Candid. Platform
for growth.

Frank.news goes Pulizzi

Inmiddels zijn we zo’n twee jaar bezig met Frank.news. We zijn er mee begonnen omdat we de marketingwereld wilden opschudden, het mocht allemaal iets minder lief voor elkaar in de marketingmedia. Bovendien zou het fenomeen ‘contentmarketing’ wel eens héél belangrijk kunnen worden de komende jaren dus een betere praktijktraining kan geen kwaad. Ook lag de ambitie op tafel om het marketingvak te ontdoen van haar slechte naam. Want wat is er eigenlijk mis met het zoeken van een doelgroep voor je product of dienst? Daar heeft toch elke ondernemer - van fietsverkoper tot hippe start up - mee te maken en niet alleen een groepje elitaire reclamebureaus in Amsterdam?

Verhalen die nergens anders gemaakt worden
Candid-eigenaar Gérard Ghazarian haalde een clubje journalisten bij elkaar om dagelijks verhalen te maken die nergens anders gemaakt worden. Hij en initiatiefnemer André Oerlemans hanteerden - puur op gevoel - het klassieke contentmarketingmodel van Joe Pulizzi waarbij ze eerst het merk aanscherpten, daarna de redactie organiseerde en vervolgens op zoek gingen naar een publiek. Wat ons merk is? Check de ‘over ons-pagina’, maar het komt erop neer dat we niet bang zijn voor een persoonlijke mening, altijd op journalistieke basis werken, focussen op inspiratie van ‘de groten der aarde’ en wegblijven bij nieuwtjes en ‘how to-verhalen’. We willen iedereen die iets met marketing heeft vooral inspireren, soms met onze eigen mening, maar vaak ook met de visie van anderen. We zijn zeker niet de Groene Amsterdammer onder de marketingmedia, het mag ook vrolijk want het is eigenlijk een heel leuk vak (niet doorvertellen hoor, maar Frank.news is gewoon een beetje hoe wij ook zijn).

De werkwijze van PulizziWe zeiden het al: we hanteerden - misschien wel onbewust - de klassieke content.inc-werkwijze van Pulizzi dat hij baseerde op de wetten in de mediawereld. Een belangrijke Pulizziwet? We kozen voor één medium, het geschreven verhaal. Pas de komende periode gaan we video maken, maar daar vertellen we nog wel een keertje over. Een andere les van Pulizzi (die hij uitbouwde in zijn recent uitgekomen boek ‘Killing Marketing’) is dat je eerst je publiek opbouwt voordat je iets gaat verkopen.
We schommelen inmiddels rond de 200.000 unieke bezoekers per maand en er zijn aardig wat mensen die graag naar ons terugkomen, we bouwden aan een clubje met een eigen gezicht waar mensen zich - dat hopen wij - een beetje thuisvoelen. De wet van Pulizzi zegt: pas als je eenmaal zo’n clubje hebt, moet je gaan kijken of er iets van meerwaarde te leveren is en in die fase zitten we nu. Het heet nu eenmaal ‘contentmarketing’ en niet ‘content voor de gezelligheid’. Wij denken daar als redactie over na, maar wij journalisten denken vooral in verhalen en niet altijd aan geld verdienen. Daarom is Titus Eikelboom sinds een tijdje onze directeur, die kan dat veel beter dan wij.

Samen met bedrijven contentplannen makenHij schreef een uitgebreid commercieel plan en besprak dat met ons als redactie. Het gaat niet om de details, maar de basis is dat wij wat intensiever met bedrijven gaan samenwerken die interesse hebben in het bereiken van onze achterban. Via het totale netwerk van Candidbureaus (segmentering, programmatic, onderzoek etc) zullen we bedrijven adviseren en - ja dat is een beetje meta - dan spreken we dus vaak over contentmarketing. Wij hebben immers de afgelopen twee jaar veel ervaring opgebouwd en willen bedrijven graag iets van onze passie voor dat vak meegeven. We weten wat het is om een publiek op te bouwen en geloven erin dat je met een journalistieke aanpak veel kan bereiken. Voor een goede contentstrategie hebben wij alles in huis: kennis van onderzoek & data, journalistiek en segmentering. We willen onze visie op contentmarketing graag uitdragen, denken als redactie dagelijks na over kwalitatieve content waarmee je een interessante doelgroep kan bereiken.

Dat doen we straks door te adviseren, maar ook door sponsored story’s te schrijven in opdracht van bedrijven. Daarmee zijn we overigens al bezig. Wij geloven in een  journalistieke aanpak gecombineerd met marketingkennis. Twee werelden die vaak vreemden zijn voor elkaar, maar die nu eenmaal samenkomen in het geval van contentmarketing. Pulizzi zegt het al in zijn laatste boek: de wetten van de media zijn de komende jaren bepalend bij alle bedrijven. Wat zijn immers de grootste bedrijven in de wereld vandaag de dag? Juist, mediabedrijven als Google, Facebook, Coca-Cola en Heineken.

‘Frank.news, het bureau’ gaat hardKortom, we gaan de komende tijd mooie dingen doen op het gebied van contentmarketing. Zelf noemen we onze missie ‘Frank.news, het bureau’ en we hebben er vooral veel zin in omdat het een mooi avontuur is. We gaan dus - samen met bedrijven - goede contentplannen smeden en geloven daarbij in de journalistieke aanpak (inhoudelijk, organisatorisch en creatief). Daarnaast komen we met wat nieuwe initiatieven - zoals video - waarbij we graag willen samenwerken met bedrijven. We willen echter wel zelf de regie houden. Wat is er mooier voor een bedrijf om te participeren met een groepje journalisten dat zich gaat bekwamen in het maken van tv? We beginnen straks weer met nul kijkers en gaan dit uitbouwen, zo rollen wij. Oh ja, we gaan samenwerken met bedrijven, maar we blijven gewoon even kritisch als altijd op diezelfde bedrijven. Niks mis mee….Bel ons zouden ze in de marketingwereld zeggen..
Thursday, 05 October 2017 | Written by Bas Hakker

Waar bemoeit SIRE zich eigenlijk mee?

Van alle vormen van marketing vind ik out of home één van de vriendelijkste varianten. Vrolijke, grappige, artistieke of soms ook ronduit saaie posters op bushokjes bijvoorbeeld. Niet opdringerig, je kan gewoon de andere kant opkijken als je er geen zin in hebt. Lekker laag irritatiegehalte. Totdat één keer in de zoveel tijd de abri’s weer vol hangen met een campagne van SIRE. Mijn nekharen staan direct recht overeind van deze typisch Nederlandse betutteling. Laten we alsjeblieft zo snel mogelijk ophouden met deze onzinnige campagnes! Of toch niet?

Kritische noot
De Stichting Ideële Reclame (SIRE) was de afgelopen tijd veelvuldig in de media naar aanleiding van het 50-jarig bestaan. Ook daar werd met enige regelmaat een kritische noot gekraakt over de morele campagnes. Met name hun laatste staaltje Laat jij jouw jongen gewoon jongen zijn? kreeg het zwaar te verduren. Het COC noemde de campagne ‘Oubollig en ronduit schadelijk’. En ook uit wetenschappelijke hoek klonk veel kritiek op het spotje waarvan de boodschap volgens experts helemaal niet wetenschappelijk te onderbouwen is.

Primitieve reactie
Allemaal waar, maar bij mij roepen de campagnes van SIRE vooral een nogal primitieve reactie op: waar the f*** bemoeien jullie je mee?? Ik bepaal zelf wel of mijn kind behoefte heeft aan ravotten of niet. Ik kan ook echt heel goed zelf beslissen of ik wel of niet een selfie wil maken, mijn rimpels wil laten weg-botoxen of het ‘druk druk druk druk druk’ wil hebben. Geen enkele Voor wie jij doe jij het eigenlijk-spot van SIRE die daar ook maar een fractie invloed op heeft.

Morele bedoelingenDaarnaast heb ik ook zo mijn twijfels over de morele bedoelingen van de makers. SIRE is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, geen gesubsidieerd initiatief van de overheid. De reclamewereld werkt gratis mee aan de totstandkoming van de campagnes en de media stellen hun dure advertentieruimte om niet ter beschikking aan de stichting. Een veelgehoord argument voor reclamebureaus om zich in te zetten voor de SIRE-campagnes is omdat zij ‘iets willen doen voor de maatschappij’. Klinkt prachtig, maar ik geloof niet dat er veel bureaus zijn waar dit morele ideaal het enige uitgangspunt is bij het aangaan van een dergelijke campagne. Natuurlijk hoopt ieder bureau op commercieel succes. Een campagne die iets losmaakt of, beter nog, een prijs verdient. Geen betere reclame voor je bureau!

Andere mindsetMaar toch, als ik kijk naar de lange lijst met campagnes die SIRE tot op heden de wereld in geholpen heeft, zitten er toch een aantal tussen waarvan ik vermoed dat ze wel degelijk een verschil hebben gemaakt. ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’ bijvoorbeeld. Of ‘Wie is toch die man die op zondag altijd het vlees snijdt?’. Campagnes die op den duur hebben bijgedragen aan een andere mindset over deze thema’s. En daar kun je dan natuurlijk moeilijk op tegen zijn. Dus nee, misschien moeten we SIRE niet zo snel mogelijk de wereld uit willen helpen. Misschien moet ik gewoon flink op mijn tong bijten bij al die bemoeierige, in mijn ogen misplaatste campagnes, in de hoop dat er snel weer eentje tussen zit die écht wat doet.
Tuesday, 03 October 2017 | Written by Heleen Scheurwater

De geforceerde glimlach van een merkambassadeur

Door Sjaak Vane

Ik ken het bedrijf van de blauwe dozen, bedrukt met studentikoze grappen. Je mag zelfgemaakte confetti over de bezorgers uitstrooien, lees ik. Toen er een knalblauwe vrachtauto voor mijn deur parkeerde verwachtte ik dan ook een clownsduo. Een soort Cliniclowns die van iedere pakketbezorging een feestje maken. Maar kan dit eigenlijk wel: humor op afroep? Is dat niet teveel gevraagd van de merkambassadeurs?

 
Het bezorgmoment
,,Ik geef u eerst even een hand,’’ roept Dennis bij binnenkomst. Geheel volgens het draaiboek levert hij (en zijn gespierde compagnon) de koelkast af in onze keuken. Ze hadden hem vanmorgen al uit de verpakking gehaald - want dat scheelt weer wat tijd. Een minuut later verontschuldigt Dennis zich. Het scenario zit strak in elkaar. ,,Mijn collega werkt dit verder met u af.’’ Beduusd schud ik hem de hand. Geen tijd voor grappen. Exit Dennis.

Niet voor lang echter. Mijn vrouw ontdekt een flinke deuk in de deur en de koelkast ruikt muf. ,,Geen probleem, morgen breng ik een nieuwe.’’ Dennis drukt ons opnieuw de hand en verlaat het toneel. Einde acte.

Het liep anders en de rest van de week bel ik met Kristel, Kimberly en Max van de klantenservice. De gesprekken worden opgenomen voor trainingsdoeleinden, maar ik merk geen leereffect. De joviale studentenstemmen begrijpen allemaal heel goed dat dit bijzonder vervelend voor mij is. Geen van allen is in staat om Dennis en zijn hulp opnieuw in te huren. En dat terwijl dit bedrijf alles doet voor een glimlach. Na een week meld ik op Klacht.nl dat het lachen mij vergaan is.

Humor als merkbelofte
Het lijkt me niet makkelijk als humor deel is van je merkbelofte. Een vrolijke verpakking is gauw ontworpen, maar waar vind je geschikte merkambassadeurs? Dan doel ik niet op de vlotte BN’er, maar op de mensen die dag-in-dag-uit het bedrijf belichamen. Die de klant opzoeken in zijn keuken en geduldig zijn klacht aanhoren na afloop. De verkoper die de juiste toon weet te vinden en een band opbouwt met zijn klantenkring. Die niet alleen kennis tentoonspreidt maar ook passie en niet te vergeten: humor. Want humor verkoopt.

Dat leerde ik van een workshop tijdens de Week van de Ondernemer. Wie heeft er vandaag al gelachen, is de confronterende openingsvraag aan de zaal. Bij meer dan zes keer steekt er geen enkele hand meer in de lucht. De gemiddelde workshopbezoeker lacht hooguit drie keer per dag. ,,En weet je hoeveel kinderen lachen?,’’ vraagt de docent uitdagend. Indringend kijkt ze de zaal rond. ,,35 keer per uur,’’ roept ze triomfantelijk. Voor de volwassen bezoekers is dit een onvoorstelbare prestatie. De workshopleider stelt ons gerust: plezier is te leren. En zij weet hoe. Lachen werkt aanstekelijk. We bekijken een video van een tramhalte waar een acteur in lachen uitbarst. Eén voor één ontdooien de omstanders. En dat wil je natuurlijk bereiken bij je klant. Wie geniet koopt meer.

Plezier op afroep
Volgens mij kun je kinderplezier niet vergelijken met verkopershumor. Is het niet juist de argeloosheid die de blijdschap van een kind zo aanstekelijk maakt? En raken we die niet kwijt als we humor inzetten als een strategisch instrument? De workshop zelf is daarvan een voorbeeld. Van het begin af aan is het een lach-of-ik-schiet-show. De docent geeft de indruk dat ze niet alleen ons, maar ook zichzelf voortdurend wil overtuigen dat het heel leuk is wat ze staat te doen. En dat is een gedachte teveel.

Een zekere argeloosheid vormt de basis van oprechte humor. Daarom is ze zo lastig te managen. Het is heel moeilijk om te spelen alsof je een grap spontaan verzint, terwijl je die al twintig keer hebt gemaakt. Een goede cabaretier kan het. Hij geeft je het idee dat je deel bent van het leukste publiek van Nederland. Of je nu woont in Urmond, Ritthem of Appelscha.

BeleveniseconomieIn het tijdperk van de belevingseconomie wordt het repertoire van de merkambassadeur uitgebreid. Kennis en kunde volstaat niet langer. De Brand Disciple moet passie tonen voor het merk, dag in dag uit gemotiveerd zijn en het kunstje telkens weer herhalen. En dat vreet energie. Zelfs als we ons niet richten op de schaterlach maar op de bescheiden variant ervan: de glimlach. Het lijkt erop dat deze zich makkelijker laat cultiveren. Maar moeite kost het wel. Voor McDonalds is een beleefde glimlach voldoende. Wanneer de dienstverlening meer persoonlijke interactie vraagt, schiet dit tekort. In dat geval moet de beroepsrol ingrijpen op het innerlijk van de medewerker.

De marketing van het gevoel
Het is niet toevallig dat dienstverlenende bedrijven een acteermethode gebruiken om hun personeel te scholen. Dat ontdekt de Amerikaanse socioloog Arlie Russell Hochschild. In 1983 volgt ze de bedrijfstraining van stewardessen bij Delta Airlines. De medewerkers wordt gevraagd om het vliegtuig als hun huiskamer en de passagiers als ‘persoonlijke gasten’ te zien. De methode is vergelijkbaar met hoe een filmacteur zich inleeft in zijn rol. Daar komt bij dat de aanstaande stewardessen deel worden van een bedrijfscultuur waar glimlachen een vereiste is.

Lang voordat de term ‘belevingseconomie’ in omloop kwam, beschrijft Russell Hochschild de prijs die merkambassadeurs betalen voor het op afroep tonen van de gewenste gevoelens. In de klassieker: The Managed Heart, Commercialization of Human Feeling analyseert ze hoe dat in zijn werk gaat.

