Candid. Platform
for growth.

Wat als Spotify Edwin Evers koopt?

Door Jan-Willem Brüggenwirth

Een zender als 3FM is diep weggezakt en Spotify zet het lineaire radiomodel onder stevige druk. Daarom stellen we marketing- en mediaman Jan-Willem Brüggenwirth maandelijks een vraag over radio. Vandaag, met dank aan Erik de Zwart die deze vraag op het MWG-congres stelde: wat als Spotify Edwin Evers koopt?

 
Dat leek me een prima vraag om te beantwoorden. De vraagt maakt direct duidelijk waar het bij Spotify aan schort. Actuele content! Hoe actueler hoe beter. Dus de vraag is niet zo raar. Want het is een platform van muzieklijstjes die door iemand anders gemaakt zijn of door jezelf zijn samengesteld. Iemand die een bepaalde playlist volgt is daar na een tijdje op uitgekeken. Je eigen lijstje samenstellen is één keer leuk, misschien twee keer, maar de aardigheid gaat er snel van af voor de grote massa.

 
Hoe ga je dan grote drommen mensen naar je platform halen? Door topentertainment en actualiteit te bieden. En daar kan een jock als Edwin Evers natuurlijk wel voor zorgen. Met de komst van WIFI in de auto kan dit snel gaan, maar tot het moment dat dit nog geen normale zaak is, gaat het denk ik niet snel gebeuren dat Evers zo’n overstap maakt. Dus voorlopig is er nog niets aan de hand, maar binnen nu en drie tot vijf jaar is dit zeker een denkbaar scenario.

 
Tips voor Spotify
In die tussentijd heb ik wel een paar tips voor Spotify. Zorg dat je per land en dus ook in Nederland een groep met interessante mensen hebt die playlists samenstellen. En als deze BN’ers maar genoeg volgers hebben op social media is de link naar die muzieklijstjes snel gevonden. Dit resulteert ook in grote aantallen en biedt voorlopig een goed alternatief voor iemand als Evers. Diezelfde lijn is natuurlijk ook door te zetten naar internationale bekende sterren. Maar echt actueel wordt het echter nooit zonder een ochtendshow als die van Evers en dat betekent dat de grote getallen nog wel even op zich laten wachten.

 
De toekomst van lineaire hitradio   
 
Hitradio is there to stay. Er zullen altijd populaire muzieknummers zijn die door grote groepen super gevonden worden. En er zullen ook altijd lijstjes zijn; of dat de Top 40 is of een andere lijst. Dus op het gebied van Hitradio verandert er niet zo veel mits de verschuivingen maar frequent genoeg zijn. Anders blijf je weken, maanden naar dezelfde muziek luisteren. Talpa heeft met ‘top 40 radio’ eigenlijk al een prima invulling gegeven aan digitale hitradio. De grote discussie gaat over het feit hoe de lijstjes worden samengesteld. Waar is succes of hitstatus op gebaseerd? Er moet eigenlijk een neutrale herijking komen voor hits. En niet zoals nu, behalve op de cijfers ook op gevoel en voordracht van een aantal radiomensen die zeggen er verstand van te hebben.

 
 
Talpa moet vooroplopen 
 
En in deze discussie moet YouTube meteen meelopen. Wat daar gezien en geluisterd is, zou nog nadrukkelijker moeten bijdragen aan eventuele hitstatus. Dat luisteren wordt sowieso steeds meer luisteren én kijken tegelijk, dus beeld gaat een nog veel belangrijkere rol innemen. En vanuit die gedachte is over vijf jaar lineaire hitradio zoals wij die al jaren kennen ten dode opgeschreven. Sonos experimenteert niet voor niets met beeld en geluid. De concurrentie kan dus uit onverwachte hoek komen. Als we dan zien dat Martin Garrix met zijn laatste hit meer dan 250 miljoen impressies heeft dan is volkomen duidelijk welke richting het op gaat.

 
 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld dus we zullen hem vooral marketingvragen stellen.
 
 
Tuesday, 04 April 2017 | Written by Redactie Frank.News

Strijd tussen Facebook en Snapchat ontbrandt

 
Door Matthijs Kloezeman

 

Met ‘Facebook Stories’ openen Mark Zuckerberg & Co de aanval op Snapchat. Naast Instagram en Whatsapp worden de filtermogelijkheden nu ook gekopieerd naar het grootste sociale medium. Met als doel het dagelijks gebruik van Snapchat omlaag brengen.

 
De weigering van Snapchat om door Facebook overgenomen te worden zit Mark Zuckerberg blijkbaar nog erg dwars. Zo kopieerde hij al vrij snel de filter-optie van Snapchat naar Instagram. En met succes.

Door ‘Stories’ op Instagram, Whatsapp en nu Facebook te bundelen, zal Mark Zuckerberg de bovenliggende partij worden. In totaal kunnen de verhalenfuncties door immers 1,15 miljard mensen per dag worden bekeken. Daar steken de 158 miljoen Snapchatgebruikers schril bij af.

 
https://www.youtube.com/watch?v=J5etDdpzQs0

 
Aandacht verschuift naar video
Een duidelijke trend die we zien is een verandering in het gebruik van social media. Gebruikers verspreiden steeds meer videocontent dan tekst. Als adverteerder zul je aansluiting moeten vinden op de visueel ingestelde gebruiker. In vergelijking met video hebben banners en teksten steeds minder effect op het engagement van de doelgroep.

Facebook-productmanager Connor Hays zegt daarover tegen techsite The Verge het volgende: ,,De komende maanden gaan we nieuwe manieren introduceren voor de Facebook community om hun eigen frames en effecten te creëren. Effecten die gebruikt kunnen worden op elke foto of video, gemaakt door de nieuwe Facebook camera.”

 
Sponsored filters
Sinds een paar weken kunnen adverteerders in Nederland Snapchat inzetten. De verwachting is dat het adverteren op Facebook Stories binnenkort gelanceerd wordt. Zo wordt er al geadverteerd voor films zoals Despicable Me 3 en Wonder Woman. Zij hebben een gesponsorde filter.

Waar Snapchat vanaf 30.000 euro begint met adverteren, zal Facebook de goedkopere tegenhanger worden. Het grote voordeel daarbij is dat een adverteerder een veel groter en sneller bereik kan realiseren, zeker wanneer de campagne wordt gekoppeld aan Instagram. Iets wat al veel gedaan wordt in de reguliere Facebookcampagnes.

Of Facebook Stories net zo’n succes wordt als Snapchat laat zich aanzien. Dit staat of valt met het gebruik ervan. Het is daarbij de vraag of jongeren zich hiertoe aangesproken voelen. Zij hebben in groten getale Snapchat omarmd. Facebook associëren zij met het platform waar hun ouders zitten en het is twijfelachtig of ze daar ‘grappige’ foto’s op zullen plaatsen. Snapchat is wat dat betreft een stuk intiemer.

 
Matthijs Kloezeman is media adviseur bij Stroom.
Monday, 03 April 2017 | Written by Redactie Frank.News

Impact logo’s in video’s voor het eerst meetbaar

Door Herman Vissia

 

Belangrijk kenmerk van ‘millennials’ en nóg jongere generaties is dat ze visueel zijn ingesteld. Dus graag naar video’s kijken, maar tegelijkertijd snel afhaken zodra ze doorkrijgen dat iets reclame is. Dit zorgt ervoor dat slimme adverteerders al begrepen hebben dat het geen zin meer heeft om (lange) verhalen te houden.

 
Niet alleen prikken jongeren sneller dan ooit door gekleurde dan wel eenzijdige verhalen heen, het vertellen van een verhaal neemt ook nog eens zoveel van hun kostbare tijd in beslag, dat ze er óf niet aan beginnen óf snel afhaken. Hoe zijn jongeren dan wel te raken? Of te beïnvloeden? Door ze visueel te prikkelen, maar op een subtiele manier, die elke betweterigheid ontbeert.

 
Krachtige logo’s  
In deze ‘strijd om het onderbewuste’ spelen bedrijfslogo’s een steeds belangrijker rol. Denk alleen maar aan hoe krachtig de logo’s van bijvoorbeeld Apple, MasterCard en McDonalds zijn. Hoeveel consumenten hebben niet meer vertrouwen in het afgebeten appeltje, de twee door elkaar lopende cirkels en de beide gele heuvels, dan in sommige van hun eigen gezins- of familieleden? De steeds grotere impact van bedrijfslogo’s ten opzichte van verhalen en woorden, wordt wel de ‘symbolisering’ van de marketingwereld genoemd. Logisch dus dat marketeers erop gebrand zijn om de impact van hun bedrijfslogo zo nauwkeurig mogelijk te meten. En logisch ook, dat ze die impact vooral willen meten als het om video’s gaat: met afstand het snelst groeiende medium in het digitale tijdperk.

 
Red Bull begrijpt het nieuwe spel 
Eén van de wereldmerken die dit nieuwe marketingspel al behoorlijk goed in de vingers heeft, is Red Bull. Het investeert niet zozeer in allerlei promotie- en campagnefilmpjes, die uitleggen hoe lekker het is om een blikje Red Bull achterover te slaan. In plaats daarvan sponsort het bedrijf extreme sporten, waarbij het zorgt dat op de sporters, hun attributen of de omgeving waar ze hun prestatie leveren, zo vaak mogelijk de rode stier van Red Bull te zien is. Met andere woorden: Red Bull houdt zich amper bezig met een rationeel verhaal over waarom je Red Bull zou moeten drinken, maar creëert vooral ervaringen waarbij het Red Bull logo zó vaak in beeld verschijnt, dat de ‘coolness’ van de ervaring als vanzelf overslaat op het merk Red Bull en ze vervolgens samen ‘één worden’.

Kijk maar eens naar het YouTube kanaal van Red Bull, t.o.v. Coca-Cola of Pepsi, je ziet daar dat Red Bull over de 6000 filmpjes heeft staan, Coca-Cola iets over de 1300 en Pepsi iets over de 100!
 
Hoe meet je logo in beeld 
Prachtig, natuurlijk (en slim), maar omdat Red Bull miljoenen uitgeeft aan sponsoring wil het - liefst per video - weten wat de impact op de kijker is, zowel kwantitatief (hoe vaak en hoe lang verschijnt ons logo in beeld?) als kwalitatief (in hoeverre verschijnt het logo in beeld op een manier die daadwerkelijk de aandacht trekt?). Alleen al het kwantitatieve meten was tot voor kort zeer complex omdat het logo vaak in het beeld ‘verstopt’ zit: er geen sprake is van een egale achtergrond waartegen het logo helder afsteekt en zodoende gedetecteerd kan worden. Voeg daarbij de rekenkracht die nodig is om aantallen beeldjes met het gewenste logo te tellen en vervolgens te vertalen naar een geloofwaardige index die inzicht geeft in de impact en je begrijpt dat dit geen mensenwerk meer is, maar voer voor computers: een uitstekende gelegenheid om kunstmatige intelligentie aan het werk te zetten.

 
Visuele impact als ‘nieuwe valuta’
Door toenemende rekenkracht en snelle vorderingen op het gebied van ‘deep learning’, wordt het mogelijk om met uitzonderlijke precisie (elk seconde bestaat uit 26 afzonderlijke plaatjes) te berekenen hoe vaak en hoe lang een logo in beeld verschijnt. Dit verschaft niet alleen mogelijkheden aan de adverteerder om sponsorbudgetten op een meer empirische manier te verantwoorden. Voor videoproducenten kan het eveneens een nuttig instrument zijn, bijvoorbeeld als ze van een sponsor de opdracht krijgen om met hun logo in 20% van alle frames van een film zichtbaar te zijn. Met andere woorden: als visuele impact door kunstmatige intelligentie kwantificeerbaar wordt, misschien wel tot meerdere cijfers achter de komma, kun je in zekere zin spreken van een ‘nieuwe valuta’. Sponsordeals over evenementen en videomateriaal dat ervan geschoten wordt, zullen niet langer natte vinger werk zijn, maar berekend kunnen worden in eenheden logoherkenning en merk impact. Dat kan allemaal met logodetectie.
 
Wednesday, 29 March 2017 | Written by Redactie Frank.News

Waarom marketing NS het verschil niet gaat maken

Het olijke duo Nick en Simon in een blinkend schone trein die blijkbaar precies op tijd rijdt. Want alle passagiers kijken blij en zingen vrolijk mee met de gitaardeuntjes van de Volendammers. En het kleine jongetje dat er alles aan doet om zijn moeder zo ver te krijgen dat ze met de trein op pad gaan. Oh oh NS. Wat is jullie zelf gecreëerde fantasietreinenwereld toch een prachtige plek.

 
Het zal best wat eurootjes gekost hebben om deze perfect place te creëren. Maar kennen jullie het aloude marketingmantra niet: wanneer je product niet op orde is, heeft het geen enkele zin om reclame te maken.

Zeuren over de Nederlandse Spoorwegen is zo oud als de weg naar Rome. En ik geef het toe: ook minstens zo uitgekauwd. Maar man, man, man, wat kan ik me ergeren aan die quasi gezellige spotjes, wanneer ik na een flinke vertraging ein-de-lijk thuis achter de tv kruip.

 
Fantasietreinenwereld 
Voor mijn woon-werkverkeer reis ik heel regelmatig een flink eind met de trein: drie keer per week van Dordrecht naar Hilversum en weer terug. Daar kun je heel wat van vinden, maar geloof me, het is niet anders. De trein in dus. Waar ik op zich helemaal geen probleem mee heb, ook al kost het me twee uur heen en twee uur terug. Soms waan ik me namelijk ook in die fantasietreinenwereld van de NS en verheug ik me op die paar uur in de trein waarin ik dan in gedachten nog wat werk verzet op mijn laptop, eindelijk een keer dat boek ga lezen of lekker even mijn ogen dicht doe met een muziekje in mijn oren.

