Candid. Platform
for growth.

Strenge online copyright regels: wanneer en waar zijn foto’s gratis?

Instagram, Pinterest, WeHeartIt, Flickr, Tumblr: het web stroomt over met foto’s. Waar het in de printwereld overduidelijk is dat er toch echt toestemming van de fotograaf nodig is, vaak gekoppeld aan een vergoeding, is dit in de online wereld ineens een grijs gebied. Wat zijn de online copyright regels? Inclusief een handig lijstje van stocksites met gratis te gebruiken beeld!
 
De foto’s van hobbyfotografen en professionals hebben allemaal één ding gemeen: het auteursrecht. Dit komt direct na het maken van een foto tot stand. En het auteursrecht geldt online net zo hard als offline. Hoe komt het dan toch dat veel websites klakkeloos foto’s plaatsen met alleen bronvermelding als ‘Instagram.com’ of ‘Pinterest.com‘, zonder hierbij verder toestemming aan de daadwerkelijke fotograaf te vragen?

Frank.News vroeg het aan Media-advocaat Marc de Boer van Boekx Advocaten. ,,In principe heb je voor online publicatie van een foto de toestemming nodig van de auteursrechthebbende. Vaak is dat de fotograaf, maar die kan ook door een agentschap zoals bijvoorbeeld Hollandse Hoogte worden vertegenwoordigd. Over het algemeen is het plaatsen van een foto met bijvoorbeeld ‘bron: Instagram.com’ dus niet voldoende. Net zo min als internetfilmpjes die op tv worden vertoond met de tekst ‘bron: YouTube‘,” stelt hij.

 
Citaatrecht
Er zijn uitzonderingen waardoor foto‘s zonder toestemming geplaatst mogen worden. De Boer: ,,Soms kan een beroep worden gedaan op het citaatrecht, maar dan gelden wel strikte voorwaarden. Er moet sprake zijn van een bespreking of beoordeling van de foto, er moet een bronvermelding en naam van de fotograaf bij worden geplaatst. En ze moeten duidelijk afwijken van het origineel en niet groter worden afgebeeld dan noodzakelijk. Op Auteursrecht.nl kun je de algemene regels vinden.”

Als we via Auteursrecht.nl de hele uitleg bij citaatrecht opzoeken, vinden we de volgende toevoeging: ‘Een foto of afbeelding die alleen ter illustratie wordt gebruikt, is geen ‘citaat’. Daarvoor is dus wel toestemming nodig. Net als een foto die als beeldbepalend element een homepage siert.’

 
Rechtenvrij beeld
Een andere uitzondering is als de foto’s vrijgesteld zijn van rechten. Zo zijn er verschillende stocksites waar rechtenvrij beeld gedownload kan worden. Zoals:
*Freestocks.org
*Picjumbo
*Deposit photos
*StockSnap.io
*Unsplash
*Gratisography
*Negative Space
*Splitshire
*Life of Pix
*Superfamous Studios
*IM Free
*New Old Stock
*Getrefe
*RGBStock
*Snapwire Snaps
*Jay Mantri
*Photopin
 
Let op: Bij iedere site wordt aangegeven of de foto’s voor commercieel gebruik geschikt zijn of niet. Verder heeft Flickr nog een speciale categorie: commercial use allowed. Ook in Google Images kun je geavanceerd zoeken op rechtenvrij beeldmateriaal.

 
Licenties op Creative Commons
Nog een manier om vrij te gebruiken foto’s te herkennen is een Creative Commons-licentie (CC). Er zijn zes verschillende licenties met internationaal herkenbare symbolen:

 

Bron: Creative Commons

1 = Naamsvermelding

2 = Naamsvermelding - Gelijk delen

3 = Naamsvermelding - Niet commercieel

4 = Naamsvermelding - Niet commercieel - Gelijk delen
5 = Naamsvermelding - Geen afgeleide werken

6 = Naamsvermelding - Niet commercieel - Geen afgeleide werken
De zes licenties bestaan uit vier elementen met ieder een eigen definitie, ook te vinden op CreativeCommons.nl:

Naamsvermelding: Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is, alleen uitsluitend als jij vermeld wordt als maker.
Niet -commercieel: Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden.

Geen Afgeleide Werken: Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal.

Gelijk Delen: Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk.

 
De fotograaf geeft aan onder welke licentie het werk gebruikt mag worden. Op bovenstaande sites zijn de meeste foto’s voorzien van Creative Commons. Zo weet iedereen precies welk beeld voor welk doeleinde wel en niet gebruikt mag worden. Handig!

 
Stockbureaus
Wel geld om aan mooi beeldmateriaal te besteden? Meld je dan aan bij stockbureaus en fotoagentschappen als Getty Images, Shutterstock, Brunopress, iStockphoto of Hollandse Hoogte. En onthoud de volgende keer voor het plaatsen van ‘gratis’ beeldmateriaal van die handige sites als Pinterest.com dat de fotograaf het ook fijn zou vinden om erkenning voor zijn werk te krijgen. Lees: op zijn minst een naamsvermelding en waarschijnlijk een vergoeding.
Wednesday, 04 May 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Redt rebranding Blokker of gaat merk V&D achterna?

Vanuit het niets waren media opeens heel enthousiast over de kansen voor het merk Blokker, maar het is de vraag of de rigoureuze ingrepen op tijd komen. Merkenexperts hebben in elk geval hun twijfels. ,,Zo’n dorpswinkel gaat het echt niet meer voor je doen.”
Je zou het bijna vergeten met al die enthousiaste retailkenners in de afgelopen weken. De PR-machine van Blokker draaide overuren. Maar Blokker, dat was toch die gezellige dorpswinkel? Dat merk waarover vijf van de tien mensen aan wie je vraagt wat ze ervan vinden vertellen dat ze vroeger daar hun kruimeldief altijd kochten? In elk geval zal het veel over vroeger gaan en weinig over morgen. En precies dát oubollige merk van gevaarloze tuttigheid in de verre provincie zou er weer helemaal bovenop komen na de recent aangekondigde ingrepen, die in totaal 100 miljoen euro kosten?

 
Rebranding op tijd?
Toegegeven, de bezem gaat er aardig doorheen. De komende twee jaar worden er 450 zaken omgebouwd tot een soort kleine woonbazaar, het merksymbool is veranderd in een variant met een dunnere zwarte letter en een oranje punt, er komt een heuse merkbelofte -‘van een huis een thuis maken’- en Sarah Jessica Parker - ‘this store is a life changer’ - maakt tv-reclame voor die volledig vernieuwde zaken. Bovendien komt er ruimte voor een webshop. Een heuse rebranding dus.

Qua assortiment gaat Blokker vol in het gat duiken dat V&D heeft achtergelaten; er komen A-merken in de winkels. Maar komt de ingreep niet te laat? Kleeft er niet teveel een stoffig loserimago aan Blokker om zichzelf opnieuw uit te vinden? En waarom zou je eigenlijk naar de Blokker lopen als je ook gewoon die aardige mensen van Coolblue met een paar klikken bereikt?

 
Blokker wordt weer relevant
Marketing- en retaildeskundige Paul Moers beaamt dat Blokker qua merkimago een aardige inhaalslag te maken heeft. ,,Ik denk dat 95 procent van alle mensen die je vraagt naar het merk Blokker, het oubollig vindt. Maar ik geloof in deze investering, waarmee ze helemaal opnieuw beginnen. Als het klote gaat in de retailwereld dan moet je gas geven en zo is het in dit geval ook. Ik denk dat die nieuwe zaken het heel goed gaan doen, dat mensen er graag komen. Het was belangrijk om Blokker weer relevant te maken en dat gaat nu gebeuren,” aldus Moers.

 
Merkbelofte: Het is toch geen woninginrichter?
En het merk Blokker? Konden ze dat niet beter helemaal loslaten omdat er zoveel negatieve associaties aan kleven? ,,Nee,” stelt Moers, ,,want er zijn genoeg mensen die zich ermee identificeren en die bekendheid kun je niet eventjes zomaar opbouwen met een nieuw merk. Wel denk ik dat ze nog veel meer de focus op het merk moeten leggen en dat die winkels op die basis vormgegeven moeten worden en niet andersom. Ik zou de merkbelofte ook een beetje aanpassen. ‘Van een huis een thuis maken’ is misschien iets te ambitieus; het is toch geen woninginrichter?”

En Sarah Jessica Parker vindt hij helemaal niks. ,,Het is een glamourvrouw en daarom is haar deelname aan de commercials in mijn ogen niet geloofwaardig. Jessica Parker is van de Manolo Blahnik-schoenen en past daarom helemaal niet bij Blokker, dat met beide voeten op de grond wil staan. Deze tv-commercial introduceert merkruis omdat zij niet overeenkomt met de identiteit van Blokker.”

 
Gedateerd gevoel
Merkenexpert Wiemer Snijders van The Commercial Works denkt ook dat de meeste mensen Blokker gedateerd vinden. Dat heeft in zijn ogen mede met de indeling en uitstraling van de winkel te maken. Snijders: ,,Er ontbrak een duidelijke routing. Het oogde allemaal een beetje rommelig. In veel gevallen was duidelijk al een tijd niet in de uitstraling van de formule geïnvesteerd en het personeel maakte ook niet het verschil.”

Ook wat betreft de positionering tussen de concurrerende merken was het zeker niet perfect. ,,Ze zitten aan de onderkant, iets boven Xenos en Action,” aldus Snijders. ,,Geen degradatievoetbal, maar zo’n beetje rond de veertiende, vijftiende plek. Als ik kijk naar die nieuwe winkel dan denk ik dat ze wel een stap vooruit gaan maken de komende tijd. Een beetje meer kwaliteit toevoegen, zodat ze niet met die prijsvechters in concurrentie gaan, want dan zal het lastig worden.”

 
Merkinspanningen overdreven
Dat is trouwens precies het sentiment van veel andere retailkenners die we spraken. Waarom zouden mensen naar Blokker gaan als de winkel qua prijs en service nooit kan concurreren met webshops?
Het mooie is dat Snijders de nieuwe profilering van Blokker vooral een kwestie vindt van duidelijke keuzes maken in assortiment, prijs en service, maar hij vindt de merkinspanningen (merklogo en merkbelofte) een beetje overdreven. ,,Mensen zijn helemaal niet zo met merken bezig als marketeers wellicht hopen. Slechts weinig mensen zullen hun kostbare tijd aan zoiets triviaals verspillen. De meeste mensen hebben wel betere dingen te doen: werken aan je relatie, vriendschappen onderhouden, je gezin, sport of werk. Wie maakt zich daadwerkelijk druk over Apple of BMW - laat staan over Blokker? En dat zeg ik op basis van een heleboel beschikbaar onderzoek.”

 
Aanbod belangrijker dan logo
Snijders stelt een vraag aan de journalist. ,,Jij schrijft verhalen over marketing, maar weet jij bijvoorbeeld wat de slogan is van Philips?” Ik murmel iets, maar dat is niet goed. ,,‘Let’s make things better is alweer twaalf jaar niet in gebruik en daarna kregen we nog ‘Sense and Simplicity’, die inmiddels ook weer is aangepast. Het is veel meer iets voor de mensen die daar werken, maar niet voor de consument,” stelt hij.

Van je huis een thuis maken… Snijders kan er weinig mee. ,,Ietwat overbodig, mensen weten wel dat ze spullen voor in huis bij Blokker kunnen kopen, ze hebben er geen dierenvoeding.” Het revitaliseren van het oude, vertrouwde merksymbool vond hij dus ook geen goede zaak? ,,Wat was er mis met dat oude logo? Het was onmiskenbaar herkenbaar. Bedrijven als General Electric, Coca-Cola, Nike, Kellogs’, Shell, Campbell’s Soup en Goodyear zullen het met me eens zijn. Er is echt niemand die nu denkt: zo, daar ga ik even lekker naar binnen want ze hebben zo’n geweldig nieuw logo. Dat zal bepaald worden door het vernieuwde aanbod, aldus Snijders.

 
Sarah Jessica Parker
Wel een verstandige zet vindt Snijders de inzet van Sarah Jessica Parker in de nieuwe tv-commercials. ,,Dat genereert aandacht en daardoor kijk je wat aandachtiger naar een reclame, want daar zijn er nogal veel van,” vindt hij. ,,Daarnaast hoopt Blokker natuurlijk dat haar trendy en succesvolle imago ook op het merk zal afstralen. Bovendien spreekt het vrouwen aan en daar moet je het voor een groot deel toch van hebben waarschijnlijk. Ik hoop wel dat ze haar voor de lange termijn inzetten, want alleen op die manier leggen mensen na een tijdje de link en is het van waarde. Dat zie je bijvoorbeeld heel sterk bij George Clooney en Nespresso, die aan elkaar vastzitten.”

