erkende hij. Maar het was volgens het drietal nooit de bedoeling Knol bang te maken.

Knol reageerde geprikkeld. ,,As je je excuses geeft zit je fout,” stelde hij. ,,Het kwam bij de kijker over alsof ik een lul was.” Volgens hem is er geen sprake van ruzie. ,,Het is helemaal geen fittie. We gaan niet op de vuist en we hebben elkaar net de hand geschud,” vertelde hij. ,,Het was niet de bedoeling de fans tegen elkaar op te zetten, maar dat is wel gebeurd.” Knol is vooral bang dat zijn adres nu bekend is. Volgens StukTV een beetje hypocriet omdat hij de meeste films in en rond zijn huis, voor iedereen duidelijk herkenbaar, opneemt.

 
Geen spa
Beelden zeiden dan ook meer dan woorden tijden RTL Late Night. De kijker kon maar één ding concluderen: die worden geen vrienden. Humberto Tan greep halverwege de discussie in en nodigde beide kampen uit voor een spa. Met zijn vijven een dagje naar de sauna, met massage, een prank uithalen, etcetera. En hij zou meedoen. Even leek het ijs te breken, maar uiteindelijk zeiden beide YouTubegiganten nee.

Op uitzending gemist is de confrontatie terug te zien. Saillant detail: op het bijbehorende YouTubefilmpje begint het gesprek pas na het uitzenden van de beelden van StukTV. Een YouTubefilmpje waarin Tan eerst een slaperige Knol, hangend uit zijn slaapkamerraam laat zien, werd ook geblokkeerd.

 

 
Dumpert
Internet zou echter internet niet zijn als het gehele filmpje niet gewoon te zien zou zijn. Daar hebben we in Nederland portals als Dumpert voor. Die zette het filmpje alsnog online en trok daarmee in korte tijd zo’n 125.000 views.


 
Vrede
Of het daardoor kwam, of dat beide kampen alsnog de vrede hebben getekend; feit is dat het beruchte filmpje donderdagochtend 17 december weer gedeblokkeerd werd. Het is nu gewoon te zien op StukTV.

 

 
Twee winnaars
Door de hele affaire zal het aantal abonnees van beide kanalen weer fors stijgen en daarmee het aantal views. In alle reacties op internet tekenen zich twee kampen af, waarbij de oudere doelgroep van StukTV de felste bewoordingen kiest. Fittie of niet, de conclusie kan zijn dat beide YouTubekanalen zich duidelijk hebben kunnen profileren en hun positie weer flink versterkt hebben.
Thursday, 17 December 2015 | Written by André Oerlemans

Iconische foto Aylan Mediamoment van 2015

De foto van het verdronken driejarige jongetje Aylan op het strand bij de Turkse stad Bodrun is volgens Nederlanders het Mediamoment van 2015. De iconische foto ging de hele wereld over en zorgde voor een ommekeer in de houding van het publiek tegenover vluchtelingen. ,,De kracht van het beeld is op het juiste moment iets zien, fotograferen en weten te presenteren,” zegt fotojournalist Vincent Menzel.

 
Uit een peiling onder 900 respondenten van onderzoekbureau Vostradamus in opdracht van Frank.news blijkt dat een kwart van de Nederlanders vindt dat deze foto de meeste impact heeft veroorzaakt in het afgelopen jaar. Meer dan andere belangrijke mediamomenten in 2015, zoals de cartoons die na de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs verschenen. Hierop stemde 22 procent van de respondenten. De beelden van de gijzeling van de NOS-studio door Tarik Z., waarbij mensen anderhalf uur naar een lege studio zaten te kijken, zijn volgens 17,4 procent van de ondervraagden het mediamoment van het jaar.

 
Wat is een mediamoment?
Wat bedoelen we met een mediamoment? Simpel gezegd: een uiting of gebeurtenis op mediagebied die impact heeft door de manier waaróp media die belichten. We bedoelen dus niet het nieuws zelf, maar de vorm waarin media dat brengen. In die zin had de ene foto van Aylan meer impact op het vluchtelingenprobleem dan alle beelden over de recente aanslagen in Parijs op het veiligheidsbeleid.

Ook een spraakmakende gebeurtenis in medialand zelf kan het mediamoment van het jaar zijn. Op dat vlak waren de overstap van Coen en Sander naar Radio 538 (3% van de stemmen), de lancering van de nieuwe bondfilm Spectre (7,2%) of een huilende Ali B. in DWDD (7,8%) genomineerd.

 
Ommezwaai
Het werd echter de foto van Aylan. Een foto die zich schaart in een rij historische beelden die alles veranderden. Ook voordat het driejarige jongetje met zijn familie de gevaarlijke oversteek waagde, kwamen er dagelijks verhalen en beelden over verdronken vluchtelingen in de media. Politiek en publiek bleven echter afwachtend. Niemand stond te popelen om vluchtelingen op te vangen.

Hoe anders wordt dat na woensdag 2 september, wanneer de Turkse fotografe Nilüfer Demir het aangespoelde lichaam van de peuter vastlegt op haar camera. Veel mensen die de foto in de krant of op televisie zien barsten spontaan in huilen uit. De daaropvolgende impact op de publieke opinie is enorm. Overal in Europa, Duitsland voorop, zetten landen hun grenzen open. In Nederland storten mensen geld. Bieden zelfs aan vluchtelingen in eigen huis op te vangen. Het Rode Kruis wordt overspoeld met kleding en andere hulpgoederen. Gemeenten bieden tijdelijke opvangcentra aan in sporthallen en lege gebouwen. Mensen melden zich daar massaal als vrijwilliger aan. Allemaal vanwege die ene foto? Natuurlijk niet, maar die ene foto zorgt wel voor een ommezwaai. In die zin markeert hij een kantelpunt in de publieke opinie.

 
Kracht van het beeld
,,De kracht van het beeld is op het juiste moment iets zien, fotograferen en weten te presenteren,” stelt fotograaf Vincent Menzel. Hij werkt sinds begin jaren ‘70 als staffotograaf voor NRC Handelsblad en behoort tot de bekendste Nederlandse fotojournalisten. ,,Er verschijnen genoeg indringende beelden in kranten en journaal. Je vraagt je af waarom die ene foto dan zoveel impact heeft? Ik denk dat we als publiek zaten te wachten op iets waar we onze onrustgevoelens op konden overbrengen. De fotografe die hem heeft genomen was zelf ook verbaasd over de impact. Ze heeft de foto eerst nog een tijdje laten liggen,” vertelt hij.

 
Identificeren
Artdirector Martijn Hahn van merkcommunicatiebureau Vlam is dagelijks bezig met de impact van beelden op mensen. ,,Een goed beeld heeft één krachtige boodschap. De kracht van deze foto is dat we ons als mensen er persoonlijk mee kunnen identificeren. Als je dat kind daar ziet liggen denk je aan je eigen kinderen,” legt hij uit. ,,De term ‘Één beeld zegt meer dan duizend woorden’ is een cliché, maar het klopt wel. Mensen pak je met beelden. Het lijkt soms wel magie. Je kunt niet altijd precies uitleggen waarom dat zo is.”

 
Iconische foto’s
De foto van Aylan prijkt nu al in een serie van iconische foto’s die een enorme impact hadden op de wereldgeschiedenis.


Bijvoorbeeld de beroemde foto van AP-fotograaf Nick Ut over de Vietnamoorlog uit 1972. Daarop loopt de destijds negenjarige Kim Phuc met brandwonden, huilend en reddeloos samen met andere kinderen over straat in Trang Bang, na een Amerikaanse luchtaanval met napalm. Een beeld dat bij iedereen uit die tijd op het netvlies gegrift staat.

Ook daarvoor waren er al veel protesten tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam, maar na deze foto keerde de publieke opinie zich massaal tegen deze oorlog. Drie jaar later waren de Amerikanen vertrokken.

In de jaren ’80 waren het beelden van de BBC die het oog van de wereld richtten op de hongersnood in Afrika. Nooit eerder kwam het westen daarna zo massaal in actie. Onder anderen via acties als Live Aid.


In 1989 leken de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in de Chinese hoofdstad Peking vooral een binnenlandse aangelegenheid. Totdat de regering besloot het vuur te openen op de demonstranten. Niet de beelden van de slachtoffers en het geweld, maar het beeld van die ene onverzettelijke student die een colonne tanks probeert tegen te houden werd het icoon van de studentenopstand. In de jaren daarna kregen de Chinezen steeds meer (economische) vrijheid.


In de jaren ’90 leek de Joegoslavische burgeroorlog vooral een ver-van-ons-bed show. Totdat de Britse nieuwszender ITN met beelden kwam van de broodmagere Bosnische gevangene Fikret Alic achter het prikkeldraad van gevangenenkamp Trnopolje. Die associeerde de wereld met concentratiekampen als Auschwitz uit de Tweede Wereldoorlog. Vanaf dat moment kwam de politieke kentering en begon de VN zich met het conflict te bemoeien

 
Schoolboeken
Martijn Kleppe doet aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek naar de verbeelding van de geschiedenis en het dagelijkse nieuws. In zijn boek 'Canonieke Icoonfoto's uit 2013 beschrijft hij het onderzoek naar welke Nederlandse foto's functioneren als icoonfoto in schoolboeken voor het vak geschiedenis en hoe het komt dat foto’s die status krijgen. Van de foto’s van de Dolle Mina’s tot Che Guevara, van de Amerikaanse soldaten die een vlag planten op het eiland Iwo Jima tot de Russische inname van Berlijn. ,,Bijna iedereen kent deze beelden. Omdat deze foto’s voor meer staan dan wat letterlijk is afgebeeld, zijn het icoonfoto’s die keer op keer gepubliceerd worden,” luidt zijn conclusie.

 
Krachtiger
Volgens Vincent Menzel zijn niet alle foto’s meteen raak. ,,Die foto van Nick Ut van dat meisje met de napalm is bijvoorbeeld door een uitsnede krachtiger gemaakt dan hij in werkelijkheid was. De ruis is eraf gehaald, zoals een andere cameraman die langs de kant van de weg zijn rolletje erin aan het draaien was. Zo winnen sommige beelden aan kracht,” stelt hij.

Verder is timing een belangrijk aspect. Menzel: ,,Bepalend is vaak dat de fotograaf de foto op het juiste moment op het net zet en dat die daarna op het juiste moment op de burelen van persbureaus of kranten valt. En dat kranten als de New York Times en de Washington Post het oppikken. Dat zet aan tot kopieergedrag, waarna andere kranten het overnemen.”

 
Voetbalsupporters
Zelf heeft Menzel in zijn carrière diverse foto’s afgeleverd die inmiddels een iconische status hebben. Met name zijn portretten zijn beroemd. In de jaren ‘70 portretteerde hij ministers, staatshoofden en dictators in binnen en buitenland. Zijn foto van een omhoog kijkende minister president Den Uyl werd in 1973 onderscheiden als ‘Beste Nederlandse Persfoto’ van World Press Photo. ,,Sommige foto’s hebben tijd nodig om iconische waarde te krijgen,” zegt hij. ,,Sommige nieuwsfoto’s in de krant hebben een tijdelijk effect dat weer wegebt. Sommige krijgen pas jaren later een iconische waarde vanwege hun historische achtergrond. Mijn foto van voetbalsupporters tijdens Feyenoord-Ajax in de Kuip in 1969 is een iconische foto aan het worden omdat hij een beeld geeft van hoe voetbalsupporters in die tijd naar een wedstrijd konden kijken zonder elkaar de hersens in te slaan.”

 
Nachtwacht
Wie bepaalt wat een iconisch beeld is? ,,Het publiek,” is zijn resolute antwoord. ,,Soms hoor je gemeenten zeggen: daar komt een iconisch gebouw. Dat moet nog maar bewezen worden. Het publiek bepaalt wat iconisch is. Dat geldt voor foto’s, voor beelden en voor de kunst. De Nachtwacht is nu een iconisch schilderij, maar destijds werd het door de opdrachtgever afgekeurd en werd er een stuk afgehaald.”