We leren ongewenste emoties te beheersen en gewenst gedrag te vertonen via emotie-regels, merkt Russell Hochschild op. Het zijn de subtiele hints waarmee iemand emotioneel wordt gecorrigeerd. ,,Geweldig feestje hier, vind je niet?’’ Wie afwijkt van de emotie-conventies kan ter verantwoording worden geroepen. ,,Waarom kijk je sip, je hebt toch een leuke baan, is het niet?’’ Of het oer-Hollandse: ,,We gaan toch niet moeilijk doen, hè?’’ Ook kaderen dergelijke emotieregels bij voorbaat het collegiale gesprek in: ,,Kunnen we dit even in alle redelijkheid bespreken?’’ Geen emoties, please.

Een mens of een automaat?
Nu is er niets mis met dergelijke sociale normen. We zijn nu eenmaal groepsdieren. Het punt is dat er meer de nadruk op ligt nu bedrijven de verkoopwaarde van emoties hebben ontdekt. En dat leidt tot dwingende emotieregels. De hedendaagse schoonmaker moet  een passie voor toiletpotten tonen en de pakketbezorger moet op ieder adres iemand blij maken. Alles voor een glimlach. Die taak rust vooral op de schouders van de merkambassadeur.  Een merk is immers niet meer dan een abstract begrip. De klant krijgt er pas ‘gevoel bij’ vanuit de interactie met een ander mens.

Hoe menselijk is de merkambassadeur?Het is echter de vraag hoe menselijk deze mens blijft als het bedrijf van hem vraagt zijn gevoelens te automatiseren. Russell Hochschild beschrijft hoe de pursers en stewardessen bij Delta Airlines emotioneel afvlakken. Van hen werd gevraagd telkens hun spontane emoties te onderdrukken en andere naar voren te halen. Daarvoor heeft ieder mens maar een beperkte capaciteit. Wie zich op zijn werk emotioneel moet afreageren, zal dit thuis minder goed kunnen.

Tijdens een lange nachtvlucht raakte ik hierover in gesprek met een stewardess van British Airlines. Ze vertelde dat ze pas de volgende dag haar vriend opzocht, omdat ze het eerste etmaal snel geïrriteerd was. Voordat ze opnieuw een dienst had oefende ze met een vorm van mentale training om weer vrolijk aan boord te kunnen stappen. Ik heb altijd bewondering voor het cabinepersoneel tijdens intercontinentale vluchten. De meeste lukt het om vriendelijk te blijven ondanks een dolgedraaid bioritme.

Gezonde vervreemding
Anders dan bij personal branding volgt de merkambassadeur een gestandaardiseerd script. Veel ruimte voor improvisatie is er niet. Hij moet zich immers voegen naar de look-and-feel van het merk. De uitdaging voor de merkambassadeur en in bredere zin iedere dienstverlener in de belevingseconomie, is de emotionele betrokkenheid bij de beroepsrol. Ze moeten ‘hun gevoel leggen’ in wat ze doen. Dat vraagt enig acteertalent en soms kost het veel (teveel) wilskracht. Ook voor wie er als kind al van droomde stewardess te worden zijn er grenzen. Je kunt niet oneindig putten uit je oorspronkelijke passie als je moet voldoen aan een overvol dienstrooster.

Een oplossing die sommige emotiewerkers kiezen is een vorm van rol-distantie, signaleert Russel Hochschild. Ervaren werkers ontwikkelen een ‘gezonde vervreemding’, een zekere nonchalance die hen beschermt tegen een burn-out. Wanneer ze zich volledig met hun rol identificeren put dit uit. Wanneer teveel afstand wordt genomen dreigt ontslag. Het is laveren tussen heilige ernst (de zaak is mijn alles) en ironie (de zaak stelt niets voor).

Procedurele empathie is de verkeerde richting
Er wordt naarstig gezocht naar procedures om het klantcontact zo warm mogelijk te maken. Het succesvolle internetbedrijf met de blauwe dozen gaat koffie schenken in hun nieuw geopende fysieke winkels. Ze stellen er speciale merkambassadeurs voor aan die niets mogen verkopen, maar uitsluitend de klant een goed gevoel moeten bezorgen. Bezorger Dennis is aangeleerd om iedere klant meteen een hand te geven. Iets wat hij telkens nadrukkelijk aankondigt. Zouden ook zijn gesprekken worden opgenomen voor trainingsdoeleinden?

Wie procedureel een glimlach probeert te ontlokken, zoekt in de verkeerde richting. Het hart van de klant kun je op die manier niet raken. Het is in wezen niet alleen de vraag of merken teveel vragen van hun ambassadeurs. Er schuilt een veel fundamenteler dilemma achter. Kun je humor standaardiseren? Of in bredere zin: kun je medemenselijkheid vangen in een procedure? Kun je het hart managen of ontstaat menselijkheid juist wanneer een medewerker voorbij gaat aan de standaardprocedure? Het antwoord ligt voor de hand. Er is meer nodig om een klant te ontdooien.

Nu we het er toch over hebben, hoe liep het af met de koelkast? Niets verrassends. Na tien dagen helpdeskleed, een klachtentweet en een kortingsbon, hebben we de koelkast toch maar bij een ander bedrijf gekocht. Het systeem kon niet vatten dat Dennis het apparaat meteen weer mee terug had genomen. Daarmee week hij af van de retourprocedure. ,,Ik begrijp dat het heel vervelend voor je is,’’ werkt na tien dagen op je lachspieren. Verder viel er niet veel te lachen.

Sjaak Vane (1961) is relatietherapeut, spreker, Stand up Story Teller en cultuurfilosoof. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk? over intimiteit in de presentatiemaatschappij.  
Thursday, 21 September 2017 | Written by Redactie Frank.News

De NS heeft de juiste toon te pakken

Door Kim van der Meulen

Als forenzende freelancer kijk ik met enig cynisme naar de reclamespotjes van de NS. Vorig jaar zag ik in een commercial hoe een jongen samen met zijn hondje stad en land af treinde voor een date, volgens de NS bedoeld om te benadrukken dat niets boven ‘écht contact gaat.

Dat soort moralistische boodschappen gaat er bij mij niet in; menselijk Tetris op het balkon in spitstijd is vind ik genoeg echt contact. En op een commercial vol zelfspot na waarin mensen steeds van perron naar perron rennen wegens voortdurende spoorwijzigingen (onder het motto ‘NS is supporter van bewegen’) en een geintje met Nick-en-Simon-lookalikes, herinner ik me vooral reclames waarin iedereen op tijd aankomt, geniet van het uitzicht en zitplek heeft.

En dan zijn er nog de buitenland-spotjes, zoals een paar jaar geleden een melancholisch filmpje waarin een oudere dame naar oude jeugdliefde in Frankrijk reist, een jongen die spontaan besluit naar Londen te reizen (NRC checkte het even: kan inderdaad) en nu ‘Wat houdt je tegen?’, waarin twee mannen het bejaardentehuis ontsnappen voor een dagje joie de vivre in Parijs.

Meer merksympathieDoel van dat laatste spotje: inspelen op het gevoel van sleur, de drang om daaruit te ontsnappen en de wens om vaker verrast te worden, aldus reclamebureau N=5, dat het filmpje maakte. De commercial is, samen met enkele andere (waaronder het spontaan-naar-Londen-filmpje), onderdeel van de campagne 'Waar ga jij naartoe vandaag?' waarmee onder andere wordt ingespeeld op de interesse in stedentrips, die volgens onderzoek van Motivaction in opdracht van NS groot is.

Een schot in de roos, zo blijkt: volgens BrandAsset Valuator is de merkkracht sinds de campagne met 15 procent gestegen en zou de merksympathie ook gegroeid zijn. Daar moest ook iets aan gebeuren, want volgens onderzoek blijkt dat ‘vertraging’, ‘overvol’ en ‘duur’ nog altijd de woorden zijn waar mensen het eerst aan denken bij het merk NS. En hoewel een positieve merkassociatie nog altijd begint bij goede service, kan een positieve commercial geen kwaad. Zeker als er humor in zit, zoals in het bejaardenspotje: uit onderzoek van Radboudumc blijkt dat je een goed gevoel overhoudt aan een product dat met humor wordt geïntroduceerd, al verzet je je er nog zo hard tegen.

Juiste toon
Ging het met humor bij de NS in het verleden nog weleens mis - herinnert u zich nog de commercial waarin mensen opzettelijk spoorbomen saboteren in het kader van voordelige daluren? –,  met de nieuwe campagne heeft het bedrijf de juiste toon te pakken: grappig, niet zoetsappig en met een korte, heldere boodschap. Voor informatie over de werking van het spoor, het point-of-view van machinisten en vlogs van treinende jongeren en ov-chipkaart-instructievideo’s ga je maar naar YouTube (waar de NS het met 7,4K abonnees niet slecht doet). Ik hoop dat de NS deze toon vasthoudt. Want het kan niet anders dan effectief zijn: zelfs deze doorgewinterde, cynische treinreiziger checkte al even de prijzen voor een weekendje Londen met de NS.
Wednesday, 20 September 2017 | Written by Redactie Frank.News

Werkt tweedehands reclame ook?

De kracht van reclame schuilt in herhaling, weten we allemaal. Maar kun je beelden van een oude commercial eindeloos blijven gebruiken? Oftewel: werkt tweedehands reclame ook? 

Het was een originele campagne, die Center Parcs eind 2015 lanceerde. In een ‘omgekeerde natuurdocumentaire’ liet de vakantieparkketen zijn eigen groene Pino - Mr. Wings -  de vreemde schepsels observeren die opleven tijdens een vakantie in de ‘habitat’ van Center Parcs. Daar kwamen briljante vondsten uit voort zoals de vliegende moeder of de zitvader.

De campagne was een succes en leverde Center Parcs 10 procent omzetgroei op in 2016, liet het bedrijf weten.

Pino zonder context
Reden om Mr. Wings ook in 2017 nog even rond te laten fladderen. Maar wat schetste mijn verbazing toen ik de nieuwe commercials zag? Dezelfde beelden, maar dan zonder verhaal. Geen kantoorvaders die los komen of zwoegende moeders die aan een tokkelbaan hangen.

Dezelfde - delen van een - commercial met een andere ingesproken tekst. Beelden dus die uit hun verband waren gerukt. Een groene Pino zonder context. Waarschijnlijk een nachtmerrie voor de originele makers, maar voor Center Parcs een goedkope oplossing.

Kracht van herhaling
Het maken van een commercial is een dure zaak, dus waarom de beelden niet nog een keer gebruiken? Bekend is de commercial van Witte Reus, waarbij een reusachtig wit laken wordt besmeurd, gewassen in een zwembad en door een helikopter weer hagelwit omhoog wordt getrokken. Het filmpje, of fracties ervan, werden decennialang gebruikt in andere commercials van het wasmiddel.

Het is de kracht van herhaling, zullen de marketeers roepen. Die is in talloze onderzoeken aangetoond. Vorig jaar nog in een meta-analyse waarin de uitkomsten van 37 eerder uitgevoerde studies werden vergeleken en waaraan het SWOC in zijn selectie aandacht besteedde. De conclusie: consumenten herinneren zich een advertentie of commercial inderdaad beter naarmate ze hem vaker zien. Maar na verloop van tijd neemt ook de irritatie toe en dat heeft een negatief effect op consumentengedrag.

Tweedehandsje
De marketeers van Center Parcs hebben duidelijk geluisterd naar de eerste conclusie. Hoe meer herhaling hoe beter. Dat het originele idee achter de campagne de nek om word gedraaid is van secundair belang. Zo is de commercial een tweedehandsje geworden, die wordt ingezet om merkherkenning te bevorderen. Of het werkt zullen de omzetcijfers van 2017 aantonen. De originaliteitsprijs zullen ze er zeker niet mee winnen.

 
Friday, 15 September 2017 | Written by André Oerlemans

De perfecte bezorgservice bestaat wél

Niets zo irritant als dagen op je pakketje moeten wachten, dat vervolgens natuurlijk precies op die dag en tijd wordt afgeleverd waarop jij niet thuis bent. Of een track & trace nummer waarbij je een indicatie krijgt als ‘tussen 11 en 17 uur is de bezorger bij u’. Dus…

Hoe vaak ik al niet onhandig op de fiets met m’n XL-pakket door de stad ben gereden, omdat ik natuurlijk weer eens niet thuis was op het moment van bezorging. Of al die keren dat ik dolenthousiast bij de buurman aanbelde, de plek waar mijn pakketje was afgeleverd tijdens mijn afwezigheid, en ik blij werd gemaakt met een dichte deur. Nóg een dag wachten.

Hoe vaak ik vervolgens daardoor een kaartje met ‘Sorry te laat! Je krijgt je cadeau écht nog’ heb moeten schrijven. Of uiteindelijk toch in de stress zat, omdat mijn nieuwe outfit voor dat ene feestje bij de benedenbuurman lag, en die dus een paar uur voor dat feest nog steeds niet thuis was.

Mijn online shopervaring heeft nogal wat deukjes opgelopen. En ik zweer sindsdien dan ook bij de altijd succesvolle offline shop experience. Tot ik laatst een geweldig paar sneakers voorbij zag komen in zo’n gevaarlijk gesponsorde Instagram-post. Voor ik het goed en wel wist, zaten de sneakers, die er alleen nog in mijn maat waren - over meant to be gesproken - in mijn winkelwagentje en drukte ik op betalen.

Ik had de sneakers niet dezelfde dag nog nodig, het was weliswaar een cadeautje voor mezelf maar ook niet voor een speciale datum. Dus op zich was er geen sprake van een spoedbestelling. Al kon ik natuurlijk niet wachten tot ze geleverd zouden worden. En had ik in mijn hoofd al allerlei outfits in mijn kast geselecteerd die er perfect bij zouden matchen.

Verwachte bezorgtijd: vandaag besteld, de volgende dag in huis. Precies de dag dat ik natuurlijk niet thuis zou zijn. Maar tot  mijn verbazing ontving ik een paar uur na mijn bestelling een sms van Emily Company Suit-Up Courier. Ze bedankten mij voor mijn bestelling en gaven aan dat ze mijn sneakers nog diezelfde avond tussen 18 en 20 uur zouden bezorgen. Supersnel en geen ‘11 -20 uur praktijken’.

Maar nu komt het allermooiste... In het bericht stond ook dat als ik niet aanwezig was rond die tijd, ik kon kiezen uit een aantal opties. Ik mocht:
A: Aangeven waar ik wel was, sportschool, werk, restaurant, school of welk adres ook, zodat ze het daar af konden geven.
B: Aangeven welk levermoment beter geschikt zou zijn.
C: Toestemming geven om het af te geven bij de buren.

De verandering kon ik gerust via een sms-bericht terugsturen. Ik bleek geen afspraken te hebben, kon gewoon thuis zijn al twijfelde ik er even of dit geen goede reden was om deze nieuwe bezorgdienst nog beter uit te testen en mijn nieuwe aankoop meteen te vieren in een van mijn favoriete restaurantjes.

Nog diezelfde avond werd er om half 8 aangebeld, en jawel: daar stond een jongeman in pak met een tasje met mijn gewilde sneakers erin. Hij begroette mij met een vriendelijke glimlach alsof ‘ie wist wat nieuwe sneakers voor mij betekenen’, en wenste me er heel veel plezier mee. Kijk deze bezorgdienst begrijpt het.

Als ik even later dolblij met mijn nieuwe schoenen aan nieuwsgierig hun website bezoek, zie ik het volgende:

Emily Company Suit-Up Courier: If you can be anything, be the best! En zo is het maar net.
Tuesday, 12 September 2017 | Written by Kim Buitenhuis

Hoe lang blijft de influencer-bubbel nog heel?