 
De ergernis der ergernissen 
Eerlijk is eerlijk, dat lukt soms ook. En dan is die rit naar Hilversum echt zo erg niet. Maar de realiteit is toch dat er vrijwel élke dag wel iets aan de hand is. Waar de NS niet altijd iets aan kan doen, dat begrijp ik ook wel. Maar al die andere onzin! Gebrek aan materieel, vertraagde stoptreinen die de boel ophouden, goederentreinen die áltijd voorrang krijgen, deuren die niet open gaan waardoor je een perron verder je aansluiting weg ziet rijden, bom- maar dan ook echt bomvolle treinen, dus heel vaak geen zitplaats maar op elkaar gepakt staan als een stuk vee en het op voorhand schrappen van de halve dienstregeling bij een aangekondigde storm of schoolvakantie. En de ergernis der ergernissen die verreweg het meest voorkomt: geen enkel idee hebben waarom je trein niet komt, niet vertrekt, midden in een weiland stilstaat of ineens zomaar van het bord verdwijnt.

 
Get your sh*t together! 
Om de proef op de som te nemen, hield ik een aantal weken bij wat er allemaal mis ging op mijn driewekelijkse ritjes met de NS. Van de 19 reisdagen was het welgeteld 12 keer raak. Een indrukwekkende score. En dat, NS, is precies waarom jullie duurbetaalde gezellige treinspotjes nooit het verschil gaan maken. Zolang de gemiddelde treinreiziger geconfronteerd wordt met deze ervaringen, en meer nog: deze negativiteit deelt met zijn omgeving, kun je Rosannne zingen in de trein tot je een ons weegt, maar krijg je nooit een goed imago. Get your sh*t together! Zorg dat je product, die trein en die dienstregeling, perfect op orde is.  Zorg voor de allerbeste service naar je klant en draai dat imago om naar iets positiefs. Alleen dan kun je het verschil maken!

 
Tuesday, 28 March 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Adverteerders zoeken steeds vaker alternatief voor tv-reclame

Adidas stopt met tv-reclame. Niet erg, want ze adverteerden daar toch al niet veel, zeggen sommige experts. Maar tv-budgetten deels of helemaal terugtrekken is wel degelijk een trend. En dat kan hard gaan.

De beslissing van Adidas om te stoppen met tv-reclame haalde in Nederland zelfs de verschillende landelijke dagbladen. De beweegredenen voor Adidas zijn duidelijk: wij hebben jonge klanten en die kijken steeds minder tv. De Duitsers richten zich dan nu op sociale kanalen voor hun uitingen. Tv-exploitanten schrikken er misschien niet direct van, want hoe groot Adidas wereldwijd ook is als merk, op de traditionele buis is het slechts een kleine speler. Enkele tienduizenden euro’s besteedde Adidas vorig jaar aan tv-reclame, volgens cijfers van Nielsen. Vijf jaar geleden zat dat nog ruim boven de miljoen.

 
Zorgen makenMaar de tv-bedrijven moeten zich wel degelijk zorgen maken. Want voor de marketingwereld geldt: als er één schaap over de dam is… Het is geen geheim dat adverteerders elkaar scherp in de gaten houden. Gaat een groot merk bijvoorbeeld internationaal pitchen voor een nieuw mediabureau, dan volgen er meer. En dan hebben we een trend.
Dat geldt ook voor de tv-budgetten. Vorig jaar was dat al terug te zien in de Nederlandse tv-bestedingen. De top-25 van adverteerders deden veel minder op tv dan voorheen, becijferde de grootste tv-reclame inkoper GroupM al eens aan het einde van vorig jaar. Hoewel tv een belangrijke manier blijft voor adverteerders om een breed publiek te bereiken, zoeken ze steeds meer andere kanalen op. De reden: de dalende traditionele kijktijd in jonge doelgroepen, maar ook in de categorie 20-49 jaar.
Zo is de grootste adverteerder van Nederland nog altijd Unilever, maar dat bedrijf besteedde in 2016 maar liefst 28 procent minder op televisie dan het jaar ervoor. Daar staat overigens wel tegenover dat Unilever-concurrent Procter & Gamble (P&G) juist 64 procent meer budget over had voor tv. Maar dat kan een tijdelijke opleving zijn, want P&G bouwt dit decennium het tv-budget wereldwijd gestaag af.

 
Keuze voor andere kanalenBij elkaar opgeteld daalde de reguliere spotomzet – daar waar de tv-bedrijven nog het meeste geld mee verdienen – in Nederland in 2016 met 2 procent. Adverteerders kiezen – net als Adidas – steeds meer voor andere kanalen: uiteraard online (bijvoorbeeld social media en online video of contentmarketing), maar ook bioscoop. Want in de bios bereikt men wel de jonge klanten die geen zin hebben om ’s avonds hun tv aan te zetten.
Dat merkte ook RTL afgelopen jaar. Na jaren van groei kwam er in 2016 de klad in. De brutowinst daalde van 101 miljoen naar 85 miljoen euro, omdat er sprake was van een krimpende omzet uit tv-advertenties. RTL, maar bijvoorbeeld ook SBS, verhoogt daarom de tarieven voor adverteerders. Dat is niet logisch: er is minder vraag naar tv dan voorheen. De prijsstijgingen kunnen een averechts effect hebben, want adverteerders vinden tv dan te duur worden en gaan nog meer op zoek naar alternatieven. Volgende week weten we de kijktijd- en bestedingscijfers van het eerste kwartaal van dit jaar. Dan zal waarschijnlijk duidelijk worden dat de dalende tendensen doorzetten.

 
Wednesday, 22 March 2017 | Written by Bram van Noord

De revolutie van mediapodcasts

Op de een of andere manier belandde ik de afgelopen weken in de wereld van de mediapodcasts. Tijdens het afwassen, fietsen naar de supermarkt en dat wat doorgaat voor hardlopen luisterde ik naar drie series podcasts waarin makers veel over media en marketing praten. Grote vraag: voegen ze iets toe aan de bestaande stroom media- en marketingnieuws?

 
Goede vrienden Blendle-bedenker Alexander Klöpping en De Correspondent-uitgever Ernst-Jan Pfauth hebben inmiddels driekwart jaar een podcast over media. Ze praten over allerlei (online) mediaontwikkelingen, maar ook over hun dagelijkse ergernissen over - bijvoorbeeld - de NOS en Facebook. De podcast werkt heel goed doordat ze zeer goed geïnformeerd zijn, de mannen redelijk eerlijk zijn en het goede vrienden zijn.

 
NPO aangepakt 
Klöpping is natuurlijk best vaak op TV te zien, maar het belemmert hem niet om de NPO stevig aan te pakken. Zo’n dienst als ‘Uitzending Gemist’ vindt hij bijvoorbeeld helemaal niets. Je kan er niet lekker doorheen scrollen en je krijgt geen handige alerts/nieuwsbrieven met boeiende VPRO-programma’s. Het wordt in zijn ogen nooit iets, want hij heeft geen vertrouwen in de makers. Het aardige is trouwens dat hij, bij latere afleveringen, van de tot nut toe acht podcasts die ze maakten, een beetje bijdraait over het ouderwetse NOS Journaal. Een jaar geleden vond hij dat nog vooral ouderwetse truttigheid, maar in tijden van fakenews ziet hij het instituut als een soort houvast voor mensen dat tenminste nog iets van objectiviteit biedt. Over Facebook is hij trouwens veel meer uitgesproken. Dat is het grote gevaar dat de wereld kapot kan maken. Check die podcast van 8 maart - de meest recente versie van de podcast. Ongetwijfeld zal hij iets vertellen over de recente beslissing van NRC om uit Blendle te stappen (wat heel dom is, maar dat terzijde).

 
DoorgeslagenNou ja, de mannen weten dus veel, maar slaan soms een beetje door in hun verhalen over allerlei obscure hippe mediaclubjes. Pfauth lijkt wat meer te geloven in dat jonge, hippe optimistische globalisme, terwijl Klöpping dat gevoel van ‘kijk ons even hippe online nerds zijn die altijd in New York zitten om kennis te maken met vreselijk gave mensen’ wat scherper kan relativeren. De mannen hebben een click en dat is geinig. Ze kunnen elkaar aanspreken op iets persoonlijks en dat koppelen aan media. Alexander was naar Polen geweest en daar maakte hij wat Snapchatfoto’s. Pfauth gooit dat vervolgens de podcast op waarna Alexander zegt: is dat eigenlijk niet privé?

 
The Post Online Podcast
Bert Brussen van The Post Online zet zich in zijn podcast natuurlijk af tegen alles wat maar een beetje geurt naar de grachtengordel. Het gaat hier over veel meer dan over media, maar het politiek correcte gehalte van allerhande anti-Trumpmedia is wel een goed onderwerp voor Brussen die deze podcast samen maakt met RTL-journalist Roderick Velo. Terwijl ik al snel afhaak in de Zwarte Pietendiscussie, helemaal niks met de PVV heb, vind ik het onderwerp ‘linkse media’ altijd weer boeiend. Ikzelf ben veel te genuanceerd (daarom werkte het ook niet zo goed dat ik een paar maandjes voor The Post Online schreef) maar soms is het PvdA-gehalte van programma’s als DWDD mij zelfs te groot. Niks mis met eerlijk delen, maar dat schijnbare monopolie van de waarheid, terwijl heel veel mensen anders tegen onderwerpen als ‘immigranten’, ‘cultuur’ en ‘ondernemerschap’ aankijken, is wel eens ergerlijk. Stel: je wilt je even laten bijpraten over Trump nadat hij net de verkiezingen heeft gewonnen, zit vol vragen over zijn achterban en je schakelt DWDD in. Dan zie je daar alleen mensen die constant op hem inhakken en grappen over hem maken. Of je ziet een kijkcijferkenner heel gebalanceerd uitleggen dat de NPO helemaal geen moeite heeft om de gewone man aan te trekken. Veel kijkers zien Pauw & Jinek, DWDD en Nieuwsuur en denken: ik weet niet wie dit allemaal heeft gemaakt, maar in mijn wereldbeeld past het voor geen meter.

 
Stevige achterban 
Precies dit onbehaaglijke gevoel dat mensen bij een programma als DWDD zelf niet zo goed kunnen benoemen omdat ze lekker elke dag door het Vondelpark naar de redactie fietsen -  terwijl niet-stadbewoners hopen dat hun kantoorbaantje niet is overgenomen door robots - zit verborgen in de vermakelijke podcast van Brussen. Natuurlijk is het soms een beetje ongenuanceerd allemaal, maar hij heeft wel een sterk eigen geluid en een stevige achterban. Bovendien maakt hij - net zoals Klöpping et al trouwens - onderdeel uit van een (internet)-generatie die zijn eigen waarheid liever construeert dan te kijken naar de bestaande orde. Het is boeiend om naar die kritische denkers te luisteren. En ja, ik moet gewoon keihard lachen als Bert Brussen zich boos maakt. Dan komen die goedlopende volzinnen, die oprechte woede, vooral als Fransisco van Jole ter sprake komt. Gaat het Bert?, zegt Velo dan.

 
This old marketingJoe Pulizzi en Robert Rose zijn niet alleen de meest vooraanstaande contentmarketinggoeroes van de wereld, maar ze hebben ook een vrolijke click met elkaar. In hun podcast bespreken ze allerlei geslaagde en minder geslaagde contentmarketingcases en dat doen ze met veel kennis van zaken, zonder dat het droge kost wordt. Dat komt doordat ze allebei ook wat privézaken inbrengen waardoor je een soort tweede laag krijgt die belangrijk is bij het luisteren naar podcasts. In een van de vier afleveringen die ik luisterde was Pulizzi bijvoorbeeld naar zijn oude highschool gegaan voor een of andere ‘medal of honour’. Iets verderop in de uitzending vertelde Rose over zijn terugkeer naar zijn highschool waar hij als een van de enigen niet in sportoutfit was afgebeeld.
Maar wat vooral bij blijft is hun duidelijke visie. De rode draad? Blijf je als mediapartij verzetten tegen de almacht van Facebook want als je je neerlegt bij dat distributiemodel zul je altijd verliezen omdat Zuckerberg en co dan de regels bepalen. Ze kunnen ook perfect hun vinger leggen op de zere plek waar het misgaat met contentmarketingcampagnes. Vaak heeft het alles te maken met een te grote focus op de campagne en te weinig op de wensen van het publiek. Ze blijven gepassioneerd uitdragen dat contentmarketing gaat om het verleiden van doelgroepen om uiteindelijk op de lange termijn iets aan hen te verkopen. Dat het gaat om het opbouwen van een fanschare. Ze zullen het blijven zeggen en opnieuw en opnieuw en opnieuw.

 
Conclusie: media moeten veranderenTijdens het luisteren naar podcasts heb je - in tegenstelling tot bij radio - het gevoel dat de makers je vrienden worden, ook omdat ze precies over dát onderwerp praten waar jij ook interesse in hebt. Prettig aan een hele serie afleveringen luisteren is dat je wat grote verbanden leert zien in de media, alsof je in de collegezaal van de onderschatte studie communicatiewetenschap zit. Je krijgt mee dat Facebook alleen interesse heeft in het zo lang mogelijk vasthouden van zoveel mogelijk mensen in plaats van dat het mensen wil informeren. Je leert kritisch kijken naar het Mediapark, waar een oude generatie de dienst uitmaakt die niets weet van de manier waarop jonge mensen media consumeren. Voor ‘Hilversum’ is Snapchat een verzameling jongeren met scheve petjes die hun zinnen niet afmaken. Je leert ook dat veel contentmarketeers, zelfs in de VS, nog te weinig nadenken over hun doelgroepen. Je krijgt mee dat sommige media iets zeggen, niet omdat het klopt, maar omdat ze dolgraag de bestaande verhoudingen in stand willen houden. Ze denken dat hun schijnbaar onderbouwde meningen superieur zijn omdat ze nu eenmaal zo lekker genuanceerd zijn. Maar er hangt gelukkig verandering in de lucht. Het moet eerlijker, beter, transparanter en mensen als Pfauth, Brussen, Pulizzi, Rose en Klöpping gaan die verandering een beetje dichterbij brengen. Toch?
Wednesday, 08 March 2017 | Written by Bas Hakker

Igor Beuker: ARPU beste wapen in strijd tegen Google en Facebook

Door Igor Beuker

Vanwege zijn radicale visie op marketing, media, digitale transformatie en innovatie is Igor Beuker tijdens 150 internationale conferenties per jaar en op Twitter, met regelmaat trending topic als ‘Math Man in a world of Mad Men’. Wij vroegen de man om zijn radicale visie te geven op het mediabedrijf en de uitgever van de toekomst.