 
Cultuurbepaald
Volgens artdirector Martijn Hahn is het antwoord ook cultuurbepaald.  Hij verwijst graag naar de foto van pootafdrukken in het zand die hij in een reclamecampagne gebruikte. ,,Nederlanders associëren dat met op zondag lekker de hond uitlaten op het strand, maar zo’n foto roept in Afrika juist wrevel op. Daar doen mensen dat niet.”

Beroemd zijn de reclames van Benneton dat met zijn beelden bewust mensen shockeerde. Zoals bij de foto van de skinhead die een oude deftige dame lijkt aan te vallen. ,,Pas als je die foto uitklapte zag je dat hij haar wegduwt en dat er een piano naar beneden valt. Dat hij de vrouw dus probeert te redden. Het zijn vaak de dingen die je niet ziet die je veel vertellen,” aldus Hahn.

 
Holleeder
Net zoals de foto van Aylan een veel groter verhaal vertelt dat niet zichtbaar is op de foto, wil hij maar zeggen. Dat brengt ons terug naar het mediamoment van het jaar. Dat kan ook geluid zijn, stelt Hahn. ,,Heel lang hebben we Willem Holleeder beschouwd als onze nationale knuffelcrimineel. Hij kreeg een column in Nieuwe Revu, kwam op tv in College Tour, enzovoorts. Totdat Nederland de opnames hoorde die zijn zus had gemaakt. Toen is dat beeld compleet omgeslagen. Dat was dus ook een mediamoment met impact.”
Tuesday, 15 December 2015 | Written by André Oerlemans

#PopulaireHashtags2015

Van #vacature tot #drones: wat zijn de meest gebruikte hastags op Twitter het afgelopen jaar?

 
Ook al is Twitter steeds minder populair in Nederland het blijft interessant om te zien wat de trending topics van het afgelopen jaar waren. Zo zien we verschillende nieuwsmomenten (#jesuischarlie) terug en ook wat opvallende consumententrends (#drones) voorbij komen.

 
#jobs
Op nummer 1 staat nog altijd #vacature, net als wereldwijd #jobs leading is. En met #ZZP op nummer 3 is er misschien in de recruitment- en uitzendbranche nog een mooie toekomst voor Twitter weggelegd…
Verder is er plaats gekomen voor nieuwkomers #drones en #wielrennen. Deze laatste ’sporttrend’ kreeg een plek na het altijd populaire #voetbal, en werd veroorzaakt door de start van de Tour de France in Utrecht.
Nieuwkomer #drones is een duidelijk teken van de populariteit van deze gadget en de gerelateerde dronefoto’s en -video’s, maar ook vanwege (het gebrek aan) veiligheid en privacy door eerdergenoemde.

 
Wereldwijde trends

Waar #JeSuisCharlie een achtste plek veroverd in de Twitter-trends binnen Nederland, zien we #PrayForParis alleen terug in het wereldwijde overzicht.
Een andere kenmerkende hashtag is #RefugeesWelcome, over de vluchtelingencrisis en als teken van wereldwijd welkom naar de ontelbare vluchtelingen.
Twitter stond dit jaar ook in het teken van de legalisering van het homohuwelijk met #LoveWins, na de beslissing van het Hooggerechtshof in de V.S hierover. En #HomeToVote werd trending dankzij Ierse expats die speciaal terug naar huis reisden om te stemmen tijdens het nationale referendum.

 
Nieuwswaarde
Ook in de trending topics van Twitter komt naar voren dat het sociale medium het meest wordt gebruikt dankzij het real time karakter en de nieuwsfunctie. Maar heeft Twitter nog genoeg bestaansrecht in Nederland om ook eind 2016 nog met een jaaroverzicht aan trending  hashtags te komen?

 
Bekijk alle populaire  hashtags hier:

Monday, 14 December 2015 | Written by Kim Buitenhuis

2016: het einde van de Millennial

Vanaf volgend jaar gaan marketeers zich niet meer richten op de Millennials als één doelgroep, maar de jonge consument proberen te bereiken op basis van interesses.

 
Een internationaal onderzoek van Hotwire PR onder 400 marketeers en communicatiemensen in 22 landen geeft dat aan. De Millennial wordt nu vaak als één grote doelgroep gezien, terwijl er veel gradaties in zijn aan te brengen. Vanaf 2016 wil de marketeer veel meer naar de verschillende interessegebieden van de jonge doelgroepen gaan kijken.

Andere trends die uit het Hotwire-rapport naar voren komen zijn:

 
  • De branche is niet klaar voor adblockers. Marketeers moeten zich daarom meer gaan verdiepen in andere vormen van reclame, zoals native en samenwerking met ‘influencers’.
  • Virtual reality beleeft in 2016 zijn doorbraak en biedt ook adverteerders meer mogelijkheden.
  • Marketeers gaan meer inzoomen op real-time dan op planning. Dus bijvoorbeeld meer direct inhaken op actuele evenementen dan vooraf een advertentie plannen.
  • De meest succesvolle marketingcampagnes zullen relevante en bruikbare service bieden aan de consument.
Marketeers gaan zich nog meer verdiepen in online video en gaan hun teams van productie-experts, planners en accountteams versterken om te zorgen dat ze met hun boodschap in de juiste videoplatforms terechtkomen.
Monday, 14 December 2015 | Written by Bram van Noord

Waarom Sanoma miljoenen moet afboeken

Sanoma meldde 11 december in een persbericht dat het 78 miljoen afschrijft op de Nederlandse en Belgische activiteiten. Het concern kampt met een grote schuldenlast.

De waarde van de Nederlandse en Belgische tak van het uitgeefconcern is verder naar beneden bijgesteld. De takken in die twee landen opereren tegenwoordig als één bedrijf binnen Sanoma (Sanoma BeNe). Tv-tak SBS Broadcasting valt daar niet onder. Dat opereert apart binnen Sanoma.

 
Maar het lijkt logisch dat de afschrijving vooral bij SBS wordt gedaan. Het gaat hier om een waardevermindering van eerder betaalde goodwill en andere immateriële activa. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan programmarechten op televisie.

 
Vorige maand werd er al zo’n 18 miljoen euro afgeschreven op films en series uit het buitenland bij dochter SBS Broadcasting. Omdat kijkers deze meer on demand kijken, hebben deze minder waarde gekregen. Nu komt daar nog eens 78 miljoen bij.

 
SBS is een te dure aankoop gebleken voor Sanoma. In 2011 kochten Sanoma (67%) en Talpa (33%) het tv-bedrijf voor 1,25 miljard euro. Dat werd toen al als erg hoog gezien, maar het was marktconform. Inmiddels is de mediamarkt enorm snel aan het veranderen onder invloed van digitalisering, het consumeren van media via verschillende devices en de opkomst van nieuwe voor traditionele media disruptieve diensten als Netflix.
Sanoma schreef in 2013 al maar liefst 400 miljoen euro af op SBS.

 
Hoewel Sanoma hier met BeNe en SBS beter is gaan presteren, gaat het niet goed met het concern. Met name in Finland zijn de cijfers dramatisch. Nog steeds wordt er verlies gemaakt en heeft Sanoma een te hoge schuldpositie. In 2013 begonnen de saneringen en die zijn sindsdien niet opgehouden. De recente cijfers beloven wat dat betreft ook niet veel goeds voor 2016.

 
Sanoma gaat voor 2015 nog wel uit van een omzetdaling die vergelijkbaar is met het jaar ervoor, zo rond 3,7 procent. Maar de afboeking die men nu doet, zal zeker effect hebben op het netto resultaat. Die cijfers volgen komend voorjaar.

 
In Finland is inmiddels een Nederlandse ceo neergezet: Susan Duinhoven. Zij stond ook aan het roer van regionale krantenconcern Wegener en staat bekend als een saneerder. Duinhoven is momenteel met banken in gesprek voor een lening voor Sanoma.
Monday, 14 December 2015 | Written by Bram van Noord

Richtlijnen tegen storende online reclame

In de strijd tegen het groeiend gebruik van adblockers door consumenten heeft het Interactive Advertising Bureau Nederland (IAB) richtlijnen voor online advertising opgesteld.

 
Die stellen onder meer dat online advertenties een maximale bestandsgrootte moeten hebben, niet de hele pagina moeten beslaan, een duidelijk zichtbare sluitknop moeten hebben en pas geladen worden na en niet voor de content van de pagina. Video’s moeten binnen 5 seconden weggedrukt kunnen worden en alle data die over en weer gaan moeten encrypted zijn.

 
IAB is de brancheorganisatie voor digital advertising en de interactieve marketing industrie. Het gaat voorlopig om conceptrichtlijnen, bedoeld als discussiedocument. ,,Doel is om tot een goed afgewogen propositie te komen waarmee zowel et consument als adverteerder op lange termijn een gebalanceerde en houdbare relatie opgebouwd kan worden,” stelt IAB.

 
De richtlijnen zijn gebaseerd op het Amerikaanse LEAN-ads principe, waarbij LEAN staat voor Light, Encrypted, Ad choice supported, Non-invasive ads. Dat gaat er vanuit dat adverteerders minder storende reclame moeten maken en meer content waar gebruikers op zitten te wachten.

 
IAB heeft dat ook zelf laten onderzoeken. In november publiceerde het de resultaten van twee onderzoeken, uitgevoerd door Mediabrands Marketing Sciences. Daaruit kwam naar voren dat de Nederlandse consument zich vooral aan internetadvertenties ergert omdat het er simpelweg ‘te veel zijn’ (73%) en de advertenties het laden van een internetpagina vertragen (42%). De grootste ergernis vormen advertenties die niet kunnen worden weggeklikt (59%), de website helemaal afdekken (54%) en met geluid starten (41%). Een op de vijf Nederlanders heeft daarom, een adblocker geïnstalleerd.

 
De complete conceptlijst van richtlijnen
 
 
Monday, 07 December 2015 | Written by André Oerlemans

Tevreden televisiekijker 2015 lijkt op 2014

De tv-consument kijkt nog altijd ruim zes dagen tv en ook nog gewoon lineair. Verder is hij tevreden over het aanbod.

 
Dat blijkt uit onderzoek dat het Commissariaat voor de Media liet uitvoeren en publiceerde in de Mediamonitor 2014-2015. Het gaat hierbij om een vergelijking tussen 2014 en 2015. Beide onderzoeken werden in januari van het betreffende jaar uitgevoerd.

De tv-kijker heeft een abonnement op één van de drie grootste partijen: Ziggo, UPC en KPN. De kijker heeft in 2015 de keuze uit meer pakketten, ook omdat online het aanbod groter is geworden. Bijna geen enkele aanbieder verkoopt nog solo analoge televisiepakketten.

De mate van concentratie op de tv-markt is iets toegenomen ten opzichte van 2014, mede door de fusie tussen Ziggo en UPC die in de loop van het jaar definitief tot stand kwam. In 2015 hebben minder Nederlanders een pluspakket, maar mensen met zo’n pluspakket zijn iets tevredener en geven nu het rapportcijfer 7,7. De totale tevredenheid over tv-abonnementen is gelijk gebleven: abonnees geven die gemiddeld een 7,5. Ook de tevredenheid over de verschillende kwaliteitskenmerken is min of meer hetzelfde gebleven.

 
Tv-kijkers in 2015
Het Commissariaat noemt televisiekijken  ‘het kijken naar televisieprogramma’s’ en dan maakt het niet uit via welk apparaat. Hoewel bijna iedereen wel eens tv kijkt, zegt 0,7 procent van de Nederlanders dit helemaal nooit te doen, een iets lager percentage dan in 2014. Deze niet-kijkers maken in 2015 geen gebruik van video-on-demand- of pay-perviewdiensten van pakketaanbieders.