 
Te weinig gedaan
Hendrik Beerda doet al jaren onderzoek naar de sterkste merken in de retailsector. Opvallend genoeg staat Blokker vrij stevig op de achtste plek. Beerda: ,,Dat komt vooral door de enorme bekendheid. Je zou dus kunnen zeggen dat de potentie goed is, maar er is gewoon veel te weinig gedaan aan het merk, de winkel en het assortiment.”

Dat de potentie er wel is, maar dat de invulling van de waarden te beperkt is, blijkt wel uit de andere variabelen. ,,Ze scoren heel hoog op degelijkheid en dat is ook een indicatie dat mensen Blokker heel saai vinden. Ze scoren bijvoorbeeld heel laag op een factor als ‘gedurfd’, ‘actief’,” vertelt hij.

 
Dorpswinkel gaat het niet doen
In potentie zouden ingrepen als een nieuwe campagne en een nieuw logo het merk Blokker kunnen verfrissen, maar Beerda heeft daar wel grote twijfels over. ,,Ik denk dat Blokker veel scherper had moeten ingrijpen in de winkels en het assortiment. Die keuze heeft V&D ook nagelaten. In principe blijven de meeste zaken in kleine dorpen nu gewoon bestaan, terwijl ze veel beter naar een strategie kunnen met grote zaken op A-locaties. Zo’n dorpswinkel gaat het echt niet meer voor je doen.”

Beerda zou veel meer kiezen voor de Bijenkorf-methodiek. Dat concern toonde lef door winkels te sluiten en zijn imago als exclusief merk te versterken. ,,Niet dat Blokker voor een hoog segment moet kiezen, maar zo’n duidelijke keuze maken was wel nodig geweest,” zegt Beerda.
Monday, 02 May 2016 | Written by Bas Hakker

Apple, Google of Facebook: wie krijgt het hipste superkantoor?

Techbedrijven en social media in Silicon Valley wedijveren om het mooiste hoofdkantoor. Het is hun visitekaartje naar de wereld toe. Het ruimteschip van Apple, de groene campus van Google of de grootste kantoorzaal ter wereld van Facebook. Bekende architecten doen mee, want het mag wat kosten.
 
Het zijn dé bedrijven die de samenleving veranderen en hun hoofdkantoren zijn hun visitekaartjes. Supermodern zou je verwachten, maar dat blijkt maar ten dele het geval. Waarom besteden Google en Apple miljarden aan ontwerpen die zo uit de jaren zestig van de vorige eeuw lijken te komen, vraagt The New York Times zich af.

Bij Google werd het besluit vorige maand definitief. Na enige strijd met LinkedIn, omdat beide giganten precies dezelfde lap grond in het Californische Mountain View op het oog hadden, gaat de bouw van de nieuwe Google campus nu iets verderop van start.

Apple zit in Cupertino, zo’n vijftien kilometer verder, en is daar bezig een gebouw in de vorm van een reusachtig ruimteschip te verwezenlijken.

 
Facebook: grootste kantoorzaal ter wereld
Het nieuwe Facebook hoofdkantoor in het nabijgelegen Menlo Park is inmiddels klaar. Het is ontworpen door de vermaarde Amerikaanse architect Frank Gehry. In Europa is hij bekend van de Fondation Luis Vuitton, het nieuwe futuristische museum in Parijs, dat je vooral bezoekt vanwege het gebouw zelf.

Voor Facebook ontwierp Gehry een kantoor met een prachtige daktuin en een eindeloze zaal met fabriekselementen, waar teams achter hun beeldschermen aan het werk zijn. Er werken 2.800 mensen. CEO Mark Zuckerberg zit aan een tafel in het midden. Televisiestation CNBC mocht een kijkje in het kantoor nemen. De video is hier op CNBC terug te zien.

„Het creëert een sfeer die uitnodigt tot samenwerken,” zegt Lori Goler, HR manager bij Facebook tegen CNBC. „Er is spontaniteit doordat mensen elkaar tegenkomen. Ze innoveren samen. Het maakt het tot een creatieve ruimte. (...) Je kunt niet door deze ruimte lopen zonder anderen te ontmoeten.”

 
Google’s nieuwe groene campus
Het ontwerp voor Google’s nieuwe campus geeft ruimte aan de natuur met veel groen. Ook komen er passages en winkels waar het publiek welkom is, want het sleutelwoord bij Google is openheid. Het zijn verschillende gebouwen met een overkoepeling in de vorm van een tent waarop zonnepanelen komen. Het ziet er modern uit en tegelijkertijd een beetje retro. Ideaal voor kampeerders, zeggen critici met enige hoon.

Het is een internationaal project. De Deense architect Bjarke Ingels en zijn Londense collega Thomas Heatherwick lichtten afgelopen jaar het project toe. De ontwerpen zijn te zien vanaf april 2018).

 
https://www.youtube.com/watch?v=z3v4rIG8kQA

 
 
„De omgeving wordt nu gedomineerd door drukke wegen en parkeerplaatsen. Dat gaan we anders doen,” zegt Heatherwick. „We willen dat proces omkeren en de kwaliteit van de natuur voorop stellen,” vult Ingels aan. Opvallend in het ontwerp zijn de fiets- en voetpaden. Het moet een plezier zijn op de campus te joggen, te skaten of de fiets te nemen.

Delen van de campus zullen flexibel zijn. Kantoorruimtes moeten te verplaatsen zijn naar plekken waar die nodig zijn. „We willen innovatieve werkplekken creëren. En we willen dat de plaatselijke gemeenschap en de natuur van de campus gaan profiteren,” vat een Google-woordvoerder het project samen. Het is nog onbekend wanneer de nieuwe Google campus klaar zal zijn.

 
Apple: een ruimteschip voor 14.000 employees
De ontwerpen van Apple en Google zijn werelden van verschil. Apple komt met een gigantisch cirkelvormig gebouw met daarbinnen veel groen, afgesloten van de buitenwereld. Het past, zeggen analisten, bij de geheimzinnigheid en sterk gecontroleerde marketingstrategieën van Apple. Waar Google juist naar buiten treedt, lijkt Apple zich symbolisch af te schermen van de buitenwereld. Overigens wil Apple, net als Google, enkele delen van het gebouw voor het publiek openstellen.

Het vier verdiepingen hoge gebouw krijgt zonnepanelen, een fitness centrum dat alleen al 75 miljoen dollar kost  - het hele gebouw komt naar schatting op vijf miljard - en een ondergronds auditorium met duizend zitplaatsen. In de parkeergarage is plek voor ruim veertienduizend auto’s.

 
2001: A space odyssey
De ring van Apple doet denken aan een immens ruimteschip dat op aarde is geland. Maar wel een ruimteschip zoals we ons dat in de vorige eeuw voorstelden. Het roept associaties op met Stanley Kubrick’s film ‘2001: A space odyssey’ van eind jaren zestig. Zachte rondingen in gebouwen zoals dat toen gangbaar was, komen samen met moderne technologie.

Architect Norman Foster van het Britse architectenbureau Foster+Partners, bekend van Wembley Stadium en van de Hearst Tower in New York, zegt dat het ontwerp voor Apple geïnspireerd is op een plein in Londen, waar huizen een park omringen.

Opnames met een drone laten zien hoe de stand van zaken in april 2016 is:

 
https://www.youtube.com/watch?v=jn09eBljAzs

 
Het nieuwe Apple-kantoor moet eind dit jaar klaar zijn.

 
Uber: futuristisch hoofdkwartier
In San Francisco is tech- en taxibedrijf Uber flink aan de gang. De nieuwe kantoren komen er futuristisch uit te zien met veel glazen wanden. Uber heeft al enkele gebouwen in de stad en daar komen eind volgend jaar nieuwe kantoren bij, waarmee de werkruimte verdubbelt.

Niet alleen Silicon Valley in Californië, ook Seatlle in het noordwesten van de Verenigde Staten, is een hub waar techbedrijven grote kantoren neerzetten, aangetrokken door de vele programmeurs die er zitten. Microsoft heeft z’n hoofdkwartier vlakbij de stad. Amazon bouwt er een nieuw hoofdkantoor met grote wolkenkrabbers. Google en Facebook breiden er uit met nieuwe kantoren.

Hoe verschillend de ontwerpen ook zijn, de boodschap laat geen twijfel bestaan: tech bedrijven hebben de toekomst.
Friday, 29 April 2016 | Written by Ralph Rozema

Lessen in contentmarketing: het gevaar voor digitale horigen

Door Simon de Wilde

 
Bij een horige denk je al snel aan de Middeleeuwen. Die liggen achter ons, maar helaas is de horige een hardnekkig fenomeen. Wie goed om zich heen kijkt, ziet overal ‘digitale horigen’. Wees je bewust van het gevaar als je op andermans grond je oogst verbouwt en lees hoe je er iets aan doet.
 
In de V&D in Utrecht zat een uitstekende kleermaker. Karim Azimi werkte snel, bood goede service, toonde vakmanschap en rekende een scherpe prijs. In tegenstelling tot het zinkende schip V&D had de kleermaker aan klandizie geen gebrek in zijn shop-in-shop. Goeie business voor deze kleine ondernemer.

 
In één klap alles kwijt
Dan slaat het noodlot toe en gaat het warenhuis op de fles. De kleermaker raakt in één klap alles kwijt waar hij zo hard voor heeft gewerkt. Hij kan letterlijk niet meer bij zijn strijkplanken, naaimachine en fournituren die de curator bestempelt als onderdeel van de inboedel van V&D. Azimi is een van de 1800 gedupeerde toeleveranciers. In totaal krijgt de kleermaker nog 15.452 euro aan omzet. Of hij dit ooit terugziet is nog maar de vraag.

 
Contentmarketing op andermans grond
Helaas kan dit elke ondernemer overkomen die zijn business bouwt op andermans land en voor zijn opbrengst - lees omzet - dus compleet afhankelijk is. Hier doel ik niet alleen op ondernemers als Azimi die een shop-in-shop hebben. Ik doel ook op ondernemers die hun contentmarketingstrategie op andermans grond verbouwen. Er zijn ondernemers die voor hun totale marketingstrategie afhankelijk zijn van Facebook, Google of WordPress.

Dit fenomeen noemt de Amerikaanse auteur Nicholas Carr de digital sharecropper. Dit verwijst naar een specifieke periode in Amerikaanse geschiedenis, net na de burgeroorlog. Boeren, sharecroppers genoemd, konden gereedschap en land pachten. De landheer plukt de vruchten en heeft alle macht: hij kan de boer zijn voorwaarden opdringen en de regels tijdens het spel veranderen.

 
Digitale horige
Vervang boer door ondernemer en landheer door Facebook of WordPress en je ziet de ‘digitale horige’ en de moderne ‘digitale landheer’. De distributie en productie van content op deze platformen is in de handen van vele bloggers, vloggers, makers van podcasts en andere ondernemers, maar de economische opbrengst ervan is in de handen van een enkeling. Dat is de situatie zoals die nu is en veel ondernemers, bedrijven, stichtingen en clubs zijn zich dit niet altijd bewust.

 
Contentmarketingblog
Zelf ben ik ook een ‘digitale horige’ want ik heb een blog op WordPress. In 2010 kluste ik ‘gratis’ op een verloren zondagmiddag met WordPress mijn blog ‘Dorpspomp Overvecht’ in elkaar. Sindsdien blogde ik erop los over Overvecht, mijn avonturen in Iran, Wit-Rusland en andere exotische oorden. En sinds kort blog ik dus over contentmarketing. In totaal richting de 400 berichten.

 
Bouw je contentmarketingstrategie niet op drijfzand
Als een ‘digitale horige’ bewerk ik de akker en mijn ‘landheer’ WordPress plukt de economische vruchten. Maar stel nu dat mijn landheer uit de gratie raakt, zoals dat gebeurde met Hyves of Myspace? Dan heb ik een probleem. Of wat als WordPress op een dag besluit dat het alle content over Overvecht bant? Dan blijkt mijn hele contentmarketingstrategie gebaseerd op drijfzand.

Het probleem is dus niet zozeer de inzet van sociale media om je content te verspreiden. Dat is prima. Mijn punt is dat je je contentmarketingstrategie op een eigen akker tot wasdom moet laten komen. Plaats als ondernemer of zzp’er je blogs en content op een door jou zelf gehoste website met een eigen domeinnaam en je bent baas over je eigen content. Zelf ga ik dus als de wiedeweerga werk maken en ‘land kopen’ in plaats van huren, zodat ik zelf geniet van al die noeste arbeid. Oftewel een kwestie van een domeinnaam registreren, een webhostingbedrijf in de arm nemen, WordPress koppelen en mijn content migreren.

 
Eind goed al goed
Kleermaker Azimi is een slimme ondernemer en legt niet al zijn eieren in één mandje. In zijn winkel in de Voorstraat is hij nu druk aan het werk. Het is te hopen dat zijn huurbaas het langer volhoudt dan de V&D.