Begin dit jaar werd al snel duidelijk; 2017 wordt een bijzonder en bewogen jaar in de geschiedenis van het internationale maar ook Nederlandse medialandschap. Er zijn grote overnames op komst en nieuwe sterke spelers zullen onze mediamarkt verder op zijn kop zetten. Alsof uitgevers en mediabedrijven al niet genoeg op hun bord hadden in de ongelijke strijd tegen het duopolie van Facebook en Google.
 
Digitale transformatie te langzaam
Deze dynamiek legt nog meer druk op de digitale transformatie, die bij een aantal merken en mediabedrijven nog altijd tergend langzaam gaat vanwege grote interne weerstand en een te hoog gehalte aan lineair ‘Mad Men denken’. Iedereen wil innoveren, maar bijna niemand wil veranderen. Kijk naar De Telegraaf. Hoe lang heeft men het tijdperk van Digitaal Darwinisme daar niet getart? Het ijzeren redactiebolwerk onder leiding van ex-hoofdredacteur Sjuul Paradijs, was onvermurwbaar als het ging om vernieuwing. Onbegrijpelijk als je beseft dat de aard van een journalist toch juist ‘nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen’ zou moeten zijn. Die exercitie gaat bij De Persgroep een stuk sneller en beter geïntegreerd. Christian Van Thillo heeft blijkbaar wel een Math Man bril.

Ook in de broadcastwereld lijkt ‘advertising may win quarters, innovation wins decades’ nog niet iedereen overtuigd te hebben. Neem RTL. Het investeert op tijd in digitaal, data, MCN’s, Videoland en het durft media for equity met startups aan. Hier zien we een geïntegreerde digitale transformatie met visie en lef, denk je dan. Totdat er eind 2015 in NRC een interview verscheen met RTL’s programmadirecteur Erland Galjaard, waaruit blijkt hoe lastig 360 graden digitale transformatie daadwerkelijk is.

 
Inhaalslag met Facebook en Google
Het geeft meteen al aan waar mediabedrijven een inhaalslag kunnen maken op de Facebooks en Google’s van deze wereld. Voor tijdige én succesvolle 360 graden digitale transformatie moeten intern wel alle neuzen dezelfde kant op staan. Verder is een geavanceerde digitale strategie nodig en de juiste skills aan boord. Want digitaal is als een NASA-missie naar Mars. Klaarmaken voor vertrek! De juiste mensen en tools aan boord.

Als je als mediabedrijf straks nog een rol van betekenis wilt spelen in de duopolie van Facebook en Google, dan moet je nu wel uit een heel ander vaatje gaan tappen. En vooral het lineaire Mad Men denken nu echt los gaan laten. Want anders snijden deze twee grootmachten straks nog meer mediabedrijven uit de waardeketen. Zoals ik hier toelicht in een van mijn keynotes:

https://www.youtube.com/watch?v=bdoJUxcmbyk&feature=youtu.be

Het mediabedrijf dat in de toekomst de eindrondes wil halen van de digitale Champions League zal zich snel moeten versterken met drie nieuwe superspitsen om te kunnen scoren tegen Facebook en Google: een CDO, CIO en CTO. Want alleen met hun expertise kunnen mediabedrijven tijdig switchen naar een datagedreven, geïntegreerde digitale strategie- en Bimodal IT (being digitally agile, without making a mess). Het Math Men dreamteam van Facebook en Google kun je nimmer verslaan met een Mad Men team. Ja, in Utopia misschien. Maar dan niet de versie van Talpa. Mad Men uitgevers dachten recent nog dat alleen Blendle zou volstaan als digitale strategie. Dat zegt alles over hun visie, kennis en kunde van digitale trends en technologie.

 
Aanpassen of uitsterven
Na Kodak, Nokia, V&D en de schijninnovatie bij Blokker lijkt de sense of urgency toch wel duidelijk? Digitaal Darwinisme betekent aanpassen of uitsterven. Als strateeg bij WPP was ik de spil tussen merken, uitgevers, mediabureaus en Facebook en Google. Ik zag Red Bull en meer merken marketing en media in huis halen. Ook Unilever en P&G hielpen we naar een veel hogere ROI op hun media-investeringen met een digitale strategie. Ook ontdekte ik dat Facebook en Google nog maar met hun warming-up bezig waren en dat de buitenwereld alleen het topje van de ijsberg zag. Achter de schermen werd al snel duidelijk welke disruptie men voor ogen had en welke geavanceerde datagedreven programmatic platformen en exchanges men toen al had. Ook werd ik me bewust van hun sluwe trukendoos. Onder Obama I en II gingen Larry, Mark en de rest van de ‘San Francisco gang’ er vandoor met de privacy en data van de consument. Facebook introduceerde tegen ieders verwachting ‘EdgeRank’ en de Panda’s en Pinguïns in de Google Zoo bleken onverwacht toch roofdieren. Tot op de dag van vandaag begrijpen te veel mediabedrijven niet hoe ze met deze ‘walled gardens’ om moeten gaan.

 
Het nieuwe uitgeven
Een prachtig voorbeeld van slim, non-lineair digitaal uitgeven komt van twee outsiders: Jeff Bezos van Amazon en Jack Ma van Alibaba. De mannen zijn volledig bleu en blanco op uitgeefgebied en dat is precies hun grote voordeel in de nieuwe wereld: zonder legacy en dooddoeners als ‘maar zo doen wij het hier al 20 jaar’. Ze bekijken de digitale trends door hun ‘Math Man lens’ en gebruiken data en digitaal voor disruptieve nieuwe businessmodellen. Bezos kocht in 2013 voor 250 miljoen US Dollar de 140-jaar oude krant The Washington Post. Zonder ervaring als uitgever transformeerde Bezos de krant in drie jaar tijd van een noodlijdend bedrijf tot een moderne data-gedreven digitale uitgever die weer groeit in vele opzichten. Ma kocht in 2015 de Engelstalige versie van de krant uit Hong Kong, de South China Morning Post voor de som van 266 miljoen US Dollar. Ook Ma hanteert een ‘parsing publishing strategie’. Ze doorboren oude businessmodellen zonder kannibalisatie. Uit ervaring weet ik dat dit valt of staat met een radicale visie, de juiste mensen aan boord, een vernuftige digitale strategie, customer centricity en ARPU (Average Revenu Per User)-denken. Data is het nieuwe goud, mits je waarde van data op waarde kunt inschatten. Een fool met een tool is en blijft een fool.

 
Waar krijgen Facebook en Google tegengas?
Grote uitgevers en merken met diepe zakken kunnen nu nog acquireren en innoveren. Dus Facebook en Google krijgen nog wel tegengas. Zeker als ook big spenders als P&G (omzet 7 miljard US Dollar per jaar) en Unilever (6 miljard US Dollar per jaar) een paar procent van hun jaarlijkse mediabudget gaan investeren in een POE-strategie (distributie content via Paid, Owned en Earned media) en in ‘ad-technologie’. Dit soort machtige merken kan de Facebook en Google duopolie nog wel openbreken. Als je niet de grootste of sterkste ben, kun je als mediabedrijf nog wel slim en agile zijn en in je digitale strategie ook samenwerken met Facebook en Google. Maar dan wel met een Math Man bril op en sluw, zoals BuzzFeed en Vice.

 
Onmogelijke missie  
Veel spelers in de gecompliceerde media- en uitgeverswereld hebben gewikt, gewogen en gewacht. Nu staat het water hen aan de lippen in vele opzichten. Men moet, naast hun krimpende businessmodel, ook nog even meters maken op vele andere vlakken: ARPU, CRM, loyalty, terug naar ‘zachte’ in plaats van ‘harde paywalls’, mobiel, apps, wearable, video, native, programmatic, DSP’s (beheersysteem digitale advertenties, Digital Side Platform) en straks ‘addressable’ er nog even bij. Ondertussen vechten die uitgevers ook al tegen de adblockers en worstelen ze met wisselende wetgeving. Daar komt de strijd tegen Facebook en Google dan nog even bij. En alsof dit al geen mission impossible is, is er nog die verdomd gecompliceerde digitale strategie en dat digitale transformatieproces, waarbij de organisatie 360 graden moet kantelen. En dat in een cultuur die vaak nog doordrenkt is van blauw bloed (inkt) en weerstand die beschermd wordt door een redactieraad en een OR. Of in de lineaire TV wereld, waar men alleen nog denkt in kijkers in plaats van loyale klanten met een toenemende ARPU. Prettige wedstrijd!

 
Meer dan geld verdienen met advertising
Math Men uitgevers en mediabedrijven zien allang dat advertising alleen niet meer zaligmakend is. Ze hebben een hybride businessmodel waarbij 30 tot 50 procent van hun inkomsten komt uit e-commerce, media for equity (zoals bij Condé Nast), MCN’s en subscription services als Videoland (zoals bij RTL) of de parsingstrategie van Bezos en Ma. Math Men kijken niet naar digitale trends, ze verzilveren ze stuk voor stuk. De Mad Men? Die zijn verslaafd aan advertising en dat model alleen volstaat niet meer in het tijdperk van Digitaal Darwinisme. Kijk maar naar de reclamebureaus. Ze hebben decennia prachtige verhalen verteld, maar hoe eindigt hun eigen verhaal straks? Waar was hun eigen transformatiestrategie?

 
Collaboratieve ecosystemen en geen egosystemen
Nog dit jaar krijgt een aantal mediabedrijven en uitgevers in Europa en Nederland een nieuwe en mogelijk laatste kans. Een sterke mediaspeler ontwikkelde namelijk een wapen tegen Facebook en Google dat ik nog maar even betitel als een nieuw uitgeverscollectief dat lijkt op een model uit de sharing economy. Ik adviseer uitgevers om dit soort collaboratieve ecosystemen zeer serieus te bekijken en niet wars blijven hangen in het zoveelste ‘not invented by me’ egosysteem. Alleen samen sterk is voor veel partijen de enige manier om te overleven en de walled gardens van Facebook en Google te doorbreken. Maar dat vereist een radicale Math Man visie en mentaliteit. Het is nu of nooit.

 
Adblocking: twee voor twaalf
Idem geldt voor adblocking. Zowel merken als media kunnen nu nog zorgen dat niet nog meer grote hordes consumenten adblockers blijven installeren. Maar het is twee voor twaalf. Te vaak staat de consument totaal niet centraal in onze digitale strategie. Uitgevers moeten hun lezers gaan behandelen als klanten, niet als kijkers. Idem voor TV netwerken. In een hybride businessmodel heb je geen kijkers, maar klanten. Dat betekent CRM en ARPU- denken in je digitale strategie. Dat gaat veel verder dan spammy performance en pop-ups. Ook pushy branding en one-size-fits-all pre-roll en mid-roll video’s passen bij het traditionele lineaire denken. Mediabedrijven die denken dat dit de manier is om millennials aan je te kunnen binden? Think again. Millennials swipen dit soort ‘Mad Men meuk’ meteen naar links, zoals op Tinder. Als merken en mediabedrijven hun digitale strategie (internet, mobiel, social media) niet veel slimmer, relevanter en persoonlijker maken dan zit over vijf tot tien jaar het gros van alle millennials achter de adblocker. En de CMO in het museum.

 
ARPU is the name of the game  
Voor Amazon werkte ik jaren als ARPU-strateeg en inmiddels kopiëren veel merken en media gelukkig dat ARPU-model. In dit hybride businessmodel ligt de focus op de inkomsten per klant per jaar. En zo kijkt ook een Math Man als Bezos naar zijn publishing model. Hoe krijgen we klanten van 500 US Dollar per jaar naar 1.000 US Dollar per jaar? Zijn krant van 140-jaar oud heeft geen lezers, maar klanten. De ARPU-meter gaat aan. En er is nog nooit een CEO of CMO op straat geflikkerd, of een mediabedrijf omgevallen, omdat de P&L onder de streep winstgevend was dankzij een hybride businessmodel. De kleur van geld is groen en wie boeit het dat je groeit met meer dan alleen inkomsten uit advertising? Dat gedachtegoed wens ik alle mediabedrijven toe in het tijdperk van Digitaal Darwinisme. Aan de mediabestedingen ligt het ook niet, we zijn verslaafd aan advertising, maar dat model kan breder en beter. En deze strategie helpt met het bestrijden van het Facebook en Google duopolie. Want anders vreten ze straks de hele taart voor onze neus op. En dat is niet goed voor het mediavak, content en journalistiek. Dus de Math Man bril op en trends verzilveren.

 
Kopen in plaats van liken
Ook bij grote merken als Nike en Red Bull is de digitale en sociale strategie klant- en ARPU gedreven. Het gaat niet meer alleen om bereik of bereik via influencers. Ik heb daar als strateeg moeten vechten voor ARPU en social media ROI. Alleen bereik? Hou toch op. See, Like en Buy wil ik zien in social media. Niet alleen bereik en likes. Als je als merk of DJ echte fans hebt, gaat het vooral om ARPU en of ze je shit kopen. Van alleen kijkers en likers, slijt je tapijt. De kassa moet rinkelen en klanten moeten loyaal zijn en vaker kopen.

Bij Nike was het heerlijk werken. Die vonden het ARPU-model logisch. Als de digitale strategie aangaf dat 90 procent van alle advertising en content super relevant, op maat en hyper gepersonaliseerd moesten zijn? Just do it. Die begrepen wel; dat TV nu nog one-size-fits all commercials zijn, maar digitaal waren 100,000 video’s volledig gepersonaliseerd, tot je eigen running data in je eigen content. Daar ligt de lat voor de consument. Doe je best maar voor klanten. Ook in je service en producten. Daarom was Nike ID een logische stap voor alle andere merken uit. In fashion geven veel merken nog steeds een zak geld aan een paar influencers in ruil voor bereik, maar verder doen ze geen moer voor hun klanten. Dat bedoel ik met zieltjes en bereik kopen. Dat is advertsing, media en bereik, ofwel Mad Men denken. Dat is niet te vergelijken met een Math Men marketing en ARPU-strategie.

 
Blije aandeelhouders
Veel uitgevers hebben nog abonnees die jaarlijks 50 tot 300 euro per jaar betalen. Zelfs Reed Hastings van Netflix kijkt daar jaloers naar, die ARPU. Dus ik zou print zeker programmatic maken, maar vooral een hybride model introduceren waarbij ARPU de basis vormt. Ook TV makers als RTL snappen dat model met Videoland. Toch lekker als je 100,000 abonnees hebt die ieder jaar goed zijn voor circa 100 Euro? En als je straks met programmatic en later addressable TV de advertentie ARPU per klant per jaar ook nog ziet stijgen, dan wordt het nog gezellig ook. De ARPU nog wat boosten met e-commerce en media for equity en je bent zo voorspelbaar als Amazon. En daar worden aandeelhouders blij van.