Van de mensen die wel tv-kijken, blijkt 12,1 procent van de bevolking in 2015 geen betaald tv-abonnement te hebben en dat is iets minder dan in 2014. Zo’n 13 procent van deze respondenten maakt gebruik van video-on-demanddiensten, 8 procent van pay-per-view. Deze percentages zijn wat hoger dan vorig jaar. Deze mensen, die wel tv-kijken maar zeggen geen betaald abonnement te hebben, geven net als vorig jaar gemiddeld een 7,3 aan hun tevredenheid over het tv-aanbod waar ze wel gebruik van maken.

Van de Nederlanders die tv-kijken en een abonnement hebben, is 50 procent vrouw en heeft twee derde een gemiddeld tot hoog internetgebruik. Ruim twee derde is 35 jaar of ouder, net iets meer dan de helft van de tv-kijkers komt uit de hoogste of de op één na hoogste sociale klasse en is vooral afkomstig uit de regio’s West- en Zuid-Nederland.

 
Meerdere toestellen in huis
Het vervolg van het onderzoek richt zich op dat deel van de Nederlandse bevolking dat tv kijkt en een abonnement heeft. Bijna 60 procent daarvan heeft meerdere tv-toestellen in huis. Dat is 4 procent minder dan vorig jaar. Uit vele onderzoeken blijkt dat lineair kijken afneemt. Het Commissariaat heeft andere bevindingen. De meeste mensen kijken nog steeds elke dag lineair televisie: gemiddeld kijken ze 6,3 dagen per week. En maar liefst 97 procent kijkt naar het ‘gewone’ televisiescherm.
Hoewel veel Nederlanders meerdere tv-toestellen in huis hebben, kijkt toch 23,4 procent ook via de tablet, 16,4 procent via een laptop of notebook, 11,2 procent via het scherm van een desktop of pc en 11,7 procent via een mobiele telefoon neemt wat sneller toe: van 8,7 naar 11,2 procent.
Monday, 07 December 2015 | Written by Bram van Noord

De wereld op zijn kop: Merken gaan in 2016 hun klanten beoordelen

De relatie tussen merk en klant gaat veranderen in 2016. Het zogeheten ‘two-way transparency’ wordt de trend. In praktijk betekent dit dat er een omgekeerd beoordelingssysteem zal ontstaan waarbij het merk haar klanten gaat beoordelen.

 
Dat voorspelt het prestigieuze Amerikaanse TrendWatching in zijn trendrapport 2016 dat het deze week publiceerde over de 16 grootste innovatiemogelijkheden voor volgend jaar.

 
De consument is er klaar mee
Een van de belangrijkste vragen is: Hoe ontwikkelt de relatie tussen merk en consument zich verder? De verwachting van de trendwatchers is dat de consument al die doorzichtige merktactieken een beetje zat is. Vermoeiend vinden ze het. De quasi-grappige webcare-medewerker die op Twitter en Facebook het lolligste jongetje van de klas wil zijn, heeft niet meer dezelfde uitwerking als eerst. De lege klantenservice-retoriek, MVO-programma’s waar geen serieuze budgetten voor worden vrijgemaakt…de consument is er klaar mee. Grote merken hebben de afgelopen jaren dan ook stappen gemaakt om de relatie met hun klanten te verbeteren.

 
TrendWatching geeft een overzicht van hoe die ‘tweerichtingstransparantie’ zich over de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Van de eerste ratingsystemen tot de verwachte omgekeerde ratings anno nu.

 
2007: transparantie als triomf
Zo’n 8 jaar geleden omarmden consumenten de mogelijkheid om te discussiëren, en producten en diensten te beoordelen. Het was onder meer de Amerikaanse rate-dienst Yelp – opgericht door voormalig PayPal-medewerkers -  die hier een voorsprong in nam. Inmiddels is Yelp gegroeid van 6 miljoen maandelijkse bezoekers in 2007 tot 135 miljoen in 2014. Ook in Nederland zijn we gek op de ervaringen van anderen. Volgens Nielsen bepaalt maar liefst 66% zijn aankoop op de cijfers die anderen een product of dienst toekennen. Google’s SERP barst dan ook van de rijk uitgeruste rich snippets met seller ratings en betrouwbaarheidsgaranties.

 
2008: De peer-to-peereconomie
Het delen van producten en diensten neemt na 2008 een vlucht.  Het decentrale model, waarbij 2 individuen rechtstreeks zakendoen zonder tussenkomst van een derde partij, wint vooral aan populariteit. Het is het jaar waarin Airbnb zich bewijst als succesvolle P2P-website. De komst van Airbnb schudde het hele hotelwezen flink op z’n kop. Opmerkelijk is dat als we naar Nederland kijken, het de hotelsector niet wezenlijk bedreigt. Waar soortgelijk initiatief taxidienst UberPOP laatst het onderspit delfde omdat het de reguliere taxibranche in de wielen reed, laat Airbnb anno 2015 zien dat het juist nieuwe marktsegmenten aanboort.

 
2012: Het merk eist
De rollen omgedraaid: het merk eist van de consument een andere houding, aangaande maatschappelijke betrokkenheid. En de consument? Die omarmt deze ontwikkeling. TrendWatching haalt het tekenende voorbeeld aan van de Braziliaanse voetbalclub Victoria. Aan het begin van voetbalseizoen 2012/2013 waren de traditionele rode strepen op het shirt van de spelers wit gelaten. Fans konden het shirt weer rood laten kleuren door bloed te doneren aan de bloedbank. Bij elk gehaald target maakte Vitoria één van de witte strepen weer rood. Dit markeert het begin van de demanding brands. In veel gevallen gaan de eisen over milieubesparingen. Winkelketens die producten zonder verpakkingsmateriaal verkopen en bijvoorbeeld hun klanten stimuleren de eigen potten, glazen en bakjes te hergebruiken, vallen ook onder deze noemer.

 
2013: De koers van de verandering
Na de eis volgt de beloning. Vanuit een onophoudelijk streven naar zelfverbetering, wendt de consument zich tot merken die hun goede gedrag belonen. Loyalty-systemen zijn hiervoor vaak dé manier. Een van de aanstichters van deze trend is volgens TrendWatching airBaltic. De app beloont passagiers met punten wanneer ze gaan rennen. In het verlengde hiervan liggen alle merken die compensatie van bijvoorbeeld CO2-uitstoot belonen. Het was energieleverancier Oxxio die in 2008 al positief gedrag van haar klanten stimuleerde. Klanten die erin slaagden 10% minder energie te verbruiken, kregen een bonus van € 300,-. Hoewel hierbij aangemerkt dient te worden dat de voorwaarden van de actie verraadden dat het commerciële belang waarschijnlijk groter was dan het maatschappelijke.

 
2015: de verlichte merken
Vandaag de dag is de consument valse beloftes beu. Een korte reactietijd van een webcare-medewerker op ópenbare kanalen is niets waard als de afhandeling van de klacht vervolgens een voortslepend traject zonder oplossingen blijft. De consument verwacht begrip en betekenisvolle acties van zijn merken. Je mag van je merk verwachten dat ze verantwoordelijkheid nemen in de hele branche waartoe ze behoren, ongeacht het eigen gewin.

TrendWatching noemt bijvoorbeeld de introductie van een app, afkomstig van Audi in Zweden. Audi Swedish Snow Rescuers brengt automobilisten gestrand door de sneeuw in contact met Audi-rijders in bezit van een 4x4, die vrijwillig willen helpen. In Engeland liet Volvo eerder dit jaar zien zich te bekommeren om andere verkeersdeelnemers met de introductie van ‘LifePaint’. Fietsers kunnen deze verfsoort aanbrengen op hun kleding en fiets. In het donker licht de verf op, zodat de fietsers een stuk zichtbaarder zijn. Nog een laatste dan: ook elektronicamerk Samsung doet een duit in het verkeerszakje. In een recente pilot monteerde Samsung grote beeldschermen op de achterkant van vrachtwagens. Deze stonden in verbinding met de front-camera op de vrachtwagen, waardoor automobilisten de verkeerssituatie beter konden inschatten. Vooral in het leven geroepen om inhalen op een eenbaansweg veiliger te maken.

 
2016: omgekeerde beoordeling als klantenbinder
De consument is inmiddels gewend aan de tweerichtingsgedachte achter P2P-diensten, de merken die ook verwachtingen van hun klant hebben, én hij heeft de verwachting dat merken die ontwikkeling verder doorzetten. In dat licht zal de consument het toejuichen dat hij zelf wordt beoordeeld voor een betere gebruikerservaring. In Het Australische Art Series Hotel werd er onlangs een omgekeerd beoordelingssysteem geïntroduceerd. Tijdens een promotiestunt mocht reclamepersoneel haar gasten beoordelen. De meewerkende gasten konden hiermee kortingen in het hotel verdienen. Langzaamaan ontstaan er meer van deze initiatieven. De Amerikaanse bezorgservice Buddytruk geeft zowel klanten als chauffeurs de mogelijkheid elkaar te beoordelen.

 
45% akkoord met beoordeeld worden
Dat consumenten er wel voor open staan om beoordeeld te worden, blijkt uit onderzoek door de The Future Foundation in november 2015. Maar liefst 45% geeft aan het prima te vinden om een review te krijgen van een bedrijf waarvan zij een dienst gebruikten. De consument hoeft overigens niet ‘fysiek te worden beoordeeld’. Dat kan bijvoorbeeld ook door gedeelde gegevens te analyseren, beoordelen en belonen.
Thursday, 26 November 2015 | Written by Lianne Kooistra

Snapchat: eindeloze reclamemogelijkheden via geofilter

Van Facebook naar Instagram en Snapchat; de populariteit verschuift steeds meer naar deze ‘nieuwe’ social media. Vooral jongeren zitten massaal op Snapchat. Dat staat bekend om de tijdelijke snaps (maximaal 10 seconden) die je privé naar vrienden stuurt, of voor een dag in jouw openbare newsfeed ‘Mijn verhaal’ kunt tonen. Allemaal met het doel te laten zien wat je doet en waar je bent. In Amerika zijn ze al een stap verder en wordt er door adverteerders flink geëxperimenteerd. Met geofilters bijvoorbeeld.

 
Hollister Friday Vibes
Zo kreeg je laatst als je in de buurt kwam van 1 van de 19.000 geselecteerde scholen in de VS en Canada, de optie van kledingmerk Hollister om jouw foto met Hollister Friday Vibes-filter te posten. Leuk voor de scholieren die dankzij het jongerenmerk alvast een weekendgevoel kregen.

 
Verdienmodel
Voor Snapchat is de geofilter de perfecte uitkomst om via het medium een mooi verdienmodel te creëren. Het is per gebruiker namelijk moeilijk het geslacht en de leeftijd te achterhalen. Maar door op de locaties in te springen, in dit geval high schools, weet je als merk dat je op deze manier een groot deel van jouw doelgroep bereikt.

 
Studie ontwijkend gedrag
Uit onderzoek van Piwek & Johnson komt ook nog eens naar voren dat Snapchat vooral wordt gebruikt voor entertainment en als studie naar ontwijkend gedrag. En dit allemaal in de vorm van selfies en grappige foto’s. Deze worden gestuurd naar een hechte groep vrienden, gemiddeld 9 tot 12 mensen. In tegenstelling tot Instagram en Facebook, waar iedere foto met een zo groot mogelijke groep dan wel de hele wereld wordt gedeeld.