 
Wat vind jij?
Ik ben benieuwd: lezer, ben jij een digitale horige?

 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Deze blog is ook te lezen via zijn eigen blog.
Thursday, 28 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Panama Papers vragen om nieuwe goed/fout discussie

Door Bruno Braakhuis

 
De roep van de samenleving om meer ethisch reveil in de bestuurskamers van bedrijven en andersoortige organisaties neemt snel toe. Daar is ook alle reden toe. Zo tonen de Panama Papers bijvoorbeeld aan dat weliswaar de wet als norm gehanteerd wordt  - ook niet altijd trouwens -, maar dat een moreel kompas als basis voor besluitvorming ontbreekt. Zo wordt de wet gebruikt als dekmantel om het gebrek aan moraliteit te verdoezelen.
 
In mijn werkend verleden ben ik dat ook vaker tegengekomen. De redenering is dan, dat de wet democratisch tot stand is gekomen en dat dus alles wat niet onwettig is te allen tijde valt te legitimeren. Dit is niet voorbehouden aan bestuurders alleen. Het is veel breder dan dat. Ik sprak onlangs iemand aan die heel luid zat te bellen in de trein. Haar reactie was, dat het geen stiltecoupé was en dat ze dus het recht had om te bellen. Mijn antwoord daarop was dat dit klopte, maar dat het daarmee nog geen sociaal gedrag is. Daar gaf ze mij gelijk in.

 
Grenzen regels opzoeken
Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen, waarin het gedrag niet langer gedreven wordt door het streven een sociaal wezen te zijn, maar door de grenzen van de regels op te zoeken, er net binnen te blijven en achter die regels te verschuilen. Wat dat voor anderen betekent is minder relevant geworden.

Opvallend is dat deze ontwikkeling samen lijkt te lopen met die van het individualisme, maar dat de overgang van een Rijnlandse economie naar een Angelsaksische economie dit regelmatig heeft laten doorslaan in egocentrisme. Alsof de ander, de omgeving, de impact van het eigen handelen op die ander of die omgeving geen relevant deel van de overweging meer is.

 
Sterkste of zwakste schouders
Zo vinden belastingontwijkers en de mensen die de routes ten behoeve van belastingontwijking verzinnen het zelfs hun plicht om te streven naar zo weinig mogelijk belasting betalen. Want het mag van de wet en het is beter voor de jaarcijfers. Dat diezelfde belastingontwijkers daarmee zoveel mogelijk profiteren van wat publiek wordt gefinancierd, maar er zo weinig mogelijk aan willen bijdragen, is geen deel van de overweging. Dat die publieke financiering dan moet worden opgebracht door anderen en minder vermogenden lijkt volledig uit beeld verdwenen.

 
Wie het hardst roept…
Daarmee is belasting ontwijken niet veel anders dan heel luid bellen in de trein. De overwegingen zijn hetzelfde. Zelfgericht, zonder oog voor de gevolgen voor anderen, verschuilend achter de regels. Dat de Panama Papers voor zoveel tumult zorgen, mag dan ook deels worden gezien als boter op het hoofd van de samenleving. Niet dat het tumult onterecht is, maar de vaststelling van het ontbreken van een moreel kompas in de bestuurskamers dient dan wel gepaard te gaan met een veel bredere ethische discussie over de moraliteit in de samenleving als geheel. Want nu is het nog zo, dat als de klagers van vandaag morgen de kans krijgen, de kans groot is dat ze hetzelfde doen.

 
Voorbeeldgedrag geëist
Aan de andere kant zou het adagium van noblesse oblige moeten gelden. Duurbetaalde heren en dames, vaak in bestuurskamers, mogen geacht worden voorbeeldgedrag te tonen. Reacties als die van Gerrit Zalm van ABN AMRO laten het tegendeel zien. Ook hij legitimeert het faciliteren van belastingontwijking en daarmee het benadelen van de samenleving, waarmee hij namens zijn bank dit gedrag zelfs institutionaliseert. Ongetwijfeld wordt er bij andere banken als ING en Rabobank net zo over gedacht. Consultancy’s en advocatenkantoren als EY en Loyens & Loeff kan als facilitators van belastingontwijking hetzelfde worden aangerekend. Daarom is het goed om hen op dit gedrag aan te spreken. Dit valt niet in regels te vangen, maar vraagt om een hernieuwde ethische discussie over goed en fout binnen talloze bestuurskamers.

 
Bruno Braakhuis is samen met Maarten Lemmers bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
Tuesday, 26 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Hoe maken we het merk Koningshuis beter? De folklore voorbij

Natuurlijk genieten er veel mensen woensdag van Oudhollandse spellen, leuke dansjes en vergeten, Zwolse sporten. Maar hoe sterk is het Koningshuismerk nu écht?
 
Net zoals Philips en Heineken merken zijn met wereldwijd veel bekendheid, een imago en een waarde, is ‘Het Koningshuis’ ook een merk. Een merk is immers volgens merkgoeroe Giep Franzen ‘een netwerk van associaties’ en we denken van alles over ‘Het Koningshuis’. En dat doen ze over de hele wereld. Maar terwijl er over het Heinekenmerk iets objectiefs te zeggen is qua sterkte - Heineken is de nummer 89 op de wereld volgens Interbrand en als merk 4,8 miljard US Dollar waard -  blijft dat voor het merk Koningshuis een beetje gokken. Centrale vraag: halen we de 40 miljoen euro die we jaarlijks aan de Oranjes betalen er een beetje uit qua merkwaarde?

 
Horlepiep met een vleugje Tango
We vragen het aan merkexpert Suzanne van Gompel die ‘Het no-nonsense boek over merken bouwen’ schreef. Zij werkt al meer dan vijftien jaar als strateeg voor toonaangevende merken en kan bovendien als inwoner van Bombay, India een inschatting maken van de internationale allure van de Oranjes. Een beetje merk is immers global business. ,,Het merk Koningshuis is nu in mijn ogen ‘De Horlepiep met een vleugje Tango’. In Nederland gaat dat allemaal goed. Mensen gedogen het als een soort van folklore. Maar op internationale schaal vind ik het merk helemaal niet zo sterk. Ik lees inderdaad altijd dat het bedrijfsleven zoveel verdient doordat de Oranjes meegaan op handelsmissie, maar die inkomsten heb je toch ook als je een vrij seksloze man als Mark Rutte meestuurt? Dat heeft meer te maken met de autoriteit dan met het merk.’’

Het gaat óók om de glamourVan Gompel zou ervoor pleiten dat de Oranjes meer als merk naar buiten treden, want dat gebeurt in haar ogen nog te weinig. ,,Een goede indruk krijg je als je even op de site van www.koninklijkhuis.nl kijkt en daarna op Royal UK. Terwijl je op de Nederlandse site allerlei suffe plaatjes met saaie overheidsteksten ziet, is de Engelse variant echt een glossy. Daar weten ze dat het óók om de glamour gaat.”

Ze denkt dat het merk Koningshuis een aardige boost heeft gekregen door de entree van Máxima. Aardig in dat kader is het verhaal dat communicatieprofessional Marije Jansen in 2013 schreef over het effect van de entree van de Argentijnse voor haar opleiding merkenmanagement. Uit de analyse: ‘Het huwelijk tussen Willem-Alexander met Maxima bood zich aan en functioneerde als merkrevitalisatie van zowel Willem-Alexander en het ‘Van Oranje’-merk. Maxima werd silver bullet binnen het portfolio opgenomen. Ze was een nieuwe bron van merkmeerwaarde, die het merk Willem-Alexander positief beïnvloedde. De negatieve merkassociaties van Willem-Alexander (niet heel slim, prins pils) werden geneutraliseerd door de positieve associaties die Maxima meebracht (intelligent, sociaal, charmant, mooi). Kortom, er vond een merkextensie plaats, waarbij het Van Oranjemerk het nieuwe merk Maxima introduceerde en deze verbond aan het merk Willem-Alexander, waarbij de positieve associaties van de voorbeeldige Maxima op Willem-Alexander werden overgedragen, een knap staaltje imagotransfer.’

 
Poffertjes en braderie werkt niet
Ook van Gompel denkt dat Máxima het Koningshuismerk vooruit heeft geholpen, maar het is haar op internationale schaal nog te weinig, te inhoudsloos."Willem Alexander is vrij oppervlakkig en de thema's 'watermanagement' en 'microkrediet' spreken toch te weinig mensen aan om echt te beklijven. Ze zouden iets moeten kiezen wat echt impact heeft en dat in hun communicatie heel consistent blijven doorvoeren. De kracht van herhaling is toch een belangrijk motto als je een merk aan het bouwen bent."

In dat consistent bouwen aan een concreet idee, aan een visie, zijn wij Nederlanders niet zo goed, vindt ze. Ze verwijst naar de Hollandpromotie die nauw verbonden is met het merk Nederland. "Er was in 2015 een Hollandse missie naar India waarin Nederland zich wilde profileren als innovatief en creatief land. Als dat je doelstelling is, dan moet je met een inhoudelijk programma komen dat die doelstelling ondersteunt, dat aan de gewenste beeldvorming bijdraagt. En dat gebeurde volstrekt niet." Het viel haar behoorlijk tegen. "Dan kun je niet met poffertjes, een pop-up hockeyveldje, een braderie en een traditionele kunstenaar aankomen. En dat is wel wat er gebeurde. Onder het thema 'Let's paint Mumbai Orange' werd een programma gebracht dat een merkwaardig allegaartje was van een sportwedstrijdje hier, een pan met poffertjes daar, een braderie en een paar B-artiesten van wie in Nederland ook nog nooit iemand gehoord heeft. Er zat geen enkele inhoudelijke rode draad om het programma."

Merkstrategie gewenstHet ontbreekt in haar ogen een gedegen ‘merkenaanpak’. ,,Wat mij betreft is de uitdaging voor Het Koningshuis als merk om de meerwaarde voor de maatschappij duidelijk te maken. Dat vraagt om een focus en een systematische aanpak. Hoe kun je dit voordeel uitdragen: herkenbaar, voelbaar en tastbaar maken in alles wat ze doen? Is hun rol vooral een verbindende? Of hebben ze inderdaad een economische rol van betekenis? Deze keuze moet voor de merkmakers en -bewakers rondom het Koninklijk Huis leidend zijn voor het bewijs dat ze leveren. Als je bijvoorbeeld het beeld wilt versterken van ‘nationale verbinders’ of onafhankelijke promotors van wereldvrede, dan dragen watermanagementuitstapjes of ‘microkrediet erebaantjes’ daar niet aan bij. Voor het kritische deel van het volk is dat een ver-van-hun-bed-show zonder herkenbare voordelen. Als je Het Koningshuis meer wilt managen als merk, heb je een heldere centrale leidende gedachte nodig. Die bepaalt welke keuzes je maakt en hoe je er over communiceert.”

 
Hoe bouw je merk Koningshuis

Het merk Koningshuis kan dus stukken beter, maar dat is ons natuurlijk een beetje te magertjes. Als je iets niet goed vindt - te stoffig, te oubollig - moet je ook met een alternatief komen. Dus stel dat de RVD zich niet meer bezighoudt met vage mediacodes die neerkomen op quasi-lieflijke skikiekjes in de sneeuw, maar een opdracht zou uitschrijven voor het nieuwe merk Koningshuis. Met welk voorstel zou ze dan komen? Hoe ziet het no-nonsense boek over merken bouwen er in real life vorm eruit? Ze begint met het bedenken van een centraal thema. ,,Hmm, lijkt me een leuke opdracht. Het thema zal vrij breed moeten zijn, relevant voor het publiek en er zal een logische relatie moeten zijn met de identiteit van Het Koningshuis als historisch nationaal symbool.” Ze vergelijkt het met de basisgedachte van Nike. ,,Het moet een soort nationaal gevoelde kloof overbruggen zoals bij Nike, waar het merkidee een dilemma overbrugt. De wens is dat iedereen droomt om atleet te zijn. De angst is dat slechts weinigen het kunnen worden. Maar door de visie van Nike kun je dat overwinnen: if you have a body, you’re an athlete.’’

 
Traditie van ontdekkingenDeze manier van denken laat Van Gompel ook op Het Koningshuis los. Wat is onze kloof? ,,Bijvoorbeeld dat iedereen een soort hang heeft naar het verleden, toen alles beter was. De angst echter is dat we teveel vasthouden aan het verleden, want dat leidt tot stilstand en maatschappelijke intolerantie voor innovaties en nieuwe ideeën. De Koningshuisvisie kan dan zijn: Ontdekkingsdrift is een constante factor in de geschiedenis van Nederland en de Oranjes. Ze zouden er bijvoorbeeld hun missie van kunnen maken om ‘de traditie van ontdekkingen’ levend te houden.”