 
Het waait niet over
Alle media worden digitaal dus het waait toch niet over. De krant van toen lezen we straks alleen nog digitaal. Dus content gaat van social, naar mobiel en dan wearable. En TV wordt zoals het internet: targetable, programmatic en addressable. If you can’t beat the movement, join it. En dat geldt ook voor de strijd tegen het duopolie van Facebook en Google. Je hebt hele diepe zakken en acquireert, of je bent slim en aggregeert en cureert, of je werkt samen waar nodig. Met een uitgeverscollectief. Of met Facebook en Google. Allemaal kan ook prima. Want een Math Man, die zanikt niet over hoe het altijd was. Die kijkt niet alleen naar trends, die verzilvert ze ook. Overleven en groeien is zijn game.

 


Igor Beuker richtte in 1997, met een aantal pioniers, IAB Nederland op, om de fundering, regulering en groei van de Nederlandse internetindustrie te stimuleren. Al in 2008 verkocht Beuker zijn community en social marketingbureaus aan ’s werelds grootste medianetwerk WPP. Bij WPP ontwikkelde hij marketingstrategieën voor merken als Amazon, Nike, L’Oréal en Unilever en keek diep in de keukens van Facebook, Google, CNN, BuzzFeed en Vice.
Monday, 06 March 2017 | Written by Redactie Frank.News

Wat als aantal likes alles gaat bepalen

Dat veel tijd doorbrengen op social media niet bevorderlijk is voor je gemoedstoestand, rust en geluk wisten we natuurlijk al lang. Al is het maar omdat talloze studies dat telkens opnieuw uitwijzen. Maar niets zo overtuigend als visualisatie. En dat bewijst de Netflix-topper Black Mirror, de anthologieserie die in elke aflevering aandacht besteedt aan de bijwerkingen van moderne technologie en internet.

 
Met een grote belangstelling bekeek ik een paar weken geleden in ‘een poep en een zucht’ alle op Netflix verschenen seizoenen van Black Mirror uit. Op aanraden van een vriendin, die precies goed had ingeschat dat ook ik deze serie een verrassend pareltje zou vinden, het grensde aan serendipiteit. Voor mensen die ‘m al lang kennen: BM is inderdaad niet nieuw. De eerste aflevering van de Britse serie verscheen in 2011. Na de eerste twee seizoenen nam Netflix de uitzendrechten over van Channel 4. Het derde seizoen, bestaande uit zes afleveringen, verscheen pas eind oktober 2016 op Netflix.

 
Like, like, like 
Van alle afleveringen intrigeerde aflevering 1 van het derde seizoen ‘Nosedive’ me misschien wel het meeste. Geënt op het gegeven dat we leven in een wereld die draait om extreme online bevestiging. In de vorm van likes, hartjes, swipes, comments, endorsements and so on. In de aflevering geven mensen elkaar ratings door middel van een sterrensysteem à la Uber of Airbnb. Maar dan in real life. De ratings zijn direct zichtbaar voor de ontvanger en volgers op hun telefoon. Een vriendelijk praatje in de lift met die trien van vroeger? Goed voor 4 sterren. Een compliment over het gratis koekje bij de koffie (voor je ‘m in de prullenbak flikkert natuurlijk), 5 sterren in de pocket van de bakker!

 
Oopsy daisy 
Hoe meer likes je krijgt, des te meer deuren gaan er voor je open in de wereld die in Nosedive wordt beschreven: de beste tafel in je favoriete restaurant, korting op een exclusief appartement, de fast lane op het vliegveld… Het ligt allemaal binnen handbereik. Er is maar één voorwaarde: vergeet gewoon even wie je bent en wees niet langer jezelf, wil je? Je identiteit is volledig ondergeschikt aan sociaal wenselijk gedrag. Wees leuk tegen elke willekeurige voorbijganger, strooi met valse complimenten, negeer iedereen met een te lage ratingscore (slecht voor je imago!). En als je slachtoffer wordt van - ik noem maar iets - een auto die je door zijn ‘sportieve rijstijl’ in combinatie met een grote plas op de weg voorziet van een nat pak, dan zeg je ‘Oopsy daisy’ of iets in die trant. En dus niet ‘kutzooi!’, omdat die ‘k’ er zo lekker uit knalt. Ga vooral zelf kijken, maar in de serie mondt al dit onnatuurlijke gedrag en deze valse bescheidenheid uiteindelijk uit in haast psychotische razernijen.

 
Blote konten manie 
Een hyperbool? Een tikkeltje absurdistisch, noemde een vriendin het. Maar zo overtrokken komt de aflevering op mij helemaal niet over. Zeker niet als ik kijk naar Instagram en hoe veel twenty something meiden zich profileren en op zoek zijn naar die bevestiging. Vol verbazing scroll ik door een toenemend aantal profielen vol blote, bolle konten. Meiden die in een stringetje op de foto staan, de kont pront naar achter met de tekst ‘happy humpday’. Of – erger nog – een quote die compleet los staat van die kont. Maar bijvoorbeeld een quote die jou vertelt dat alles in het leven mogelijk is. De rating – ha, leuke woordspeling, ja – bestaat hier uit het geven van ‘perziksymbolen’, ten teken dat de bolle bips een ‘enorme inspiratie’ voor de liker is.

 
Behoefte aan bevestiging 
Vooral jonge meiden zijn op Instagram bezig met bevestiging. ,,Zij hebben behoefte aan herkenning en een like betekent: ik vind jou leuk,” zo zei kids- en jongerenmarketeer Angela Weghorst naar aanleiding van een groot onderzoek al eens in een interview met frank.news.

Was het eerder nog trend om jezelf alleen in het beste licht, met de beste filter, goed in de make-up en net nadat je gepoept had (want platte buik) te fotograferen. Tegenwoordig draait het om #bopo (body positivity). Licht hoeft niet meer flatterend te zijn, cellulitis wordt niet gephotoshopt en over een rolletje hier en daar wordt liefdevol gesproken… Dit zou echt een fantastische ontwikkeling zijn voor alle vooral jonge meiden die kampen met onzekerheid – dat meen ik! - ware het niet dat ook hier weer een druk vanuit gaat. Want nu doe je pas echt mee als je jezelf in vol ornaat laat zien. Moet je juist foto’s met ijsjes posten en is het een sport jezelf onflatteus neer te zetten…. Maar wat nou als je daar helemaal geen zin in hebt, maar je bent 20 en voelt de druk om vooral mee te doen?

 
Verkeerd signaal 
Het barst op Instagram onder deze jonge meiden van de ‘ED survivoris’ (eating disorder, red.) of ‘mental health advocates’ die daarmee laten zien dat een eetstoornis – overwonnen of niet – nog altijd een groot onderdeel van hun identiteit uitmaakt. Ze vertellen de valse boodschap ‘dat je er mag zijn’ en dat ‘je jezelf alleen met jezelf moeten vergelijken’, maar posten daarbij wel doodleuk dat plaatje waarin ze zelf met perfect lijf in de laatste mode of een bikini staren naar een stip op de horizon. ,,O, had ik maar zo’n lichaam teruggekregen na het genezen van mijn eetstoornis,” gonst het in de comments. Is dat dus echt het signaal dat je een meisje dat een eetstoornis had of heeft wilt geven? Ze gaan mee in de hype van fitnesswedstrijden, zetten zich er een paar maanden later weer tegen af en posten junkfood foto’s #girlslovecarbs. Bedenken dan dat ze meer zijn dan fitgirl en halen het woord uit hun accountnaam, om vervolgens de balans op te zoeken. We zien een truttige foto van 1 glaasje wijn of een stuk cheesecake #balanceiskey, waarmee ze anderen – onbedoeld? - laten zien hoe gedisciplineerd ze zijn. Ik zie namelijk nooit foto’s van een uit de hand gelopen avond met 2 flessen wijn of 4 keer in de week een stuk taart, omdat er nou eenmaal veel verjaardagen waren. De volgers vinden elke nieuwe richting weer even inspirerend voor hun eigen leven… En meestal tussen deze fases door zijn er wat periodes dat de populaire meiden even een break nemen op Instagram, omdat ze erachter kwamen dat er meer is in het leven. Maar gelukkig zijn daar de vele likes en warme reacties bij terugkomst.

 
Wolf in schaapsklerenhype 
En dan hebben we nog de transformatiehype. Wil je een paar K aan likes binnenhalen dan moet je transformeren. Dat hoeft niet heel schokkend te zijn hoor. Een nieuwe job is al voldoende. Als je het maar goed dik aanzet en het emotioneel maakt. Dan ben je direct een bron van inspiratie voor iedereen die ook best wat anders zou willen. ,,Eerst had ik een goede baan in het corporate bedrijfsleven. Nu werk ik voor een sportschool en ben ik professioneel fitgirl.” Ik maak geen grap, woorden van deze strekking komen voorbij. Geen ruimte voor grijs; bedrijfsleven: boeh, slecht! Fitgirl: goed. Wat volgt is een lading aan positieve reacties, waarna deze Instagrammer elke zoveel weken een variatie op de post over haar carrière switsch-verhaal doet. Want wat als de likes te lang uitblijven? ,,Jullie reacties zijn zo fijn. Zal ik anders een blog starten over ‘mijn verhaal’ om jullie te inspireren?’ Inspiratie mag van mij nu tot grootste, sleetste containerbegrip worden verklaard.”

Noem me een azijnzeiker, maar deze ontwikkeling vind ik kwalijk! De ‘wolf in schaapsklerenhype’. Al die meiden die anderen online aanmoedigen zichzelf te zijn, terwijl ze ondertussen (onbewust) een heel ander geluid afgeven.

 
Seizoen 4
Nog even over Black Mirror dan! Seizoen 4 is in de maak en Jodie Foster schijnt director van een van de afleveringen te zijn. Waarschijnlijk is het seizoen in de herfst van dit jaar te zien op Netflix. Ik kan niet wachten.
Thursday, 02 March 2017 | Written by Lianne Kooistra

Zuchten van WhatsApp

Onlangs lanceerde WhatsApp een nieuwe functie: Status. Een stories-achtige toepassing, precies zoals Snapchat en Instagram die al langer hebben. Met Status kun je foto’s en video’s delen met al je WhatsApp-contacten. Of met een select clubje. Of met slechts één contact. Deze kiekjes en filmpjes verdwijnen vervolgens na 24 uur vanzelf weer. Juist, precies zoals bij Snapchat en Instagram.

 
Ik kan het niet helpen, maar ik moet hier zó van zuchten. Begin dit jaar bleek nog uit onderzoek van Vostradamus dat WhatsApp de meest gebruikte app van het land is: 95 Procent van de Nederlanders gebruikt WhatsApp. Om te appen! Ja precies: om berichten te versturen! En niet om ‘stories te maken met foto's en video's die vervolgens vanzelf weer verdwijnen’. Als je het mij vraagt alleen al daarom zonde van je tijd. Ook al zal je deze stories ongetwijfeld ook heus wel weer op  de één of andere manier kunnen opslaan waardoor ze toch niet helemaal verdwenen zijn en ooit, als je ze zelf allang vergeten bent, weer op je pad verschijnen.

 
Meer data verzamelen 
Als ik ‘stories wil maken met foto's en video's die vervolgens vanzelf weer verdwijnen’, of soort van verdwijnen, dan doe ik dat namelijk wel met Snapchat. Of met Instagram als Mark Zuckerberg dat zo graag wil. Maar met WhatsApp wil ik gewoon berichten versturen en ontvangen! En daar zit heus af en toe een foto tussen. Maar verder geen poespas. Gewoon old school..

Het zal wel aan mij liggen.. Never change a winning team, denk ik altijd maar. En ongetwijfeld is deze toepassing enkel een manier voor WhatsApp-eigenaar Facebook om nóg meer data van de gebruikers te verzamelen. Tijd voor Signal?
Wednesday, 01 March 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Pionieren als Tony’s Chocolonely, Tesla of Nespresso

Door Arjan Polhuijs

Innovatie. Dat woord heeft me mijn hele leven betoverd. Als jongetje smulde ik van de verhalen van mijn vader die bij Unilever werkte. Hij vertelde hoe ze er waren achter gekomen dat vrouwen niet meer bang waren voor kleren die krimpen - hét topic waar alle wasmiddelmerken in die tijd over communiceerden -, maar zich zorgen maakten om de kleur.

Hij heeft toen Robijn Fleur en Fijn geherpositioneerd van krimp naar kleur en in drie maanden was dit het succesvolste wasmiddel van Nederland.

Dat wilde ik ook en uiteindelijk werd ik innovatiestrateeg. Zo werkte ik voor een Britse innovatieconsultant aan innovatieprojecten van grote multinationals en merken over de hele wereld. Daarna startte ik mijn eigen bedrijf Flare Innovation in Amsterdam en dat ging voor de wind. Grote klanten als KPN, Philips en Bacardi hielpen we met hun volgende grote innovatie.

Vastgelopen
Maar vijf jaar geleden liep ik vast. Dat had te maken met twee dingen:
  1. Onvoldoende impact: Als we klaar waren met een project dan waren de klant en wij zelf overtuigd dat dit zou leiden tot grote impact. Maar in de praktijk was dat vaak maar een fractie van wat we hadden verwacht.
  2. Smalle impact: Als er wel impact was, dan gold dat vaak voornamelijk voor de aandeelhouders en kon ik zelden zeggen dat de wereld er op vooruit ging. Het was de tijd waarin het steeds meer draaide om purpose en de WHY. Mensen willen graag werken voor bedrijven die iets doen waar ze trots op kunnen zijn en producten kopen waar ze zich niet schuldig over voelen. Daarnaast willen aandeelhouders rendement zonder de wereld te schaden.
Zoektocht
Toen begon mijn zoektocht naar hoe je dat voor elkaar krijgt. Hoe kun je als bedrijf tot nieuwe initiatieven komen die leiden tot groei waar iedereen trots op kan zijn?