 
Big Mac op je foto
Op deze behoefte aan entertainment kun je als merk dus perfect inspringen. En niet door een saaie of irritante advertentie, maar door een creatieve filter die voor de doelgroep ook echt leuk is om te gebruiken.
McDonald’s was het eerste merk dat hier in Amerika afgelopen jaar al mee experimenteerde. Als je in de buurt van de fastfoodketen kwam, kreeg je de mogelijkheid om een selfie met frites en Big Mac naar je vrienden te sturen.

Verder grijpt Hallmark deze decembermaand aan om een kneuterig filtertje aan te bieden als je bij een van de grote kerstbomen in New York en Dallas in de buurt komt. En zo komen er steeds meer merken bij die de geofilter gebruiken.

 
Nu NL nog
Er zijn op dit moment bijna 2 miljoen Nederlanders die de Snapchat-app op hun telefoon hebben gedownload. Hiervan is 71% in de leeftijdscategorie van 12 -19 jaar, blijkt uit onderzoek van Telecompaper. Het wordt dus tijd dat merken in Nederland ook zichtbaar worden op dit populaire sociale medium. Zo zou het voor fashion merken als Primark, Topshop, H&M en CoolCat een goede manier zijn om nog meer onder de aandacht bij de doelgroep te komen. Bijvoorbeeld met speciale happy shopping-filter. De mogelijkheden zijn eindeloos. Nu alleen nog de vraag aan Snapchat: wanneer kunnen we er hier ook mee beginnen?
Tuesday, 24 November 2015 | Written by Kim Buitenhuis

Frank.news voorspelt: Rolo’s olifant wint Gouden Loeki aller tijden

Het Nederlandse publiek mocht de afgelopen maanden zijn stem uitbrengen op de populairste en meest memorabele tv-commercial van de afgelopen vijftig jaar.

Omdat de Ster een halve eeuw bestaat reikt de stichting de Gouden Loeki Aller Tijden uit. Op woensdag 25 november wordt de winnaar bekendgemaakt.

Frank.news was benieuwd naar de uitslag en vroeg alvast aan ruim 900 Nederlanders wie zij denken dat er gaat winnen. Dat wordt de olifant van Rolo, die niet vergeten is hoe het kleine jongetje hem plaagde met de chocoladesnoepjes. 15,6 procent van de Nederlanders denkt dat deze spot gaat winnen, blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Vostradamus.

Maar het zal wel een nek-aan-nek race worden. Petje Pitamientje van de Calvé pindakaas-reclame is bij 14,9 procent favoriet voor de eindzege. Woensdag 25 november weten we wie van deze twee de felbegeerde trofee krijgt.

(Bron: Vostradamus)
 
Friday, 20 November 2015 | Written by André Oerlemans

In 4 stappen naar 400 miljoen Instagram-gebruikers

Wordt Instagram het nieuwe Facebook? Het sociale medium groeit in populariteit. Waar Facebook steeds minder wordt gebruikt, groeit Instagram (ook onderdeel van Facebook) alleen maar. Maar hoe zet je dit sociale medium als merk het beste in?

 
Wat gebeurt er nu al?
Met 400 miljoen gebruikers die met elkaar 80 miljoen foto’s per dag uitwisselen, is Instagram een geweldig sociaal medium waar je als merk ook aan mee moét doen. Of toch niet?

Na een vluchtig zoekrondje valt op dat er nog maar weinig Nederlandse merken te vinden zijn. Het aantal is iets gestegen nu het medium sinds oktober ook advertising mogelijkheden biedt. Maar het is nog niet noemenswaardig. Dit valt Theo Nieveen, Creative Director van VLAM, Agency voor Behavioural Advertising, ook op: ,,Onze klanten doen nog niets met Instagram. Maar zij zijn niet de enige: we zien nog weinig andere merken actief op dit sociale medium. KLM doet mee, maar post voornamelijk foto‘s van vliegtuigen. En Mercedes gebruikt het bijvoorbeeld vooral om een bepaald model samen te kunnen stellen. Het is alleen de vraag of de Instagram-doelgroep hierop zit te wachten.”

 
Social media moe
En dat is ook precies hetgeen wat Rocco Stallvord ziet gebeuren. Stallvord is oprichter van Filter, de eerste Instagram Agency in Nederland: ,,In het buitenland zijn veel meer merken actief, in tegenstelling tot hier.”

De reden? Volgens Stallvord gaat het voor veel merken allemaal een beetje te snel: ,,We hebben een interessant onderzoek gedaan onder biermerken en daarbij komt naar voren dat de meeste biermerken, Facebook net een beetje in de vingers hebben. Instagram vraagt weer om een andere expertise en dat krijg je niet alleen voor elkaar met een designer achter een laptop.”

 
We Are Filter
Voor hem reden genoeg om Filter in september dit jaar te starten: ,,Onze Instagram Agency is een samenwerking tussen influencer marketingbureau First en social mediabureau A Friend Of Mine. Het idee ontstond toen we vanuit andere klanten steeds meer vraag kregen naar social mediaplannen waar Instagram perfect bij zou passen. Het werd echt concreet door het project wat we deden voor Philips in het Rijksmuseum waarbij social influencers hun eigen portret in het Rijks kregen.”

 
Stap 1: Wat heeft Instagram te bieden? 
Volgens Nieveen moet je je als merk in het geval van Instagram eerst serieus afvragen of je überhaupt wel iets te bieden hebt waar de Instagram-gebruikers op zitten te wachten. ,,Bij VLAM vormt kennis over consumentengedrag een belangrijke basis binnen het creatieve proces. Daarnaast  houden wij altijd rekening met de specifieke karaktereigenschappen van een bepaald medium. De grote vraag die je jezelf als merk moet stellen, is dan ook: is het leuk voor de Instagrammers of is het alleen leuk omdat ‘ik’ dat vind? Je moet kritisch durven zijn op jouw product en precies weten wie je doelgroep is.”
Stallvord vult aan: ,,Daarbij is het belangrijk dat je weet wat Instagram voor medium is. Het is een community waar je als merk niet zomaar tussen kunt ploffen. Je moet wel iets brengen wat inspireert. Instagram inzetten om puur en alleen je product snel te verkopen, gaat niet werken.”

 
Zo doe je het dus niet 
Zo kreeg mayonaisemerk Hellmann’s de hele Instagram community over zich heen door als één van de eerste op de advertising mogelijkheid in te springen, vertelt Stallvord: ,,De advertentie was allereerst al geen inspirerende foto. En deze linkte ook nog eens door naar de Instagram-pagina van het mayonaisemerk, waarop toen alleen nog maar twee foto’s stonden, en niet eens een bio was aangemaakt. Dan neem je het medium en de community dus niet serieus.”

 
Waar kun je Instagram dan wel voor inzetten? ,,Het is een inspiratienetwerk. Je moet het zien als een branding tool waarmee je visueel jouw merkverhaal vertelt. Hier zit niet een direct verdienmodel achter. Maar op de lange termijn is het veel waard,” aldus Stallvord.

 
Stap 2: Vertalen naar beeld
Als je jouw doel van deelname aan dit nieuwe sociale medium in kaart hebt gebracht, is de volgende stap dit om te zetten naar beeld. Want dat het allemaal om mooie, opvallende en inspirerende foto’s gaat, moge duidelijk zijn. Een goed voorbeeld uit het buitenland volgens Stallvord is het merk Malibu: ,,Ik vind het tof als je als merk ook echt iets anders durft. Malibu heeft bijvoorbeeld een kunstenaar gevraagd hun account over te nemen. Dit leverde geweldige creaties op in felle neon kleuren waarmee zij in de newsfeed extra opvielen.”

 
Ook NOS op 3 heeft volgens Stallvord perfect door hoe zij dit sociale medium het beste in kunnen zetten: ,,Zij hebben een heel eigen manier gevonden om het nieuws zo te presenteren dat het perfect is voor Instagram en vooral gericht is op jongeren, de grootste doelgroep van dit medium.”

 
Stap 3: Influencers inschakelen
Net als bij YouTube is ook op Instagram een grote groep social influencers met miljoenen followers te vinden. En als merk kun je daar natuurlijk perfect gebruik van maken. Voor Filter gaat Stallvord als volgt te werk: ,,We maken per bedrijf een strategie en kijken vanuit dat punt naar de beste match. Hiervoor gebruiken we geen vast netwerk, maar bepalen per keer wie er het beste past. Filter vertegenwoordigt dus geen Instagrammers. We kijken voor het merk naar het bredere plaatje.”

 
Dit deed Filter bijvoorbeeld voor één van hun eerste cases met telefoonmerk Huawei. ,,Deze mobiele telefoons hebben een heel goede camera die perfect geschikt is om mooie foto’s mee te maken. We verzamelden een groep invloedrijke Instagrammers, gaven hun een Huawei-telefoon en de opdracht om met de camerafuncties mooie foto’s te maken. Zo laat het merk zien dat zij de community omarmt en levert het credibility op,” legt Stallvord uit.

 
Stap 4: Meten en onderhouden
,,Als we influencers en/of advertising hebben ingezet, meten we vervolgens welk effect de campagne heeft en in hoeverre we daadwerkelijk de doelgroep bereikt hebben. Daarna kunnen we kijken wat de eventuele beste vervolgstappen zijn voor een merk,” vertelt Stallvord.

Verder is het van belang om als merk te beseffen dat je er met een campagne alleen niet bent. Jouw Instagram-account moet natuurlijk wel actief blijven. Een belangrijk aandachtspunt, vult Nieveen aan: ,, Vergeet ook vooral niet dat ieder sociaal medium onderhouden moet worden. Dus ook Instagram. Even proberen en weer stoppen als het niet bevalt, is weggegooid geld en doet je merk geen goed. Maak een bewuste keus en ga er vol voor.”

 
Toekomstperspectief
Nu het mogelijk is ook op Instagram te adverteren, zie je dat steeds meer merken voorzichtig het sociale medium uitproberen. En dit zal alleen maar meer worden, volgens Stallvord: ,,Ik verwacht dat veel merken Instagram op hun agenda hebben staan voor 2016. En op het gebied van visuele communicatie zie ik nog een nieuw sociaal medium dat steeds meer in trek is: Snapchat.” Maar voordat we ons daarop richten, eerst Instagram onder de knie krijgen…
Thursday, 19 November 2015 | Written by Kim Buitenhuis

Nieuwe luistercijfers: Radio 538 bloeit, 3FM bloedt

De overstap van het populaire dj-duo Coen & Sander van NPO 3FM naar Radio 538 heeft zijn uitwerking gehad op de luistercijfers van beide zenders.

Terwijl 3FM vorig jaar in september/oktober nog een derde plek bezette met een marktaandeel van 10 procent, luisterde de afgelopen meetperiode slechts 7,9 procent van de Nederlanders ouder dan tien jaar naar de zender. Daardoor duikelde 3FM naar de zesde plek van de ranglijst van het Nationaal Luisteronderzoek.

Radio 538, dat behalve Evers in de ochtend nu ook voor de middag een populaire show binnen hengelde, verstevigde zijn koppositie en zag zijn marktaandeel ten opzichte van vorig jaar groeien van 11,7 naar 12 procent.

ORN groeit
De nieuwe meting (doelgroep 10+, tijdvak week 6-24 uur) is de eerste waarin geen zomereffect meer zit. Waar QMusic weer een klein beetje marktaandeel moest inleveren (van 10,1 naar 9,9 procent), wisten de publieke regionale omroepen (ORN) er weer marktaandeel bij te veroveren (van 9,5 naar 9,7 procent). Dat betekende niet alleen een stijging ten opzichte van de laatste meetperiode, maar ook ten opzichte van dezelfde meetperiode vorig jaar toen de regionalen 9,4 procent van de luisteraars trokken.

Onder druk
Het aandeel van de publieke radiozenders staat onder druk. Behalve Coen & Sander verloor NPO 3FM ook middag-dj Gerard Ekdom aan NPO Radio 2. Die zender verloor desondanks marktaandeel ten opzichte van 2014 (van 8,8 naar 8,6 procent).