In de rubriek Franky schreef ik al eerder over de dunne lijn die influencers bewandelen wanneer zij in zee gaan met een bepaald merk. Het gevaar ligt op de loer dat volgers zich gaan storen aan overduidelijke sponsored items en afhaken. Waarmee de influencer dus zijn eigen glazen ingooit. En het merk irritatie oproept, wat me ook niet bepaald de bedoeling lijkt. Als tegenreactie heb je tegenwoordig de micro-influencer: klein maar fijn en volgens de kenners ook uiterst effectief voor je marketingstrategie. Maar is het resultaat niet hetzelfde?

De plank mis slaan
Een micro-influencer heeft tussen 5.000 en 100.000 volgers op een sociaal medium en richt zich op een bepaalde nichemarkt met een onderwerp waar hij of zij veel passie voor heeft. Ook de volgers hebben dan automatisch een bovengemiddelde interesse in dit specifieke onderwerp. Alleen al dat gegeven maakt een micro-influencer natuurlijk interessant voor een marketeer. Je bereik is misschien kleiner dan bij de grote celebrity influencers, maar wel midden in een specifieke doelgroep. Bovendien kent de micro-influencer zelf zijn publiek als beste. Hij of zij weet precies wat zijn volgers interessant vinden en waar zij wel en niet voor open staan. Een perfect uitgangspunt voor een marketeer. Want je kan leuk gaan voor het grootste bereik, maar als de volgers niet specifiek geïnteresseerd zijn in jouw product, sla je de plank toch flink mis.

Geloofwaardigheid verliezen
Kwaliteit boven kwantiteit dus. Minder bereik, maar veel gerichter. Maar natuurlijk is het ook hier de grote uitdaging voor de influencer om authentiek te blijven. Want juist een publiek dat zo betrokken is bij een bepaald onderwerp zal direct door sponsored items heen prikken. Ook als dit binnen hun interessegebied ligt. En juist het publiek van een micro-influencer zal kritischer zijn ten aanzien van sponsored items. Wanneer zij doorhebben dat een product tegen betaling wordt aangeprezen zal de influencer van dienst nóg sneller zijn geloofwaardigheid verliezen.

Doekje tegen het bloeden
In mijn ogen is de micro-influencer dus vooral een doekje tegen het bloeden. Grote influencers die in zee gaan met merken staan onder druk. Neem alleen al het voorbeeld van Anna Nooshin en haar niet helemaal goed opgepakte post over een drinkflesje van Shell. Bij micro-influencers zijn de merken nog lang niet zo ver doorgedrongen. Maar gebeurt dit wel, dan is het effect hetzelfde: volgers die dwars door de sponsoring heen prikken. Voor mij blijft de grote vraag: hoe lang blijft de influencer-bubbel nog heel?
Thursday, 07 September 2017 | Written by Heleen Scheurwater

‘Hudson’s Bay is een aanwinst voor Nederland’

Prachtige zaak natuurlijk, maar het is de grote vraag of warenhuisketen Hudson’s Bay de concurrentie aankan met Bijenkorf. Retailexpert Paul Moers mocht een dag voor de opening alvast even een kijkje nemen bij de eerste vestiging van de Canadese retailer. 

Door Paul Moers
Hudson’s Bay is het Canadese warenhuis dat al sinds 1670 bestaat en dus een enorme heritage heeft. Deze week gaat de retailketen voor het eerst de grens over met maar liefst tien nieuwe winkels in Nederland. Nederlandse consumenten wachten in spanning af. Ik kreeg de gelegenheid om voor de opening al een kijkje in de winkel in Amsterdam te mogen nemen en was aangenaam verrast.

Het is een unieke stap voor dit bedrijf dat weliswaar eerder de grens overging, maar dat deed in de vorm van overnames van het verliesgevende Kaufhof in Duitsland en het moeilijk draaiende Galleria Inno in België. Duidelijk is dat Hudson’s Bay niet echt goed is in het opkalefateren en winstgevend maken van bestaande formules. Vandaar dat besloten werd om in Nederland een volledig andere kant op te gaan en eigen Hudson’s Bay winkels te openen. Het is een buitengewoon ambitieuze organisatie die in durft te zetten op groei en het was een slimme zet om V&D níét over te nemen.

Geld betalen voor iets zonder waarde
Om meerderen redenen was dat een slimme zet:
  1. Dat zou geld betalen zijn voor iets dat vrijwel geen waarde meer kan toevoegen.
  2. Bovendien ontstond zo druk op de eigenaren van de winkelpanden om met Hudson’s Bay in onderhandeling te gaan over de veel te hoge huurprijzen.
  3. Nog een voordeel was dat er een selectie kon worden gemaakt voor die plaatsen waar de beste kansen lagen qua omzet.
  4. Tot slot was het bedrijf op deze manier in staat om een compleet nieuwe formule neer te zetten die Nederland zal aanspreken.


Geen warenhuis-, maar een V&D-probleem
Zo worden ze niet meer gehinderd door nostalgie naar V&D. Ik denk dat Nederland geen warenhuisprobleem had maar een V&D probleem. Zie het grote succes van bijvoorbeeld de Bijenkorf. Een goed geleid warenhuis heeft alle kansen in het Nederlandse retail landschap mits er een goede visie en strategie aanwezig is. Het is bovendien een zegen voor vele binnensteden. Denk aan de iconische panden in bijvoorbeeld Den Bosch en Haarlem die als grote blikvangers leeg stonden. Binnensteden gaan er voordeel van hebben dat er weer een goed warenhuis de deuren opent. Ik beschouw de komst van Hudson’s Bay als een grote aanwinst voor Nederland.

Waarom zou Hudson’s Bay wél succesvol gaan zijn?Dat is de grote vraag natuurlijk. Daarvoor zijn een aantal argumenten aan te dragen:
  1. Ze hebben met visie de steden uitgezocht waar ze aanwezig willen zijn. Er moet koopkracht en een ruime klantenkring aanwezig zijn. Bovendien moet de binnenstad attractief zijn. De selectie van tien steden is slechts het begin. Als Hudson’s Bay gaat draaien sluit ik niet uit dat er nog wat extra winkels gaan volgen. Wel zullen het er duidelijk minder zijn dan het oorspronkelijke aantal van 62 V&D winkels.
  2. Hudson’s Bay heeft niet de fout gemaakt om vooral ex-V&D personeel aan te nemen. Als je een nieuwe start wil maken moet je nieuwe mensen zoeken en die opleiden in de eigen academie. Alleen dan kun je de klanten op een nieuwe manier gaan benaderen en bouw je een eigen identiteit. Het personeel kan op deze manier een belangrijke rol gaan spelen op het gebied van hulp en advisering. De 1.600 medewerkers zijn overigens voor 80 procent met de hulp van social media aangetrokken.
  3. Ze hebben een grote inkooppower. Daarmee zijn ze in staat om een aantal internationale merken limited editions speciaal voor Hudson’s Bay te laten ontwikkelen. Zo heeft Karl Lagerfeld een speciale tas ontworpen en is G- Star met een speciale Hudson’s Bay jeans vertegenwoordigd. Het bedrijf zet zich hiermee beter op de kaart.
  4. Er worden duidelijke keuzes gemaakt. Zo wordt ingezet op: fashion, beauty, lifestyle & home. Op deze terreinen wil het bedrijf fors uitpakken. Van andere proposities blijven ze af.
  5. In de warenhuizen zijn zogenaamde studio’s te vinden speciaal gereserveerd voor de lancering van nieuwe merken of voor jonge ontwerpers. Dat is écht een leuke vondst.
  6. De winkels zijn flexibel ingericht. Zo kun je de winkels continu aan de wens van de consument aanpassen, maar ook goed rekening houden met lokale omstandigheden. Dit spel wordt ook in Canada gespeeld. Tijdens mijn bezoek aan de winkels in Canada viel mij op dat ze per winkel heel goed rekening houden met lokale omstandigheden. De winkels zijn dus bepaald geen eenheidsworst. Die competentie kunnen ze in Nederland goed gebruiken.
  7. Er is in de winkels in Nederland echt fors geïnvesteerd. Alles is ruim en vooral heel licht opgezet. Er is een groot internationaal architectenkantoor aan de gang geweest en dat is te merken. De winkelervaring is uitermate prettig. Er wordt veel gewerkt met hout. Het personeel is weliswaar nog wat onwennig maar is pro actief en bereid je met alles te helpen. Ze willen klanten het gevoel geven dat je “gast” bent en daar lijken ze zeker in te gaan slagen.
  8. De paskamers zijn heel erg ruim opgezet en er zijn zelfs zithoekjes. Het geschutter in een te krappe ruimte gaat hier niet gebeuren.
  9. Er is veel plaats gereserveerd voor demonstraties.
  10. Alle artikelen hebben de ruimte. Hier geen volgepropte rekken of planken. Kleding wordt vooral per merk gepresenteerd zodat je geïnspireerd wordt. Producten zijn hier de Koning.
  11. De Hudson’s Bay app brengt dagelijks nieuws. Ook dat is een leuk idee en een mogelijkheid om continu met de klant te communiceren over activiteiten in de warenhuizen. Dat nieuws moet dan ook wel écht nieuws worden en daarin ligt zeker een uitdaging.
  12. Ze durven ook gekke dingen te doen. Zo is er op de bovenste verdieping in Amsterdam een kapper met uitzicht over het mooie Amsterdam. Heel bijzonder om daar geknipt te worden. Zo is er ook een nagelstudio ook al met uitzicht op Amsterdam. Verder is er een denim atelier waar je de spijkerbroeken kan laten stitchen naar eigen voorkeur.
  13. Ze zetten bijna volledig in op merken en samenwerkingen met fabrikanten zoals bijvoorbeeld voedingsmiddelen van Stach. Het enige eigen merk dat ik tegenkwam is Axioma.


De concurrentie met BijenkorfNatuurlijk zijn er ook wat kanttekeningen te maken? Ik noem er hier een paar:
  1. Het management spreekt nadrukkelijk over een ‘premium’-strategie. Dat kan verkeerd uitpakken aangezien aan de bovenkant de Bijenkorf de markt perfect heeft afgedekt met de Premium Experience strategie. Hier lijkt dus simpel kopieergedrag te ontstaan. Hudson’s Bay doet er zeker verstandig aan om wat meer aan de bovenkant van het middensegment te gaan zitten, maar moet vooral daarin niet doorslaan. Het grootste deel van de Nederlandse consumenten blijft immers prijsbewust. Ik verwacht de komende maanden dan ook wat aanpassingen in het concept. Betaalbaarheid zal een belangrijk issue worden. Zitten ze te dicht bij de Bijenkorf of te ver van de Hema dan kan een echt probleem ontstaan.
  2. Hudson’s Bay in Canada heeft het moeilijk en moet zich ook daar aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. Er worden rode cijfers geschreven. Dat vraagt veel managementaandacht en vooral ook focus. Dat is precies het argument dat sommige activistische aandeelhouders gebruiken: Zorg eerst dat je het eigen huis op orde brengt in plaats van allerlei avonturen in Europa te beginnen. Het is dus afwachten of de strategie in Nederland wordt doorgezet.
  3. Technologisch had het bedrijf wat meer nieuwe technieken kunnen laten zien zoals ‘Tweet mirrors’, virtuele paskamers, etc. Het is echt een gemiste kans om niet meteen nieuwe zaken uit te proberen en daarmee extra bezoekers te trekken. Technologie zal de komende jaren een belangrijke rol gaan spelen in retail (zie mijn boek: Werk aan de winkel 3.0). Wel zag ik bij het merk Urban Decay een ‘Instagram wall’ en is er in de winkel een goed ingericht click & collect point te vinden.
  4. Hudson’s Bay is een nieuw onbekend merk voor de Nederlanders. Er zal dus geld geïnvesteerd moeten worden om die waardepropositie helder te communiceren. Er zal een band met de consument gebouwd moeten om van ‘boeien’ van de consument naar ‘binden’ van de consument te gaan en dat vraagt een lange adem. Het is afwachten of de merkbelofte zodanig is dat de consument er warm voor loopt.
  5. De winkel in Amsterdam zit precies bij de uitgang van de metro Noord Zuid Lijn. Er zullen daar dagelijks 25.000 bezoekers uitstappen.
Eindconclusie: het concept klopt
Ik zie best nog een aantal verbeterpunten. Toch geloof ik dat het concept echt wel klopt. De winkels zien er echt fantastisch uit en zijn zeker een verrijking van het Nederlandse Retail landschap. Hier is écht sprake van beleving en inspiratie. De ontwikkeling van een Nederlandse formule is op een buitengewoon en zorgvuldige manier gedaan. Bovendien is de economie in Nederland goed op stoom en zit non food na acht jaar van daling fors in de lift. Hudson’s Bay moet de komende tijd veel aandacht besteden aan het duidelijk maken van hun waardepropositie en hun merkbelofte. Die laatste is helaas nog niet helemaal scherp en duidelijk voor Nederland. Consumenten zullen zeker hun weg naar het concept vinden. Ik geef ze daarom zeker duidelijk veel en veel meer dan het voordeel van de twijfel. Of Nederland heel veel meer Hudson’s Bay winkels kan hebben is voor mij echter wel een vraag gezien het prijsniveau. Ik schat dat er ruimte is voor maximaal vijftien winkels.



 
Paul Moers is merkenconsultant en daarnaast schrijver van vele marketingboeken. Zijn laatste boek “De wet van de Paracetamol” over innovatie kwam in mei 2017 uit. www.paulmoers.nl
 
Tuesday, 05 September 2017 | Written by Redactie Frank.News

De spionnen van LVB Networks

Hoe ver kun je gaan in contentmarketing? Die vraag kun je stellen nadat specialist LVB Networks is ontmaskerd voor het opzetten van een nep-website om een luis in de pels van zijn klant Bureau Krediet Registratie (BKR) dwars te zitten. Een verhaal dat leest als een spionagethriller.

Mag je voor je klant een duistere website opzetten met als doel om zijn concurrent te pesten? Wettelijk gezien wel, moreel gezien misschien niet. Nu steeds meer merken kiezen voor contentmarketing en voor eigen uitgever gaan spelen is de vraag hoe ver dat creëren van eigen content kan gaan. Reclame maken voor jezelf mag dan het uitgangspunt zijn, anderen de grond in boren of tegenwerken kan een lucratief vervolg zijn.

Nep-website
In dat kader is de stap van LVB Networks een mooie case. ‘De meeste prijzen bij de Grand Prix Content Marketing Awards’ roept het bureau vol trots op zijn website. Dat het bedreven is in contentmarketing is alom bekend, maar hoever het daarin gaat bleek pas toen NRC handelsblad onthulde hoe LVB een nep-website opzette om een onwelgevallige luis in de pels van het BKR het leven zuur te maken.

Strijd BKR en Dynamiet
Even de achtergrond. In Zoetermeer zit al enkele jaren juridisch adviesbureau Dynamiet Nederland dat mensen helpt om van hun negatieve BKR-registratie af te komen. Vanwege een lullige betalingsachterstand van enkele tientjes of een paar honderd euro bij een postorderbedrijf of telecomaanbieder van jaren geleden, kunnen ze namelijk geen hypotheek voor hun huis afsluiten of een nieuwe lening aangaan, zoals NRC onlangs beschreef. Dynamiet maakt gebruik van een arrest van de Hoge Raad uit 2011 dat stelt dat elke kredietverstrekker een afweging moet maken of de onbetaalde schuld opweegt tegen de gevolgen van een negatieve registratie. Dat is het zogeheten proportionaliteitsbeginsel.

Zo zijn al verschillende mensen van hun registratie afgekomen en dat is het BKR al jaren een doorn in het oog. Na een campagne tegen Dynamiet via Radar begin dit jaar, veranderde BKR de richtlijnen en sindsdien kunnen kredietverstrekkers niet zelf meer registraties verwijderen.  Dat is in strijd met het arrest van de Hoge Raad, meldde NRC en ook de Tweede Kamer stelde hier vragen over. Mensen moeten voortaan naar de rechter, die het BKR in veel gevallen terecht wijst.