Door te kijken naar de projecten en bedrijven waar dit wel was gelukt, kwam ik een rode draad tegen: Pionieren.

Pionieren betekent: een verandering bewerkstelligen waar iedereen wat aan heeft en waardoor jouw bedrijf ook groeit. Denk maar aan Tony's Chocolonely, Tesla of Nespresso.

Ik ben toen gaan onderzoeken hoe dat werkt en hoe je als bedrijf weer als een pionier kunt gaan innoveren. Met vallen en opstaan, veel proberen en steeds maar leren en verbeteren kwam ik tot een succesvolle formule. Vorig jaar schreef ik hier een boek over: ‘Pionier! en realiseer zinvolle innovatie’. Een handboek om zelf met je eigen bedrijf of merk aan de slag te gaan. Hierin staan het proces met alle tools en technieken beschreven in de hoop dat steeds meer ondernemers, leiders, marketeers en veranderaars op deze manier te werk gaan.

Voor je daaraan begint, moet je jezelf de vraag stellen: Met welke instelling stap ik hierin?

Verdediger of veroveraar
De meeste innovatie ontstaat uit angst. Uit angst iets te verliezen. Die innovatie is enkel gericht op behoud. Dat is begrijpelijk, maar betekent slechts een meerwaarde voor de korte termijn. Ga je als ‘verdediger’, reken dan niet op grote impact.

Of ga je als veroveraar? Is je enige doel jouw commerciële groei? Dan is de kans groot dat de innovatie geen vooruitgang en waarde betekent waar iedereen wat aan heeft. En dat is nu juist wat werknemers bindt, waar klanten de lange termijn-waardering aan toedichten en steeds meer investeerders om vragen.

Pionier
Of ga je als Pionier? Als je dat wilt, dan zal je vanuit kansen moeten durven kijken. De doelstelling reikt in dit geval verder dan jouw groei. En dat is feitelijk gewoon een keuze.

Een keuze die je vooraf moet maken, anders kom je bedrogen uit. De consequentie van deze keuze heeft niets te maken met meer creatieven, analisten, technologie of strategen. Deze keuze gaat over mensen. Het verschil tussen verdedigen, veroveren en pionieren is investeren in vertrouwen, zingeving, onbevangenheid, lef, creativiteit en daadkracht.

Dat is de nu de vraag die ik stel aan de ambitieuze leider: Wil je echt (weer) gaan pionieren? Beslis dan eerst of je wilt investeren in al deze dingen die om mensen gaan, inclusief jezelf. Pas dan kunnen we je helpen te komen tot die grote doorbraak. Pas dan zal je weer gaan pionieren.



Arjan Polhuijs is auteur van 'Pionier! en realiseer zinvolle innovatie' en oprichter van Flare,  een toonaangevend innovatie strategiebureau dat bedrijven helpt met significante impact waar iedereen trots op kan zijn.
 
Wednesday, 22 February 2017 | Written by Redactie Frank.News

Contentmarketing: the next step is video

Door Simon de Wilde

Jongeren lezen steeds minder, terwijl ze wel steeds meer tijd spenderen aan het turen naar een schermpje. Veel bedrijven zetten daarom in op video in hun contentmarketing. Albert Heijn neemt het voortouw en lanceert een eigen videokanaal om jonge consumenten te bereiken en aan zich te binden.
We schrijven oktober 2016. In de studio van DWDD galmt ‘You want it Darker’ door de speakers. Het is de nieuwe plaat van Leonard Cohen, waarin hij zijn eigen naderende dood aankondigt. Oud NOS Studio Sport-presentator Mart Smeets vertelt Matthijs van Nieuwkerk over de Canadees Leonard Cohen en diens verblijf op het Griekse eiland Hydra in de jaren zestig. De zanger met Joodse wortels ontmoette er de Noorse Marianne, die zijn muze werd. Cohen raakte geïnspireerd en schreef er de wereldberoemde song ‘So Long Marianne’ over. Smeets vindt het prachtig en steekt dat niet onder stoelen of banken. Dan vraagt de gewezen presentator aan het publiek wie Cohen niet kent. Twee jongens van op dat moment 18 en 19 jaar oud kennen de zanger en zijn muziek niet. Het jeugdige tweetal is een bedrijfje GoSpooky gestart, dat bedrijven en ondernemers helpt met een strategie voor Snapchat. Mart Smeets kent op zijn beurt Snapchat niet

Mediaconsumptie verandert
Bovenstaand fragment is een voorbeeld van hoe verschillende generaties langs elkaar heen kunnen leven. Of hoe ze in ieder geval op verschillende wijze media consumeren. Want Mart is geen Snapchatter, dat moge duidelijk zijn. De jongens zijn bij DWDD te gast, in verband met de naderende beursgang van het Amerikaanse social mediabedrijf. Televisie kijken doen ze waarschijnlijk verder niet. Hooguit delen ze het fragmentje waarin ze te zien met vrienden en familie. Uiteraard via social media.

Jongeren haken af op tv
Hoewel televisie een belangrijk medium blijft, haken jongeren en masse af. Uit de jaarcijfers van Stichting Kijkonderzoek blijkt dat jongeren tussen 13 en 19 nog maar 73 minuten per dag naar tv keken in 2016. Bijna een vijfde minder dan een jaar eerder. In 2016 keek de gemiddelde Nederlander van 6 jaar en ouder maar liefst 183 minuten per dag naar de televisie.

Meer ‘schermpjestijd’
Deze trend waarbij jongeren steeds minder tv kijken en steeds meer online consumeren - de ‘schermpjestijd’ blijft hoog, slechts het scherm verandert - is niet van gisteren. Daarom dagen de jongens van GoSpooky de gevestigde orde uit om uit hun comfortzone te stappen en niet alleen via de traditionele kanalen hun content te verspreiden. Op naar de volgende stap, bijvoorbeeld via Snapchat om de doelgroep op een andere, creatieve manier aan te spreken.

Eigen videoplatform
Albert Heijn, al sinds 1954 bezig met contentmarketing, heeft de handschoen opgepakt en is naar eigen zeggen de eerste supermarkt ter wereld die een eigen online tv-zender is begonnen. Appie Today wil dagelijks shows, reportages en series over trends en eten laten zien. Met de filmpjes wil de supermarkt expliciet jonge kijkers aan zich binden. De filmpjes zijn nu al te zien op externe kanalen zoals YouTube. Albert Heijn wil een eigen videoplatform in de markt zetten en daarmee de concurrentie aangaan met populaire vloggers.

King contentmarketing
Eerder schreef ik al dat Albert Heijn goed bezig is als het gaat om content marketing, met name met AllerHande. ,,Anno 2016 is er naast het blad een online platform met daarop duizenden recepten en video’s met tips en trucs voor in de keuken. Er zijn de bijbehorende social mediakanalen, er is een app en boodschappenlijstjes en een heuse maaltijdbox maakt het af.” Daar komt nu het eigen online tv-kanaal bij. Zo hoopt het bedrijf uit Zaanstad ook de jongeren direct te aan te spreken.

En daar gaat het precies om. Als je de doelgroep bereikt kunnen ze maar zo je klant worden. Want de ene Snapchatter, zoals Mart Smeets de jonge ondernemer van GoSpooky wegzette, vond de muziek van Cohen wel mooi. Misschien streamt hij het nu wel met Spotify.

Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Zijn blogs op frank.news zijn ook terug te vinden op zijn eigen blog.
 
Monday, 20 February 2017 | Written by Redactie Frank.News

Pareltje van een online magazine

Niets fijner dan een ontdekking van een nieuw magazine waar je instant verliefd op kunt worden. Jaren geleden had ik het met de Britse Glamour. Klein ‘bagsize’ formaat, mooie fotografie en vol artikelen met die heerlijke Britse humor. Kortom: anders dan anders. Of zoals de LINDA. die inmiddels alweer 150 nummers geleden de Nederlandse tijdschriftenmarkt op haar kop zette.

 
Ondertussen poppen die nieuwe magazines niet alleen meer in de kiosk op, maar ook steeds vaker op mijn beeldscherm. Vaak zijn het digizines die meer weg hebben van een website of blog. Maar soms zit er een noemenswaardig exemplaar tussen, zoals Shot of Joy en Amayzine, die grappig genoeg beiden inmiddels ook een print magazine hebben uitgebracht. En pas geleden ontdekte ik er weer één: Modern Getaways.
 
Best of both
Er is inmiddels één digitaal issue verschenen. Een lust voor het oog. De perfecte combinatie van het beste uit de digitale wereld samengebracht met ingrediënten die we tot een paar jaar geleden vooral in print tegenkwamen. Denk aan filmpjes die op een mooie manier geïmplementeerd zijn in de pagina’s, bewegende typografische elementjes en grappige gif’jes. In combinatie met mooie fotografie, zoals foto’s die zo mooi zijn dat ze tot leven komen. Letterlijk. En interessante artikelen, allemaal over reizen. Gemaakt door een klein team, onder wie oprichter en uitgever Yasaman Bitarafan. Het verdienmodel: partnerships met merken en hotels met een gezamenlijke doelgroep, namelijk de moderne vrouw die houdt van luxe reizen. Blader er hier doorheen en laat je inspireren!

 
 
 
Tuesday, 07 February 2017 | Written by Kim Buitenhuis

Tijd voor relativerende reclame

Een keer of drie in de week probeer ik een rondje hard te lopen. Het stelt niet zoveel voor. Een kilometertje of zeven, wat liedjes op Spotify en dan een beetje meezingen. In mijn strakke loopbroek voel ik me dan soms even zo’n echte hardloper, zo iemand die muesli eet als hij in voorbereiding is op één of andere bosloop.

 
‘Papa neemt even geen toetje want hij is in training’. Dat gevoel is helemaal voorbij als ik weer word ingehaald door een man, 20 jaar ouder en 15 kilo zwaarder. Een man ook die 20 biertjes meer in de week drinkt. Fluitend loopt hij me één keer per maand voorbij.

 
Relativeren
Op zo’n moment leer je relativeren, leer je dat je jezelf met je hardloopgedoe en je schoenen op maat niet zo serieus moet nemen. En dat is volgens mij precies wat er misgaat met de ouderwetse tv-reclames. Je ziet nooit eens een reclame voorbijkomen waarin ruimte is voor wat zelfreflectie, terwijl dat juist zo verfrissend kan zijn. Coca-Cola zou toch best eens mogen zeggen dat die strakke buikspieren van die glazenwasser niet door de cola komen? Je hoeft jezelf niet af te zeiken, ik blijf ook gewoon doorstrompelen door de polder, maar wat zouden de reclames ervan opknappen. ,,Dat je bij ons lekker komt sporten vinden wij gezellig, maar ga ook gewoon wat leuks doen met je leven.”

Volgens mij is dat gebrek aan zelfreflectie ook de reden dat tv-reclames zo ongelooflijk impopulair zijn, vooral bij jongeren. Onlangs lanceerde Het Jeugdjournaal (toch de klanten van morgen) de stelling; ‘reclame op tv is leuk’ en 80 procent van de jongeren was het oneens met die stelling. Jongeren trekken al die leugens gewoon niet meer, daar prikken ze doorheen, zijn ze te slim voor.

 
Internet geeft hoop
Dat is wel hoopgevend voor de toekomst. Via internet, waar consumenten (terecht) meer macht hebben dan producenten, gaat er een omwenteling komen in tv-reclame. Niet voor niets kunnen webcareteams zichzelf ook voor paal zetten als het nodig is. Check bijvoorbeeld de leuke verhalen van Diederik Broekhuizen daarover. Ook in de online filmpjes zie je steeds meer merken die zichzelf níét briljant vinden, die niet denken dat we hier te maken hebben met het allerbeste merk ter wereld. Een stewardess met een snor is wat dat betreft een leuk begin.

 
Voorbeelden
En er is nog meer hoop. Albert Heijn gaat televisie maken; via het online programma ‘Appie Today’ wil de supermarkt jonge klanten trekken. AH heeft samen met Vice een item bedacht over de keiharde avocado’s die de supermarkt verkoopt. ,,Eetrijp? Hiermee kun je iemand doodslaan,” zegt een klant in het filmpje. Prima, niks mis, zouden merken vaker moeten doen.

Voorbeelden?

-,,Nee, je tanden worden echt niet stralend wit na drie keer poetsen, maar we doen ons best.”

-,,Nee, als je een goede ziektekostenverzekering afsluit loop je niet juichend het ziekenhuis uit, maar we proberen het goed te regelen.”

-,,We doen echt alles om de treinen op tijd te laten rijden, maar het valt niet altijd mee om dat voor elkaar te krijgen.”

-,,Ja mensen, deze barbecue is echt niet alleen voor Amsterdamse hipsters met baarden, maar ook voor gewone mensen.”

 
Boos 
Onlangs vertelde mijn vriendin dat ze me zag hardlopen, terwijl ze in de auto langsreed. Omdat complimenten verder uitbleven, vroeg ik of het er een beetje uitzag. Ze keek me aan, schudde alleen even met haar hoofd en zei: ik wil het wel zeggen, maar dan word je altijd boos.
Thursday, 02 February 2017 | Written by Bas Hakker

Hoe voetbalclubs merken worden

Door Ruud van der Knaap

 

In Duitsland verandert het succesvolle RB Leipzig momenteel het traditionele denken in de Bundesliga. De voetbalclub wordt gepositioneerd als een triple A-merk en gerund als een bedrijf. Hoe clubs merken worden of: hoe Juventus concurreert met Armani.

 
Voetbal is misschien wel de minst veranderingsgezinde sport ter wereld. Bonden, clubs en supporters hebben vaak moeite met nieuwe dingen, zo bleek onlangs maar weer uit de reacties van UEFA-baas Ceferin op de voorstellen van Marco van Basten. In 100 jaar tijd is de verboden terugspeelbal op de keeper de enige wezenlijke spelregel die veranderd is. De keeper mag die sinds 1992 niet meer oppakken.

 
RB Leipzig verandert denken 
In Duitsland verandert RB Leipzig momenteel het traditionele denken in de Bundesliga. Het merk Red Bull investeert veel geld in sport. Naast twee Formule 1 renstallen en talloze eigen evenementen zijn er ook drie voetbalteams als marketinginstrument voor het energiedrankje. Red Bull Salzburg, Red Bull New York en sinds 2010 RasenBallsport Leipzig. Anders dan bijvoorbeeld Coca-Cola en Pepsi pakken de Oostenrijkers hun rol in de sport liever vanuit een eigendomssituatie dan vanuit een traditionele sponsorrol. Het idee daarachter is dat als je succesvol wilt zijn, je beter zelf aan het stuur kunt zitten dan een ander.