Daarnaast snoept de concurrentie luisteraars af door programmering en acties, zoals bijvoorbeeld ‘Het Geluid’ op QMusic (2e plaats, van 10,1 naar 9,9 procent).

Ook Sky Radio moest de afgelopen maanden fors marktaandeel inleveren ten opzichte van vorig jaar (van 10,1 naar 8,9 procent) en daalde van de tweede naar de vierde plek in de ranglijst.

Radio 10 is back
Radio 10 is het afgelopen jaar fors doorgegroeid naar een aandeel van momenteel 5,8 procent (was 4,4 procent). Dit is het hoogste aandeel sinds de zender weer op de FM-frequentie te beluisteren is.

Doelgroep 20-49 jaar
Gekeken naar de bij adverteerders populaire doelgroep van 20 tot 49 jaar liggen de verhoudingen iets anders, maar zijn de ontwikkelingen min of meer hetzelfde. Radio 538 wint fors marktaandeel (van 16,9 naar 18,7 procent) en staat fier aan kop. 3FM verliest fors (van 16,9 naar 12,1 procent) maar handhaaft zich op de derde plaats. Net als bij de 10+ meting staat Qmusic op de tweede plaats, maar de zender verliest wel marktaandeel (van 15,6 naar 14,5 procent). Hier lijkt het Ekdom-effect voor NPO Radio 2 wel merkbaar met een lichte plus van 7,1 naar 7,2 procent.

Terwijl Sky Radio ook onder deze doelgroep terrein verliest (van 10,3 naar 8,8 procent) zet de groei van Radio 10 bij deze groep luisteraars nog sterker door (van 4,3 naar 6 procent).

(Bron: NLO/GfK)
Wednesday, 18 November 2015 | Written by Redactie Frank.News

Merken die innoveren winnen aan waarde

Niet alleen Apple, Amazon en Facebook, maar ook Nike en Starbucks innoveren en winnen daarmee terrein, terwijl foodmerken als Coca-Cola en McDonald’s wat stappen terug moeten doen.

Interbrand kwam onlangs weer met zijn jaarlijkse internationale top 100 meest waardevolle merken. Het onderzoeksbureau analyseert hiervoor de financiële prestaties van een merk, maar ook de rol van een merk als consumentenbeïnvloeder. Heel veel grote verschuivingen heeft de - altijd vrij Amerikaans georiënteerde - lijst niet, maar uit de stijgings- en dalingspercentages valt wel één en ander op te maken.

De onbetwiste nummer 1, Apple bijvoorbeeld, staat al drie jaar lang bovenaan en blijft maar in waarde stijgen naar volgens Interbrand in 2015 ruim 170 miljard dollar. Dat is 43% meer dan vorig jaar. Nummer 2 Google noteert een stijging van 12% naar 120,3 miljard dollar. Ook de nummer 4 Microsoft (+11%), Amazon (10, +29%), Nike (17, +16%), Facebook (23, +54%) en Huawei (+15%) vallen op.

Het zijn allen bedrijven die blijven innoveren in hun producten. Van Apple, Google, Microsoft en Facebook weten we dat, van Amazon is dat misschien minder bekend. Dat van oorsprong retailconcern begeeft zich met Amazon Prime inmiddels – in de Verenigde Staten - ook op de markt van video on demand en kan worden gezien als concurrent van Netflix en de grote lineaire broadcasters.

Nike innoveert met apps en maakt steeds handiger gebruik van het mobiele bezit van de consument. Dat geldt overigens ook voor een andere stijger: Starbucks (nummer 67, +16%) waar je met je mobiel kunt betalen. En blijkbaar vindt de bezoeker de koffie ook echt lekker daar.

De merken die winnen, zijn ook allen merken die dichtbij de consument staan en waar de consument eigenlijk niet meer zonder kan. Ze horen bij hun dagelijkse leven.

Dalers
Een aantal foodmerken dat het laatste decennium een sterke waarde had, ziet de kracht wat afzwakken. De jarenlange nummer 1, Coca-Cola, staat nog steeds op 3, maar daalt met 4% in waarde. Ook McDonald’s (-6%), Sprite (-5%) en KFC (-7%) dalen. Burger King is al sinds 2010 uit de top 100 verdwenen. Zij lijken allen slachtoffer te zijn van het veranderend consumentengedrag. De jongere consument let steeds meer op voeding en suikers en daar passen die merken niet in. Zij hebben tot nu toe ook geen antwoord gevonden, met andere woorden geïnnoveerd, om de consument weer naar zich toe te trekken. Wel kun je tegenwerpen dat Pepsi (nummer 24 in de lijst) wél in waarde is gestegen, met 3%. Maar het geeft zeker een indicatie.
De vraag is: hoe zet je je merk de komende tijd neer om die jongere consument wel weer naar je toe te trekken. Naast innovatie van je productrange, zou je ook kunnen denken aan innovatie in je marketing. Buzzfeed kwam vorige maand met een briljante viral: “If McDonald’s Advertised Like Apple”.


Automerken
Er staan opvallend veel automerken in de top 100 en die maken ook bijna allemaal een sprong voorwaarts: Toyota (+16%), BMW (+9%), Mercedes (+7%), Honda (+6%), Ford (+6%), Hyundai (+8%), Audi (+5%), Nissan (+19%), Porsche (+12%) en Kia (+5%). Dissonant is Volkswagen dat op de 35e plaatst staat en 9% in waarde is gedaald. Het zijn de eerste tekenen van het dieselschandaal waarmee het Duitse concern te kampen heeft. Maar het is niet gezegd dat VW volgend jaar ook daalt. Vergeet de consument het schandaal en weet Volkswagen het tij met goede, eerlijke communicatie te keren, of wordt de automaker keihard afgestraft?
Dat er veel automerken in de lijst staan, geeft ook wel aan dat de consument nog altijd een auto wil bezitten. Met andere woorden: de deeleconomie is nog niet vol op stoom.

Nieuwe merken
Daarom staat een nieuw merk als Uber mogelijk ook nog niet in de lijst. Dat kan snel veranderen als het bedrijf in 2016 (naar verwachting) de beurs betreedt (een voorwaarde om in de lijst te komen). De waarde van Uber wordt nu al op 40 miljoen geschat. Airbnb (gewaardeerd op zo’n 10 miljard dollar) en Spotify (4 miljard) maken ook snel een beursgang. Deze drie nieuwe merken zullen ongetwijfeld snel hun opwachting maken in de Interbrand top 100.

De hele Interbrand top 100 staat hier: http://interbrand.com/best-brands/best-global-brands/2015/ranking/
Monday, 16 November 2015 | Written by Bram van Noord

Aanslagen Parijs: Social media weten meer dan journalisten

Bij de verslaggeving door nieuwsmedia rond de gruwelijke aanslagen in Parijs is één ding weer onomstotelijk duidelijk geworden: op social media als Twitter, Facebook, Instagram en andere apps waar snel foto’s, films en berichten gepost konden worden, was veel eerder duidelijk wat er aan de hand was dan op de traditionele nieuwsmedia als tv-stations, kranten en andere kanalen.

Sterker nog, tijdens en in de eerste uren na de aanslagen waren ook journalisten overgeleverd aan wat er aan berichten via social media binnenkwam. Ook in de dagen erna, toen media de overlevenden en de getuigen aan het woord lieten, scanden ze Twitter, Facebook en andere social media om die mensen op te sporen. En de foto’s van slachtoffers die enkele kranten maandag aan hun lezers toonden kwamen van…? Juist: Facebook en LinkedIn.

Rook
De rol van social media blijkt in de eerste uren na een ramp of aanslag van steeds groter belang. Hoewel de journalistiek enkele jaren terug nog huiverig was om te citeren uit deze oncontroleerbare, subjectieve en moeilijk verifieerbare nieuwskanalen, maakt ze er nu zelf driftig gebruik van.

In de eerste uren na een ramp of aanslag blijken social media een belangrijke bron van informatie, al is het maar onder het motto ‘ waar rook is, is vuur’. Media citeren Tweets en andere berichten en geven daarbij aan dat de berichten nog niet bevestigd zijn. Een standaard opmerking om zich achteraf achter te kunnen verschuilen, mocht er niets van kloppen.

Tijdlijn
Maar vrijdag de 13e bleek opnieuw dat social media bij dit soort gebeurtenissen sneller zijn.

Een reconstructie van de tijdlijn maakt duidelijk hoever de traditionele nieuwsmedia achterlopen bij dit soort gebeurtenissen. Al om 21.25 uur worden 15 mensen op het terras van restaurant Le Petit Cambodge en Café Carrillon doodgeschoten, waarna de terroristen doorrijden en nog drie terrassen onder vuur nemen, waarvan de laatste van Café Voltaire om 21.40 uur. Om 21.45 uur trekken IS-terroristen met hun Kalasjnikovs schietend poppodium Bataclan binnen.

Vuurwerk
Terwijl kijkers van de voetbalinterland Frankrijk – Duitsland al om 21.20 uur de eerste knal horen, denken ze nog niet aan een zelfmoordaanslag. Ook na de tweede en derde ontploffing - zeker vuurwerk? - gaat de wedstrijd gewoon door. Terwijl president Hollande al is geëvacueerd en dus op de hoogte is van wat er gebeurt, weten de media en dus het publiek nog van niets. Dat terwijl op social media al verschillende berichten, films en foto’s de ronde doen.

Pas om 22.16 uur meldt de Franse krant Libération op basis van getuigen dat mannen het vuur hebben geopend op een terras. Pas in de uren daarna worden de media wakker.

CNN, BBC en Sky News zijn buiten Frankrijk de eerste internationale media die het nieuws over de aanslagen naar buiten brengen met live-uitzendingen onder de gebruikelijke kop ‘Breaking news’. Terwijl ze alleen beelden van lege straten tonen, weten volgers van sociale media al dat er aanslagen zijn gepleegd.

18 Doden
In Nederland slaat de NOS pas tegen elven alarm. Net als andere (buitenlandse) media weet het journaal aanvankelijk niet veel en blijft het aantal doden lang op 18 staan. Dat is onder meer de reden dat een krant als het AD – die op vrijdagavond vroeg naar de drukker moet – de volgende dag in het merendeel van zijn edities slechts een kort berichtje kan opnemen over 18 doden bij aanslagen in Parijs. Terwijl dat aantal kort na middernacht al tot 120 stijgt. Een omissie waarvoor de krant maandag zijn excuses aanbiedt.

24 Uur later
Het aantal kijkers van de extra journaaluitzending loopt die vrijdagavond op tot 874.000 (Bron: SKO). Pas de volgende dag kijkt een aantal van 2,5 miljoen mensen naar het Acht Uur-journaal - het hoogste aantal van de hele week - en heeft de journalistiek het hele plaatje van alle gebeurtenissen compleet. Dat is bijna 24 uur later.

Via social media zoeken de nieuwsmedia naar foto’s van slachtoffers, getuigen en overlevenden, foto’s en filmpjes, die ze op hun websites publiceren. Opnieuw dus: journalisten die achter de social media aanlopen.

Nazorg
Terwijl de traditionele media nog uitzoeken wat er aan de hand is, beginnen social media al met de nazorg. Op Twitter kunnen Parijzenaars vlak na de eerste aanslagen via de hashtag #PorteOuverte aangeven dat ze hun huis beschikbaar stellen voor gestrande bezoekers die te bang zijn om op straat te blijven. Daar wordt veel gebruik van gemaakt.

Vermisten
Wie op zoek is naar familie en vrienden kan via de hashtag #recherchesparis foto's van vermisten tweeten. Facebook lanceert voor de vijfde keer zijn ‘Safety Check’. Daarmee kunnen gebruikers die op hun profiel hadden aangegeven dat ze in Parijs zijn hun Facebook-contacten laten weten dat ze in veiligheid zijn.