Bizar verhaal
Tot zover de strijd tussen BKR en Dynamiet. Wat de NRC-journalist tijdens zijn werk op het spoor kwam, was nog veel bizarder. Dat verhaal lijkt wel een spionagethriller. Naast de website van Dynamiet Nederland was sinds april dit jaar namelijk de website Dynamiet.nl in de lucht. Potentiële klanten van het juridisch adviesbureau kwamen daar terecht en werden gewaarschuwd voor dure bemiddelaars als Dynamiet. Dat zorgde voor een daling in clicks en klanten bij Dynamiet en een advertentie-oorlog op Google voor de hoogste notering. Dynamiet bracht de zaak voor het arbitrageorgaan WIPO en won, want bedrijven hebben nu eenmaal recht om hun eigen naam als domeinnaam te gebruiken. Ook oordeelde het WIPO dat de domeinnaam ‘te kwader trouw is geregistreerd en/of te kwader trouw wordt gebruikt’. Sinds kort is de website weer uit de lucht.

Het verhaal werd pas bizar toen NRC uitzocht wie er achter de website Dynamiet.nl zat. Dat bleken de Verontruste Particulieren uit het dorpje America te zijn. Gevestigd op Dorpslaan 1 - een niet bestaand adres – met telefoonnummer 06-12345678 – een…u begrijpt het al. Na de WIPO-uitspraak kreeg Dynamiet een dagvaarding waarin Dynamiet.nl in beroep ging van Boeijend bv, de bv van financieel-directeur Mark Boeijen van LVB Networks. Als woordvoerder wierp zich ineens directeur Richard van Berkel van LVB Networks op. Wat bleek: LVB Networks is het pr-bureau van het BKR.

Ongeloofwaardig
In het NRC en in het bevriende Adformatie zegt Van Berkel dat de website niets met het BKR te maken heeft en een persoonlijke actie betreft om kwetsbare mensen in de schuldhulpverlening te beschermen tegen aasgieren als Dynamiet. Maar dat gelooft natuurlijk niemand. Klanten van Dynamiet zitten helemaal niet in de schuldhulpverlening, hun bewindvoerder zou dit niet eens toestaan. Het gaat vooral om mensen met een kleine betalingsachterstand met grote gevolgen. Daarom klinken zijn argumenten ongeloofwaardig en is het interview in Adformatie niet meer dan een poging van iemand die betrapt is om zijn straatje schoon te vegen.

Slimme strategie
Want slim is het natuurlijk zeker, om op die manier een anti-campagne te voeren zonder dat je klant hierdoor in de schijnwerpers komt te staan of verder in diskrediet wordt gebracht. Je zou het zelfs de ultieme contentmarketing-campagne kunnen noemen. Terwijl het BKR steeds door de rechter wordt teruggefloten, kun je toch zorgen dat het doel van je klant - mensen weghouden bij Dynamiet - bereikt wordt. Maar kom er dan wel eerlijk voor uit en ga niet in Adformatie zo’n larieverhaal ophangen.
Friday, 01 September 2017 | Written by André Oerlemans

Tip voor alle Paul Römers…kijk eens verder op de arbeidsmarkt

Door Bas van Teylingen
Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). In zijn vierde blog vertelt hij dat de NPO best wel slecht is (en over zijn eigen programma erop)

Paul Römer, baas van de NTR, pleit voor een reclamevrije publieke omroep. Op die manier zou er twaalf procent zendtijd bijkomen en is er meer ruimte voor experimenten. Een super idee natuurlijk. Ware het niet dat er al een aantal jaar een prima plek is waar je kan experimenteren met nieuwe formats: het internet.

Op YouTube doen wat je wiltIk heb het hier misschien al vaker gezegd, maar op onder andere YouTube kan iedereen doen en maken wat hij wilt. Er zijn de meest fantastische video’s en formats te vinden en daar wordt door de makers ook serieus geld mee verdiend. Maar goed, Paul Römer is niet voor niks baas van de NTR, dus het is goed mogelijk dat de beste man nog niet bekend is met het fenomeen.

De NPO is de mogelijkheden inmiddels wel aardig aan het verkennen. Met bijvoorbeeld de programma’s #BOOS en drugslab, die speciaal voor YouTube worden gemaakt, scoren ze heel goed. Het feit dat hier publiek geld wordt gebruikt om alleen maar filmpjes te publiceren op de server van een buitenlands commercieel bedrijf blijft ‘mediawettechnisch’ gezien een beetje een vreemde spagaat, maar dat ze nu eindelijk de jongeren weer weten te bereiken maakt veel goed. Want die jongeren, ook dat heb ik waarschijnlijk al wel eens gezegd, die kijken vrijwel geen tv meer. Dat heeft meerdere redenen, maar voor een groot deel heeft dit te maken dat de bureaucratische manier van werken, waarbij een paar tv-baasjes bepalen wat er wel en niet gemaakt mag worden, totaal niet aansluit bij het democratische model dat het internet biedt.

Views zijn leidendOmdat het aantal views leidend is, komt vanzelf precies de smaak van de jongeren bovendrijven. En op basis van kijkgedrag worden de aangeboden video’s ook nog eens toegespitst op de persoon. En ja, dat is misschien niet direct altijd precies wat de NPO vindt wat de jongere zou moeten kijken. En laat dat nou net de reden zijn dat er dus bijna niemand meer kijkt.

Maar goed, Paul Römer werkt bij de NTR, verdient daar gewoon goed geld mee, dus waarom zou hij degene zijn die in wilt zien dat tv zoals het nu is eigenlijk niet meer werkt? Maar hij komt toch met vernieuwing? Eh ja. Als je achteruitgang vernieuwing wilt noemen dan wel ja. Als je een NPO wilt laten voortbestaan zonder reclame-inkomsten is er straks minder geld om mooie dingen te maken. Maar nee, dat is niet de bedoeling. Er moet juist 200 miljoen extra geld naar toe, dat de belastingbetaler dan mag gaan betalen. Echt, hij is hier gewoon serieus over. Geen grap. Geen Koefnoen sketch. Echt dood serieus. Over de rug van de belastingbetaler.

Ja dat klinkt misschien wat rechts, maar dat is bewust. Want de NPO is ook de plek waar rechtse uitvreters als Dominique Weesie en Rutger Plopkap inmiddels al weer een aantal jaar precies doen wat ze altijd al wilden: geld verdienen over de rug van de hardwerkende belastingbetalende Nederlander met het maken van een paar, met nepnieuws gevulde, filmpjes per jaar. Precies dat waarover ze zich in hun Geenstijl tijd zo boos maakten en wat dus kennelijk niet meer dan een opportunistische pose was.

Hopeloos verouderde structurenIk maak me hier boos over. Omdat de publieke omroep te traag verandert om dit soort gespuis er met een nieuwe regel direct weer uit te knikkeren. En omdat er vanwege de hopeloos verouderde structuren ook niet de wendbaarheid is om mee te komen met de huidige tijdsgeest. Ik zet me er dan wel tegen af, maar diep in mijn hart vind ik het jammer de omroep de vertaalslag niet heeft kunnen maken. Ik vind namelijk wel degelijk dat de overheid getalenteerde makers moet ondersteunen in hun werk zodat er kwalitatief goede content gemaakt wordt in en voor ons land.

Niet via zenders en omroepenMaar dat hoeft dus al lang niet meer via de zenders en omroepen. Zoals ik misschien ook al vaker heb gezegd, maak ik sinds twee jaar mijn eigen video’s op het kanaal Jeukvogel. Ik doe waar ik zin in heb, van parodie tot sketch. En laat het nu net deze sketches op mijn YouTube kanaal zijn die de aandacht van de VARA trokken. Ze vroegen mij om een pilot te maken van een sketchprogramma. Ik heb toen wel even getwijfeld, want hoewel tv voor mij als een stap terug voelt, is de magie ervan nog niet helemaal verdwenen. Een sketchprogramma op tv is toch wel onderdeel van mijn jongensdroom die ik inmiddels bucketlist zou moeten noemen.

En voor mensen boven de vijftig is het ook nog steeds wel een kwaliteitskeurmerk wanneer je op de buis bent geweest, dus dat doet het weer leuk op familiefeestjes. Dus heb ik besloten om met mijn mediabedrijf OCC toch twee pilotafleveringen van een sketchprogramma te maken in het kader van 3lab. ‘Achter de Schermen’ is precies het sketchprogramma dat ik al jaren wilde maken. Vernieuwend, snel, grappig. Het was zo leuk om te maken dat ik me ook wel afvroeg waarom ik dit al niet veel eerder had gemaakt voor mijn YouTube kanaal. Ja, dan gaat het toch om geld. Het simpele feit dat we deze pilot nu deels gefinancierd werden om te maken. Inderdaad, het geld van de hardwerkende belastingbetaler. Dat maakt het net even makkelijker om een maand vrij te maken. Om nee te zeggen tegen twee commerciële klussen en om een goede crew te vragen om mee te doen.

Ik maak het voor mijn publiekTerwijl het maar de vraag is of die hardwerkende belastingbetaler het een leuk programma vindt. Want ik maak het voor mijn publiek. En die zijn jong. Dus die kijken geen tv. Mijn abonnees op YouTube en volgers op Instagram en Twitter wisten niet wat ze hoorden. Tv? Maar wanneer staat het op YouTube dan? Eh ja, dat mag dus niet. Mediawet. En daar maakt de NPO geen uitzondering voor bij pilots, want er is ook een groot eigen geldverslindend project dat gepromoot moet worden: npo.nl oftewel het vroegere uitzendinggemist. En het jongere publiek krijg je echt niet zomaar op een bepaalde tijd voor de buis. Dat heeft tijd nodig, daar heeft Lubach ook meerdere seizoenen over gedaan. Dus keken er uiteindelijk honderdduizend mensen op een zomerse maandagavond naar 3lab. Waaronder zes jongeren, maar dat waren mijn kinderen en een aantal figuranten, dus die kenden het al. Zonde van het geld? Dat hangt ervan af. Niet als ik de gehele aflevering ook op YouTube mag zetten zodat de doelgroep het ook nog te zien krijgt.

Kijk eens verder op de arbeidsmarkt
Maar hoe moet het dan verder Bas, met de NPO? Nou fijn dat je het vraagt. Het populaire antwoord zou zijn dat het bestel op de schop moet, maar dat is weer zo’n populistische zin. Ik zou in ieder geval de Paul Römers van deze wereld vragen of het misschien niet het beste is om eens verder te kijken op de arbeidsmarkt. Er moet namelijk worden vernieuwd en vernieuwen gaat lastig als je moet beginnen met het zagen aan de poten van je eigen stoel. Alle baasjes en alle bovennatuurlijk getalenteerde presentatoren die navenant moeten worden bezoldigd, het is wel mooi geweest zo.

Er zijn mensen nodig die niet hun kop in het zand steken maar die openstaan voor verandering. Anders gebeurt er precies hetzelfde zoals bij de platenmaatschappijen jaren terug. Napster en Limewire zorgden voor een aardverschuiving en de platenmaatschappijen namen het niet serieus. Bijna alle grote jongens zijn omgevallen en de paar maatschappijen die wel zagen wat er gebeurde zijn nu groot en relevant. Spinnin’ Records is het meest succesvolle YouTube kanaal van Nederland met meer dan 10 miljoen abonnees en een Diamond Playbutton. TopNotch en Armada volgen op de voet. En de NPO? De NPO3 heeft op YouTube op dit moment 3886 abonnees. Inderdaad, nog geen 4000. Zet de tv even uit, kijk er naar en besef je dat het niet langer een instituut is. Het is tegenwoordig alleen nog maar een apparaat waar iedereen op kijkt wat hij wilt. Probeer niet langer de jongeren naar tv te krijgen, maar ga zelf naar de jongeren toe.

Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. Werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. Regisseur van (online) formats en bewezen televisieprogramma’s. YouTuber (38K subs) en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen, bedrijven en merken alle facetten van YouTube leren van de YouTubers zelf. Managing Director van Online Cookie Collective, een creatief media- en kenniscentrum voor de online wereld. Opgericht door YouTubers die de wereld van online advertising beter willen maken.
Wednesday, 30 August 2017 | Written by Redactie Frank.News

De bezem door Greenwheels

Door Kim van der Meulen

Tot een paar jaar geleden had ik een Greenwheels-abonnement. Met korting, dankzij mijn NS-jaarkaart, wat meteen de reden was dat ik überhaupt Greenwheels gebruikte: ik reisde zo veel met de trein, dat ik slechts af en toe een auto nodig had (en alleen als het echt niet anders kon, door hardnekkige rijangst).

 
Een simpel, goed doordacht en duurzaam concept. Alleen het afgelopen jaar nam het aantal abonnementen van de dienst met 43 procent toe en per maand komen er 1500 leden bij. Het bedrijf lijkt sterker dan ooit, en dat terwijl de concurrentie op het gebied van deelauto’s is toegenomen en er geen aanzienlijke marketingbudgetten zijn.

Bedacht door twee Rotterdamse studentenDat Greenwheels een van de langst bestaande autodiensten binnen de deeleconomie is - in 1995 bedacht door twee Rotterdamse studenten - geen garantie op een lange toekomst, zelfs niet voor een marktleider. Toen Greenwheels twintig jaar geleden begon, stond het delen van auto’s nog in de kinderschoenen en peinsden grote automerken er niet over om met Greenwheels in zee te gaan. Nu heeft het bedrijf tweeduizend voertuigen, van bestelbusjes en stadsauto’s van Volkswagen en Peugeot. Maar met de populariteit van de deeleconomie kwamen ook de concurrenten: de afgelopen jaren kwam Car2Go op de markt, particulierentaxidienst Uber, carpoolplatform BlaBlaCar en particuliere-autohuurdiensten als SnappCar en Mywheels. En dan begon er ook nog eens kritiek te klinken op de website, klantenservice en het reserveringssysteem van Greenwheels. De auto’s waren aan vervanging toe, net als de software.

 
Rebranding van GreenwheelsEn wat doe je dan? De boel updaten en de bezem door het merk. Rebranding. Wat in het geval van Greenwheels, dat naar eigen zeggen geen geld heeft voor grootschalige marketingcampagnes, inhield: werken aan een slimme positionering, een nieuwe merkstrategie en een nieuwe huisstijl, die er simpeler en strakker moest uitzien – weg met het eerder zo herkenbare groene logo op de rode auto’s. Influencers blogden erover, er kwam wat aandacht in landelijke media en advertenties op Google en YouTube werden ingekocht. Een goed idee van de nieuwe eigenaar – twee jaar geleden verkochten de oprichters hun bedrijf aan Pon, een handelsorganisatie die sinds 2012 al aandeelhouder was.

 
Nieuwe positionering is geheim van het succes Toch lijkt het grootste succes van het vernieuwde Greenwheels ’m niet zozeer in die metamorfose te zitten, maar in de nieuwe positionering. Sales- en marketingman Andrew Berkhout liet onlangs aan RTL Z weten dat de verzesvoudiging van het aantal boekingen vooral te danken is aan de nieuwe app, die net als de nieuwe huisstijl simpeler en toegankelijker is. Met de nieuwe dienst ‘Greenwheels Company Cars’ wordt bovendien een nieuwe doelgroep aangeboord: de zakelijke markt. Die vormde vooralsnog slechts twintig procent van het klantenbestand, maar nu al zou een flinke stijging te zien zijn vanuit het bedrijfsleven. En dan komen er straks ook nog nieuwe abonnementsvormen bij. Wordt de nieuwe slogan ‘Een auto voor iedereen’ ook meteen wat meer waargemaakt.