 
Progressief tintje aan archaïsch instituut
Vanuit die visie en missie kan Het Koningshuis projecten omarmen die passen bij dit thema, zo legt Van Gompel uit. ,,Invulling kan dan zijn dat je actief vernieuwings- en innovatieprojecten ondersteunt en uitdraagt: van sociale innovatie in de ouderen- of verslavingszorg tot creatieve of technische innovatie. Daarmee kun je zowel nationaal als internationaal goed voor de dag komen. Het geeft bovendien een progressief tintje aan een wat archaïsch instituut. Hoe dan ook, als je een merkthema als dit claimt, krijg je een ander soort invulling van je publieke optredens dan met een thema als ‘Mensen samenbrengen’, wat misschien een beetje belegen is.’’

 
Tuesday, 26 April 2016 | Written by Bas Hakker

Onafhankelijk onderzoek toont lager bereik folders

Een nieuwe onderzoeksmethode in medialand die nu al een hoop stof doet opwaaien: FolderRendement. Het onafhankelijke onderzoek naar folderverspreiding meet lagere bezorgpercentages dan de grote partijen Axender en Spotta claimen te halen.
Vrijdag 22 april presenteerde onderzoeksbureau Vostradamus in besloten kring in de Harbour Club Amsterdam deze eerste objectieve onderzoeksmethode naar het bereik en de kwaliteit van folderverspreiding. Managing director Youri van der Mijn en research director John Faasse: ,,Sinds de introductie wil iedereen met ons komen praten.”

De folder is voor retailers na tv nog steeds een bijzonder effectief middel binnen de communicatiemix. Zo’n 12,7 miljard folders worden er jaarlijks verspreid onder de 81% van de huishoudens zonder JA | NEE- of NEE | NEE-sticker. Dit is goed voor zo’n 500 miljoen euro aan mediabestedingen.



Folders zetten aan tot kopen
Folders zetten mensen aan tot aankopen en winkelbezoek. De onderzoeksresultaten van Vostradamus onderstrepen dat; 62% van de Nederlanders ouder dan 13 jaar geeft aan door de folder bepaalde aankopen te overwegen. En bijna de helft van de Nederlanders koopt ook daadwerkelijk regelmatig zaken uit de folder. Faasse neemt ons even terug in de tijd dat hij een grote supermarktketen tegenover zich had bij het mediabureau waar hij destijds werkte. ,,Ze besloten bij wijze van experiment eens te stoppen met de relatief dure folder. Anderhalve week heeft dat geduurd, toen werd het teruggedraaid.” Voor retailers heeft het klassieke communicatiemiddel dan ook als primair doel: omzetverhoging. Maar liefst 30% van de omzet binnen de retail komt voort uit aankopen uit de folder.

 
Gat in onderzoek
Het belang van accurate cijfers over de verspreidingskwaliteit moge duidelijk zijn. De heersende twee grote folderverspreiders Axender en Spotta verrichten hier zelf al jaren onderzoek naar, maar een onafhankelijke partij was er tot op heden niet. Vostradamus sprong in het gat en monitorde op verzoek van adverteerders al enige tijd resultaten van foldercampagnes. De afgelopen 3 jaar ontwikkelden ze dit verder door tot de eigen, onafhankelijke onderzoeksmethode FolderRendement, waarbij via een online onderzoekspanel 75.000 unieke postcodes gemonitord kunnen worden.

 
Bezorgpercentages lager
FolderRendement legt direct de vinger op een zere plek: de folderbereikcijfers in Nederland liggen lager dan de andere onderzoeken laten zien. Waar Spotta en Axender bezorgpercentages claimen van 95 en 98% zijn de uitkomsten van Vostradamus lager. ,,De verspreidkwaliteit in Nederland is hoog, maar die 95% meten we zeker niet overal in Nederland,” aldus Faasse. Hoofdzakelijk zijn er 2 redenen voor de verschillende uitkomsten. Vostradamus werkt ten eerste met een aanzienlijk groter onderzoekspanel. Via een online panel worden 2.500 huishoudens ondervraagd. Dat is significant meer dan de verspreiders ondervragen.
,,Daarnaast beperken wij ons niet tot een vast postcodegebied. Als je maar lang genoeg dezelfde postcodes ondervraagt, krijg je op den duur vanzelf een positief resultaat. De 2.500 huishoudens die we ondervragen, vormen slechts een steekproefselectie uit de 75.000 unieke postcodes waarover wij in totaal beschikken,” zegt Faasse. ,,Voor een adverteerder zijn dit belangrijke uitkomsten. Ze vormen aanleiding om afspraken met de verspreiders te maken over kortingen wanneer de beloofde bezorgkwaliteit niet wordt behaald.”

 
Drie vragen beantwoord
FolderRendement belooft antwoord te geven op de volgende vragen:
1) Bereik ik wie ik wil bereiken?
2) Wat doet de lezer met de folder?
3) Wat levert het me op in omzet, aantal verkopen en extra traffic?
Naast de kwaliteit van de folderbezorging meet de monitor van Vostradamus dus ook het effect van de folder. Faasse: ,,Hiermee meten we op titelniveau of je folder wordt gelezen. We sturen reminders naar de respondenten om zeker te weten dat ze de folders in de gaten houden. Na bezorging volgt een vragenlijst met afbeeldingen.” Kwalitatieve uitbreidingen liggen in onderzoeksmogelijkheden naar wel of niet gelezen en het winkelbezoek en eventuele aankopen naar aanleiding van het lezen.

 
Gecombineerde effecten
Faasse zelf is erg benieuwd wat de wisselwerking van gecombineerde media aan adverteerders laat zien. Binnen FolderRendement is het ook mogelijk om te kijken naar de prestaties van gecombineerde media in één gebied. Het effect van radio en folders bijvoorbeeld. De onderzoeksmethode biedt mogelijkheden om te kijken naar de optimale timing, koppelingen te maken tussen de CBS-data en consumentenprofielen, en op basis daarvan je verspreidingsplan aanpassen. Mooi, maar wel érg veel mogelijkheden als je het vraagt aan een van de aanwezigen, Tjeerd Verbeke, hoofd category management & promotie bij D.I.O. Drogisterijen. ,,Het gaat erg diep. Globaal weten hoe het zit, is voor ons meer dan voldoende. Maar de basismodule is dus zeker interessant,” zegt hij.

 
Onafhankelijkheid is meerwaarde
De presentatie werd gehouden in een kleine, besloten kring met klanten en relaties van Vostradamus. De nieuwe foldermonitor werd goed ontvangen, de onafhankelijkheid gezien als een stevige meerwaarde. Piet Jorritsma, managing director bij PaperChainManagement: ,,Goed dat er nu ook onafhankelijk onderzoek wordt gedaan. En ik ben benieuwd naar de toepassingsmogelijkheden van het landelijke model in de praktijk.”
Een van de aanwezigen stelde de vraag waar we allemaal nieuwsgierig naar waren ,,Hebben jullie deze methode ook aan verspreiders Spotta en Axender gepresenteerd?” Faasse: ,,Nog niet. Ze hebben wel contact gezocht, maar we nodigen hen op een apart moment uit om onze inzichten te delen.”
In het onderzoek van Vostradamus zijn de online folders nog niet meegenomen. Een kans, als je het Claudia Witteveen, marktonderzoeker bij Praxis, vraagt. ,,De online impact wordt steeds groter. Wij willen er voor iedereen in onze customer journey zijn en doen daarom veel online onderzoek. Voor ons zou het een mooie aanvulling binnen FolderRendement zijn als inzichtelijk wordt hoe de folder gelezen wordt,” vertelt ze.

 
Ja/ja-sticker bedreiging
Faasse gaat overigens niet voorbij aan het feit dat de foldermarkt vandaag de dag onder druk staat. ,,De JA | JA-sticker gaat problemen opleveren. Nu hebben we het nog over een pilot in Amsterdam, maar als dit uitbreidt gaat dit ten koste van de consumentbestedingen.” Faasse doelt daarmee op de recente plannen van de Amsterdamse gemeenteraad om bij huishoudens die geen JA|JA-sticker op hun deur plakken geen folders meer te bezorgen. Onderzoekers verwachten omzetdalingen van 10% voor de Amsterdamse retail wanneer de plannen doorgaan. De JA | JA-sticker wordt vermoedelijk per januari 2017 ingevoerd.
Monday, 25 April 2016 | Written by Lianne Kooistra

Eerste mijlpaal frank.news: 100.000 unieke bezoekers per maand

EDITORIAL FRANK

 
Drie maanden na de officiële start heeft frank.news zijn eerste mijlpaal bereikt. De grens van 100.000 unieke bezoekers per maand is doorbroken en dat aantal blijft snel groeien. Wie zijn onze lezers? Wat lezen ze het liefst? Wat maakt onze verhalen relevant en boeiend? Tijd voor een editorial.
 
‘Frank.news is het nieuwe, open en eerlijke nieuwskanaal over marketingtrends en medianieuws van de Candid Group. Een kanaal dat onderzoekt en openbaart. Niet mainstream, maar innoverend en eigenwijs.’ Onder die noemer begonnen we in januari 2016 met een redactie van ervaren journalisten aan een nieuw avontuur. Ons doel is simpel: transparante, eerlijke, boeiende en nieuwswaardige verhalen schrijven over de wereld van marketing, media, onderzoek en reclame. Op die manier willen we relevante kennis delen met alle mensen die in de branche werken of er affiniteit mee hebben.

 
Geen gebakken lucht
Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Er zijn in de branche veel mensen die gebakken luchtverhalen vertellen en daar moet je voor oppassen. Er zijn veel deskundigen die alleen zichzelf willen promoten en ook daar proberen we doorheen te prikken. Maar voor mensen die een goed en relevant verhaal te vertellen hebben biedt frank.news altijd een platform. Dat lijkt te lukken. Onze redacteuren weten deskundigen en experts op te voeren die een inhoudelijk interessante en soms verrassende kijk op ontwikkelingen en trends geven. Ook onze gastschrijvers en gastbloggers voegen duidelijk relevante kennis en invalshoeken toe en trekken veel views. Wat ook belangrijk is: we werken niet met advertenties. Dat maakt ons onafhankelijk van commerciële belangen van adverteerders.

 
100.000 unieke bezoekers
Dankzij Google Analytics kunnen we precies zien hoeveel mensen onze website bezoeken, hoelang ze er blijven, hoeveel pagina’s ze lezen en nog veel meer. Op onderstaande illustratie is dat overzichtelijk weergegeven.

 

 
In de periode tussen medio maart en medio april 2016 trok Frank.news 101.636 unieke bezoekers. Zij bekeken ruim 515.000 pagina’s - gemiddeld 4,7 pagina’s per bezoeker - en bleven bijna 3 minuten ‘hangen’. De bounce rate – dat wil zeggen: het aantal bezoekers dat na één blik op de website alweer afhaakt – ligt op 17 procent. Dat is bijzonder laag en geeft aan dat mensen nieuwsgierig worden en doorklikken naar andere verhalen als ze Frank.news bezoeken.

 
Meer mannen dan vrouwen
We kunnen dankzij hun online profielen ook zien of onze bezoekers man of vrouw zijn. Dan blijkt dat 61,2 procent van onze viewers man is en 38,8 procent vrouw. De reclamewereld blijft blijkbaar een mannenbolwerk, maar ons doel is om uiteindelijk net zoveel vrouwen naar onze website te trekken.

 


 
Veertigers domineren
Kijkend naar de leeftijden van onze bezoekers zien we geen verrassingen. De meeste bezoekers zijn tussen de 35 en 44 jaar oud. Daarna komen de dertigers en daarna de vijftigers. Een beeld dat aansluit bij de demografische piramide van werknemers in de branche.

 


 
Wat lezen onze lezers
Welke verhalen vindt onze lezer het meest interessant? Dan kan iedereen zelf zien en bepalen, want we publiceren het daadwerkelijke aantal views per artikel op onze website. Wie zo door het aanbod scrolt ziet bijvoorbeeld dat de verhalen over nieuwe verdienmodellen goed scoren, bijvoorbeeld over Blendle. Dat artikel is bijna 7500 keer gelezen. De branche is blijkbaar naarstig op zoek naar nieuwe verdienmodellen.

De perikelen rond grote merken zijn ook populair leesvoer. De vergelijking van de teloorgang van V&D met het succes van Albert Heijn is met ruim 8500 views een veelgelezen verhaal over de potentie van rebranding. Ook verhalen over TMG, Sanoma, Unilever en andere grote bedrijven doen het goed bij bezoekers.

De stevige knuppel die Google topman Joris Merks-Benjaminsen tijdens het MWG-congres in het hoenderhok gooide, staat met 7800 views zeker in de top-10 van meest gelezen verhalen.