Deze tool werd voor het eerst ingezet na de aardbeving in Nepal in 2014. Toen lieten 7 miljoen mensen weten dat ze veilig waren, na de aanslagen in Parijs lieten 5,5 miljoen  mensen hun familieleden en vrienden weten dat ze ongedeerd waren. Hun ‘Ik ben in veiligheid’-boodschappen werden vrijdag door 360 miljoen Facebookgebruikers gezien.

Sneller
Zowel tijdens als na de aanslagen lieten social media dus zien hoe belangrijk ze zijn geworden in de moderne nieuwsvoorziening naar het publiek. Zijn journalisten daardoor overbodig? Geenszins. Zij hebben nog steeds de taak al het nieuws te verzamelen, te duiden en overzichtelijk aan het publiek te presenteren. Dat ze daarbij steeds vaker gebruik maken van social media en hun aanvankelijke scepsis overboord gooien is te prijzen. Nu alleen nog wat sneller worden….
Monday, 16 November 2015 | Written by André Oerlemans

Sesamstraat-acteur Hakim: “We zijn te lui voor digitaal kijken”

Het nieuws dat de bekendste ‘televisiestraat’ van Nederland gaat verhuizen van de NTR naar digitale zender Zapp Extra sloeg vorige week in als een bom. Hakim Traïdi, Sesamstraatacteur van het (bijna) eerste uur, ziet weinig toekomst in uitzenden via een digitaal kanaal, zo zegt hij tegen Frank News.  ,,We zijn veel te lui om elke dag online te zoeken als het concurrerende aanbod op tv zo groot is.”

De  Nederlands-Argentijnse Hakim Traïdi (57) bekend van zijn rol als mimespeler is al sinds 1985 te zien in Sesamstraat. Dat zijn broodgever het programma bij de NTR zou stoppen om aan te bieden via digitaal kanaal Zapp Extra, kwam ook voor hem als een schok. ,,Natuurlijk zijn mensen tegenwoordig meer online dan vroeger. Maar het is wel een extra drempel om een programma niet via het reguliere zenderaanbod te bekijken. En dat terwijl de concurrentie op het Sesamstraat-tijdstip van andere kinderprogramma’s die toegankelijker zijn toch al zo groot is.”

Acteurs wisten van niks
Net als zijn medespelers is het Sesamstraat-icoon geschokt dat er aan het populaire kinderprogramma wordt getornd.  ,,Bomen die al 100 jaar staan, moet je laten staan. Zolang een boom wortels heeft, geeft hij fruit en schaduw. Dan zaag je een boom niet om. Bovendien zitten er nog mensen op die boom die nu wordt omgezaagd.” Daar zit ‘m volgens hem ook de crux; de acteur doelt hiermee op zijn collega’s en de redactieleden van de NTR die allemaal overvallen werden door het nieuws. Zelf vernam Traïdi het nieuws toen hij werd gebeld door RTL Late Night, na – ironisch genoeg – een lange draaidag voor het 40-jarige jubileum van Sesamstraat.

Stoppen bij Sesamstraat is voorlopig niet aan de orde voor Traïdi, die niet inkomensafhankelijk is van Sesamstraat en verder bekend is van zijn televisie- en theateroptredens, vertellingen, boeken en cabaretshows. ,,Maar,” haast de acteur zich daarbij te zeggen, ,,Als de andere acteurs overwegen collectief te stoppen, dan stop ik ook.”

Best bekeken in 2015
De reden voor de verhuizing van Sesamstraat zijn de teruglopende kijkcijfers. De top100 best bekeken uitzendingen van dit jaar (1 januari t/m 9 november, red.) wijzen uit dat Sesamstraat vooral goed heeft gescoord in het eerste kwartaal. Veertig van de best bekeken 100 afleveringen werden uitgezonden in januari, februari en maart. De dag waarop de meeste kinderen voor de buis gekluisterd zitten, zijn dinsdag en donderdag. Vrijdag heeft de minste ‘best bekeken afleveringen’ van 2015.  De uitzending die het best bekeken werd door 3 tot 5-jarigen werd uitgezonden op 30 januari van dit jaar. Met een kijkdichtheid van 11,4% keken er circa 63.000 kinderen in eerder genoemde leeftijdscategorie (bron: Vostradamus).
Wednesday, 11 November 2015 | Written by Lianne Kooistra

Candle: Christelijke Blendle moet verzuilde media redden

‘Candle mocht van Klöpping’, kopte het AD dit weekend. De krant verwijst daarmee naar het op handen zijnde christelijke equivalent van Blendle en een tweet van Blendle-oprichter Alexander Klöpping: ,,Dan wil ik wel naar de hemel.” Het scherpe respons van Candle-voorman Wijnand Voogdt: ,,Maar je bent nog zo jong.” Lachen met die christenen. Christelijke mediaprofessional Voogdt vertelt over het te verwachten succes én de kwetsbaarheid van Candle.

Blendle… Kindle… Candle… De naam van het nieuwe online christelijke platform schurkt sterk aan tegen ’s lands bekendste online kiosk en de best verkochte e-reader. Een bewuste keuze, ja. De kaars is een christelijk symbool én een symbool voor de leeslamp. Maar de klankovereenkomst zorgt natuurlijk ook voor herkenning met die andere twee.

,,Laat ik vooropstellen dat Candle helemaal geen alternatief is voor Blendle. Het is niet ter vervanging van,, zegt Voogdt, enthousiast Blendle-gebruiker met een interesse voor media. Én enthousiast christen. ,,Wij zijn vanuit moedermaatschappij Spring begonnen met Candle omdat er steeds meer christelijke bladen omvallen. Ons doel is het aanbod van christelijke bladen breed te houden. Daarom zijn alle stromingen welkom. Maar de bladen die zich bij ons aansluiten, kunnen ook gewoon in Blendle. Sterker nog: we hebben Blendle gevraagd ons een beetje te coachen. Door de enorme drukte is dat helaas nu geen optie voor hen.” Iets wat onder meer te maken heeft met de internationale expansie van laatstgenoemde.

Pay per read is achterhaald
Opvallend verschil is dat Candle in tegenstelling tot Blendle niet heeft gekozen voor een ‘pay per read-model’, maar voor het ‘all you can eat-principe’, waarbij de abonnee een vaste vergoeding van in dit geval € 2,95 per maand betaalt. “Betalen per read of view sluit in mijn beleving niet aan bij alles wat we de laatste jaren geleerd hebben over het publiceren van betaalde content. Het moet weinig kosten, makkelijk zijn en je moet er veel voor krijgen,” aldus Voogdt, die zich meer heeft laten inspireren door de businessmodellen van streamingdiensten als Spotify en Netflix. Voorafgaand aan elk artikel een aankoopbeslissing verwachten van de lezer? Dat werkt omzet-remmend volgens de makers van Candle.

Uitbreiden met e-books
Toch ziet Voogdt ook zeker ‘de balk in eigen oog’. ,,Onze zwakte zit ‘m in het feit dat er minder te kiezen valt dan bij Blendle.” Tot nu toe heeft Candle contracten afgesloten met 22 christelijke titels. Elke titel stuurt uitsluitend zijn beste 4 artikelen in. Zo vormt Candle een mooie aanvulling voor de leden. ,,Dit model maakt het veilig voor de uitgevers. Zij willen hun bestaande abonnementen niet in de wielen rijden en verliezen op deze manier niet veel abonnees. Voor ons betekent het natuurlijk wel een minder groot aanbod. Op den duur willen we het echter aanvullen met e-books.”

 
“Door ons stromingsonafhankelijke karakter heeft Candle juist een ontzuilende werking.”
Wijnand Voogdt, oprichter Candle

 
Terug naar de verzuiling?
Met de verzuiling ver in de achteruitkijkspiegel, toch een eigen hokje voor de christenen… Dat werkt separatisme (nog verder) in de hand, zou je denken. Waarom sluiten die bladen zich niet gewoon aan bij Blendle? ,,Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Op dit moment is het Nederlands Dagblad de enige christelijke titel in Blendle. Praktisch gezien is het best lastig voor een minder groot medium - en dat zijn per definitie bijna alle christelijke titels -  om zich daar aan te sluiten. Als kleine aanbieder verzuip je al gauw. Daarnaast is het voor de gebruikers fijn om content te vinden die er verwacht wordt.”

Voogdt denkt dat er bovendien steeds meer behoefte ontstaat aan niches. ,,Ik kan me zo indenken dat er ook ruimte is voor een platform waar je alles vindt over de automotive- of foodbranche. En ja, zo werk je verzuiling wel weer in de hand, maar binnen die niche zorgen wij door ons stromingsonafhankelijke karakter toch voor een ontzuilende werking.”

Blendle-baas sceptisch optimistisch
Bij Blende zelf zien ze de noodzaak voor een christelijke variant niet direct. ,,Volgens mij is het niet per se nodig, want alle christelijke titels zijn van harte welkom bij ons. Het lijkt me ook heel moeilijk om een puur christelijke versie winstgevend te krijgen,” aldus Blendle bij monde van medeoprichter Marten Blankesteijn, die daar sportief aan toevoegt: ,Maar dat zei iedereen ook over Blendle toen we begonnen, dus laten we hopen dat ook Candle het ongelijk van alle zeurpieten bewijst.”

 
“Laten we hopen dat ook Candle het ongelijk van alle zeurpieten bewijst.”
Marten Blankesteijn, mede-oprichter Blendle

 
Zachte criteria
Geen verzuiling misschien, maar wel een clubje. Wie mag er bij en wie niet? Voogdt: ,,We zijn een breed platform en hanteren zachte criteria. Er geldt feitelijk maar één hard criterium en dat is dat de visie of missie van het blad ergens benoemt dat er sprake is van christelijke content. Dat sluit interreligieuze initiatieven uit. Maar of een blad nu evangelisch, reformatorisch of katholiek is, al die stromingen zijn binnen Candle welkom.”

Door die brede opzet, kan Candle naar alle waarschijnlijkheid rekenen op een grote doelgroep. De EO, soortgelijk qua doelgroep, heeft al jaren zo’n 450.000 leden. Voogdt gokt dat de markt nog twee keer zo groot is. ,,Je hoort natuurlijk vaak dat de kerken leeglopen. Gemiddeld genomen is dat ook zo, maar er zijn nog altijd ontzettend veel christenen in Nederland.”

Hoe online zijn christenen?
Komen we bij het volgende punt: christenen en online mediagebruik. Hoe terughoudend zijn bijvoorbeeld de gereformeerden nog als het gaat om met het gebruik van televisie of internet. ,,Televisie is vanuit onze achterban nog steeds niet gewenst, velen hebben er geen. Internet daarentegen is echt een ander verhaal. Dat is iets waar onze doelgroep in dezelfde mate over beschikt als de seculieren. En datzelfde geldt voor smartphones, tablets en laptops.” Aan het woord is Peter Gorseman van de Reformatorische Omroep, een omroep die bestaat bij de gratie van internet. ,Internet is echt iets waar je niet omheen kunt. Reformatorische christenen zijn in die ontwikkeling meegegaan. Simpelweg omdat het snel toegang biedt tot nieuws en makkelijke communicatiemogelijkheden biedt,” zet hij.

 
“Televisie is vanuit onze achterban nog steeds niet gewenst, internet daarentegen is echt een ander verhaal.”
Peter Gorseman, Reformatorische Omroep

 
De Reformatorische Omroep zendt vanuit kostenoverweging alleen digitaal uit. De stichting heeft zo’n 12.500 donateurs, een aantal dat alleen maar groeit. Evenals de luistercijfers. Op dit moment gemiddeld 450.000 per maand. ,,Die groei bewijst wel dat onze achterban geen moeite heeft om ons online te vinden.” Gorseman verwacht dan ook dat dit voor een initiatief als Candle niet anders zal zijn.