En al die concurrenten? Daar zegt Berkhout in hetzelfde artikel alleen maar van te profiteren: door aandacht voor concurrerende diensten komt er automatisch meer aandacht voor Greenwheels, stelt hij. Alsof hij wil zeggen: een goed concept verkoopt zichzelf. Naïef? Misschien. Maar de autodeeldienst kan straks zomaar eens bewijzen dat het klopt.

 
Friday, 11 August 2017 | Written by Redactie Frank.News

Een influencer is ook maar een mens

Ik wil het in deze Franky - de rubriek waarin wij van frank.news eigen opmerkelijkheden mogen delen - even hebben over influencers. En om wat specifieker te zijn: de fit-, health-, sportinfluencers die vandaag de dag geen fit-, health-, sportinfluencers meer willen zijn.

 
Op Instagram volg ik voornamelijk accounts van mensen die iets doen of verkopen wat ik interessant vindt. Dat zijn vaak schrijvers, fotografen, muzikanten, tekenaars, kunstenaars, creatieven, absurdisten, grappenmakers, mensen die van reizen hun ‘beroep’ hebben gemaakt en de accounts van mijn vaste adresjes en wat mooie initiatieven. Dan hebben we nog de dierenparade, bestaande uit beestjes met een eigen account, vaak om een schattig gebrek een klein beetje uit te buiten. Zoals de kat die lijkt op een kleine junk, de vogel zonder veren, de cavia zonder haren, een ‘binnen-vos’ die idolaat is van de hond des huizes en de wegloopkat die een drukker sociaal leven heeft dan menig tweevoeter. Dan nog wat sieraad-, schoen- en kledingmerken en wat perfect afgestylde meisjes in hun early twenties die me laten zien dat de grote zonnebril kennelijk uit is en we en masse aan de kleine ovale bril moeten. Mij niet gezien trouwens. Maar dan zijn we er wel zo’n beetje. Wat betreft de accounts en ‘influencers’ die ik volg. Bottom line is dat ik hier foto’s, video’s en verhalen vindt die in lijn liggen met mijn verwachting.

 
Bepaalde accounts die ik niét volg fascineren me desondanks haast nog meer. En dat zijn de accounts van de influencers die vallen in de categorie ‘fit, health, sport’, enzovoorts. Daar is al een tijdje een verandering gaande. Deze influencers verwierven ooit naam en faam door advies te geven over iets wat andere mensen ook heel interessant vonden. Bijvoorbeeld over hardlopen en aanverwante zaken, over effectieve krachttraining en over ‘gezonde’ voeding (ik zet het maar even tussen aanhalingstekens, want ‘gezond’ mag je tegenwoordig niet meer zeggen van de ‘fit girls’, wat je ook niet meer mag zeggen trouwens. ‘Eten is namelijk nooit goed of slecht’, waarvan akte).
De influencers kregen zo hun eerste volgers op Instagram, YouTube en hun persoonlijke blog. Omdat hun volgers op die plekken vergelijkingstesten van sporthorloges en –schoeisel konden vinden, tips om je snelheid te verbeteren, hoe om te gaan met blessures, hoe je die ‘air squad’ het beste kunt uitvoeren, of je nou beter wel of niet na een training kunt eten, en de zin en onzin van eiwitshakes. Kortom, informatie die voor de doelgroep van waarde is, lijkt me. En daardoor werd hun bereik groter, de belangstelling van adverteerders groter en konden sommigen er zelfs hun beroep van maken. Mooi, denk je als volger dan, nog meer informatie over bovengenoemde zaken.

 
Op z’n minst opmerkelijk vind ik dus de ontwikkeling die ik het laatste halfjaar heb waargenomen. ‘Fitte Marietje’ wil als ze 20k aan volgers heeft helemaal niet langer door het leven gaan als ‘Fitte Marietje’. Want ze sport niet alleen, ze vindt het ook leuk om make-up te dragen en kleren te kopen en haar huis af en toe een make-over te geven.  En ook dát wil ze met haar volgers delen. En dus haalt ‘Fitte Marietje’ het woord ‘fitte’ uit haar accountnaam, past haar website aan en doet een paar keer een quasi-gevoelige post met strekking ‘ik ben meer dan Fitte Marietje’ en dat is dat. De eerste keer dat ik zoiets zag, was ik – licht naïef – in de veronderstelling dat Marietje binnen no time een lading haatvolle reacties onder die posts zou hebben. Volgers die boos zouden zijn dat Marietjes content oppervlakkiger werd en verder af stond van haar initiële belofte. Maar dat gebeurde niet. Marietjes keuze werd bejubeld en volgers beloofden haar in de ellenlange stroom aan comments dat dit geen reden was haar te ontvolgen. Sterker nog: ze waren behoorlijk benieuwd naar de ‘dagelijkse make-up routine’ van - voormalig fitte - Marietje.

 
In mijn ogen is het alsof Waldemar Torenstra tijdens de opnames van Vechtershart roept ,,Cut, jongens, ik moet even iets kwijt. Ik krijg het idee dat de kijkers me teveel zien als een acteur die bokst. Vanaf nu wil ik ook graag tijdens de aflevering vertellen over mijn fascinatie voor zwartwitfilms, mijn opgroeiende kinderen en ik wil wat meer aandacht voor mijn motorhelmencollectie.” Flauw, deze vergelijking? Maar hij gaat in zekere zin wel op. Zeker als je er tegenover zet dat de influencers waarover ik het heb dit vrijwel allemaal als (fulltime) job doen. En je dus kunt stellen dat hun baan inmiddels bestaat uit “vastleggen dat ze hun leven vastleggen op social media.” Laats deed zo’n voormalig Fitte Marietje een mededeling op YouTube aan haar volgers: “Sorry dat mijn vlogs tegenwoordig zo saai zijn en ik nauwelijks nog sport. Maar ja, nu ik dagelijks vlogs post, ben ik een groot deel van de dag aan het editten.” Wereld op z’n kop… Het meest verbaasd ben ik over die volgers. Die wederom alle begrip tonen en zeggen dat Marietje ‘zichzelf niet voorbij moet lopen en dat de vlogs over het vloggen/editten ook leuk zijn.’ En ondertussen kijken die mensen dus elke dag naar een willekeurig persoon die voorheen hun sportgoeroe was en nu filmt dat ze het filmpje van de dag ervoor aan het bewerken is….

 
Natuurlijk mag ‘influencer’ een baan zijn. Het is van deze tijd. Een tijd waarin mensen hun geld kunnen verdienen met zelf filmpjes, foto’s en verhalen maken. Maar laat die verhalen dan in godsnaam wat minder draaien om het ego van de influencer. Waarom geven de volgers dit niet als feedback terug aan hun inspirators? Wil ik het positief banderen, dan moet ik de (vaak jonge) Marietjes nageven dat ze er goed in slagen om van zichzelf in korte tijd een personal brand te maken. Dat is op z’n minst bewonderenswaardig.

 
De trends in de fit/health/sport-scene lijken kortdurend. De influencers in deze categorie vinden zichzelf elk halfjaar wel een keer opnieuw uit en lijken bij elke imagoverandering zich vooral af te keren tegen de eerdere versie van zichzélf. Van perfecte foto’s naar imperfectie omarmen, van dunne konten in je gezicht gooien naar dikke konten in je gezicht gooien. En van daar weer naar ‘vergelijk jezelf met jezelf’ en van daar naar ‘ik neem een social media break’ en ‘ik ben meer dan Fitte Marietje’. Het wordt allemaal een beetje voorspelbaar als je het een tijdje in de gaten houdt. De spreker lijkt vooral zijn eigen toehoorder te worden. Maar de volgers? Die vinden het kennelijk prima. Die leunen achterover, alsof ze ‘geen zin hebben om de afstandsbediening te pakken en daarom de hele avond RTL7 op laten staan.’ Ongeacht de plaatjes en de verhalen blijven ze loyale fans. “Amen to that, Marietje. Deze post van jou… Jij weet het altijd zo mooi en krachtig te zeggen!”

 
Friday, 04 August 2017 | Written by Lianne Kooistra

Eerst onderzoeken, dan pas uitgeven

Door Linda Haring

Adverteerders geven veel geld uit aan media, maar relatief weinig aan marktonderzoek. Waarom doen ze dat? En: is dat verstandig? Linda Haring van marktonderzoeksbureau Vostradamus legt de meerwaarde van onderzoek uit.

 
In de jaren 2014 en 2015 is er jaarlijks bruto circa 6,8 miljard aan reclamegeld in Nederland gespendeerd. Aan marktonderzoek werd in diezelfde jaren respectievelijk netto 379 miljoen en 405 miljoen uitgegeven. Uitgedrukt in percentage mediabestedingen, gaat rond de 6 procent uit naar onderzoek. De netto bestedingen aan marktonderzoek over 2016 zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat er sprake is van 5 à 6 procent groei.

Menig adverteerder geeft makkelijk (veel) geld aan media uit. Vaak met een paar redenen als ‘een uitgave in media verdient zich direct terug’, ‘buikgevoel is een goede raadgever met betrekking tot media-inzet’ en ‘we doen het al jaren zo’. Budget uitgeven aan onderzoek is een ander verhaal. Dan rijzen al gauw de vragen: ‘Waarom onderzoek?’, ‘ik zie het nut er niet van in’ en ‘keuzes zijn al gemaakt en hoeven niet onderbouwd te worden’. Vaak is men bang dat de uitkomsten de eigen positie ondermijnen of het heeft met politiek spel binnen een organisatie te maken.

 
Wat levert reclame je op?
Stel jezelf nou eens eerlijk de vraag: zijn die miljarden euro’s aan media wel zo effectief besteed als je denkt? Neem online adverteren. De Amerikaanse Adverteerders Associatie kwam na een uitgebreid onderzoek (ANA Papers) tot de conclusie dat minder dan de helft van alle online advertenties de consument bereikt. Het gaat om internetadvertenties die niet zichtbaar zijn voor consumenten als ze niet scrollen of de beruchte advertenties die wel aan robots (bots) getoond worden, maar niet aan de consument. En als adverteerder betaal je daar gewoon voor.

Doet me denken aan de befaamde quote van de Amerikaanse John Wanamaker, die al in de 19e eeuw wist, dat ‘de helft van zijn reclamegeld weggegooid geld was, alleen was onduidelijk welke helft’. En daarom is onderzoek doen zo belangrijk. Om te weten of je het goed hebt gedaan, wát je goed hebt gedaan en wat niet, welk medium geschikt is voor wat je te zeggen hebt, en om te weten of  je moet sturen. Daarom verricht je een reclame-effectiviteitsonderzoek, simpel als dat.

 
Rendement verhogen
Andere belangrijke onderzoeken? Onderzoek naar doelgroepsegementatie (wie is of zijn mijn (potentiële) doelgroep(en)?), merkimago (welk beeld heeft men van het merk?), concurrentieonderzoek (wat is mijn marktpositie versus de concurrentie?), pretesten (wat vindt men van uw reclame en komt de boodschap over?), Folder Rendement (ontvangt de consument mijn folder ook daadwerkelijk?) Allemaal vormen van onderzoek die het rendement van de reclame-inspanningen van een merk kunnen verhogen. Met minimaal 5% tot 10%, oplopend tot zelfs 50%, blijkt uit eerdere resultaten.

 
Resultaat is niet altijd tastbaar
Adverteerders geven liever en makkelijker € 200.000 extra uit aan reclame dan € 10.000 aan onderzoek. En waarom is er dan zo’n grote discrepantie tussen bestedingen aan media en onderzoek? Omdat geld voor onderzoek relatief gezien ‘duurder’ lijkt dan geld voor media. Mediabestedingen worden direct teruggezien in een tastbare vorm, zoals een advertentie (print of online), out-of-home- of een bioscoopreclame of een tv- of radiocommercial. Daarentegen is het resultaat van onderzoek een onderzoeksrapportage en/of een presentatie. De resultaten hiervan dienen een hoger doel; de adverteerder moet hierna zelf nog in actie komen. Maar onderschat de waarde van de onderzoeksrapportage en de aanbevelingen niet! Want met die investering van € 10.000,- aan gedegen onderzoek kun je jouw reclamebudget veel harder, kostenefficiënter en effectiever laten werken.
Tuesday, 01 August 2017 | Written by Redactie Frank.News

HEMA is er voor iedereen

Was er vorige zomer dankzij HEMA niet alleen een run op de felbegeerde rookworst en tompouce-shirts, deze keer komt de retailer met een shirt voor iedereen. Het is slechts een van de campagnes die HEMA deze zomervakantie inzet.

Of je nu Rachida, Rob, Cheng, Isabelle of Najat heet: HEMA houdt van iedereen, zonder vooroordelen. En om dat nog eens extra duidelijk te maken wordt er dit jaar niet met rookworsten en tompouces gestrooid, maar met blanco t-shirts. Of althans, de verpakking is blanco. Je weet de  kleur en opdruk (een naam) pas zodra je ‘m uitpakt. Slimme zet zo aan de start van de Gay Pride.

https://www.youtube.com/watch?v=8Wi9t79Zjo4

 
Vlog Academy
Ook slim: nu jongeren zes weken niet naar school hoeven, heeft HEMA iets bedacht waardoor ze zich sinds het begin van de vakantie geen moment hoeven te vervelen. En iedere week een reden hebben om naar een HEMA-filiaal te gaan…

In het kader van de Vlog Academy wordt wekelijks een online en offline cursus op het gebied van vloggen gegeven. Door bekende Youtubers als Mertabi, Nanne, Ponkers en Gerenzo (ook mooie namen voor op een shirtje). Van ‘Script schrijven’ en ‘Beauty tutorials maken’ tot ‘Snapchatten als een pro’. Met aan het einde van de les een ware huiswerkopdracht. En daarvoor hoeven de jongeren niet de schoolbanken in; ze volgen de les gewoon vanachter hun laptop. Eventueel gewoon vanaf een vakantieadres.

 
Alles voor de schoolspullen
Wat heeft HEMA daar dan aan, naast een goede brand experience? Ook aan de link met de HEMA-winkels is gedacht. Er worden wekelijks prijzen weggegeven aan deelnemers van een challenge. Wat die challenge inhoudt, ontdek je pas in de HEMA-winkel waar zogeheten ‘snapcodes’ hangen. Wie dan toch eenmaal in de winkel loopt, koopt dan meteen schoolspullen voor het nieuwe, zo is het idee. Online bestellen kan natuurlijk ook, mede dankzij een handige checklist op de site van de Vlog Academy.

 
Jonkies leren het de oudjes
Nog even terug naar de challenge: die kan de doelgroep van HEMA’s campagne mooie prijzen opleveren, variërend van een HEMA-cadeaukaart tot een contract bij een social influencer-bureau. ‘Een betere reden om je huiswerk te doen, bestaat niet’, moet HEMA gedacht hebben.

Twee jaar geleden riep HEMA de Blog Academy al in het leven. Dit jaar de Vlog Academy. Als ze écht ‘voor iedereen’ zijn, zorgen ze volgende zomer dat de jonkies de oudjes iets kunnen bijbrengen. De vloggende vijftiger heeft namelijk de toekomst: daar valt pas echt geld mee te verdienen.

 
Thursday, 27 July 2017 | Written by Kim Buitenhuis

Zo laat je de mkb-webshop meetellen

Door Robin van den Bosch.

Robin van den Bosch wil graag dat bedrijven hun webshops zo inrichten dat de eindgebuiker een ultieme shopper experience heeft. En daarom geeft hij tips. Vandaag de centrale vraag: hoe kan de mkb-webshop mee komen met de groteren?