Maar eigenlijk verdienen alle verhalen de aandacht. De verhalen over het ouderwetse kijk- en luisteronderzoek, de fraude met online advertenties, over content marketing, nieuwe vormen van creatie, slimme manieren om social media te gebruiken, onderzoeken naar mediagebruik en folderverspreiding, verhalen over sport & markting. Maar ook de portretten van CEO’s van grote mediabedrijven, de trendy berichten die we uit de hele wereld verzamelen, de gastbloggers die hun kennis delen, de andere manier waarop we evenementen verslaan…Ik merk het al: ik sla door. Wat ik vooral wil zeggen is: blijf ons bezoeken. Blijf ons lezen en voor nu: bedankt.

 
André Oerlemans

Hoofdredacteur Frank.news
Friday, 22 April 2016 | Written by André Oerlemans

Neuro-onderzoek: meer verkoop door emotionele tv-reclame

Uit recent onderzoek door internationaal onderzoeksbureau Nielsen blijkt onder meer dat een bovengemiddelde emotionele respons bij tv-reclames voor een duidelijke verkoopstijging zorgt. Frank.news zet de belangrijkste conclusies op een rij.
 
Geen online, social media-, radioreclame of e-mail reclame, maar reclame op tv wordt volgens Nielsens Global Trust in Advertising Report door consumenten consequent als meest betrouwbare reclamebron beoordeeld. En dit ondanks het nieuwe tv-kijken, dat steeds meer online en in eigen tijd of op een zelfgekozen moment gebeurt.

 
Uit dit neurowetenschappelijk onderzoek is ook maar weer eens duidelijk geworden dat doelgroepkennis voor de adverteerder meer dan ooit van bovengemiddelde waarde is. Door die kennis weet je als adverteerder namelijk precies op welke manier je op welke emotie in kunt spelen bij jouw doelgroep. En hierbij kan inzicht in de kracht van een tv-commercial, met behulp van neurowetenschappelijke technieken essentieel zijn.

 
Emotie verkoopt
Het Nielsen-onderzoek is gebaseerd op 100 recente reclames van 25 merken in de FMCG-branche. Opvallend was dat bij de tv-reclames waar een bovengemiddelde emotionele respons werd gemeten, de verkoopstijging 23% hoger was dan gemiddeld voor dat merk. De neurotechnieken blijken een goede methode om het effect van de reclame te meten. Voor merken levert het nog het meeste op als dit neurowetenschappelijk onderzoek wordt gedaan voor de daadwerkelijke lancering van de tv-reclame. Door dit onderzoek hiervoor te doen, laat je de respondenten in de doelgroep aan de hand van hun emotionele respons zelf een keuze maken.

 
Emotie versterkt merkvoorkeur
Het laatste deel van het Nielsen-onderzoek richt zich op het effect op de merkvoorkeur, nadat de reclame eenmaal gelanceerd is. Dit is in samenwerking met de Universiteit van Bath ontwikkeld. Na de start van de campagne werd met een trackinginstrument en een vragenlijst de emotionele impact van de tv-reclame gevolgd bij de doelgroep. Ook werd er gekeken naar concurrerende reclames op tv. De analyse die hieruit volgt laat zien dat er een sterke correlatie is tussen de emotionele kracht van tv-reclame en een toename van de merkvoorkeur. Het hele onderzoek is hier terug te vinden.
Thursday, 21 April 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Gaan ethiek en economisch belang samen bij een pitch?

Een relatie tussen een bureau en adverteerder zou moeten uitgaan van een duurzaamheidsprincipe. Of niet? Is vertrouwen essentieel voor een zakelijke relatie? En wat is de invloed van een pitch op die relatie? Hoe de media- en reclame-industrie kan leren van de praktische wijsbegeerte.

 
Pitches kunnen regelmatig rekenen op veel commentaar vanuit de branche. Kritiek was er onlangs nog op de pitchvorm die Tempoteam koos. Deze vorm werd zelfs vergeleken met ‘ongeleide ongebreidelde beauty contests’ (branchevereniging VEA) en Tinder-achtige praktijken (Adformatie). Terwijl marketingdeskundigen vooral de effectiviteit van de pitchvorm onder de loep leggen, vragen wij ons bij Frank.news af: hoe duurzaam kan een relatie tussen adverteerder en bureau zijn en blijven als deze al begint vanuit ‘een gebrek aan ‘vertrouwen’.

 
Wat op het pakje soep staat, moet er ook inzitten
Een reclamebureau ‘in de running om een gunning’ is volledig afhankelijk van de adverteerder. Ethiek komt daarbij nog wel eens in het gedrang, klinkt het in de reclame-industrie. Al eerder gaven wij bureaus vier tips om je voor te bereiden op een pitch. Het speelveld van de pitch is de vrije markt, waar vragers en aanbieders bij elkaar worden gebracht. Een markt die nodig is om kartelvorming tegen te gaan, maar ook een jungle, waar alles geoorloofd lijkt te zijn. ,,Maar in een goed werkende markt zit wel ethiek. Er moet sprake zijn van gelijkheid, vrijheid en eerlijkheid”, aldus Marcel Becker. Hij is universitair docent praktische wijsbegeerte en houdt zich dagelijks bezig met ethiek. ,,Wat op het pakje soep staat moet er ook in zitten, bij wijze van spreken. De kwaliteit van de vrije markt en een optimale vrijemarktwerking zijn intrinsiek verbonden met ethiek. Een pitch moet je gebruiken op de manier waarop deze bedoeld is. Daarbij zijn spelregels van belang. Uiteindelijk is dat in ieders voordeel,” zegt hij.

 
Welvaart versus vertrouwen
 In de literatuur bestaan voorbeelden van ‘high trust societies’ en ‘low trust societies’. De neoconservatieve Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof Francis Fukuyama beschrijft in zijn veelbesproken boek Trust dat welzijn en het concurrentievermogen van een land afhangen van één allesomvattende factor: de mate van onderling vertrouwen tussen de burgers uit een en dezelfde cultuur. In een high trust-omgeving vertrouwen mensen elkaar spontaan, zonder veel vast te leggen. Ze werken makkelijk aan gezamenlijke doelen, wat resulteert in een positieve bijdrage aan de economie van dat land. ,,Waar het Oostblok in de Sovjet-tijd was aan te wijzen als overduidelijke low trust society, is Nederland het schoolvoorbeeld van een high trust society. De welvaart is significant hoger in high trust societies. Als je elkaar snel weet te vinden en kunt vertrouwen, werkt dat economisch sneller. Je hoeft immers niet alles vast te leggen vanuit argwaan.”

 
Vertrouwen is niet meer dan een vermoeden
Uitgaande van bovenstaande theorie komt vertrouwen de economie ten goede. Niet zo gek dus dat een (internationaal) merk zeker wil weten dat het bij de goede reclame- en mediabureaus zit. Volgens Becker ligt het genuanceerder; vertrouwen is te omschrijven als het midden tussen weten en niet weten. ,,Als ik zeker weet hoe de situatie zit, is vertrouwen niet nodig, omdat ik iets beters heb: zekerheid. Weet ik niet wat ik aan iemand heb, dan kan ik er niet op vertrouwen. Vertrouwen ligt dus in het midden, je hebt een vermoeden.”

Reclamebureaus die een pitch uitschrijven, willen echter aan die 100 procent-kant zitten en zich vergewissen dat ze echt de beste voor de klus hebben. Dat is een logische gedachte. Maar zoals gezegd: dan is de wens niet vertrouwen, maar zekerheid. ,,Wat daarachter zit, is een voortdurend, krampachtig calculerend zekerheidsdenken. Maar de lijn tussen voortdurend willen weten wie en wat het beste is en een goede relatie kapotmaken, is dun,” aldus Beckers.

 
Gulden middenweg
De vertrouwensdynamiek en pitchdynamiek staan op gespannen voet met elkaar. Voor vertrouwen geldt hetzelfde als imago: het komt te voet en gaat te paard. ,,Als ik moet benadrukken dat je me moet vertrouwen, dan is er iets mis. Een pitch ontleent vanzelfsprekendheid aan vertrouwen en staat daarmee in feite haaks op de vertrouwensdynamiek,” aldus de universitair docent. Achterover leunen dan maar en blijven zitten waar je zit? ,,Je kunt zeggen ‘Zoals het nu werkt, gaat het goed. Waarom wil je het veranderen?’ Als je dat overdrijft, wordt het erg saai en dan innoveer je niet. Maar als je als adverteerder elk moment het maximale uit je bureau probeert te halen, is het ook niet goed.” Komen we toch weer uit op die gulden middenweg.

 
De ethische oplossing
 De conclusie is misschien minder verrassend dan gedacht: een pitch valt of staat met hele heldere afspraken. ,,Op het moment dat je afspraken maakt, heb je béiden te maken met onzekerheid: als successen volgen is dat heel fijn, maar de adverteerder heeft immers geen garantie dat die successen volgen. En dat is gerechtvaardigd om die successen te behouden.”

En laten we wel wezen, bureaucratie is er ook niet voor gemaakt om werknemers gelukkig te maken. Becker: ,,Met woorden als ‘tevreden’ moet je oppassen als je het over zakelijke relaties hebt. Daar kom je in een professionele omgeving niet ver mee. De regels voor een reclamebureau verschillen feitelijk niet van die voor een MKB’er. Het ene reclamebureau wint een pitch, de ander verliest. Het is bij de fietsenmaker niet anders; de goede verkoopt het meester. Pas als mensen om allerlei oneigenlijke redenen een pitch verliezen druist het tegen de ethiek van de vrije markt in.”
Wednesday, 20 April 2016 | Written by Lianne Kooistra

Qmusic, Radio 10 en regionalen winnen slag in radioland

 
Door Linda Haring

 

Qmusic, Radio 10 en de regionale omroepen van ORN en E-Power hebben de afgelopen periode de slag in radioland gewonnen en hun marktaandeel weten te verhogen. Radio 538 verloor, maar bleef koploper en NPO 3FM herstelde zich licht van het dieptepunt in de vorige periode, maar zit nog ver onder zijn bereik van vorig jaar.

 
Dat blijkt uit de laatste luistercijfers over de periode februari-maart 2016 die door  NLO/GfK zijn gepresenteerd.

De grootste stijgers qua marktaandeel vinden we bij de regionale omroepen. ORN groeide ten opzichte van de vorige periode van 10,1 naar 10,4 procent marktaandeel en dat was ook 0,2 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

De commerciële regionale omroepen van E-Power hebben met 5,7 procent beduidend meer marktaandeel dan vorig jaar en de vorige meetperiode.

 
Record sinds terugkeer op FM
Maar ook Radio 10, Qmusic, 100%NL zagen hun aandeel toenemen. Het aandeel van Radio 10 blijft maar doorgroeien en haalde het hoogste marktaandeel sinds de terugkeer op de FM! De nieuwe koers die gevolgd wordt met Tim Klijn in de morgen en Rob van Someren tijdens de avondspits lijkt de luisteraars erg aan te spreken.

Qmusic staat met een marktaandeel van 9,4 procent zowat in de top3 en zit Sky Radio – dat zijn aandeel zag dalen – op de huid.

 
Koploper verliest
Opvallend is de daling van het zenderaandeel van Radio 538, zowel ten opzichte van voorgaande meting als dezelfde periode vorig jaar. Ondanks de daling blijft de zender wel marktleider voor ORN en Sky Radio.

Voor Sky Radio geldt hetzelfde als voor Radio 538, alleen in mindere mate. Het aandeel van NPO Radio 2 en NPO Radio 5 is dalende. Echter, beide aandelen liggen nog wel hoger, dan het aandeel in dezelfde periode vorig jaar.

De kleine zenders Classic FM en Sublime FM zien hun aandeel ook iets slinken met 0,1 procent

Wednesday, 20 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Miljarden voor online advertenties die niemand ooit ziet

Wordt je advertentie online wel gezien? En zo ja, gaat het dan niet om ‘advertentiebots’? Adverteerders betalen wereldwijd miljarden voor online advertenties die niemand ooit te zien krijgt. De oorzaken: regulier botverkeer, geautomatiseerde inkoop, ontbreken van checks op zichtbaarheid en regelrechte fraude.Er is inmiddels een standaard voor viewability. Er zijn gecertificeerde bureaus die het goed kunnen meten, maar er is meer nodig om het probleem te tackelen, stelt onderzoeker John Faasse van Vostradamus.

Het is wereldwijd een groot probleem bij online advertising: veel advertenties zijn niet zichtbaar voor de consument, terwijl adverteerders er wel gewoon voor betalen. Eind 2014 kwam Google met weinig bemoedigende cijfers: 56,1 procent van alle advertenties op het Google display platform worden nooit gezien.