 
Team vol talenten
Binnen acht jaar na oprichting denderden ‘Die Roten Bullen’ van de Regionalliga uiteindelijk door naar het allerhoogste niveau in Duitsland. En dat alles met een team vol jonge talenten die modern en aanvallend voetbal spelen. Talent dat door RB Leipzig zelf wordt gescout, opgeleid en afgeleverd bij het eerste elftal. RB Leipzig investeert dus in jeugd en ontwikkeling, niet in gearriveerde vedetten. De Red Bull Arena stroomde vol in die zeven jaar. Van 2000 toeschouwers bij de eerste wedstrijd naar een uitverkocht huis met 42.000 trotse Leipziger fans vandaag de dag.

 
Tripple A merk 
RB Leipzig wordt gepositioneerd als een triple A merk en gerund als een bedrijf. De filosofie van Red Bull zelf is duidelijk zichtbaar in de organisatie. Dat is precies het verwijt van onze Oosterburen. De club is niet opgericht om voetbal te spelen, maar om een energiedrankje te verkopen, luidt de veelgehoorde kritiek. De vraag is of dat erg is in een bedrijfstak die ‘betaald’ voetbal heet. De sportieve ambities van RB Leipzig zijn er namelijk niet minder om.

Sommige bedrijven adverteren door commerciële zendtijd in te kopen. Red Bull adverteert door eigen sportprojecten te financieren, die aantoonbaar voor een onderscheidende en sterke brand equity zorgen. Sponsors als Nike en Volkswagen haakten al aan bij het gedachtegoed van RB Leipzig, samen op zoek naar vleugels. Een succesverhaal dat doorklinkt tot in de rest van Europa.

De groeistrategie van Juventus FC
Vanuit het perspectief van RB Leipzig is de identiteitsverandering van Juventus FC misschien niet eens zo gek. Voor wie het gemist heeft: de Oude Dame zorgde afgelopen week voor veel ophef onder haar achterban door het clublogo te transformeren van een authentiek voetbalschild naar een gestileerd, Italiaans en minimalistisch ontworpen beeldmerk. In samenwerking met het gerenommeerde merkenbureau Interbrand heeft de club een nieuwe groeistrategie ontwikkeld onder de noemer ‘Black and white and more’.

Interbrand ziet natuurlijk ook dat voetbal lifestyle is geworden. De groei voor internationale topclubs van het formaat Juventus zit ‘m niet alleen in het winnen van de Champions League, maar vooral ook in het uitrollen van allerlei niet-voetbal gerelateerde activiteiten.

 
Lifestyle en entertainment merk
Merchandising, licenties, horeca en entertainment concepten om er een paar te noemen. In het doorkijkje van de plannen die Juventus heeft gepresenteerd, zien we lifestyle en entertainment concepten prominent in beeld. Of zoals Interbrand het zelf uitlegt: ,,Juventus’ move is unprecedented - to become recognized for more than their performance on the field, but as a universal symbol for perseverance, ambition, and premium Italian style.

Juventus doet hiermee in feite exact hetzelfde als RB Leipzig. De club denkt en handelt als een merk, niet per se als voetbalclub. Daarmee opent zich direct een compleet nieuwe wereld met nieuwe kansen die voor een enorme commerciële groei kunnen zorgen. Als lifestyle merk concurreert Juventus niet alleen meer met AC Milan en FC Barcelona, maar ook met merken als Armani, Martini en Alfa Romeo. De grootste uitdaging voor Juventus is om deze transitie door te voeren met meer dan 100 jaar voetbalhistorie in zijn dna. Supporters, sponsors en andere colonnes moeten worden overtuigd van de nieuwe koers voordat die succesvol kan zijn.

 
Het merkdenken volgen
Het wordt heel interessant om dit merkdenken in het voetbal te volgen. Lukt het RB Leipzig om zich een plekje tussen de Europese voetbalelite te verwerven? En lukt het Juventus om de gewenste transitie naar een lifestyle brand echt vorm te geven? Of blijft de terugspeelbal voorlopig de spannendste verandering in ruim 100 jaar voetbal?
Ruud van der Knaap is manager voetbal en lid van het management team bij sportmarketingbureau Triple Double.
 
 
Wednesday, 01 February 2017 | Written by Redactie Frank.News

De slimmeriken van Funda zijn creatief met data

Ik doe het meestal als ik moedeloos – murw is misschien nog beter - word van het beperkte nog beschikbare aanbod in de prijsklasse waarin ik in Amsterdam zoek. Dan ga ik terug naar het dashbord in de app en scroll bij ‘vanaf’ driftig door tot ‘2 miljoen’ in beeld verschijnt. Bij ‘tot’ komt ‘geen maximum’ te staan. Hallo, mooie zwembad- en inpandige sauna-huizen die nooit van mij zullen zijn!

 
Ik schijn bij een grote meerderheid te horen: voor de ‘fun’ onbetaalbare huizen bekijken op Funda doen veel mensen in ons landje. Dagelijks zoekt sowieso meer dan één miljoen de site af. En op jaarbasis kijken zij samen naar 1 miljard huizen. En dat zijn dus echt niet alleen de huizen waarnaar met een serieuze interesse gekeken wordt. Zeker ook huizen die viral gaan, omdat er een celeb – al dan niet uit eigen land - woont, heb ik me een paar dagen terug laten vertellen door de data-analist van Funda.

 
Afgelopen zaterdag wurmde ik me door de opeengepakte mensenmassa in het Utrechtse Florin, waar het Radio 2-programma Spijkers met Koppen wordt opgenomen. Direct na verkiezingspraat van Lodewijk Asscher en een muzikaal intermezzo van Frank Boeijen schuift de genoemde Funda-analist, vergezeld door een externe architect, aan. ,,Juriaan van Gent, wat is een data-analist bij Funda?”. Dolf Janssen die het gesprek opent op een wijze die typerend is voor de ADHD-presentator. De data-analist lacht wat en vindt het een goede vraag, zegt hij.

 
Kijken en kopen
Er volgt een uitleg over hoe (met behulp van algoritmen ) significante verschillen te zien zijn in het zoekgedrag. Je hebt grofweg de daadwerkelijk geïnteresseerden met koopsignaal en de fun-zoekers die graag even binnen gluren bij het vermeende appartement op de Dam van ‘J-Beebs. (Bleek trouwens maar een gerucht, hè). ,,De dromers die voor de fun kijken, bekijken vooral plaatjes en hooguit nog een video. De echte geïnteresseerden in een nieuwe woning kijken veel vaker ook naar de kenmerken en overige zaken.”

 
Bouwen met big data
Afijn. Funda had dus een ingeving om de heimelijke dromer in ons te omarmen. Na uitvoerige analyse van waar de Nederlander van droomt én wat de Nederlander uiteindelijk koopt, werd er een pitch uitgezet - kun je van de Funda-data een huis bouwen? -  die uiteindelijk werd gewonnen door architecten Dingeman Deijs en Jeroen Atteveld. Zij gingen met de big data aan de slag en  concludeerden dat de Nederlander op zoek was naar een gevoel van vrijheid en ruimte. Wat een open deur, denk ik even, totdat architect Deijs verdergaat en mijn denkbeeldige mega stadsboerderij met diertjes en zwembad in rook laat opgaan. “We hebben de ruimtelijke indeling van een kasteel genomen en doorvertaald naar een rijtjeshuis.”

 
Wij Nederlanders kunnen dan wel meer ruimte en vrijheid willen. Dat willen we kennelijk ook in een rijtje. Lekker knus. Het rijtjeshuis, dat hier te zien is, is lekker betaalbaar en heeft een 6 meter lange woon-leefruimte, daaromheen kleine kamers: van ‘bedstedekamer’ tot ‘doorzonzolder’. Hmm. Doet me denken aan het idee hoe mijn latere huis (na die stadsboerderij met veel diertjes) eruit moet zien; een gebouw met grote, gezamenlijke leefruimte, maar allemaal wel een eigen aangrenzend huisje. Alleen maar gezellige mensen. Samen koken, boodschappen doen en met de rollator door de gang scheuren. Want zorg inkopen doen we ook samen.

 
Funkijken (in VR)
Nog even terug naar Funda. Op de website zelf bekijk je plattegronden van het concepthuis in 2D of 3D, de 360 graden fototour kun je zelfs met VR-bril doen. Het lijkt er geenszins op dat de woningen ook daadwerkelijk gebouwd gaan worden. Doet dat er toe? Dit is als je het mij vraagt een mooi voorbeeld hoe je op een hele positieve en logische manier aan je brand awareness werkt. Niet het zoveelste onderzoekje dat eigenlijk te weinig om het lijf heeft om wat gratis persaandacht te genereren.

Een onderzoek dat past bij de aard van je merk en bedrijf, op een originele manier gebruikmaken van je big data, een creatieve doorvertaling door de architect, en een visueel resultaat dat aansluit op wat je doelgroep graag doet: dromen. Alle free publicity die er vervolgens uitrolt, is dan ook het verdiende resultaat.
Tuesday, 31 January 2017 | Written by Lianne Kooistra

Géén papieren krant! Begrepen?

Eind vorig jaar organiseerde de Persgroep, uitgever van onder andere het AD en De Volkskrant, de Week van de Krant. Bedoeld om het fenomeen ‘krant’ extra aandacht te geven en om aan te tonen dat de krant anno 2016 altijd wel een vorm van de krant is die in je leven past.

 
Denk aan de bomen
Zo vond een goede vriendin de Week van de Krant een goed initiatief. Ze haalt haar nieuwsvoorziening uit andere media en leest nooit een krant, maar wil wel eens uitvinden of ze nieuws mist zonder een betaalde krant. Ze meldt zich aan voor de actie en wordt vervolgens gebeld door een enthousiaste verkoper. Vriendin geeft aan geen behoefte te hebben aan een papieren krant. Denk eens aan al die bomen! Bovendien zijn er genoeg alternatieven. Dat begrijpt de verkoper natuurlijk volkomen en hij begint een heel verhaal over een app waarin de verhalen van alle kranten te lezen zijn.

 
App uitproberen
Vriendin is getriggerd en wil de krant via de app wel uitproberen. Prima, zegt de verkoper. Dan krijgt u volledige toegang tot de app én de krant op zaterdag! Ho even, protesteert vriendin. Ik WIL geen papieren krant, ook niet op zaterdag. ,,Tsja, dat is nou net niet mogelijk. Dan geeft u de papieren krant toch gewoon weg?” Na een te lange discussie met de verkoper over de vraag waarom de app in vredesnaam niet zonder papieren aanhangsel geleverd kan worden, geeft vriendin uiteindelijk toch toe. ,,Goed, doe mij dan die gratis versie van de app mét papieren zaterdagkrant maar.”

 
De addertjes
De verkoper gaat enthousiast aan de slag en vraagt vriendin tussen neus en lippen door welk abonnement ze in gedachten heeft. ,,Abonnement?” vraagt vriendin verbaasd. ,,Het was toch een gratis versie?” ,,Ja maar mevrouw, de gratis versie is nog maar drie dagen beschikbaar en u gaat echt spijt krijgen als u niet meteen een abonnement neemt, dus dan kan ik dat beter direct voor u regelen.” Sorry? Vriendin is binnen enkele seconden afgehaakt en laat de verkoper achter zonder resultaat: geen testversie van de app, geen papieren zaterdagkrant en geen abonnement kunnen slijten.

 
Als de Persgroep echt zo gebaat is bij het promoten van de krant, dan zullen ze zichzelf toch echt opnieuw moeten uitvinden. Maak het de consument gemakkelijk om alleen die versie van de krant uit te testen die het beste bij hem past. Zonder addertjes onder het gras. En vooral ook zonder bijdehante verkopers.
Thursday, 26 January 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Waarom contentmarketing (nog) niet werkt

Het is een communicatiekloof van haast Bijbelse proporties: marketeers begrijpen de ballen van journalistiek en journalisten snappen niets van de wereld van marketing en reclame. Voor goede contentmarketing moeten beiden samenwerken en dat is soms vragen om problemen. Wat werkt wel en wat niet?

 
Zomaar een praktijkvoorbeeld waarvan ik er uit eigen ervaring honderden kan opdissen. Marketingdame of -heer van een groot bedrijf of merk denkt groot nieuws te hebben en heeft een journalist nodig om dit wereldkundig te maken aan de media en zo een hoop free publicity te scoren.

 
Teleurstelling
De eerste teleurstelling volgt vaak als de journalist vertelt dat een 35-jarig jubileum, een ISO-certificaat of een nieuwe naam voor dat succesvolle product niet meteen de voorpagina van de krant zullen halen. Dat verklaart meteen waarom 90 procent van de persberichten die we bij frank.news ontvangen weggegooid worden. Pure reclame, geen nieuwswaarde. Wie denkt dat media bestoken met persberichten vol reclame een vorm van contentmarketing is, mag dan ook terug naar de schoolbanken.

 
Verder pratend blijkt dat het bedrijf wel degelijk iets te vertellen heeft, ook al is dat geen ‘hot news’. Maar een boeiend verhaal over duurzame productie, eerlijke handel, ambachtelijke werkwijzen of eeuwenoude familietradities. Of een economisch interessante boodschap over groeiende omzetcijfers en werkgelegenheid, marktleiderschap of innovaties en slimme strategieën die de branche versterken. Daar beginnen de contouren van contentmarketing zichtbaar te worden.

 
Relevant verhaal
Bij contentmarketing draait het om inhoud, vandaar ook de naam. Bij mijn pr-werk voor een bekend museum zei ik altijd tegen de directeur: ik kan geen gebakken lucht verkopen. Een tentoonstelling rond de grootste Nederlandse kunstcollectie ooit bijeengebracht verkoopt zichzelf. Een middelmatige schilder als miskend genie proberen te verkopen aan media en publiek werkt niet. De content van het product is dus bepalend voor de marketingkansen.