Candle start vanaf januari 2016, op dit moment kunnen mensen zich voorinschrijven voor een abonnement.
Wednesday, 11 November 2015 | Written by Lianne Kooistra

Helpt de Liegebeestverkiezing van Wakker Dier?

Dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier maakte afgelopen weekend de genomineerden voor de Liegebeestverkiezing 2015 bekend. Daarbij worden fabrikanten met misleidende producten, uitingen of reclames op het gebied van dierenwelzijn publiekelijk te kijk gezet. De organisatie heeft wisselend succes met deze actie.

Dit jaar heeft Wakker Dier de Keurslager genomineerd voor de varkensconcepten ‘Friberne kruidenvarken' en 'Duroc d'Olives varken'. De suggestie wordt gewekt dat de varkens en biggen lekker in het gras staan, terwijl het om industrievarkens gaat die nooit buiten komen.

De 'yoghurt Nature' van Danone kan ook op een nominatie rekenen, evenals 'Holland Gouda keurmerk', maar ook geitenmelk van Melkunie. In de reclames voor deze melkproducten wordt gedaan alsof de dieren buiten lopen, terwijl een deel het hele jaar binnen staat.

Fastfoodketen KFC maakt ook kans op een Liegebeest. Op de website staat dat de consument zich geen zorgen hoeft te maken over de kwaliteit van het kippenvlees, terwijl er volgens Wakker Dier plofkip wordt gebruikt door het bedrijf.

Op 23 november wordt de ‘winnaar’ van dit jaar bekend gemaakt. Bij eerdere edities boekte Wakker Dier hier en daar succes. Zeker 2014 was een goed jaar voor de organisatie.

Foie gras en plofkip
Politieke partij CDA meldde in 2011 dat foie gras verantwoord is geproduceerd. De partij kreeg daarvoor een Liegebeest. De vraag is of de CDA-politici echt iets met deze kritiek gedaan hebben. CDA-Kamerlid Ger Koopmans zei na het winnen van de prijs trots te zijn als een pauw en riep dat het CDA beter is voor dieren dan de Partij voor de Dieren. Koopmans zelf is inmiddels ‘geruimd’ uit de Tweede Kamer en waarnemend burgemeester van Stein.

Iglo kreeg in 2012 een ‘award’ omdat het concern plofkip gebruikt voor zijn diepvriesproducten. Maar kapitein Iglo en de zijnen waren niet van plan om plofkip van het menu te halen na de uitreiking van het Liegebeest. De diepvriezers beroepen zich onder meer op een onderzoek van de Universiteit van Wageningen, waaruit zou blijken dat plofkippen duurzamer zijn dan biologische kippen. Dat onderzoek was overigens alleen onder legkippen uitgevoerd.

McDonald's (2013) was eveneens plofkipgebruiker en ‘won’ ook. Maar het fastfoodconcern voelt er weinig voor daar verandering in te brengen. Het is nu wel eerlijker over het gebruik van plofkippen, nadat vorig jaar de Reclame Code Commissie McDonald’s berispte. Op de website werd op de vraag ‘Gebruikt McDonald's plofkippen?’ geantwoord: ‘Nee, McDonald's gebruikt kippenborstfilet van leveranciers die zorgvuldig met de kippen omgaan. McDonald's stelt strenge eisen aan haar leveranciers, bovenop de algemeen geldende Nederlandse wet- en regelgeving.’
Na de zaak van de Reclame Code Commissie heeft ‘de Mac’ zijn boodschap inmiddels veranderd in: Wij geven de voorkeur aan de aanduiding reguliere kip, voor de kip die we gebruiken. In de definitie van Wakker Dier gebruiken we inderdaad plofkip.’

Een min voor Plus
Plus Supermarkten was vorig jaar onaangenaam verrast dat het de trofee won met zijn Goudse Kaas. De verpakking van de kaas van de supermarktketen deed vermoeden dat de melk afkomstig is van een koe die in de wei loopt met haar kalf. Maar de koe heeft in werkelijkheid niet tot nauwelijks in de wei gelopen en de kalfjes worden direct na geboorte bij de moeder weggehaald, zo meldde Wakker Dier.

Plus reageerde: ‘In de drie jaar dat we deze verpakking hebben, is er nog nooit een vraag of klacht over dit onderwerp binnengekomen. De verpakking is een knipoog naar de herkomst van kaas.’ De super had liever dat Wakker Dier de kritiek vooraf had gedeeld. Een kleine deuk in het imago van Plus dus.

De andere genomineerden - Jan Pannekoek, Coop Supermarkten, Valess, John West vispaté en Aldi roomboter - waren sportiever en deden ook echt wat met de nominatie. Zij beloofden allemaal om goede stappen voor dieren te gaan ondernemen, bijvoorbeeld overschakelen naar vrije-uitloopeieren.

Volgens Wakker Dier was 2014 de meest succesvolle Liegebeestverkiezing ooit.
Monday, 09 November 2015 | Written by Bram van Noord

Media innovatie 2015: And the winner is….Spotify

Een ‘Found them first’ tool voor muziekliefhebbers die artiesten ontdekken voordat ze doorbreken en beroemd worden. Een wekelijkse gepersonaliseerde playlist. Naast muziek luisteren ook filmpjes met nieuws en entertainment kijken. Of zelf kiezen welke muziek Starbucks draait als je daar koffie zit te drinken. Dankzij deze nieuwe diensten is Spotify door het gerenommeerde TrendWatching uitgeroepen tot ‘Innovator of the year 2015’ op het gebied van Media & Entertainment.

Innovatie is voor elke sector van levensbelang, maar voor de mediawereld maakt het vaak het verschil tussen leven en dood: wie niet innoveert staat stil. Wie zich niet kan aanpassen aan veranderende marktomstandigheden en behoeften van de klant sterft uit. Net zoals de dodo. Spotify heeft dat goed begrepen. Door een moordende concurrentie met Apple Music en Tidal is de muziekstreamingsdienst gedwongen zijn luisteraars te verrassen met nieuwe tools die aansluiten bij hun wensen en behoeftes.

Status
Volgens TrendWatching speelt Spotify met de ‘Found them first’ tool in op twee groeiende behoeftes van consumenten: het verkrijgen van sociale status en de kans om hun eigen voorkeuren te uiten.

Wie heeft er niet ooit in zijn leven naar een beginnend bandje of artiest geluisterd en gedacht: die gaan het maken. Eerst wilden je vrienden en familie er niets van horen, maar een paar jaar later kreeg je gelijk. Tegenwoordig hebben we een woord voor deze ontdekkers: early adopters. Voor deze groep lanceerde Spotify in september de ‘Found them first’ dienst.

Die laat luisteraars ontdekken naar welke bands of artiesten ze luisterden voordat die beroemd werden. Wie bij de eerste 15 procent hoort, geldt als vroege luisteraar en is onderdeel van het succesverhaal van de artiest of band. De muzikale trendsetters kunnen een eigen groep vormen die graag nieuw talent ontdekt, playlisten delen en elkaar op opkomende muziek wijzen. Hierdoor kunnen ze zowel hun eigen muzieksmaak etaleren als laten zien dat zij een ‘barometer van coolness’ zijn. Spotify stuurt hun een bericht als de artiest of band 20 miljoen streams heeft gehaald.

Persoonlijk
Met de nieuwe dienst ‘Discover Weekly’ stuurt Spotify zijn gebruikers iedere week een soort eigen persoonlijke mix-tape met nieuwe muziek. Op basis van het luistergedrag wordt een smaakprofiel aangemaakt. Niet om irritante reclames aan te bieden, maar om luisteraars te laten kennismaken met muziek die ze waarschijnlijk mooi vinden. Een mooi voorbeeld van ‘Big Brother is serving you’ dus.

Het werd meteen een succes. In de eerste tien weken werden al 1 miljard nummers van de playlist gestreamed. 71 Procent van de luisteraars bewaart minstens één nummer voor de eigen playlist en 60 procent luistert ministens vijf nummers van de voorgeschotelde lijst.

Filmpjes
Voor degenen die niet alleen muziek willen luisteren, maar ook filmpjes, nieuws en ander entertainment, kwam de dienst in mei met Spotify Now, waarin wordt samengewerkt met Vice News, BBC, TED, NBC en diverse podcasts. Diezelfde maand sloot Spotify een partnership met Starbucks, waarbij klanten toegang hebben tot de playlist van de koffiezaken. Zo kunnen ze zelf meebepalen welke muziek er draait. Deze dienst wordt in het vierde kwartaal eerst in canada en de UK geïntroduceerd.

25 miljard luisteruren
Spotify begon zeven jaar geleden en heeft inmiddels meer dan 25 miljard luisteruren van gebruikers op de teller staan. Het heeft 20 miljoen abonnees, 75 miljoen gebruikers en biedt 30 miljoen nummers aan. Volgens TrendWatching heeft de dienst zich in 2015 gefocust op het creëren van een unieke entertainmentervaring voor elke luisteraar. Op maat gemaakt voor de individuele smaak, behoefte en voorkeuren. Daarom is de dienst uitgeroepen tot ‘Innovator of the Year’ over de afgelopen twaalf maanden.
Thursday, 05 November 2015 | Written by André Oerlemans

Adblockers: gaan we eindelijk luisteren naar de consument?

En toen wist ineens iedereen wat adblockers zijn. We spreken half september 2015. In de nieuwsrubrieken werd erover gepraat en Alexander Klöpping schoof aan bij DWDD om te vertellen over het fenomeen. Voor wie het toch nog gemist heeft: een adblocker is software die banners en andere vormen van reclame letterlijk blokkeert. Bijvoorbeeld preroll reclame die begint te spelen voordat je de video begint die je wilt zien.

Maar wacht even. Adblockers bestaan toch al heel wat jaren? Waarom worden ze nu dan ineens gezien als het gevaar voor de online uitgeefindustrie en reclamemakers? Misschien wel omdat bedrijven die écht macht hebben het adresseren. Bewust of onbewust. Het was namelijk Apple dat half september aankondigde dat met ingang van versie 9 van iOS reclame te blokkeren is op zijn smartphones. Als Apple iets doet, dan gaat dat nieuws meestal viral. Waarvan akte. Ineens was de hele reclame- en uitgeefindustrie wakker geschud. Want wat als ik als uitgever het verdienmodel met advertenties moet laten varen? En wat als ik met mijn reclamebureau mijn dure op een tropisch eiland opgenomen spotje niet meer in de vijftien seconden versie online kan krijgen?
De aankondiging van Apple was blijkbaar het laatste duwtje dat nodig was om betrokkenen te alarmeren. Dat is wel gek. In 2012 kwam er al een uitgebreid rapport uit van ClarityRay (zie: https://adblockplus.org/blog/adblock-plus-user-survey-results-part-3) waarin toch duidelijk werd gemaakt dat steeds meer adblockers werden geïnstalleerd. Het jaar daarvoor had Adblock Plus – een van de grote disruptors in deze markt – zelf al een onderzoek uitgevoerd (zie:  https://adblockplus.org/blog/adblock-plus-user-survey-results-part-3). En Adobe onderzocht vorig jaar hoe het ervoor stond met de adblockers en ook welke users er zijn. (zie: http://downloads.pagefair.com/reports/adblocking_goes_mainstream_2014_report.pdf) Dat had toch ook een wake-up call moeten zijn?