 
Merendeel video-advertenties onzichtbaar
Het Amerikaanse Integral Ad Science kwam over de eerste helft van 2015 met iets andere cijfers, maar ook die waren weinig bemoedigend: 44 procent van de online (display) advertenties was minder of niet zichtbaar. Bij video-advertenties was het nog erger. Daarvan was 62 procent niet te zien.

Voor adverteerders is dat vervelend: zij betalen ook voor bannerimpressies die de sitebezoeker niet te zien krijgt. Google ziet als één van de problemen dat veel display advertenties niet ‘boven de vouw’ zichtbaar zijn. Een term uit de krantenwereld: het bovenste deel van de pagina is altijd zichtbaar. Met andere woorden: voor online advertenties onder de vouw moet men dus scrollen, terwijl onderzoeken uitwijzen dat een bezoeker het grootste deel van zijn of haar tijd ‘boven de vouw’ doorbrengt. Verschillende marktpartijen proberen dan ook betere meetmethoden te ontwikkelen om in kaart te brengen hoeveel online advertenties de consument daadwerkelijk ziet.

 
Fraude op grote schaal
Maar een veel groter probleem is dat er op grote schaal fraude wordt gepleegd met online advertenties. Adverteerders verliezen dit jaar wereldwijd naar schatting 7,2 miljard dollar aan advertentiefraude. Het grote probleem is geautomatiseerde advertentieverkoop, blijkt uit een studie van de Amerikaanse Association of National Advertisers (ANA) en White Ops. Dat onderzocht 10 miljard advertentie-impressies van 49 ANA leden en 1300 van hun campagnes. Het gaat hier om zogenaamde ‘advertentiebots’ (robots en dus niet het menselijk oog).
Display advertenties die verhandeld werden via geautomatiseerde marktplaatsen hadden 14 procent meer bots dan het gemiddelde. Bij videoadvertenties was dat zelfs 73 procent. ANA ziet dat fraudeurs slimmer worden en dat het marketingecosysteem het allemaal niet in dat tempo kan bijhouden.

Mike Nolet, de vertrokken medeoprichter van online advertentiemarktplaats AppNexus, gaf vorig jaar een voorbeeld van hoe fraudeurs te werk gaan: ze kunnen met één ‘foute’ online advertentie aan de achterkant tientallen advertenties en ‘tags’ inladen die nooit zichtbaar zijn voor het menselijk oog.

 
Opgelicht door de bank
Er zijn al diverse onderzoeken geweest over hoe erg het wel niet is met die advertentiefraude. De gehele advertentiemarkt wereldwijd weet ervan en toch gebeurt het nog steeds op grote schaal.  Het is eigenlijk hetzelfde als een bank die een deel van het geld van zijn klanten verduistert. En dan kom je in opstand. Zo moet de gemiddelde adverteerder zich ook voelen. Het probleem met online advertentiefraude is ontstaan omdat adverteerders aanvankelijk weinig kaas hadden gegeten van het hele online stuk en het overlieten aan allerlei partijen die inkoop voor ze deden. De advertentiemarktplaatsen schoten als paddenstoelen uit de grond. Programmatic buying moest adverteerders een hoop gedoe uit handen nemen, maar ondertussen was er in het proces van A tot Z voor de adverteerder eigenlijk niet zichtbaar waar een campagne precies draaide. Laat staan waar hij daadwerkelijk voor betaalde.

 
Vijf principes
Onderzoeker John Faasse van Vostradamus kent het probleem van de ‘onzichtbaarheid’ van advertenties al meer dan een decennium. ,,Al in 2004/2005 kreeg ik zelf twijfels bij het  juistheidsgehalte van de  'impressies' die door de online advertentierapportagesystemen werden weergegeven. Bij een aantal zeer substantiële campagnes vond ik namelijk nauwelijks iets terug in het trackingonderzoek dat ik deed. In de Verenigde Staten gebeurde hetzelfde.”
In 2011 leidde dat in de VS tot het zogenaamde 3MS initiatief van de eerder genoemde ANA, MRC (Media Rating Council) en IAB (Interactive Advertising Bureau): Making Measurement Make Sense, bedoeld om de manier van meten voor online advertenties meer in lijn te brengen met die voor andere mediumtypen.

 
De drie partijen kwamen tot vijf principes:

1: Voor digitale advertising tot een zichtbare impressies standaard komen

2: Digitale advertising uiteindelijk migreren tot een ‘currency’ (afrekenmodel) gebaseerd op impressies van bezoekers in plaats van gemiddelde advertentie-impressies

3: Een transparant advertentie classificatiesysteem creëren

4: Tot metingen komen waarmee marketeers beter de bijdrage van digitale advertising kunnen evalueren

5: Digitale media steeds beter vergelijkbaar en geïntegreerd maken met andere media.

 
Definitie van viewability
Volgens Faasse is de standaard waarmee je viewability meet inmiddels wel redelijk vastgelegd. Dat begint met de definitie van viewability:

Opportunity to See (OTS) the Ad Established: Measurement that occurs at the moment of OTS takes client side counting several critical steps further. For one, it assures that the ad has actually rendered, which occurs subsequent to the actual receipt of the ad by the browser or application. And, importantly, it establishes that the ad actually appeared in a portion of the screen that could be visible to an end user, and it did so for a length of time that theoretically would enable a user to see it and to cognitively recognize it as an ad. Thus, the opportunity to see the ad exists.
Uiteindelijk zijn de viewability-eisen behoorlijk minimalistisch, zegt Faasse. ,,Volgens de MRC-standaard moet 50 procent van de pixels voor minimaal 1 seconde in beeld zijn en 50 procent van de videopixels voor 2 seconden.”

 
Welke onderzoeksmethoden deugen?
De standaard ligt dus wel vast, maar toch glipt er nog heel veel doorheen. Volgens Faasse moet je je afvragen of onderzoeksbureaus, of degenen die de online impressies meten, dat eigenlijk wel op een correcte manier doen. ,,Welke onderzoeksmethoden deugen? Je moet onderscheid maken tussen bots en mensen en vaststellen of de advertentie is getoond in het deel van de browser dat zichtbaar was op het scherm én of aan de minimum eisen voor zichtbaarheid is voldaan.”

MRC is ook daarvoor opgericht en heeft een lijst opgesteld van 'goedgekeurde' of gecertificeerde onderzoeksbureaus en –methodes. Uit een pilot van MRC bleek dat de kwaliteit van de onderzoekers en onderzoeksmethodes sterk varieerde door de technische beperkingen van dat moment. Die obstakels zijn voor een groot deel weggenomen. Nu zijn de gecertificeerde bureaus in staat om in 85-95 procent van de gevallen te bepalen of een advertentie wel of niet zichtbaar was. Faasse: ,,In Nederland bestaat er geen MRC, maar hier moet je denken aan partijen als Nielsen en Comscore die hetzelfde zouden moeten kunnen als hun collega’s in de Verenigde Staten.”

 
Onvoldoende initiatief mediabureaus
Faasse vindt dat ook de mediabureaus een grotere rol zouden mogen spelen in het viewability-verhaal. ,,Ik denk dat mediabureaus op dit moment onvoldoende initiatief nemen om er voor zorg te dragen dat hun adverteerders alleen betalen voor online advertenties die door mensen gezien hadden kunnen worden.”

,,Samuel Scott stelt in een blog op moz.com dat de omvang van de kickbacks die bureaus ontvangen op basis van het advertentievolume nu niet bepaald bijdragen aan een proactieve houding op dit terrein. Ook als je kijkt naar de groei van de online afdelingen bij de meeste Nederlandse bureaus, in vergelijking met hun afdelingen voor 'traditionele' media, dan lijkt het verdienmodel de laatste jaren behoorlijk verschoven te zijn in de richting van online.”

 
Industrie-breed
Het is dus een kwestie van een industrie-brede aanpak wereldwijd, waarbij naast online advertentienetwerken, onderzoekers en mediabureaus ook uitgevers hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Adverteerders dienen vooral goed te weten met wie ze in zee gaan.
Volgens Faasse dient zich al weer een nieuwe discussie aan rond viewability. ,,De MRC heeft onlangs de richtlijnen voor het meten van mobile ads gepubliceerd. Wordt vervolgd dus.”
Tuesday, 19 April 2016 | Written by Bram van Noord

Nederland is talentenjachten moe

Door Linda Haring

 

Na het succes van de Soundmixshow van Henny Huisman bestormde de ene na de andere talentenjacht de buis. Van Idols tot The Voice. Door de jaren heen zijn kijkers de verschillende talentenjachten echter zat geworden en dalen de kijkcijfers over de hele linie. De sleet zit er in. Vooral SBS slaat geregeld de plank mis.

 
De Soundmixshow van Henny Huisman, de moeder aller talentenshows, was ooit het platform waarbij artiesten zich in de kijker konden spelen bij het Nederlandse publiek door live een nummer te vertolken van een bekende artiest. De show, voor het eerst te zien in 1985 bij de KRO, heeft veel sterren voortgebracht, zoals Marco Borsato, Helmut Lotti, Glennis Grace, Gerard Joling en Edsilia Rombley. Daarnaast is het ook een internationaal succesvol televisieprogramma geworden. De finale in 1988, waarbij Henny Huisman kijkers opriep telefonisch te stemmen, legde het landelijke telefoonnetwerk plat door de plotselinge overbelasting. Ruim 6 miljoen kijkers keken toentertijd naar het programma en één miljoen mensen pakten de telefoon.

 
Herontdekking talentenjachten: Idols
 In 2002 is het concept talentenjachten herontdekt in een nieuwe vorm: Idols. De combinatie van onbekende natuurtalenten met tenenkrommende audities van mensen die niet konden zingen leverde mooie beelden op. Wie herinnert zich niet Herman (‘I’m a dancer’) met zijn excentrieke uitstraling, slechte zang kwaliteit en opvallende dansmoves.

Het eerste seizoen van Idols met Jamai Loman als winnaar en runner-up Jim Bakkum was erg populair en trok wekelijks 2,5 miljoen kijkers naar RTL. Een gemiddelde kijkdichtheid van 16,8%. Het programma werd nog vier jaar uitgezonden, maar boette in aan populariteit.

Seizoen 2 en 3 trokken circa 2 miljoen kijkers, seizoen 4 nog maar 1,5 miljoen. In 2016 is het format na acht jaar afwezigheid weer van de plank gehaald door RTL en wordt het op RTL5 uitgezonden. De oude jury is vervangen is door jongere BN’ers zoals de voormalige presentator van Idols, Martijn Krabbé, Eva Simons, voormalig winnaar van Idols 1 Jamai Loman en DJ Roland Molendijk. De 1e aflevering trok bijna 1,7 miljoen kijkers, want de kijker was benieuwd naar de revival van Idols.

Na de eerste drie afleveringen lopen de kijkcijfers echter terug. Tot op heden levert het programma wekelijks ruim 300.000 kijkers per aflevering in, al lijkt het aantal zich te stabiliseren op circa 1 miljoen kijkers.

 
Nieuwe opzet talentenjacht – X-Factor
 Na Idols was het de beurt aan Popstars: The Rivals, waarbij een boy- en een girlband geformeerd dienden te worden. Het concept van het programma sloeg beduidend minder aan dan Idols. Gemiddeld keken er nog geen miljoen kijkers naar het programma, waardoor het na één seizoen van de buis werd gehaald door RTL4.

Hierna programmeerde RTL Popstars: The Rivals. Het concept van deze talentenjacht verschilt van Idols en X-Factor, want binnen dit format moeten de kandidaten een a capella auditie doen voor een jury, waarna ze, als ze de volgende ronde halen op de ‘X Campus’ belanden. Hier worden ze gekoppeld aan een jurylid, dat binnen een bepaalde categorie als mentor optreedt. De uiteindelijke winnaar bereikt de finale net als bij Idols via optredens in wekelijkse liveshows. X-Factor is 5 seizoenen op televisie geweest, van 2006 tot en met 2013, met uitzondering van 2008 en 2012. Het programma is een stuk minder populair dan Idols. De kijkdichtheid van seizoen 1 was circa 1,5 miljoen kijkers. Het tweede en derde seizoen van X-Factor zijn het best bekeken met een gemiddelde kijkdichtheid van respectievelijk 10,9% en 10,4%. (± 1,6 miljoen kijkers).

 
SBS betreedt de markt van de talentenjachten
 Ook SBS ziet dat er markt is voor talentenjachten en lanceert in maart 2008 Holland’s Got Talent en in augustus 2008 Popstars. De presentatie van Holland’s Got Talent is in handen van Gerard Joling met als jury Henk-Jan Smits, Robert Ronday en Patricia Paay. De insteek van het programma verschilt van Idols en X-Factor, aangezien men niet specifiek op zoek is naar een zanger of zangeres, maar naar onontdekt talent op gebied van zang, dans, circusact, muziek etc. Het eerste seizoen werd goed bekeken met een gemiddelde kijkdichtheid van 9% (ruim 1,3 miljoen kijkers) op SBS6. Gedurende het tweede seizoen daalden de kijkcijfers naar gemiddeld 6,2% (circa 930.000 kijkers).