 
Retailers, zorg dat je je winkel op orde hebt. En dan bedoel ik niet zozeer die fysieke winkel, maar natuurlijk ook je webshop. Mijn bedrijf werkt voornamelijk voor grotere retailers. Toch zien we juist ook relatief eenvoudige oplossingen, waarmee ook de kleinere retailer een goede e-commercestrategie kan realiseren en zijn klanten beter en effectiever kan bereiken. Snelheid en prijs, daar draait het om. Met al enkele automatiseringsmogelijkheden kun je het verschil maken. Ook als ‘jij’ een kleinere speler bent in de e-commercewereld.

 
We zien dat er steeds meer online wordt geshopt. In 2016 kocht 82 procent van de Nederlandse consumenten online producten, in totaal voor € 20,16 miljard euro. De online bestedingen stijgen hiermee met 23% ten opzichte van 2015, een jaar waarin ook al veel groei was te zien (bron: GfK). Online verkopen stijgen naar verwachting ook in 2017 weer door. Dat is niets nieuws, maar ik zie dat de webshops, vooral de kleinere, er vaak nog niet goed op ingericht zijn.

 
1. Automatiseer zoveel mogelijk
Veel kleinere partijen denken dat automatiseren duur is of dat dit niet nodig is, zolang ze nog klein zijn. Zonde, want op het moment dat het dan wél echt nodig is, loop je al snel achter de feiten aan. Mijn tip: automatiseer snel zoveel mogelijk. Zeker de processen met een frequent terugkerend karakter.

Op dit moment kan zo ongeveer alles waar logica en regels achter zitten geautomatiseerd worden. Wanneer de logica en regels vager worden, kunnen nog altijd de deelprocessen geautomatiseerd worden. Door koppeling van alle op de markt zijnde webwinkelsoftware van specialisten krijgen webshops meer mogelijkheden bij verkoopplatformen. Kosten kun je besparen door het automatiseren van order picking, en snelheid behaal je door non-stop dag en nacht op hetzelfde tempo order picking te laten plaatsvinden.

 
2. Synchroniseer je voorraad
Stel je biedt je producten niet alleen aan in je eigen webshop, maar ook via Amazon, Ebay of Bol.com. Dan heb je opeens te maken met meerdere kanalen die aanspraak maken op één en dezelfde voorraad. Als kleinere partij kan dit op je overkomen als ‘extra gedoe’. Want hoe voorkom je dan misgrijpen in een van de kanalen? Dat is gemakkelijk te voorkomen met automatische voorraadsynchronisatie. Wordt er een order geplaatst – via welk kanaal dan ook – dan wordt deze in het e-commerceplatform geregistreerd daar waar de voorraadmutaties worden bijgehouden. De pakbonnen worden geprint en tegelijkertijd wordt de logistieke dienst ingelicht. En is er sprake van een retour – in vaktermen ook wel ‘Retourneren Met Authorisatie’ (RMA) genoemd – in een van de verkoopkanalen, dan wordt de voorraad automatisch weer bijgeboekt bij ontvangst. En er wordt een creditnota gemaakt, zodat je systeem helemaal klopt.

 
3. Verzendkosten op basis van afmeting
Gaan we nog een stapje verder, dan komen we bij een nieuwe ontwikkeling, een vorm van ‘dynamic pricing’ voor het verzenden van een order. Iets wat je klanten nog tegen kan houden het product daadwerkelijk online te bestellen: de verzendkosten. Door een scherpere prijs aan te bieden op basis van afmeting en gewicht van de bestelde producten kun je je klanten over de streep trekken.

 
4. Optimaliseer je orderpickingsysteem
Bij een bestelling, wordt de logistieke dienst direct op de hoogte gebracht van het af te handelen pakket. De bestelling wordt direct ingeschoten met de juiste ‘parameters’. Daarmee bedoelen we in dit geval ordernummer en afleveradres, maar ook de artikelnummers, verwachtte hoogte, lengte, breedte en gewicht van het pakket, zodat de orderpickers een optimale vrachtindeling kunnen maken. De logistieke dienst meldt een of meerdere track & trace-codes terug, die automatisch weer naar de consument worden verzonden. Al deze software-gedreven oplossingen maken het mogelijk sneller en minder foutgevoelig order picking te laten plaatsvinden. En daar hoef je als online retailer echt helemaal niets voor te doen als je systeem er eenmaal op ingericht is. Dit is waar je kosten bespaart.

 
5. Lever op dezelfde dag
Grote spelers zoals Bol.com zie je het natuurlijk al langer doen: same day delivery, oftewel: producten op de dag van bestelling leveren. Door automatisering op alle fronten binnen het bestel-, verzend- en afleverproces is het mogelijk de consument binnen 24 uur te bedienen. In de praktijk gebeurt dit vaak in de vorm “voor 23.59 besteld, morgen in huis”, wat dus binnen 24 uur is. Voor kleinere webwinkels was deze service lange tijd niet mogelijk, vanwege gebrek aan schaalgrote en door de te hoge kosten. Tegenwoordig is dat niet meer het geval. Ook de MKB-er zonder grote volumes kan zich aansluiten bij een middelgrote of grotere vervoerder en same day delivery garanderen. De kosten voor Same Day Delivery zijn dalende, daardoor kun je ook als kleinere retailer profiteren van goedkope tarieven, vaak ook op zaterdag.

 
6.Wees voorbereid op nieuwe technologieën
Technisch gezien staan we nog maar aan het begin van alles wat al mogelijk is met de nieuwste technieken. Artificial Intelligence (AI) en Augmented Reality (AR) zijn nu al gangbare technologieën binnen de e-commerce. Ik verwacht dat we deze bij Jaagers binnen een jaar optimaal kunnen inzetten. Hoe staat die nieuwe bank in de woonkamer? Past die sneaker of pump bij de outfit die iemand erbij wil dragen? AR maakt dit straks allemaal mogelijk. Hierdoor hoeft er geen fysieke setup gecreëerd te worden. Bovendien is de drempel een stuk lager en kan de fantasie onderbouwd worden met deze visuele tool. Daarnaast gaat nanotechnologie een grotere rol spelen. Denk aan betalen met je iris of doormiddel van een chip, al zal het nog wel een tijd duren voor dit ethisch gezien geaccepteerd is. Internet maakt meer en meer plaats voor smart devices die de consument ontzorgen. Denk aan Amazon Echo dot, een apparaat om te communiceren met ‘Alexa’, de digitale assistent van de webwinkel. Oftewel: de Siri van Amazon. Via voice control kunnen gebruikers muziek en apparaten in huis bedienen, zoekopdrachten op internet geven en natuurlijk producten bestellen op Amazon. Zelf

 
7. Blijf wel persoonlijk
First things first, wie bovengenoemde automatiseringsoplossingen op het gebied van het bestelproces, voorradensynchronisatie, orderpicking en logistiek toepast, is al een heel eind. En laten we niet uit het oog verliezen dat op het gebied van support en ondersteuning altijd een persoonlijke touch nodig zal blijven. Net als geldt voor het ontwikkelen, vormgeven en vermarkten van producten. Deze gevoelskwesties laten zich niet zo makkelijk automatiseren. Al is de configurator – waar we bij Jaagers veel mee doen – tot slot dan wel weer een mooi voorbeeld van waar automatisering en ‘op maat’ samenkomen. Het online kunnen samenstellen van gepersonaliseerde product vormt vaak een belangrijk onderdeel in het keuzeproces van de eindgebruiker.

 
Robin van den Bosch is een e-commerce specialist met een technische inslag, die zich hard maakt voor de ‘uitmuntende klantreis’. Hij is mede-oprichting en directeur van e-commerce-bedrijf Jaagers, het bedrijf dat samen met Tribal en The Webcare Company behoort tot de TWC Holding.
 
Tuesday, 25 July 2017 | Written by Redactie Frank.News

Laat Blokker een voorbeeld zijn

Door Richard Otto.

Na ‘Verdwenen Merken’ en ‘Vroom & Dreesmann’ heb ik vorige week een boek uitgegeven met de titel ‘Blokker: huishoudwinkel in crisistijd’. Al deze boeken gaan over de merkerosie en de teloorgang van bekende winkelketens. In dit artikel ga ik aan de hand van zes tips juist in op wat we op gebied van marketing, communicatie en management juist kunnen leren van een oer-Hollandse winkelketen als Blokker.

 
1 Durf te innoveren
Blokker was tot de laatste jaren een winkelketen die vaak voorop liep in trends. De huishoudwinkel wist als één van de eersten de Rubik’s Kubus, Skippyball en de Hoelahoep in de schappen te leggen en was daardoor trendsetter. Terwijl Blokker een goed gevoel had van wat de Nederlandse consument wilde hebben, was het op andere vlakken een ‘laggard’. Jaap Blokker had weinig geloof in internetwinkelen en was hij ervan overtuigd dat de consument het belang zag om zijn producten 'te voelen en vast te houden'. Hierdoor miste Blokker finaal de boot met de explosief groeiende internetverkopen van onder meer Bol.com en Coolblue. Ook op veel andere vlakken, waaronder pinkassa’s en het vernieuwen van voorraadsystemen nam de winkelketen allesbehalve een voortrekkers rol in. Juist door tijdig in innovaties te durven investeren, behoud je een betere concurrentiepositie.

 
2 Geef nieuw personeel een kans
Na de dood van Jaap Blokker nam neef Roland Palmer zijn functie over. Palmer wilde vooral op online gebied snel stappen maken om ook in de e-commercewereld een rol van betekenis te spelen. Ondanks zijn heldere en vernieuwende visie kreeg hij niet de kans door het overige -veelal oudere- management om zijn ideeën uit te werken. Uiteindelijk moest hij het bedrijf verlaten om vervolgens als CEO Benelux terug te keren bij de grootste webwinkel ter wereld: Alibaba Group. Oud-management met veel ervaring - maar ook met verstokte ideeën - zou juist meer open moeten staan voor nieuwe mensen met frisse ideeën. Vooral in een retailtijdperk waar technologie veel kansen biedt, maar ook de grootste concurrent kan zijn.

 
3 Durf keuzes te maken
Lange tijd zijn er geen echte keuzes gemaakt binnen Blokker. Wat wil de keten zijn? Voor welke doelgroep en tegen welke prijs? Net als V&D wisten veel consumenten niet meer exact voor welke producten zij precies naar Blokker moesten gaan. Niet alleen de Action en Bol.com hebben marktaandeel van de huishoudwinkel afgesnoept, door branchevervaging bij veel andere ketens kunnen consumenten ook ergens anders slagen. Koffiekopjes bij de Albert Heijn, woonaccessoires bij de Gamma, Karwei en Intratuin. En een broodrooster koop je met hetelfde gemak bij ‘drogisterij’ Kruitvat. Allemaal producten, waarvoor je vroeger naar de Blokker ging. Door geen duidelijke keuzes te maken, weet de bestaande consument, maar ook de nieuwe, niet waarom hij juist bij ‘jou’ moet kopen.

 
4 Wees transparant…
Met de huidige technologie achterhaalt de consument meer achtergrondinformatie over bedrijven, producten en prijzen. Organisaties dienen daarom transparanter en eerlijker naar hun klanten te zijn. Klanten kunnen tegenwoordig makkelijker prijsvergelijken bij concurrentie én bij de winkel zelf. De consument is niet dom, daar is Blokker nu ook achter gekomen. Door eigen Blokkerprijzen te vervangen door adviesprijzen van de fabrikant, wilden ze het prijsverschil tijdens hun Dolle Dagen vergroten. Veel consumenten lieten op social media weten zich geschoffeerd te voelen omdat Blokker in haar aanbiedingen het prijsverschil groter maakte dan het daadwerkelijk was.

 
5 ...en communiceer
Een bedrijf in zwaar weer verdient een sterke leider. Een sterke leider bestaat uit iemand die scherpe keuzes durft te maken, maar deze keuzes ook door inhoud en charisma goed weet te onderbouwen. Deze aspecten zijn deels aan te leren, maar moeten ook in het karakter zitten. Een alternatief is om een deze activiteiten gedeeltelijk uit te besteden aan professionele woordvoerders of communicatiedeskundigen. Daar is het bij Blokker de laatste maanden regelmatig misgegaan. Wie kent nog het tenenkrommende interview van Blokker-topman Rob Heesen (zie video)?

https://www.facebook.com/NOSop3/videos/1160512620660032/

 
6 Durf te reorganiseren
In het verleden zijn bij V&D broodnodige reorganisaties uitgesteld. Al in de jaren ’80 wilde Arie van der Zwan (de opvolger van topman Anton Dreesmann) het noodlijdende warenhuis flink reorganiseren. Dit werd echter alsnog tegengehouden door Anton Dreesmann. Het personeel was voor hem bijna als familie. Hierdoor werd reorganisatie uitgesteld en ging het kwakkelende warenhuis nog jaren op dezelfde voet verder. Ook Jaap Blokker was iemand die zijn personeel niet snel de laan uitstuurde en het mes in zijn eigen organisatie wilde zetten. Het huidige management staat verder af van de familiehistorie en maakt momenteel noodzakelijke keuzes om hard te reorganiseren om het Blokkerconcern in kleiner formaat te laten overleven.

 
Het boek ‘Blokker: huishoudwinkel in crisistijd’ is nu verkrijgbaar bij onder meer Bruna, Bol.com, Libris en Managementboek.nl
Monday, 24 July 2017 | Written by Redactie Frank.News

Alleen maar omdat er een reclamebord aan hangt

De techniek gaat als een malle. Zijn we net gewend aan het één, moeten we ineens massaal weer aan de volgende trend. YouTube, on demand tv-kijken, Netflix, programmatic advertising. Marketeers peinzen zich suf, op zoek naar dat ene briljante idee om te verdienen aan al die nieuwe ontwikkelingen. We zijn er zo druk mee, dat we soms vergeten dat gewoon heel simpel en old school nadenken het grootste effect kan hebben.

 
Hippe reclamefiets, helemaal voor niets
Zo zat ik laatst in de trein tegenover twee studentikoze types. En echt, ik zweer het, ik zat ze niet af te luisteren. Maar ik werd het gesprek ingezogen toen de ene student aangaf écht een nieuwe fiets nodig te hebben. Niet zo’n dure uiteraard, maar wel een goeie. Waarop de andere student hem Student Bike tipte. Een hippe fiets, helemaal voor niets. Voorzien van een flink reclamebord van een adverteerder die door de student zo de hele stad door gefietst werd. Hoe goed bedacht! Zalando, AnderZorg, Het Parool: ze maakten er allemaal al gebruik van.

 
Eyeopener voor marketeers
Ik zag het gezicht van de fiets zoekende student meteen op standje excited schieten. Voor de zekerheid checkte hij het concept nog één keer bij zijn collega-student: ‘Dus ik krijg een gratis fiets die ook nog eens voor me gerepareerd wordt als deze kapot gaat, alleen maar omdat er een reclamebord aan hangt?’ Yep. That’s it. Zo simpel kan het dus zijn. En natuurlijk bedacht Student Bike er een hele online community omheen met BikeCoins en challenges en hippe evenementen. Want laten we wel wezen: het zijn wel studenten die je bedient, dus een beetje met je tijd meegaan is een must.

De eenvoud in dat basisidee echter: studenten willen goedkoop vervoer, adverteerders willen op zo veel mogelijk plekken te zien zijn. Eén en één is twee. Ik vind het briljant in al zijn simpelheid. En een eyeopener voor marketeers in deze tijd van veranderingen: een innovatie hoeft niet altijd vergezocht en volgens de laatste (online) trends te zijn. Kijk ook weer eens gewoon om je heen. Naar het normale en het dagelijkse. En onderzoek de kansen die daar liggen voor je merk. Je zal er soms versteld van staan.