Maar de uitgeef- en reclame-industrie is het afgelopen decennium al behoorlijk hard getroffen in de portemonnee, toen adverteerdersbudgetten steeds naar online gingen schuiven. De printadvertentie was niet meer zo populair, de tv-commercial werd te duur. Daarnaast werden adverteerders, gedreven door de economische crisis, steeds zuiniger met die budgetten. Het heeft de hele sector enorm opgeschud. Ondertussen werden de traditionele spelers links en rechts ingehaald door - vaak kleinere - publishers en reclame- of marketingbureaus die wél snel konden inspelen op de nieuwe realiteit, terwijl ze zelf nog probeerden uit te vinden waar het eigenlijk naartoe moest. Sterker nog: velen zijn daar nog steeds niet uit en proberen met vallen en - soms ook niet meer - opstaan dingen uit. Als dan straks ook het online advertisingmodel in elkaar stort, dan zijn ze helemaal ver van huis. Liever sluit men de ogen nog even voor dit ‘gevaar’.

Dat is het grote probleem: de industrie is nog steeds in zichzelf gekeerd en gewend om vooral te zenden, terwijl ze naar buiten zou moeten kijken. Men moet zich afvragen: waarom nemen adblockers toe in populariteit? Eén woord: irritatie. De consument ergert zich enerzijds aan opdringerige advertising en anderzijds vindt men dat online reclame de ‘user experience’ verpest. Gebruikers vinden de advertenties inhoudelijk irritant en retargeting is ook nog niet goed uitgedokterd. Hoe vaak komt het niet voor dat je nog jaren achtervolgd wordt door Booking.com met de reis die je al lang gemaakt hebt? Reclame moet relevant en goed zijn, zo stond vorige week in een rapport van ABN Amro. We moeten niet steeds hetzelfde voorgeschoteld krijgen en laten we advertenties eens verrijken met goede content, luidde de strekking.
Maar misschien is de irritatie nog het grootst vanwege het feit dat advertenties websites trager en onoverzichtelijk maken. Uit een onderzoek van online marketingbureau AdLantic bleek onlangs dat de gebruiker de ‘not skippable’ video-advertentie met afstand de meest irritante digitale reclamevorm vindt. Geef toe, het is ook echt vervelend om je favoriete video pas te kunnen zien als je eerst een commercial helemaal hebt moeten uitzitten. Of dat je een artikel wilt lezen, maar plotseling krijg je een overlay voor je kiezen en waar zit in godsnaam dat kruisje om het weg te klikken? Het zijn eigenlijk bijna traditionele advertentievormen, vergelijkbaar met de tv-spot of de printuiting. Dat is niet meer van deze tijd en past ook eigenlijk niet bij het wereldwijde web, dat altijd zo vrij leek te zijn.

De consument bepaalt, dat moet de industrie nu toch wel weten. We kiezen zelf wat we willen consumeren. We hebben dat krantenabonnement niet meer, omdat we het nieuws overal kunnen lezen. We zappen niet meer langs tv-zenders, maar stellen met on demand diensten zelf onze tv-avond samen. Zo is het ook online.

Die realiteit is misschien niet fijn voor de spelers in de markt, zowel de publishers als bureaus, maar ze kunnen er ook hun voordeel mee doen. Door consumenten een op hun behoeften gericht ‘menu’ aan te bieden. Vind je banners en prerolls niet erg? Dan kun je dat aangeven. Heb je liever geen reclame, dan ga je betalen voor de content. Wil je beiden liever niet? Misschien vind je het dan niet erg om advertenties op een native manier te zien, dus passend bij de content die wordt aangeboden. Denk dan aan een artikel met de adverteerder als afzender. Of een mooie actie die precies bij de doelgroep past. Makkelijker gezegd dan gedaan misschien, maar als je er nu niet mee begint te experimenteren, kom je er zeker niet.
Google's Contributor maakt het nu al mogelijk om tegen betaling op jouw favoriete websites geen advertenties meer te zien. Vorige week kondigde YouTube aan dat je tegen betaling het videoplatform voortaan reclameloos kan bekijken. De traditionele markt hobbelt daar weer achteraan, maar moet tempo maken en snel voor zichzelf uitdokteren wat het beste verdienmodel is.
Monday, 26 October 2015 | Written by Bram van Noord

12 miljoen dollar verdienen met een YouTube-kanaal? Het kan!

YouTuber Pewdiepie bewijst het. Volgens zakenblad Forbes heeft de Zweedse Felix Kjellberg (26) dit bedrag in het afgelopen jaar met zijn game video’s verdiend. En dat allemaal via advertising, merchandising en branded content. Felix is met ruim 40 miljoen abonnees niet de enige. Ook in Nederland schieten de succesvolle YouTubers als digitale paddenstoelen uit het scherm. Wat is hun geheim en hoe kunnen andere media op dit grote succes inspringen?

Content Creators
Het succes van de YouTuber begint met zichzelf aansluiten bij een mediabureau als Mediakraft, Social1nfluencers en Divimove. Zij zijn de spil tussen de adverteerders en de influencers. Maar dat niet alleen. Creator Manager Michel Pruijsers van Mediakraft vertelt: “Wij hebben in totaal 250 YouTubers in ons bestand. Ik ben het aanspreekpunt van al deze creators. We bieden hen een servicepakket aan met optimalisatie van hun kanaal, organiseren verschillende workshops en we brengen ze in contact met passende adverteerders. Bij ons leren ze ook makkelijk andere YouTubers kennen, met wie ze weer coole content maken en zo samen hun bereik uitbouwen. Verder is hier ook een studioruimte en materiaal waar de creators terecht kunnen om te filmen.”

Best friend-gevoel
Maar hoe zit het dan met die zolderkamer waar veel YouTubers zijn begonnen? Die is toch juist key voor het succes? “Dat klopt, veel YouTubers filmen nog steeds vanuit huis,” vertelt Pruijsers. “En om de huiselijke sfeer ook in de studio te behouden hebben we in één van de ruimtes zelfs een slaapkamer nagemaakt. Het succes van een influencer hangt verder ook compleet af van zijn of haar persoonlijkheid. Jezelf blijven is heel belangrijk. Net als interactie met je doelgroep; zoals bij één van onze succesvolle YouTubers Ponkers, een groep jongens die pranks uithalen en ruim 236.000 abonnees hebben. Zij vragen aan de doelgroep om hen input te geven voor deze pranks. Die interactie kan verder ook bereikt worden door simpelweg om reacties te vragen in het filmpje. Als dit goed gebeurt, wordt er een best friend-gevoel gecreëerd tussen de YouTuber en zijn fans.”

Branded content
Ondanks de miljarden views en miljoenen abonnees die bij de YouTube success stories horen, staan nog niet alle adverteerders voor de deur te trappelen. “We zijn nu druk met campagnes opzetten rondom de feestdagen. Toch merken we dat niet alle merken openstaan voor deze nieuwe manier van advertising. Zij kiezen nog voor de traditionele weg en zien niet dat deze grote groep influencers de nieuwe idolen zijn van de jongere generatie. Zonde!,” vertelt Pruijsers. “Het kan veel meer effect hebben om een YouTuber met grote fanbase iets te laten vertellen over het product, dan een eigen reclamefilmpje te maken. En dan hebben we het nog niet eens over alle data die de adverteerder hier makkelijk mee kan verzamelen. Van de spanningsboog van de kijker tot uitgebreid doelgroepinzicht,” legt hij uit.

Events & merchandising
Een andere grote inkomstenbron is merchandising: van petjes en een complete kledinglijn tot een eigen boek. Zoals Nederlands grootste YouTuber Enzo Knol (met 907.000 abonnees) allemaal aanbiedt en alleen via zijn eigen website verkoopt. In Amerika wordt er ook geld verdiend via betaalde abonnees, maar dat ziet Pruijsers niet voor zich: “We vinden het belangrijk dat de fans niet het idee krijgen dat er geld aan ze wordt verdiend. En merchandising is wat dat betreft de perfecte manier. Net als het opzetten van events, zoals ons eigen Ponkers & Friends event waar honderden enthousiaste fans op afkomen. Of de Dutch YouTube Gathering in de Jaarbeurs met 26 van de grootste YouTubers en duizenden bezoekers.”

Hoeveel er precies met adverteerders en merchandising wordt verdiend, kan Pruijsers niet zeggen: “Dat is net zoiets als vragen wat jouw salaris is. Wat ik wel kan aangeven, is dat je vanaf één miljoen views per maand een flink deel van je huur kunt betalen. Maar dat betekent wel dat je iedere maand dat aantal moet halen. Eén viral video met een miljoen views is leuk voor een keer, maar dat levert geen financiële stabiele basis voor een YouTube carrière.”

Stappenplan voor media
Als er door andere media zoals magazines en kranten een eigen videokanaal wordt aangemaakt, wat zijn dan dé aandachtspunten? Pruijsers vertelt: “Persoonlijkheid in de vorm van een host is erg belangrijk, ook voor het interactieve aspect. Ga dus op zoek naar een eigen gezicht. Denk verder ook goed na over een format. Bij YouTubers is het belangrijk dat ze filmen vanuit hun passie: wat is de passie van je titel? En maak tijdloze video‘s. Over een paar maanden moet het nog steeds interessant zijn om te bekijken. Daardoor zal dit voor kranten wellicht minder bruikbaar zijn.”

En over de keuze voor wel of geen betaald kanaal is Pruijsers duidelijk: “Dit hangt helemaal af van het soort content dat wordt aangeboden. Het moeten kwalitatief goede en exclusieve video’s zijn. Denk ook aan het Netflix-concept: eigen producties in de vorm van series waardoor het nemen van een abonnement nog aantrekkelijker wordt gemaakt. En je moet de doelgroep weten te triggeren, bijvoorbeeld met sneak previews, om vooraf een betaald abonnement af te sluiten.”

Toekomstverwachtingen
“De leeftijd van de mensen met een abonnement op een YouTube-kanaal wordt steeds jonger én ouder. Was het eerst vooral vanaf 13 tot 22 jaar, nu verschuift het al naar 10 en eindigt het bij 35 jaar”, vertelt Pruijsers. Dit heeft natuurlijk alles te maken met het aanbod. “De jongere kids worden steeds beter bediend, met bijvoorbeeld geanimeerde filmpjes. Maar ook de veel oudere doelgroep vindt het steeds interessanter. Zo kan een 66-jarige makkelijk een abonnement nemen op een Kook-kanaal.” Niet alleen de doelgroep, maar ook het aantal YouTubers groeit megasnel. Dat ziet Pruijsers alleen al binnen hun eigen aanbod: “Wij zijn ooit twee jaar geleden begonnen in Nederland met 50 YouTubers en zitten nu op 250. En dat aantal neemt alleen maar toe.”
Monday, 26 October 2015 | Written by Kim Buitenhuis

Branded content: Coen en Sanders PizzaLab succes voor Domino’s

Je houdt een wedstrijd waarbij je de twee populairste dj’s van Nederland elke week drie rare, nieuwe pizza’s laat proeven. Je kiest een winnaar en zorgt dat heel Nederland die pizza binnen drie dagen bij jou kan bestellen.

Zie daar de geslaagde branded content actie van Domino’s. Vier weken lang kon iedereen in Nederland zelf een nieuwe pizza v oor Domino’s verzinnen en zijn idee insturen naar het Coen en Sander PizzaLab van Radio538. Ruim 10.000 mensen deden dat. Er kwamen pizza’s binnen met curryworst, paella, patat, haring, drop en zelfs sprinkhanen en meelwormen.

Nicky’s Nacho Speciaal pizza - met salsa- in plaats van tomatensaus en tortillachips - werd donderdag 22 oktober tot winnaar verkozen en is vanaf zaterdag 24 oktober in alle 171 vestigingen te bestellen.

Domino’s koos er bewust voor de wensen van zijn klanten centraal te stellen en rekening te houden met hun smaak. ,,We hebben deze samenwerking opgezocht omdat we geloven in branded content en hiermee de consument aan het woord kunnen laten. Het is voor ons de eerste campagne binnen onze nieuwe merkpositionering,” aldus CMO Nicky Claeys van Domino’s.
Friday, 23 October 2015 | Written by André Oerlemans

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.