De verhuizing van het programma naar RTL4 met een nieuwe jury (Dan Karaty, Gordon, Chantal Janzen en Angela Groothuizen) en presentator (Robert ten Brink) heeft de kijkcijfers geen windeieren gelegd. De gemiddelde kijkdichtheid liet direct een stijgende lijn zien naar 11,4% (ruim 1,7 miljoen kijkers) in 2010 en 13,4% (ruim 2 miljoen kijkers) in 2011 en 2012. Sinds 2013 dalen de kijkcijfers (± 2 miljoen in 2013 en 1,6 miljoen in 2014).

Holland’s Got Talent is tot op heden langst de lopende talentenjacht met acht seizoenen, op de Soundmixshow na, waarbij het meest recente seizoen (1e aflevering 8 april 2016) gepresenteerd wordt door Johnny de Mol. De verwachtingen zijn hooggespannen voor het programma en de eerste aflevering noteerde een gemiddelde kijkdichtheid van 12,4% (ruim 1,9 miljoen kijkers - tegenover. 10,7% =  ruim 1,6 miljoen kijkers in 2014).

 
Popstars in verval
Joling presenteerde ook Popstars op SBS6, samen met zangeres Nance Coolen. De eerste twee seizoenen haalde het programma een gemiddelde kijkdichtheid van ruim 9% (± 1,4 miljoen kijkers), waarbij het tweede seizoen iets minder populair was. Het grote verval in kijkdichtheden kwam in seizoen 3: gemiddeld 810.000 kijkers per aflevering. SBS6 heeft ook met het programma geschoven qua uitzenddag, maar dat heeft het tij niet kunnen keren. Er zijn bijna de helft minder kijkers dan voorheen.

 
The Winner is… na één seizoen van de buis
Na Holland’s Got Talent en Popstars lanceerde SBS6 in 2012 nog 2 talentenshows: The Winner Is in 2012, met een gemiddelde kijkdichtheid van 5,2% (bijna 800.000 kijkers) en The Next Poptalent in 2013, met een gemiddelde kijkdichtheid van 3,2% (± 500.000 kijkers). Beide programma’s werden voor SBS6 helaas geen succes en zijn niet langer dan één seizoen op de buis geweest.

 
Voice of Holland vernieuwend concept
 Het concept talentenjacht werd in 2010 vernieuwd door John de Mol, middels het programma The Voice of Holland (ook wel The Voice genoemd). Hierbij werden Blind Auditions en draaiende stoelen ingevoerd. Kwaliteit diende daarnaast hoog in het vaandel te staan. Geen nerds meer die niet konden zingen, maar echte nachtegaaltjes. De coaches dienden topartiesten (o.a. Marco Borsato) uit de muziekwereld te zijn.

Op 31 maart 2010 maakte Nederland kennis met The Voice. Het programma wordt door Martijn Krabbé en Wendy van Dijk gepresenteerd, is zeer populair en weet wekelijks grote groepen kijkers aan zich te binden. De populariteit is de eerste drie seizoenen was stijgende.,

Seizoen 1 trok ruim 2,6 miljoen kijkers per aflevering, seizoen 2 en seizoen 3 ruim 3 miljoen kijkers. Vanaf seizoen 4 beginnen de kijkdichtheden langzaam aan te dalen van bijna 2,8 miljoen kijkers naar 2,4 miljoen kijkers. Seizoen 2015/2016, met als winnares Maan de Steenwinkel, weet weer iets aan kijkdichtheid terug te winnen: circa 2,5 miljoen kijkers.

 
Spin-off Voice Kids
Een spin-off van The Voice kon niet uitblijven. De lancering van junior-versie The Voice Kids (voor kinderen van 8 t/m 14 jaar) geschiedt in 2012. Het concept is in grote lijnen gelijk aan de volwassenversie, behalve dan dat de jury uit drie coaches (Marco Borsato, Nick & Simon en Angela Groothuizen) bestaat in plaats van vier. De eerste drie seizoenen begonnen een week na de laatste aflevering van The Voice, seizoen 4 startte acht weken later en seizoen 5 (2016) startte wederom direct na The Voice. The Voice Kids werd de afgelopen seizoenen goed bekeken: de eerste twee seizoen trokken bijna 2,8 miljoen kijkers. Maar de kijkdichtheid is dalende de afgelopen jaren: 2,3 miljoen kijkers in seizoen 3, ruim 1,7 miljoen kijkers in seizoen 4. Het laatste seizoen, waarbij Esmée Schreurs er op 1 april 2016 met de overwinning vandoor ging, vertoonde weer een stijgende lijn ten opzichte van het seizoen in 2015 : +22% in kijkdichtheid, 13,8% gemiddeld; bijna 2,2 miljoen kijkers.

 
De sleet zit er in
Concluderend kunnen we vaststellen dat het format talentenjachten met name bij RTL4 een zeer succesvol format is, dat de kijkers weet te boeien. Echter door de jaren heen zijn de kijkers de verschillende talentenjachten toch een beetje zat geworden, waardoor de kijkdichtheden over de gehele linie dalende zijn.

SBS heeft geprobeerd om ook succesvolle talentenjachten neer te zetten als tegenhanger voor de beproefde concepten van RTL. De kijker weet deze shows toch minder goed te waarderen en te vinden! Ook zijn ze lang niet zo populair als een Idols of The Voice of Holland. Een mooi voorbeeld is overigens Holland’s Got Talent, in eerste instantie op SBS6 geprogrammeerd. Daar is het programma nooit zo succesvol geweest als bij RTL4. Komt dit door het zenderimago van RTL4 vs. SBS6? Door de horizontale, sterke programmering van RTL4? Of lag het aan het format & typecasting op SBS6. Of zijn het dan toch de kleine aanpassingen die RTL gedaan heeft in de jury en de presentator. Is de aaibaarheidsfactor van Robert ten Brink en de nieuwe jury dan toch hoger dan die van Gerard Joling en zijn kompanen op SBS6?

 
Hoe tij te keren
Door kleine aanpassingen in het format is het mogelijk om het tij te keren als de kijkcijfers dalen. Opvallend hierbij is, dat het om de grotere talentenjachten gaat, zoals The Voice (nieuwe juryleden Ali B, Anouk, Miss Montreal en Guus Meeuwis in 2016), toevoeging van The Knockouts en The Clash) en Holland’s Got Talent (andere presentator Robert ten Brink en Johnny de Mol en nieuwe juryleden).

Het concept talentenjacht op televisie is nog niet uitgemolken. De vijver waar men uit vist, zou op den duur toch een keer leeg moeten zijn. De meeste talentvolle amateurzangers zouden toch wel al een keer een van de shows bezocht moeten hebben? Enerzijds zie je dezelfde gezichten uit de ene show in de andere show opduiken. Zo lang de Nederlandse kijker blijft afstemmen op de talentenjachten, zullen ze vooralsnog door de TV-exploitanten geprogrammeerd worden en zeker door RTL, aangezien de verschillende programma’s afhankelijk van het programma altijd nog wekelijks gemiddeld ruim 1 tot 2,5 miljoen kijkers weten te trekken.
Friday, 15 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Facebook gaat apps en App Store overbodig maken

Dankzij chatbots en kunstmatige intelligentie gaan bedrijven via Facebook Messenger diensten en producten rechtstreeks aan klanten verkopen. Een aparte app gebruiken is dan niet meer nodig. CEO Mark Zuckerberg van Facebook ontvouwde deze week zijn plannen voor de komende tien jaar. Apple en Google zijn gewaarschuwd.

 
De koppen in Engelstalige media liegen er niet om. ‘Facebook’s new masterplan: kill other apps.’ (het publieke radiostation NPR) en ‘Facebook is playing a dangerous game with Apple’ (Business Insider UK).

Mark Zuckerberg houdt een indrukwekkende speech op het jaarlijkse ontwikkelaarscongres F8 in San Francisco. Deze keer is anders dan anders, want de Facebook CEO ontvouwt zijn plannen voor de komende tien jaar

 
Productcommunicatie
De CEO spreekt over nieuwe vormen van productcommunicatie, over connectivity, de opmars van artificial intelligence, en over virtual en augmented reality.

„Jullie hebben waarschijnlijk dagelijks interactie met bedrijven. En dat kan van grote betekenis zijn,” houdt Zuckerberg zijn gehoor voor. „Maar ik heb nog nooit iemand gehoord die graag een bedrijf belt. En niemand wil een aparte app installeren voor elke service of bedrijf waarmee je interactie hebt.”

 
Verkopen via het Messenger Platform
Zuckerberg ziet een andere manier van communiceren voor zich. „Wij vinden dat je een message naar een bedrijf moeten kunnen sturen net zoals je dat naar je vrienden doet. Je moet snel een antwoord krijgen. En het moet niet nodig zijn daar elke keer een nieuwe app voor te installeren.”

Hij gaat in op het nieuwe Messenger Platform. „Jullie (ontwikkelaars) kunnen chatbots bouwen voor de Messenger. Het is een eenvoudig platform en je kan gebruik maken van onze kunstmatige intelligentie. Daarmee kan je services bouwen waarmee bedrijven rechtstreeks gaan communiceren met consumenten.”

 
Artificial Intelligence
Chatbots - denk aan digitale assistenten, maar je kunt ze zo geavanceerd maken als je wilt  - zijn programma’s die op kunstmatige intelligentie draaien. De mogelijke antwoorden zijn voorgeprogrammeerd en dat gebeurt steeds beter. Het voordeel van bots is dat ze draaien op elk systeem – of het nu een iPhone of Android phone is.

Facebook heeft veel geïnvesteerd in Artificial Intelligence, waardoor chatbots steeds natuurlijker reageren. En als je er toch niet uitkomt, kun je chatten met een echte persoon bij een bedrijf.

 
Van bloemenzaak tot KLM
Zuckerberg gaat enkele voorbeelden langs. Zoals een bloemenzaak die je normaal moet bellen voor een boeket. Zo’n bestelling moet in de toekomst dus via de messenger gaan.

Een ander voorbeeld is nieuwszender CNN die al een menu in de messenger heeft ingebouwd. Als je als gebruiker een item over een bepaald onderwerp wilt zien, stuur je CNN een bericht. Het bedrijf stuurt dan informatie terug over het gewenste product dat je dan kunt bekijken.

Op het scherm achter Zuckerberg zijn enkele tientallen bedrijven te zien die al meedoen. Daarbij valt KLM op. Bij de luchtvaartmaatschappij kan je inchecken via de messenger.

 
Marketing met inzet van bots
De marketing van bedrijven gaat daarmee veranderen. Want bedrijven kunnen via de messenger goed persoonlijk contact met klanten onderhouden. Met de inzet van bots bij marketing is in het westen nog weinig ervaring opgedaan. Het meest genoemde voorbeeld komt uit Azië. WeChat begon als een gewone app, maar is uitgegroeid tot een platform waar miljoenen gebruikers producten bestellen en rekeningen betalen.

Marketing zal in de visie van Zuckerberg overigens steeds vaker gaan in de vorm van live video. De CEO wijst erop dat live video langer wordt bekeken dan een vooraf opgenomen clip en dat er gemiddeld tien keer zoveel reacties op komen.

 
Het einde van veel apps
Als de nieuwe aanpak van Facebook een succes wordt, kan dat desastreus uitpakken voor allerlei diensten, zoals news apps, online shopping sites of muziek streaming services, die overbodig worden als steeds meer interactie via de messenger gaat. Zelfs de Google zoekpagina zal bezoekers kwijtraken.

 
Spanning tussen Facebook en Apple
Het nieuwe Messenger Platform zorgt voor grote spanning met bedrijven als Apple. Het vervangen van apps is het laatste wat Apple wil. Dat zou betekenen dat de App Store aan de zijlijn komt te staan.

Maar Facebook is ook afhankelijk van Apple, omdat Facebook op iPhones draait. Zuckerberg zegt in zijn speech dat een deel van de apps gewoon blijft bestaan. Denk alleen al aan WhatsApp of Instagram, waar Facebook overigens zelf eigenaar van is. Als Zuckerberg met zijn Messenger te hard van stapel loopt ten koste van de App Store, kan Apple wel eens hard terugslaan.

De verwachting is dat chatbots op korte termijn apps niet volledig zullen vervangen, maar dat de twee naast elkaar zullen bestaan. Facebook trekt vijf jaar uit om het Messenger Platform tot een succes te laten uitgroeien.