Afbeelding: Ruben Peeters/The Story Supplier.
Thursday, 20 July 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Robot kan de creatief nooit vervangen

Door Jan Verheul, VRHL

Ik zeg het vaak, tot vervelens toe zelfs misschien. Maar maak je geen zorgen; creativiteit komt niét uit een doosje. Ik zal het blijven zeggen. Vooral in een tijd waarin mensen steeds meer lijken te denken dat creativiteit echt uit zo’n doosje komt.

Voor een paar tientjes bestel je al een instant-logo bij een bureau uit Berdytsjiv of Bangalore. Bij andere online aanbieders ligt voor 300 euro per maand een picobello webtemplate - inclusief hosting - voor je klaar.

En voor een tekst kun je straks gewoon een schrijfrobot contracteren. Een computeralgoritme dat alle beschikbare online informatie over een onderwerp analyseert en op basis daarvan een tekst produceert. Oké, leesbaar geschreven, maar vooral saai en standaard. En over welk onderwerp het ook gaat: de tekstopbouw kent immer dezelfde onderliggende structuur.

 
Logo uit een laatje
Voor doordachte concepten, emotionele concepten, voor goede concepten waarin je speelt met ideeën, woorden, beelden en metaforen…. Nee, daarvoor moet je niet bij een robot zijn. Die kennen vanzelfsprekend geen emoties en begrijpen weinig van context. Hetzelfde geldt voor die o-zo-fraaie webtemplates en logo’s uit een laatje. Standaard, plat en eenduidig. Geen dubbele lagen, geen gevoel, geen verrassing. Kortom: het plakt niet. Het is prefab, voorgekookt, een zekerheid. Creatieven hebben juist de moed zekerheden los te laten. Ze zien wat iedereen ziet, maar doen wat niemand doet.

 
Niet zo vreemd dat je binnen meer en meer sectoren een roep om meer creatieven hoort. Voor het bedenken van innovatieve oplossingen bij maatschappelijke vraagstukken en economische uitdagingen. Ook binnen die bedrijven en overheden begrijpen ze dat je die oplossingen niet vindt in een doosje.

 
Tenen en duimen
Ik las eens dat creatieven een lange tweede teen hebben, en dat soort mensen zijn schaars. En geloof het of niet, ik heb zo’n lange teen. Plus een goede duim om uit te zuigen. Creativiteit zit evenwel niet in duimen of lange tenen. Je kunt enkel creatief zijn als je van nature buitengewoon nieuwsgierig en geïnteresseerd bent. Die brede interesses zorgen ervoor dat je dingen, beelden en ideeën kunt combineren tot iets verrassends, tot iets nieuws. Je ontdekt iets onverwachts en bruikbaars, terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders.

 
Steve Jobs zei het mooi: ,,Creativiteit is het vinden van nieuwe verbindingen tussen oude ideeën.” Moet iets te maken hebben met die rechterhersenhelft, eentje die beter dan die linker verborgen verbanden ziet en je makkelijker doet associëren. Want dat kenmerkt creatieven. Ze huldigen de absolute vrijheid van associaties. Combineren, liëren en verbinden met de ongekunstelde blijheid en vrijheid van een kind.

Negen van de tien keer houden mijn eigen ideeën verband met wat ik eerder die week of dag heb gezien of meegemaakt. Kennelijk staan in mijn hoofd de hele dag luikjes open, die mij ruimte geven voor invloeden en beelden van buitenaf, maar alleen de aller makkelijkste krenten mogen daardoor naar binnen.

 
Tuinman biedt uitkomst
Creatieven weten lang niet altijd waar ze het over hebben, ik ook niet. Maar dan doen we gewoon alsof en blijken we à la ‘Chance the gardener’/’Chauncey Gardiner’ (fictief personage uit de film Being There, red.) ook nog eens tot geniale uitspraken te komen. Gewoon af en toe even lekker reutelen in tuinmetaforen terwijl iedereen om je heen denkt dat je geniaal bent. Wat belangrijker is: creatieven zijn niet bang. Dat ze ergens geen verstand van hebben, is juist goed. Gedachten blijven fris door het onbekende en raken maar verstopt door teveel kennis en het vertrouwde. Deskundigheid belemmert creativiteit. Daarom blijf ik mij altijd opstellen en gedragen als een leek. Als een buitenstaander. Dat voedt. Daarom ook blijf ik doorvragen naar de vraag achter de vraag.

 
Creativiteit is een werkwoord, een tijdrovend werkwoord. Je moet iets maken van een idee dat door je hoofd draait. Soms stroom je over van invallen, soms sta je dagen aaneen droog. Je hebt dat niet altijd in de hand. Lars Williams, een van de chef-koks van Noma, jarenlang uitverkozen tot het allerbeste restaurant ter wereld, zegt in de documentaire Ants on a Shrimp: ,,Iets scheppen is altijd moeilijk. Zo zit ons werk in elkaar. Iedereen die niet in het creatieve proces zit en denkt dat het makkelijk is, snapt niks van het creatieve proces.” Het zijn dan ook die mensen, die niets van het creatieve proces snappen, die zeggen dat creativiteit ‘uit een doosje’ kan komen. Vaak dezelfde mensen die houden van instant en kant-en-klaar uit pakjes of potjes. Het smaakt misschien, maar je proeft niks, je ondergaat niks, het is hap-slik-weg.

 
Jan Verheul is accountmanager, directeur en partner van VRHL.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lees hier de vorige blog van Jan Verheul
https://www.frank.news/2016/05/17/loze-reclame-is-dood-merken-willen-verhalen/
Wednesday, 19 July 2017 | Written by Redactie Frank.News

Een mens of een merk?

Door Sjaak Vane

Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag: kan je eigenlijk jezelf zijn als personal brand? 

 
Er komt een moment waarop je niet meer in Sinterklaas gelooft. Je begrijpt dat er een rol wordt gespeeld. Iets wat kan worden opgepakt en dus ook weer kan worden neergelegd. Volgens de opvattingen van de Personal Branding filosofie is er echter geen verschil tussen je zelfpresentatie en de persoon die je werkelijk bent. Je bent 24/7 je merk en dat is geen gemakkelijke opgave. Maar klopt het eigenlijk wel? Waarom geloof je niet meer in Sinterklaas maar wel in je merkidentiteit?

 
Winnetou is onsterfelijk
Staat Winnetou voor een indiaan in het algemeen, of is Winnetou een merk? Over die vraag verschillen uitgeverij Karl-May (van de succesvolle boekenreeks) en een Duitse filmproducent van mening. De strijd hierover wordt niet uitgevochten op de prairie, maar via de rechtbank. Dit voorjaar sprak het Europese Hof van Justitie (voorlopig) het laatste woord: Winnetou is geen algemene benaming. Winnetou is een merk.

 
Sinterklaas is een merk
Waarschijnlijk oordeelt het Europese Hof hetzelfde over Sinterklaas en de kerstman. Het zijn merken, net als Spiderman en Pipi Langkous. Een ding kan iedere  volwassene bevestigen: deze personages bestaan niet echt. Voor een merk geldt hetzelfde. Een merk is immers niet meer dan een verzameling betekenissen.  Het bestaat uit de associaties die zaken als naam, logo en gedrag opwekken. De manier waarop het merk zich presenteert levert een bepaalde publieke perceptie op. Meestal levert het onderscheid tussen een merk en een personage geen verwarring op. Je zegt dan wel dat Winnetou is ‘geboren’ in het hoofd van Karl May, maar je begrijpt dat dit overdrachtelijk is bedoeld. Ook weet je dat degene die voor Sinterklaas speelt niet echt een goedheiligman is.

Acteurs die een rol spelen zonder aanplakbaard of verentooi moeten hun fans weleens tot de orde roepen. Hun rol is hen zo op het lijf geschreven dat het publiek denkt dat ze samenvallen met het personage. André van Duin heeft regelmatig  aangegeven dat hij niet altijd de lachebek is die het merk Van Duin karakteriseert. Thuis hangt André niet de clown uit. De showman maakt een onderscheid tussen zijn privé-gedrag en zijn publieke optreden.

 
Wees jezelfDit verschil moeten we volgens de Personal Branding strategie nu juist niet maken. Speel geen rol, waarschuwen de Branding-aanhangers. Een rol aannemen betekent dat je je anders voordoet dan je bent. Wees gewoon jezelf, thuis en op je werk. Maar kan dat wel? Betekent een beroepsrol niet dat je anders reageert dan in een gesprek met intimi? Iets wat niet betekent dat je beroepsmatig handelen onecht is. Je gedraagt je eenvoudigweg anders op je werk, omdat de omstandigheden verschillen. Functioneel gedrag heet dat, en daar ben je waarschijnlijk ook voor aangenomen. Bij Personal Branders gaat dit er niet in.

 
The Brand Called You
De term ‘Personal Branding’ duikt voor het eerst op in 1997 in een artikel in een Amerikaans zakenblad getiteld: ‘The Brand Called You’. Het is een transfer van het commerciële merkdenken naar het persoonlijke domein. Pas een decennium later, toen de sociale media opkwamen werd het populair. Het recept is eenvoudig. Om vooruit te komen moet je een tweetrapsraket lanceren die bestaat uit: geloven in jezelf en tonen wat je waard bent. Branding is noodzaak in het tijdperk van de zelfpromotie. Wie niet opvalt wordt ingehaald door concurrenten die de merkgedachte wel toepassen.

 
Twee aannames over personal brandsDe Personal Branding filosofie stoelt grofweg op twee aannames. Allereerst de opvatting dat we allemaal merken zijn, of we dit nu leuk vinden of niet. ‘Alles is een merk’, is de favoriete tegeltjeswijsheid. Men baseert zich op een gegeven waarmee zo ongeveer ieder eerstejaars handboek sociale psychologie van start gaat:  wij geven betekenis aan menselijk gedrag. Anders gezegd: we stoppen anderen in hokjes.

Dat gezegd hebbende, bevelen Personal Branding coaches vervolgens aan om een sterk merk te worden. Wie zijn zichtbaarheid verbetert, trekt vanzelf de juiste klanten naar zich toe of rolt gladjes in zijn droombaan. Het is de vraag of dit klopt, maar tot zover is er nog niets aan de hand. Personal branding onderstreept het belang van een welbewuste zelfpresentatie en een nauwkeurige doelgroepbepaling. De coach geeft adviezen over uiteenlopende communicatieve signalen. De look-and-feel van de persoonlijke website, de informatie op het Linkedin-profiel, het merk schoenen en het gebruik van lipstick- geen detail blijft onbesproken.

 
24/7 JezelfPersonal Branding  beperkt zich echter niet tot imago-adviezen. Ze gaat verder dan dat en hier komt een merkwaardige identiteitsopvatting om de hoek kijken. Jij Bent Je Merk, is de tweede tegeltjeswijsheid van deze trendy filosofie. Mens en merk vallen volledig samen. Volgens Personal Branding for Dummies (2014) wordt je merk bepaald door je karakter. Het werkt als een filter: je stuurt je gedrag volgens het ideaalbeeld dat je wilt uitdragen. Het gaat om het uitstippelen van een herkenbare gedragslijn die je met ijzeren discipline moet volhouden. Tot de dood er op volgt.

Wat kun je doen als je je thuis anders gedraagt dan op je werk?  Op de eerste bladzijde van Be your own Brand (2002) problematiseren de auteurs dit onderscheid nog. Hoe kun je de kloof overbruggen tussen je innerlijke zelf -The Real You - en het ik dat anderen zien en waar ze op reageren? De oplossing is eenvoudig: breng je persoonlijke en professionele leven samen. Gedraag je eenvoudigweg als ‘jezelf’, zowel thuis als op je werk.

 
Opstaan met je merkVolgens de Vlaamse imago-consulenten Stef Verbeeck en Kirsten Ujvari sta je op met je merk en ga je ermee naar bed. Ieder detail telt. In hun boek Personal Branding geven zij voorbeelden hiervan. Een oudere dame voorlaten in de bus, indrukwekkende wijnkennis tonen, goedemorgen tegen je buurman zeggen en ‘een compliment geven aan je man of vrouw wanneer deze na een drukke werkdag thuiskomt’. Wie dit goed wil doen moet een virtuele bewakingscamera installeren waarmee hij zichzelf 24/7 observeert en evalueert. Het merk vormt immers een filter voor je gedrag en de ad-blokker moet voortdurend draaien op de achtergrond. Iedere misstap kan je merk beschadigen.

 
Roldistantie
Personal Branding wijst het idee van een beroepsrol af. Dat is niet het enige. Het gaat ook voorbij aan het onderscheid tussen de intieme ervaring van jezelf en de manier waarop anderen tegen je aankijken. Het verschil tussen binnenkant en buitenkant, dat eigen is aan de menselijke situatie. Niemand kent jouw gedachten of kan precies ervaren wat jij ervaart. Het sociale zelf is een etiket dat door anderen op je wordt geplakt. Dat buitenkantje kun je een merk noemen, omdat hier dezelfde mechanismes spelen als bij de perceptie van een product. In die zin heeft ieder mens een merk, als een voor anderen herkenbare constante in zijn presentatie. Dat wil echter niet zeggen dat een persoon een merk is. Het zijn van een merk is niet hetzelfde als het zijn van een mens. Al gebruiken we er hetzelfde woord voor.

 
Geen ruimte voor het spelen van een rolDe kern van mijn kritiek op de Branding ideologie is dat het geen ruimte laat voor role-playing. Je kunt je daardoor geen afstand nemen van het merk dat anderen aan jou toekennen. Dat is een fundamentele misvatting over wat een persoon is of zou moeten zijn. Een mens is meer dan de tijdlijn op zijn Facebookpagina. Juist de mogelijkheid om iets achter te houden,  maakt dat je er een innerlijk leven op na kunt houden. Er moet enige distantie zijn ten opzichte van je beroepsrol waardoor je jezelf kunt relativeren. Dat geeft ruimte voor een privéleven ernaast. Een verborgen plek waar je onbespied de impulsen kunt toelaten die door jouw merkfilter worden tegengehouden.

Dat Naomi van As kiest hoe zij zich in de media presenteert is niet meer dan verstandig. Het is echter te hopen dat ze niet gaat denken dat ze volledig samenvalt met de opgewekte persoon die ze laat zien. Hopelijk is de grondslag van haar intieme relatie meer dan: ,,Hallo Naomi, ik vind je wel een  aantrekkelijk merk….Goed Sven, ik wil wel in jouw merk investeren.’’
Roldistantie maakt een media-optreden niet minder authentiek. Je kunt het gedrag voor de camera beschouwen als een deel van de mediapersoonlijkheid en tevens begrijpen dat er ook verborgen kanten zijn aan deze persoon. Dat een mens altijd meer is dan wat hij laat zien. Wie dat niet begrijpt, gelooft nog steeds dat Sinterklaas bestaat.

 
Sjaak Vane (1961) is relatietherapeut, spreker, Stand up Story Teller en cultuurfilosoof. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk?  over intimiteit in de presentatiemaatschappij.  www.sjaakvane.nl
 


 
 
Wednesday, 12 July 2017 | Written by Redactie Frank.News

Leren van Facebook, Airbnb en LinkedIn

Van een grote podcastliefhebber kreeg ik de tip voor Masters of Scale Podcast en het is inderdaad een geweldige serie. Basis van het format is hoe je als bedrijf van helemaal niks tot een miljardenbedrijf kan uitgroeien. En het mooie is dat alle grote mannen en vrouwen van - bijvoorbeeld - Facebook en Airbnb hun ondernemersgeheimen onthullen.