Die content kun je verpakken in een relevant verhaal of video. Dat lijkt simpel, maar voor de meeste marketeers is dat vaak een brug te ver. Les één: schrap in je verhaal eerst maar eens alle woordjes als ‘uniek’, ‘primeur’, de vele superlatieven en de helft van het aantal genoemde bedrijfs- en merknamen - zoals deskundige Carlijn Postma doceert. Dan begin je in de buurt te komen van de essentie.

 
Eigen uitgever
Vervolgens geldt het devies van professor contentmarketing Ed Peelen: vertel je verhaal als  merk of bedrijf vanuit één strategie en vertaal die content consequent door naar diverse kanalen. Of zet de ultieme stap die Postma aandraagt: word je eigen uitgever.

Want ABN AMRO mag dan bijvoorbeeld onlangs een bronzen grand-prix voor content marketing hebben gewonnen, een bank die dit vakgebied echt serieus neemt begint een eigen mediakanaal met financieel nieuws, zoals de Jyske Bank.

Contentmarketing-expert Joe Pulizzi verwacht in zijn voorspellingen voor 2017 zelfs dat bedrijven steeds vaker complete mediabedrijven en hun doelgroepen zullen opkopen. Merken zullen steeds vaker eigen magazines uitgeven als marketingtool, denkt hij.

 
Waar gaat het fout?
Een authentiek en relevant verhaal de wereld in sturen, daar draait het om bij contentmarketing. De cruciale vraag daarbij is: wie gaat deze content maken? Journalisten of reclamemensen? In de praktijk kiezen merken voor journalisten, maar laten ze hun werk controleren en bijschaven door marketeers. Daar gaat het vaak fout. Journalisten denken in nieuws en verhalen, marketeers in leads, cost per clicks en cost per sale. Contentmarketing gaat niet over verkopen op korte termijn, maar over groeiende merkbekendheid en brand loyalty op de langere termijn.

Als marketeers journalisten aansturen komen de superlatieven, het jargon en de reclame terug en krijgen journalistieke verhalen en video’s weer een commerciële lading. Ergo: de lezer/kijker/luisteraar haakt af en contentmarketing schiet zijn doel voorbij.

 
Bij je leest blijven
Ik zie het dagelijks gebeuren. Marketeers die het beter weten, gefrustreerde journalisten die hun verhaal verknald zien worden. Mijn advies: schoenmaker blijf bij je leest. Respecteer elkaars expertises en bemoei je niet met die van de ander. Als dan blijkt dat een journalistiek verhaal geen marketingvoordelen oplevert of een marketingverhaal alleen maar reclame is en geen relevante content bevat; stop ermee! Dat leidt alleen maar tot waardeloze contentmarketing. Helaas gaat het vaker mis dan goed, zodat een veelbelovende marketingstrategie door broddelwerk de nek om wordt gedraaid.
Tuesday, 24 January 2017 | Written by André Oerlemans

Nieuwe mijlpaal frank.news: 260.000 bezoekers

Met 260.000 unieke bezoekers per maand heeft frank.news in december 2016 een nieuwe mijlpaal bereikt. Binnen een jaar zijn we uitgegroeid tot een van de grootste nieuwssites, zo niet de grootste, op het gebied van marketing en reclame.

 
Dat blijkt uit de laatste gegevens van Google Analytics. De 258.241 unieke bezoekers van de afgelopen maand openden samen 793.654 pagina’s - gemiddeld 2,84 per bezoeker - en bleven gemiddeld 2,35 minuten hangen op frank.news. Bijna een op de drie mensen las een verhaal en klikte daarna weer weg, maar tweederde vond ook de overige verhalen interessant genoeg om te bekijken. Daarmee bleef onze bouncereate beperkt tot 33 procent.



 
Mijlpalen 
Nadat we in januari 2016 met een redactie van ervaren journalisten begonnen met de ambitie om het nieuws over marketing en reclame anders, vernieuwend en vooral kritischer en transparanter dan anderen te gaan brengen, bereikte frank.news in april zijn eerste mijlpaal. Toen werd de grens van 100.000 unieke bezoekers per maand overschreden.

De stap daarna was een stuk moeilijker. Met relevante en boeiende verhalen alleen red je het niet. Bovendien is de primaire doelgroep van marketing- en reclameprofessionals in Nederland nou ook weer niet zo groot. Na een piek net voor de zomervakantie, bleven de bezoekersaantallen kwakkelen rond de 150.000 per maand. Bovendien kregen we meer bezoekers die een interessant verhaal vinden via Google, maar verder niet zo veel op hebben met reclame en marketing. Die blijven niet hangen, met een hogere bouncerate als ongewenst resultaat.

 
Bekroning
Sinds oktober stijgt het aantal bezoekers op ons online platform echter weer fors. Dankzij de vernieuwde nieuwsbrief, de invoering van het wekelijkse nieuwsoverzicht Franks Weekly, verhalen met een afwijkende focus op bekende merken, strategieën en nieuwsfeiten en - niet te vergeten -  dankzij de steeds hogere kwaliteit van gastbloggers wist frank.news steeds meer maandelijkse bezoekers te trekken. Met het fenomenale aantal van 260.000 in december als bekroning.

 
Tussenstap
Toch is ook dit aantal slechts een tussenstap. Met roulerende hoofdredacteuren proberen we elke maand de focus op onze doelgroep scherper te krijgen en nog betere onderwerpen en verhalen aan te dragen. Onze Franky-blogs zijn nog meer gericht op de professionals in het vak, van de decisionmakers in de boardroom tot de media-inkoper of copywriter achter de computer. We plannen een nieuwe serie interviews met de grootste influencers en gaan proberen meer bloggers aan te trekken. Want we willen graag allianties smeden met andere kenners en deskundigen. Eerder schreven we al een Franky over de plannen voor 2017. Uiteindelijk willen we op deze manier in 2017 de grens van 300.000 unieke bezoekers per maand overschrijden en definitief de grootste nieuwssite van Nederland op het gebied van marketing en reclame worden. Wie doet er mee?
Tuesday, 17 January 2017 | Written by André Oerlemans

Een abonnement op de Blendle-krant

Je Blendle-artikel per stuk afrekenen is verleden tijd. In plaats daarvan introduceren Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn een Spotify-model voor krantenverhalen. Een slimme manier om meer geld te verdienen of gewoon een goed idee?

 
Blendle komt met een premium-abonnement waarbij je voor een lousy 9,99 euro per maand elke dag een selectie ontvangt van twintig verhalen. De dagelijkse ‘interessebundel’ vindt voor driekwart van de verhalen plaats door een algoritme gebaseerd op ons leesgedrag. Een kwart van de verhalen is extra, iets om ons blikveld te verruimen (‘Voorganger Klöpping’ gaat ons opvoeden?). Klöpping stelt dat zijn bedrijf op deze manier een soort Netflix van de journalistiek zal worden, in tegenstelling tot de iTunes-variant die het vanaf de start in 2014 was. Hij ziet het abonnement ook als een antwoord op Facebooks strijd tegen al het nepnieuws. Klöpping (nog voor ‘Ruslandgate’): ,,Medewerkers van Facebook vinden een kattenvideo van Buzzfeed even belangrijk als een reconstructie van The New York Times, waarin wordt uitgelegd hoe Rusland de Amerikaanse verkiezingen gehackt heeft. Ik vind dat onvoorstelbaar. En het maakt me angstig, hoe weinig serieus Facebook haar rol in de maatschappij neemt. Facebook is inmiddels namelijk een van de belangrijkste nieuwsbronnen geworden voor jonge mensen. En het is ons gaan overspoelen met meuk. Ik ben er klaar mee.’’

 
Wat verandert er voor Bas Hakker?
Ongetwijfeld zullen analisten met een marketingtechnische achtergrond allerlei prachtige beschouwingen maken, maar in dit blogje wil ik even gezellig op mezelf focussen. Heeft deze omslag bij Blendle nut voor mij? Zouden er artikelen uitrollen die inderdaad mijn interesse hebben? En is het een tientje per maand waard?
Op dit moment heb ik een soort ‘Blendle-buffertje’ dat steeds wordt aangevuld als het op dreigt te gaan en de meeste verhalen lees ik via de nieuwsbrief. Geen idee in hoeverre deze nieuwsbrief op maat gesneden is (volgend verhaal: weet Marten waar mijn huis woont?), maar ik krijg elke ochtend en avond een overzicht met de leukste verhalen. Mijn interesses zijn redelijk overzichtelijk, je zou ook kunnen zeggen ‘saai’ of ‘voorspelbaar’. Met alle verhalen over media en sport kom je al een heel eind in de buurt van mijn leesbehoefte. Zonder concurrentie vind ik deze nieuwsbrief de allerbeste nieuwsbrief allertijden, dus de jongens en meisjes met die hippe namen uit Utrecht kunnen wel iets. De toon is lekker optimistisch, maar niet overdreven blij. Je krijgt zin om alles te lezen. Gemiddeld gezien zijn negen van de tien verhalen uit de nieuwsbrief interessant, maar ik neem niet altijd de tijd om alles te lezen. Eigenlijk werkt die oude methode prima voor mij; twee keer per dag word ik op de hoogte gehouden van de meest relevante artikelen en regelmatig klik ik daar iets van aan. De kans is groot dat ik op deze manier ongeveer een tientje per maand besteed aan verhalen, het zal iets minder zijn. In dat geval heeft zo’n premiumaccount toch geen meerwaarde, behalve dat ik nog meer keuze heb in de artikelen? En dat het Blendle de zekerheid geeft dat ik elke maand een tientje bij hen stuksla?

Even een proefabonnementje aanmaken
Dacht ik tenminste. Toch maar even een proefaccount aanmaken voor een week. Zo gedaan. Wat vragen beantwoorden. ‘Over welke onderwerpen wil je lezen?’ Media, showbizz, sport, voetbal, lange interviews. ‘Welke tijdschriften/kranten vind je relaxed?’ Hmmm, VaraGids, Volkskrant magazine, AD, Parool, Linda Man, Voetbal International, Humo. Pomp pom pom…En daar zijn mijn twintig artikelen al; een paar VaraGids-verhalen waar ik zin in heb, een lang interview met die hele leuke Brimstone-regisseur Martin Koolhoven, Robert Vuijsje die ik altijd boeiend vind. En dat interview met Wierd Duk lees ik ook graag, bijzondere gast vind ik dat. Niet altijd mee eens, maar hij heeft wel lef. Jammer van die oude column van AD-recensente Angela de Jong over Peter-Jan Rens. Prima verhaal, maar dat heb ik een tijdje geleden al gelezen. Schoonheidsfoutjes die er ongetwijfeld uitgaan. Ik zeg het alvast maar even, Marten en Alexander; media, sport en lange interviews graag! Daar heb je geen ingewikkeld algoritme voor nodig.

 
Wel wat kritische vragen natuurlijk; inderdaad, hoe zit het met de actualiteit? Dat Parool-verhaal over twee voormalig DWDD-redacteuren is ook al vrij oud. En nog iets, misschien een domme vraag hoor: houden jullie ook rekening met extreme voorkeuren voor magazines/kranten? Uit AD Sportwereld kan ik álles wel lezen en die VaraGids boeit me meestal ook van het begin tot het eind (hoewel ik de verering van VARA-programma’s weer wat irritant vind, maar de pagina van aardige Eus weer geweldig). En kunnen jullie er ook voor zorgen dat mijn favoriete auteurs standaard in de overzichten zitten? Van Nico Dijkshoorn, Sjoerd Mossou, Eus, Willem Vissers, Meester Bart, Ronald Giphart, Marcel van Roosmalen wil ik eigenlijk alles wel lezen. Dat geldt ook voor de interviews met Johan Derksen, daar ben ik fan van. En hoe zit het eigenlijk met sommige guilty pleasures? Er zijn wat dingen die ik lees, maar dat hou ik liever een beetje stil voor mijn afwezige schare intellectuele vrienden. Op Jan Dijkgraaf ga ik zeker niet stemmen, maar zijn columns vind ik wel weer heel grappig. Dat hele boze, maar dan goed opgeschreven. Of de verhalen op Mediacourant.nl met allemaal van die leuke vileine tussenzinnetjes van de mediaschuwe schrijver. En oh ja, daarmee komen we direct bij nog een vraag; waarom nemen jullie internet niet direct mee in de bundeling op om zo de ultieme combikrant uit de hele wereld te maken? Elke dag ga ik weer mijn vaste mediarijtje langs: Mediacourant, Villamedia, Adformatie, Ad Weekly (klonk ooit interessant), maar die sites verdienen toch ook een plekje? Toch? De column van Marianne Zwagerman bij BNR, altijd wel weer aardig.

Kortom, dat Premium lijkt me wel wat, ik ben vooralsnog fan. Eindelijk elke dag een op maat gemaakte droomkrant op het virtuele matje. Misschien kan ik binnenkort in een uurtje even mijn volledige voorkeuren doornemen met iemand van jullie redactie. Ach, ik kan het ook wel op een briefje knallen. Dus media, marketing en sport en nog wat van die guilty pleasures…Als ik in dat genre elke dag 20 artikelen krijg dan ben ik helemaal jullie man. Heb ik eindelijk weer een abonnement op de krant, ehhh op Blendle…

 
Friday, 13 January 2017 | Written by Bas Hakker

Trollen verpesten Twitter

Twitter is al enige tijd niet meer zo’n populair social medium. Adverteerders happen niet massaal toe en gebruikers vinden het minder leuk door het constante “getroll” en “gebash”. Dat lijkt momenteel het grootste probleem van Twitter.


Sinds half 2015 zit de klad erin bij Twitter, hoewel het gebruikersaantal nog wel stijgt. Ook de omzet vertoonde het afgelopen kwartaal nog wel een plus, maar onder de streep hield Twitter niets over. Sterker: het leed een verlies van meer dan 100 miljoen dollar. Het bedrijf staat zelfs te koop, maar ook dat proces verloopt moeizaam.

Facebook en Snapchat winnen de social-slag, Twitter kan de twee netwerken niet bijbenen. Het heeft vooral moeite om adverteerders blijvend aan zich te binden. Wereldwijd werd daarom afgelopen jaar gereorganiseerd, met name op verkoop- en marketingfuncties. Het betekende dat 9 procent van de banen verdween. Ook in Nederland werd het verkoopkantoor opgeheven en is BrandDeli – verkooporganisatie in Nederland voor onder meer de tv-bedrijven Discovery Networks, FOX en VIMN – vanaf dit jaar de partij die moet gaan zorgen voor meer advertenties op Twitter.

Het grootste probleem dat het social netwerk mogelijk heeft, is dat er te veel “trollen” het gebruik van Twitter onaangenaam maken. Hoewel men al regelmatig beterschap had beloofd, is daarvan nog weinig terechtgekomen. Uiteraard kan je zelf als gebruiker wel accounts blocken, muten en rapporteren. Ja, Twitter grijpt ook wel regelmatig in, zoals bij Breitbart-redacteur Milo Yiannopoulos, die Ghostbusters-acteur Leslie Jones had lastiggevallen. Zijn account werd permanent gesloten. Recent nog – afgelopen week – werd het account van Amerikaanse zakenman Martin Shkreli  tijdelijk on hold gezet nadat hij het op de jonge Amerikaanse Vogue-redacteur Lauren Ducca had  voorzien.

 
Anonieme lafbekjes
Het zijn wat voorbeelden die laten zien dat Twitter heus wel aan curatie doet, maar men zou wel een stapje harder mogen lopen. Veel vaste Twitter-gebruikers vinden het netwerk steeds minder leuk worden. Regelmatig wordt Twitter gebruikt voor scheldkanonnades, verwensingen, beledigingen en soms zelfs puur racistische uitlatingen. Vaak gebezigd in “Caps lock” en meestal door anonieme lafbekjes. Natuurlijk leent Twitter zich uitstekend voor een discussie in 140 tekens, het liefst ook op het scherpst van de snede. Maar veel te vaak - en dat zien we in Nederland met discussies rond Zwarte Piet en een “foute” kop in De Telegraaf -  vliegen discussies volledig uit de bocht. En je wilt als gebruiker niet voortdurend zelf accounts hoeven blocken, of rapporteren.

Als de Twitter-organisatie eens flink de bezem door het netwerk haalt, wordt het weer leuker om te gebruiken en zal het ook meer adverteerders aanspreken. Want Twitter is nog altijd een heel relevant medium, waar je vaak nieuws als eerste hoort en ook gewoon een aangenaam gesprek met iemand kan hebben.
Wednesday, 11 January 2017 | Written by Bram van Noord

Het jaar van de nieuwe mixed reality

Door: Patrick Petersen 

Kijken we naar de trends op het gebied van marketing, dan gaat 2017 in grote lijnen eigenlijk vooral over dat aloude vertrouwde, menselijke gezicht, verpakt in een leuk inspirerend virtueel jasje. 2017? We want it real and we want it now!

 
Trends zijn de belichamingen van alles wat wij graag zouden willen zien gebeuren, maar blijkbaar nog niet succesvol naar de markt hebben kunnen brengen. We kunnen an sich simpel verschijningen extrapoleren om aan een lijstje van trends te komen. Zo gaat het vast minder goed met Twitter in 2017, gaat Snapchat  door de ‘sky is the limit’ heen rondom hun beursgang en maakt Microsoft van LinkedIn een mooi middel om jouw MS Office zakelijk eens goed te pushen. Facebook wordt het boegbeeld van een heuse ‘privacy-meets-big-dataoorlog’ en ouderen gaan meer online besteden. Dank u wel, Pokémon Go, voor het wereldwijd zichtbaar maken van de marketingkansen die augmented reality biedt. Ook dank aan alle lokale Virtuele Bioscopen die virtuele belevingscontent naar de eerste influencers uitzaaien.

Vakgebieden
Op mesoniveau zal het vooral de marketeer moeten zijn die de nieuwe technieken naar zich toetrekt in de organisatie. Het is de rising van de MarketingTech-specialist. Hij sluit vrolijk aan achter de social media marketing, contentmarketing en de - veel te vroeg overleden -  ‘Mobile en Internet-of-Things-expert’. Dat is prettig, want nu kunnen we eindelijk de discussie ‘heeft marketing nog wel nut?’ afronden. De marketeer moet zich immers opnieuw laden, opnieuw leren bewijzen, uitvinden en hij moet vooral echt gaan innoveren. Zomaar een trucje van je collega-marketeer overnemen, leidt niet langer tot een unique selling point.

#gemak
2017 is zo een jaar waarin wij eens een flinke shift moeten maken met alles waar wij al jaren tegen aan hikken. De bereidheid tot investeren is er, de consument wil het en de transformatie bedekt alle doorslaande veranderingen met de mantel der liefde. Globaal draaien trends eigenlijk altijd om ‘meer’, ‘meer gemak’, ‘het kan nog sneller’ en de bewering dat dát ene verschijnsel nu echt de wereld gaat veroveren.

Die andere trends voor 2017
Met wat gezond verstand moeten wij maatschappelijke verschijnselen - en adaptaties - niet te snel als ‘trends’ gaan bestempelen. Daarbij is de vervelende product lifecycle gewoon een gegeven. Concreet vecht de fysieke winkel om zijn voortbestaan, daar waar de klant al twee stappen verder is in de product lifecycle en bezig is met andersoortig koopgedrag. Even een reality check: online bestellen konden wij begin jaren negentig al. Chats en messengers hadden wij ook al in de jaren negentig, net als ‘sociale platforms’ waar wij gewoon wat kennis deelden, aangevoerd door internationale universiteiten. Expert Ronald Azuma beschreef de mogelijkheden van augmented reality al in 1995 in een surrealistisch boek. VR... tja.. die Virtuele Realiteit. Die is al tientallen jaren ‘leuk’ aanwezig en hoopt op korte termijn vooral ‘nuttig’ te gaan worden voor de overtuigde marketeer. In 1996 wilde ik afstuderen op de ‘virtualisatie van marktplaatsen binnen organisaties’. Of ik gek was geworden?!  Okay. Serieus, dan nu de andere trends:

1. 2017 draait om gemixte realiteitFast mover Snapchat  ziet haar publiek volwassen worden. Branding en (pre)sales voor de virtuele retail, zijn onbewuste kenmerken van het goed inzetten van dit visuele middel. Eind 2016 kocht Snapchat het Israëlisch augmented reality-bedrijfje dat het mogelijk maakt om in een online koopprijs zomaar een product in 3D te laten verschijnen. Snapchat gaat ultieme belevingen bieden in het meest visuele social mediakanaal dat wij kennen. En... Snapchat gaat social sellen2. Realtime reageren op alle kanalen
Service messaging als boegbeeld van de aloude ‘instant messaging’ gaat een enorme druk leggen op de serviceafdeling. Met dat simpele tweetje kon je nog even wachten; nu wil de vragende consument de reactie in real time. Het is de multichannel-consument die zijn hengel via verschillende kanalen uitgooit om te zien wie het eerst - en relevant - reageert. Service via Snapchat, Instagram, via WhatsApp of Facebook Messenger; het gaat om een snelle cultuurshift vragen. Positief gezegd gaat die aloude 1-op-1-serviceverlening op hoge snelheid voor goed persoonlijk contact zorgen. Snel en direct reageren schept vertrouwen. En die ‘trust’ is het voorspel voor social selling. Of - in normaal Nederlands - de uiteindelijke aankoop.

3. Hybride customer journey maakt professionals gekDie tip voor dat leuke product via de inspiratie op Snapchat. De website is te complex, dus het wordt de app. De app biedt niet alle producten dus we willen swipen op Pinterest, liefst ook daar bestellen. Kan hij vanavond al worden afgeleverd? De service dan weer het liefst in een fysieke winkel dichtbij. De klantreis ligt in 2017 aan het infuus.
4. Gebrek aan vertrouwen in traditionele’ sociale mediaFacebook - en WhatsApp plus Skype – staan voor een uitdaging nu zij processen verliezen over hun datakoppelingen en andere privacy issues hebben. Jongeren vragen zich al af waarom ‘oudere jongeren’ op dat gekke, open riool Twitter blijven plakken. Oudere jongeren zoeken in 2017 massaal ergens sociaal onderdak.

5. De social media clash!2017 wordt het jaar van de sociale mediabotsingen. Jongeren hebben het zure, traditionele social mediaschip al verlaten en ingeruild voor nieuwe, inspirerende kanalen in beter beschermde omgevingen. Waar we die sociale mediazuurheid achter ons willen laten, ontstaan er nieuwe inspirerende communities vol creatieve, persoonlijke content. Veilig en gewaardeerd.
6. De ontnuchtering in contentmarketingland is aanstaande.Het uitroepen van het vermarkten van content heeft tot een contentberg geleid waar passie en creatie overschaduwd zijn. 2017 wordt het jaar dat contentmarketing vooral boeiende contentconcepting wordt. Creatieven met gevoel voor marketing en content luiden een nieuwe generatie van contentmarketing in. Vol lef, passie, uitdagingen en met content van waarde. Kwantiteit wordt kwaliteit en contentmarketing gaat terug naar zijn originele bedoeling.

7. Wil de echte online marketeer opstaan?Tech, social, content, big data-analyses en vooral de juiste keuzes maken in de gedegen online mix. Nieuwe vormen van online advertising en de verdomde klantreis nu eindelijk eens crossmediaal in kaart brengen. Door grotere budgetten - en verwachtingen - moet de online marketeer per 2017 nu echt aan de bak; convert or die!
8. Vertrouwen terugwinnen met livestreaming
Online - en vooral sociale - media hebben een flinke deuk opgelopen. #Nepnieuws. Het vertrouwen is ook online geschaad. Criminelen hebben vertrouwde timelines overgenomen. Vertrouwde sociale omgevingen lopen leeg en dat aloude online trucje rendeert niet meer. Aangelegde netwerken en belevingen blijken nep. 2017 Moet sociaal en contentwise veel recht zetten. We willen vooral the real thing. Live en as it is! Een productlancering? Doe het met live streamingvideo op Facebook. Een optreden op een event? Doe het live op Twitter, liefst in 360 graden breed. Een visie delen? Doe het met een live webinar via LinkedIn.

Patrick Petersen is online marketeer, consultant, docent en spreker op het gebied van online strategie, local en social media, zoekmachinemarketing, usability, contentmarketing en mobile marketing. Hij schreef een grote hoeveelheid boeken over deze onderwerpen.
Thursday, 05 January 2017 | Written by Redactie Frank.News

Onze ambities voor 2017

De periode tussen Kerst en Oud & Nieuw is altijd een mooie periode om even terug en vooral vooruit te kijken. Het is niet zo ingewikkeld; je maakt - al kijkend naar het WK darten - een SWOT-analyse van je werk en bedenkt wat er beter kan. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn persoonlijke plannen, maar kan wel iets vertellen over de ambities van frank.news.

 
Deze website is iets langer dan een jaar geleden in het leven geroepen om het marketingvak een beetje op te schudden. Er kwam een redactie van journalisten met veel liefde voor media en marketing. Logisch uitgangspunt is dat wij anders moeten zijn dan andere marketingmedia; iets minder focus op de dagelijkse nieuwtjes dus, maar wat meer aandacht voor verdieping, internationale ontwikkelingen en vergeten marketingterreinen als sportmarketing. Het is verder vrij overzichtelijk; tijdens onze redactievergaderingen bespreken wij onze plannen, maar ook de verhalen die we hebben geschreven: zijn ze goed gelezen en waarom wel/niet? We zijn niet zo van de vage plannetjes in de verre toekomst, maar proberen iets en kijken of het werkt. Dit jaar wilden we 100.000 unieke bezoekers per maand halen en dat haalden we sneller dan we dachten. Er zijn zelfs maanden dat we 170.000 unieke bezoekers aantikken.

Aan de hand van allerlei bezoekcijfers proberen we steeds scherper te krijgen waar wij voor staan. Het lijkt er op dat we niet zo van feelgood zijn; we houden ervan om een beetje te plagen. Wellicht is dat wel extra nodig in jullie vakgebied, waarin misschien wat meer ijdele mensen rondlopen dan elders. Verder zoeken we altijd naar de meerwaarde voor onze lezers, jullie moeten echt iets kunnen met onze verhalen. Wat is er dan inspirerend? In elk geval collega-marketeers bij grote merken en bedrijven die vertellen over hun visie op het vak. Maar misschien ook mensen die niet per se uit het marketingvak komen, maar wel gave marketingacties bedenken. Een bijzondere Facebook-actie, een geslaagd personeelsevent of een goede PR-stunt. Ook denken we dat jullie het veel leuker vinden om over de grote wereldspelers te lezen dan over Bram die aan de slag gaat bij ABC Marketing.

 
Misschien verraden onze Franks Weekly's wel een beetje hoe we zijn; we brengen het nieuws van de week, maar vinden daar ook iets van. Kortom, meerwaarde bieden voor marketeers, onze persoonlijkheden niet verbergen, de slimme onderzoekers, merkdenkers en mediakenners van de Candid Group inzetten. En vooral compleet anders zijn dan de concurrentie. Dat is wat we in 2017 nog meer gaan proberen. We komen met een serie genaamd Franks ‘influencers’ waarin we de ‘grote, inspirerende mensen’ uit de verschillende vakgebieden interviewen. We zullen toonaangevende marketingbloggers vragen voor ons te schrijven en komen met een serie over bijzondere marketingacties die zich buiten het zicht van het marketingvak afspelen. En onze Franky’s kunnen wel eens wat inhoudelijker worden; persoonlijk getint marketingnieuws in de vorm van een blog bijvoorbeeld. Dus wat vinden wij van Facebook Live, de nieuwsbrieven van Blendle of de nieuwste films van Netflix? Oh ja, nog een ideetje (maar over dit plannetje moeten we het nog hebben): we willen een wekelijkse serie optuigen onder de noemer ‘Franks zijlijn’. Daarin bedenken de mensen van Candid die er verstand van hebben (reclamemakers, onderzoekers) een alternatief voor bestaande commercials, inhaakacties of sponsorconcepten. Want jullie weten toch? Je ziet een commercial en vindt het echt de aller-, allerslechtste commercial ever. Verleidelijk om dat puntig kritisch en vol ironie op te schrijven in onze Franks Weekly.  Dat kan natuurlijk, maar als je kritiek hebt, moet je ook met een alternatief komen..
Kortom, we hebben heel veel plannen voor 2017, op naar de 300.000 unieke bezoekers per maand, zeggen we in alle nederigheid. Jullie horen nog van ons!
Wednesday, 04 January 2017 | Written by Bas Hakker

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.