 
Op zich is het idee voor een podcast over het opschalen van groeiende bedrijven al goed, maar zoals alles in het leven gaat het om de uitvoering. En ook dat gedeelte is prima verzorgd. Er zijn bij deze podcast namelijk allemaal mensen betrokken die je ook echt over dit onderwerp wil horen, de grote meneren in de online wereld dus. Als eerste host Reid Hoffman, een van de oprichters van LinkedIn en vandaag de dag een grote investeerder in startups. Het idee voor de podcast is dat hij tijdens zijn periode bij LinkedIn en daarna allerlei kennis opdeed over het succes van online bedrijven die groot werden en deze theorieën is hij verder gaan onderzoeken. Elke week bespreekt hij dus een thema waarbij één persoon de hoofdrol speelt die vertelt over deze thematiek zoals bijvoorbeeld het pitchen van ideeën bij investeerders waarbij de les is: focus op het ombuigen van een ‘nee’ in een ‘ja’.

 
Grote mannen en vrouwenHet aardige natuurlijk is dat de grote mannen en vrouwen in de online wereld elkaar allemaal kennen, van congressen of van bezoekjes aan een of andere president en dus levert redactionele zoektocht van Hoffman een paar aardige namen op. Zo zijn er afleveringen met Googles Eric Schmidt, Facebooks Mark Zuckerberg en Airbnb’s Brian Chesky die allemaal zeer openhartig vertellen over de manier waarop ze hun bedrijven zo lieten groeien in een relatief korte periode.

 
Chaos bij Google
Interessant bijvoorbeeld is het verhaal van Schmidt die vertelt hoe hij de chaos bij Google managede die nodig is om goede plannen te laten ontstaan. Hoffman: ,,Het gaat erom dat de beste managers hun medewerkers niet gaan voorschrijven hoe ze moeten innoveren. Als je een innovatief bedrijf wil dan is het jouw taak om de chaos te managen. Dat lijkt een contradictie, maar dat is niet het geval. Jouw medewerkers moeten met wilde ideeën komen en het is niet aan jou om die in te dammen.’’ Schmidt vertelt in de podcast over de manier waarop je innovatie een eerlijke kans kan geven. Door het geven van vrijheid om ideeën te bedenken, snel beslissingen te nemen over de implementatie en de timing om snel op te schalen als het nodig is. Hij vertelt bijvoorbeeld dat de beslissing om YouTube te kopen in tien dagen is genomen.

 
Beginfase van AirbnbInteressant is ook de aflevering met Brian Chesky die vertelt over de beginfase van Airbnb. Hij vertelt over zijn bezoekje aan durfkapitaalverstrekker ‘Y Combinator’ waar het destijds een heleboel geld ophaalde. Paul Graham, founder van Y Combinator vroeg aan Chesky waar zijn klanten woonden. Hij antwoordde dat er in New York wel aardig wat zaten waarop Graham vroeg wat hij dan in Mountain View deed met zijn kantoor. Chesky murmelde iets over de schaalbaarheid waarop Graham zei dat dit het enige moment was dat ze tijd hadden voor die klanten. Hij nam het advies ter harte en ging samen met zijn partner huizen fotograferen om de eerste klanten te leren kennen. Hij kreeg letterlijk complete ‘roadmaps’ met tips tijdens die sessies. Ze stelden vragen als: ‘wat zouden wij kunnen doen om een onvergetelijke ervaring te krijgen die je tegen iedereen doorvertelt’. Hij ontwikkelde zelfs een compleet sterrensysteem waarbij de ervaring steeds exclusiever zou zijn… tot niveau 11 waarbij je als een soort Beatle op het vliegveld wordt ontvangen terwijl er 5000 mensen naar je zwaaien.

 
Een host die zelf iets verteltDeze podcast had als ambitie om echt iets te leren van de allergrootsten en dat is natuurlijk een mooi uitgangspunt. Het is ook leuk dat Hoffman de autoriteit en ervaring heeft om zelf ook iets te vertellen over de thematiek en zo’n prominente host werkt goed op een podcast. Tegelijk ga je tijdens het luisteren hunkeren naar een Engelse variant van deze opzet waarbij de businesshelden ook iets vertellen over hun mislukkingen en daar met verve over vertellen.

 
Wednesday, 12 July 2017 | Written by Bas Hakker

HEMA steelt. Echt HEMA.

Door Bas van Teylingen

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). Voor zijn derde blog had hij zelf nog wel een een ideetje.

 
Je hebt creatieven en ‘creatieven’. Het woord creatief betekent dat je creëert. Dat je iets maakt. Dat je iets nieuws toevoegt aan de bestaande zaken. Dat hoeft niet per definitie mooi te zijn, maar omdat het iets is dat je helemaal zelf hebt bedacht en gemaakt mag je er wat mij betreft trots op zijn, hoe lelijk het ook is.

 
Mensen die zich voorstellen als ‘creatief’Maar als ik zeg ‘creatieven’, dan zeggen de aanhalingstekens al dat ik daar iets anders mee bedoel. Dan heb ik het over mensen die zich op feestjes voorstellen als creatief omdat dat nu eenmaal in hun functieomschrijving staat. Mensen die bij ‘creatie’ terecht zijn gekomen omdat ze heel erg goed zijn in aanhaken, meelopen, blind achter de groep aan hobbelen of simpelweg kopiëren. Het enige creatieve hieraan is het feit dat iemand deze mensen ‘creatief’ is gaan noemen. Want in feite is er door deze mensen een hele nieuwe betekenis ontstaan van het woord ‘creatief’.

 
Maar Bas waar wil je heen? Vind je het erg dat deze mensen in de branche creatief worden genoemd? Nou nee, niet echt. Het is ten eerste vrij logisch. Want er zijn nogal wat merken die onder de aandacht willen komen en er is in Nederland simpelweg niet genoeg oorspronkelijk talent om al deze merken van mooie vernieuwende ideeën te voorzien.

 
Staan merken open voor creatie?En eerlijk gezegd is het ook maar de vraag of die merken openstaan voor echte creatie. Want de mensen aan de andere kant van de tafel willen vaak niet heel veel meer dan een afgeleide van een ander idee dat ze al kennen. Dit zijn mensen die een of andere communicatiestudie hebben gedaan en als je al een studie nodig hebt om te leren communiceren, dan zegt dat wel iets over je eigen creatief talent. Maar de voornaamste reden waarom ik het helemaal niet erg vind dat er in Nederland zo ongelooflijk veel wordt nagemaakt, is omdat ‘creatieven’ niet zelden de plank totaal misslaan. In hun drift om het product van de klant zo snel mogelijk als een eenheidsworst tentoon te stellen doen ze vaak maar wat. En wat gebeurt er als je een plank misslaat? Dat levert meestal een blauwe duim op.

 
Miskleun in de sociale wereldBleef dat vroeger beperkt bij één enkele blauwe duim, tegenwoordig levert iedere miskleun in de sociale wereld een stortvloed van blauwe duimpjes op. Louter uit leedvermaak. Want pijn is grappig. Ja en nu willen jullie voorbeelden. Nou, die zijn er wel. Neem BMW die op Instagram oproept om met een foto te reageren op hun post als je in een auto wilt rijden. Instagram. Met foto reageren. Dan wil je heel graag hip doen en de jeugd bereiken maar laat je vooral zien dat je Jan Peter Balkenende bent op een skateboard. Dikke faceplant voor BMW dus.

 
Als laatste gekozen bij gymlesNeem Albert Heijn dat zich vijf jaar na dato heeft laten inspireren door de Old Spice commercials die zo fijn viral zijn gegaan. Ze komen met een te snel geschreven, te snel uitgevoerde video van een man die gaat fitnessen in de winkel met producten uit het schap. Je voelt dat ze zo graag willen, dat ze zo graag tof gevonden willen worden. Maar uit eindelijk rest het medelijden dat je voelde bij het jochie dat als laatste gekozen werd bij gymles. En dat terwijl hij nog wel de allerduurste Nikes had gekregen van zijn ouders op zijn verjaardag. Het hielp niet.

 
HEMA & de Tube SchoolEn neem de HEMA. Ik sprak net al over eenheidsworsten. Als er iemand goed is in mensen een worst voorhouden is het de HEMA wel. Want wat doet de HEMA. Die laat zich in met ‘creatieven’ die zo duidelijk leentjebuur spelen dat het niet minder dan brutaal is. Ik moet er hier dan ook wel iets over zeggen. HEMA steelt het idee van De Tube School. Wellicht dat je het al weet, maar dat is de school die ik twee jaar geleden heb opgericht om jonge talenten op te leiden tot succesvolle YouTubers. Het idee slaat enorm aan, dusdanig dat er inmiddels ook een volwassenen cursus is gestart, workshops voor ouders en bedrijven staan in de rij om les te krijgen over het fenomeen dat in Nederland nog steeds wordt gezien als domein van de jeugd.

 
Vlog AcademyEn daar is ook de HEMA blijven steken. Ze noemen hun ‘creatieve’ idee Vlog Academy. Maar los van dat ik persoonlijk nooit gevraagd ben door de HEMA of ze mijn idee mochten gebruiken is het natuurlijk super gaaf dat een groot Nederlands merk zich ook in wil zetten om beginnende YouTubers te helpen! Toch? Een kijkje op hun lesrooster leert dat iedere ‘leraar’ precies één les geeft in steeds een ander HEMA-filiaal. En dat alle lessen al lang en breed vol zitten. En op de speciale ‘HEMA vlog academy website’ staat als vierde menu-item een linkje naar de schoolspullen die de HEMA verkoopt.

 
Goedkope mediastuntOh. Dit klinkt eigenlijk meer als een goedkope mediastunt om meer spullen te verkopen. Is dat Echt HEMA? Ik ben hier natuurlijk persoonlijk niet heel blij mee, maar het is wel weer hilarisch om te zien dat de HEMA zichzelf verslikt in de nepworst die de winkel ons nu voorhoudt. Ze hebben namelijk een ‘onderzoek’ gedaan waaruit blijkt dat ouders YouTube niet snappen. Een hele korte blik op hun ‘leraren’-bestand blijkt dat de HEMA er zelf niets van snapt. De heren YouTubers van Ponkers en Mertabi noemen ze ‘vloggers’. Kennelijk hebben ze hun onderzoek gedaan onder de ouders die werken op hun eigen marketingafdeling.

 
Vloggers zijn mensen als EnzoWant vloggers, dat zijn mensen zoals Enzo Knol die vertellen over hun leven terwijl ze de meest prachtige producten tegenkomen waarvan ze het merk goed duidelijk in beeld laten komen. Alle andere mensen die filmpjes maken op YouTube noem je YouTubers.  Lijkt misschien een klein verschil, maar de hele YouTube community lacht je in je gezicht uit als je dit niet weet. Het is hetzelfde als zeggen: een peer is fruit, dus een appel is een peer. Of: de slager verkoopt ook zoute worst, dus dat is ook een HEMA. Dan laat je als winkel dus zien dat je even goedkoop wilt scoren met een hype, maar dat je geen idee hebt waar je het over hebt.

 
Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. Werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. Regisseur van online formats en televisieprogramma’s met o.a. Martijn Krabbé, Erik van Muiswinkel en Ruby Wax. Inmiddels is hij actief op YouTube en dus oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen alle facetten van YouTube leren op een echte school en waar grote YouTubers lesgeven.
 

Lees hier ook deel 2: ‘Noem YouTubers geen influencers,
maar geef ze een zak geld’

https://www.frank.news/2017/05/22/noem-youtubers-geen-influencers-maar-geef-ze-een-zak-geld/

 

Lees hier ook deel 1: Youtube als verjongingskuur

https://www.frank.news/2017/04/26/youtube-als-verjongingskuur/
Tuesday, 11 July 2017 | Written by Redactie Frank.News

Een beetje klaar met Facebook

We staan er lang niet altijd bij stil, maar big data beïnvloeden onze levens steeds meer. Dat ene paar schoenen dat je voorgeschoteld krijgt in een advertentie. Dat specifieke trainingsprogramma dat speciaal voor jou is samengesteld. Maar ook het behandelplan dat een arts voor je selecteert. Data zijn overal. Vaak in ons voordeel, maar zoals bij alle nieuwe ontwikkelingen worden de grenzen ook opgezocht. En in dat soort gevallen heb ik soms moeite om angstige toekomstvisioenen te onderdrukken.

 
Social credit system
Zo ook toen ik onlangs las over het Chinese plan voor een zogenaamd ‘social credit system’. Dit initiatief van de Chinese regering moet een soort reputatiesysteem worden waarbij elke burger op basis van door de regering ingewonnen data wordt gewaardeerd op zijn gedrag. Ieder individu krijgt een beoordeling op vier vlakken: administratieve zaken, commerciële activiteiten, sociaal gedrag en juridische zaken. Hoe precies is nog onduidelijk. Wanneer je het social credit system opzoekt op Wikipedia staat daar groot een waarschuwing bij: ‘hoge nieuwswaarde, weinig over bekend, veel speculatie.’

 
1984-achtig
Dat laatste is niet heel verrassend natuurlijk. Je hoeft niet over heel veel fantasie te beschikken om te bedenken tot wat voor absurde situaties een dergelijk systeem kan leiden. Niet te spreken over het enorme misbruik dat op de loer ligt. De Chinese regering beweert enkel goede bedoelingen te hebben met het plan: een eerlijke en oprechte samenleving creëren en corruptie en criminaliteit tegengaan. Maar ja, dat hebben we eerder van ze gehoord. In mijn beleving is deze vorm van totale controle over de bevolking een 1984-achtig scenario dat we te allen tijden moeten voorkomen.

 
Verbale blubber
Maar toch hè… Heel soms… Als ik op social media de zoveelste roeptoeter voorbij zie komen die meent in de anonimiteit van het internet alle mogelijke verbale blubber te mogen uiten tegen wie dan ook. Op zo’n moment denk ik: zou zo’n systeem niet iets zijn voor Mark Zuckerberg? Vorig week nog plaatste RTL Nieuws al dan niet expres een uitdagend bericht op Facebook met de vraag een nieuwe naam te verzinnen voor de politieke partij van Sylvana Simons. En ja hoor, daar gingen we weer. Met z’n allen massaal tekeer gaan tegen Sylvana met teksten waar je als meelezer het plaatsvervangende schaamrood van op je kaken krijgt. Je mag vinden van Sylvana wat je wil. Je mag vinden van wie of wat dan ook ter wereld wat je wil. Gelukkig leven we in een land waar dat kan. Maar heb een beetje respect voor elkaar. Hou het netjes. Zie het internet niet als een vrijplaats voor al je opgekropte frustraties waar je iedereen een mes in zijn rug mag steken.

 
Social media-moe
Ik ben inmiddels behoorlijk social media-moe door dit soort gevallen. Waar je me voorheen met geen tien paarden uit m’n Facebook-app kreeg, moet ik mezelf tegenwoordig bijna dwingen om eens te kijken wat er allemaal speelt op mijn tijdlijn. Ik ben er klaar mee. Al die meningen. Al die zeikerds. Al die mensen die zo ontzettend graag gehoord willen worden. Al die beledigingen en al dat tuig. En ik merk om me heen dat ik niet de enige ben. Aan Zuckerberg de uitdaging om zijn Facebook een beetje aantrekkelijk te houden voordat zijn publiek massaal afhaakt.

 
Reputatiesysteem iets voor Facebook
Op zo’n moment zie ik zo’n reputatiesysteem wel zitten. Hoppekee! Een negatieve beoordeling voor iedereen die racistische opmerkingen plaatst. Die zonder schaamte naaktfoto’s van een ander het internet opslingert. Of die het nodig vindt via sociale media iemand helemaal af te branden. Eens kijken hoe snel je nog een baan of een partner vindt met een openbare reputatie als racist, seksist of onverbeterlijke aso. Hopelijk denk je dan tien keer na voordat je je inferieure teksten online gooit. Maar ja, ik geef het toe, het gaat wel wat ver natuurlijk..

 
Thursday, 06 July 2017 | Written by Heleen Scheurwater

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.