 
De eerste satelliet gaat de ruimte in
 Zuckerberg kondigt verder aan dat binnen enkele maanden de eerste satelliet van Facebook de ruimte in zal gaan. Want meer mensen moeten connected zijn met internet. De satelliet gaat mensen in het Afrika ten zuiden van de Sahara toegang tot internet geven. En Facebook heeft meer plannen voor ontwikkelingslanden. Het open platform Free Basics moet mensen in ontwikkelingslanden via internet toegang geven tot basisvoorzieningen als educatie en gezondheidszorg. Het open source programma werkt inmiddels in 37 landen, zoals Indonesië en Colombia.

 
Meest politieke speech ooit
De speech van Zuckerberg wordt gezien als de meest politieke die hij ooit heeft gehouden. Hij wil mensen verbinden en iedereen hoort daarbij. „We zijn één wereldwijde gemeenschap.” Hij onderstreept dat vluchtelingen welkom zijn. Hij ziet dat landen zich naar binnen keren. „Ik hoor angstige stemmen die muren willen bouwen. (...) Ik hoor stemmen die de vrijheid van mening willen aanpakken, die migratie willen tegengaan, handel reduceren en zelfs toegang tot internet willen belemmeren.”

 
Virtual reality maakt het leuk
De wereld moet ook leuk blijven. Bijvoorbeeld met virtual en augmented reality dat een flinke sprong gaat maken. Niet alleen kun je overal ter wereld met live video bijvoorbeeld een bruiloft volgen, je kunt het in je eigen kamer laten gebeuren, waardoor je het gevoel krijgt er echt bij te zijn.

Zuckerberg zet de zaal met 2.600 toehoorders op z’n kop als hij aankondigt dat iedereen met een virtual reality-headset naar huis zal gaan en een Samsung smartphone om die aan te sturen. Het is een les in verkopen. Want de beste marketing is nog altijd een gift.

 
Speech
De speech van Mark Zuckerberg is verdeeld over twee YouTube video’s terug te zien. Deel I gaat over de Messenger en hoe interactie met bedrijven gaat veranderen. Deel II gaat over connectivity en virtual reality.

 
Deel I

https://www.youtube.com/watch?v=STm_Lu1X3HY&annotation_id=annotation_54512661&feature=iv&src_vid=U8SXVlfh5k0

 
Deel II

https://www.youtube.com/watch?v=U8SXVlfh5k0&src_vid=STm_Lu1X3HY&annotation_id=annotation_953639967&feature=iv

 
 
Friday, 15 April 2016 | Written by Ralph Rozema

Sociaal KLM laat overstappers met local Amsterdam ontdekken

KLM werpt een opmerkelijke app in de strijd om de internationale concurrentie aan te gaan en profileert zich als social airline. Passagiers die overstappen op Schiphol maken via de app een afspraak om met een local de stad in te gaan. De treinreis en het eerste drankje in een Amsterdams café zijn gratis.

 
Het valt niet mee om te concurreren met maatschappijen als Emirates of Singapore Airlines die steeds meer luxe aanbieden. KLM kiest er niet voor nog luxer te zijn, maar wil reizigers een unieke ervaring geven. En daarom is er nu de app: KLM layover with a local.

 
Achtung! & Kraftwerk
Reclamebureau Achtung! & Kraftwerk in Amsterdam ontwierp de app. Het bureau gaf onlangs een presentatie tijdens het festival App-ril in Utrecht. Ruim tweederde van de KLM-reizigers stapt over op Schiphol. En wat is er dan leuker om even de stad in te kunnen. Turn your transfer into a trip! Schiphol is ideaal omdat het zo dicht bij Amsterdam ligt.

 
Hoe werkt het?
KLM-passagiers met tenminste zes uur overstaptijd op Schiphol kunnen via de app een counterpart ontmoeten die hen meeneemt de stad in. Gezellig naar een trendy café en sfeer proeven in Amsterdam (geen musea want daar zijn de wachttijden te lang).

De vrijwilligers die zich hebben aangemeld om reizigers op te vangen, zijn expats die in Amsterdam wonen of Nederlanders die bijvoorbeeld bezig zijn met een talencursus en willen oefenen. Zo hebben beide kanten er wat aan.

Geïnteresseerde passagiers moeten veertien dagen voor de vlucht via de app de afspraak regelen. De app zoekt bij de reiziger drie profielen van mensen met vergelijkbare interesses. De eerste Amsterdammer die reageert vangt de reiziger op. Is de passagier niet tevreden met de keuze, dan zoekt de app een ander.

De reiziger krijgt bij aankomst op Schiphol een treinkaartje dat de KLM heeft klaarliggen en een coupon voor het eerste drankje. In de toekomst gaat dat digitaal. Op het Centraal Station in Amsterdam ontmoeten de mensen elkaar. Daarna kunnen ze in een van de twintig deelnemende cafés kennismaken en de binnenstad ingaan.

 
Proef met drie nationaliteiten
In maart is een pilot van drie maanden van start gegaan. Drie buitenlandse nationaliteiten doen mee: Amerikanen, Canadezen en Italianen. „We willen zien hoe het met zulke verschillende groepen gaat,” zegt Daniël Sytsma, partner bij Achtung! & Kraftwerk. ,,Amerikanen zijn wellicht wat minder avontuurlijk dan Italianen en doen dan minder snel mee. We willen ook weten waar ze tegen aanlopen.”

 
Adweek ziet risico’s
Het Amerikaanse tijdschrift Adweek vindt het initiatief verrassend, maar ziet ook risico’s, omdat onbekenden bij elkaar komen in een ongecontroleerde setting. Wat als één van de betrokkenen te veel drinkt of agressief wordt? In het tijdperk van social media kan dat flink nadelig uitpakken voor het bedrijf, vindt Adweek.

Een risico is ook dat passagiers te lang blijven hangen en hun vlucht missen. Maar daar is over nagedacht. Zowel de reiziger als de Amsterdammer krijgen een bericht als het tijd wordt om weer terug te gaan. Bovendien heeft de app een hulpknop voor direct contact met KLM, mocht er een probleem zijn.

 
KLM, The Social Airline
„Het initiatief past in de strategie van KLM om het bedrijf als social airline te presenteren,” zegt Daniël Sytsma van Achtung! & Kraftwerk. Eerder kwam KLM al met ‘Meet and Seat’. Reizigers kunnen via social media persoonlijke informatie delen met medepassagiers en dan kiezen waar ze willen zitten.

De nieuwe app gaat een stap verder. De luchtvaartmaatschappij verwacht dat zowel de deelnemers als KLM als brand gaan profiteren.

https://www.youtube.com/watch?v=825xE9Il4Ws

 
Thursday, 14 April 2016 | Written by Ralph Rozema

Het geheim van de ultieme spaaractie ontrafeld

Pap, heb je moestuintjes?

 

Je kunt het zo gek niet bedenken of supermarkten doen er spaaracties mee: messensets, voetbalplaatjes, korting op pretparken en natuurlijk de moestuintjes (net voorbij). Supermarkten zetten dit soort acties vooral in om de omzet te verhogen, maar werkt het eigenlijk? En zo ja, wat bepaalt dat zo’n spaaractie een succes wordt? Is daar een modus voor te verzinnen?

 
Opeens stond-ie er (weer): een grote bak met plaats voor twintig Moestuintjes die bij de AH gespaard moesten worden. In de periode van een week of vijf leverde elke 15 euro bij de supermarkt zo’n Moestuintje op en dan moest je geluk hebben dat je geen dubbele te pakken had (zouden ‘ze’ er bewust een paar minder leveren aan bepaalde supermarkten?). Maar ach, er kan altijd geruild worden met klasgenoten, oma deed ook mee en toen de spaaractie opeens weer voorbij was, had de hele klas een complete bak met hier en daar wat van die groene sprieten te pakken (die natuurlijk nooit een meloen kunnen worden, dat weet iedereen).

 
Omzetstijging
Het was alweer de tweede keer dat de AH met Moestuintjes kwam dus het zal wel effectief zijn. Officiële cijfers zijn er niet, maar AH-topman Dick Boer zei over de reden van de omzetstijging over 2015: ,,De omzetstijging is mede het gevolg was spaaracties zoals de moestuintjes.” En inderdaad, veel degelijk cijfermateriaal is er niet te vinden over het succes van de moestuintjes, maar natuurlijk werkt het (stelt de journalist op wetenschappelijke wijze vast). Wij thuis gaan immers het hele jaar naar Hoogvliet óf naar de AH, maar de afgelopen weken moest ik het niet wagen om een voet in de Hoogvliet te zetten; Pap, heb je moestuintjes? Mam, ga je naar de Albert Heijn?

Natuurlijk werken spaaracties
Maar ja, je bent journalist of je bent het niet. Dus toch maar even checken bij de wetenschap of die N=1 onderbouwing en de quote van Boer wel kloppen. Tammo Bijmolt, marketingprofessor aan de Rijks Universiteit Groningen, deed samen met bureau GfK onderzoek naar de effecten van prijsacties op de supermarktomzet. Hij deed dat onderzoek samen met Alec Minnema en Mariëlle Non. Hij onderzocht een aantal spaaracties tijdens het WK van 2010 bij de supermarkten van AH, Deka, Dirk en PLUS en constateerde een omzetstijging van 25 procent. ,,Dat komt door extra bezoeken aan de betreffende supermarkt en de gestegen aankopen in de categorie door huishoudens die deelnemen aan de spaaractie,” legt hij uit.

 
Meer dan helft doet mee
De koppeling van de actieproducten (‘Beesies’) aan de Bonuskaart had helemaal een extra effect, zo legt Minnema uit. 25 Procent korting in de Bonus verhoogt de omzet voor een product met ongeveer vijf maal, terwijl het effect van een Bonus met een premium de omzet zeven maal verhoogt. Spaaracties werken dus - mits goed gedaan - en mensen doen bovendien vaak met alle plezier mee aan soortgelijke acties, zo blijkt. GfK deed immers in 2015 onderzoek onder 25.000 mensen en daaruit bleek dat in een jaar tijd 52 procent van alle Nederlanders had meegedaan aan een spaaractie. Het populairst was de spaaracties van de AH om kristalglazen te sparen, daar deden vier keer zoveel mensen aan mee dan aan de handdoekactie bij de Etos.

 
Hoe werkt het precies?
Spaaracties werken dus als een tierelier. Mensen houden ervan om leuke dingen te sparen en ongetwijfeld verschuiven de marktaandelen van de verschillende supermarkten in de weken dat de AH Moestuintjes heeft enorm (AH zegt daar zelf dus niks over). Dát het werkt, is dus bij deze vastgesteld, maar de vraag hoe het precies werkt is natuurlijk veel interessanter voor een marketeer met liefde voor zijn vak. Op welke manier geef je vorm aan een spaaractie zodat het effect op de omzet voor supermarkten optimaal is? (ja, veel spaaracties hebben ook andere doelstellingen zoals een nieuwe klantengroep aanboren, maar meestal gaat het om de omzet).

 
Voorwaarden geslaagde actie
Om meer te weten over de voorwaarden voor een goede spaaractie moet je bij BrandLoyalty zijn, dat vanuit het mooie kantoor in Den Bosch loyaltyprogramma’s voor de hele wereld bedenkt en uitvoert. Spaaracties met messen in de VS, pluchen beesten in Japan of glazenacties in Nederland; zij bedenken het allemaal. Hoofd marketing Marco van Bilsen vertelt tussen de pluchen smurfen in over de kennis die het bedrijf opbouwde door alle spaaracties. Het aardige is namelijk dat de wetmatigheden van zo’n geslaagde spaaractie wereldwijd toe te passen zijn. Praten over individuele cases doet hij niet, maar hij beantwoordt wel de simpele vraag: wat zijn de voorwaarden voor een geslaagde spaaractie?

 
Timing
Een belangrijke factor die moet kloppen bij een spaaractie is de timing. Bijvoorbeeld wanneer de actie precies start. ,,Wanneer hebben mensen bijvoorbeeld behoefte aan servies?,” zegt Van Bilsen. ,,Met de feestdagen natuurlijk en dus moet je een maand of twee voor de Kerst beginnen met zo’n actie, zodat ze nog voldoende kunnen verzamelen voordat de planning van het kerstdiner rond is.” Ook belangrijk is de duur van een spaaractie. ,,Daar hebben we onderzoek naar laten doen en het blijkt dat er ergens een punt is waar mensen meer gaan besteden als het einde van de actie in zicht komt. Je moet dus een balans zoeken tussen een duidelijk einde en het moment dat je moet doorpakken om de actie te completeren. In de retailsector is de ideale looptijd veertien tot zestien weken, maar dat hangt natuurlijk ook van factoren af zoals het soort product waarvoor je spaart,” aldus Van Bilsen.

 
Bedrag per zegel
Ook belangrijk voor het slagen van een actie is de hoeveelheid zegels/bonnen die je krijgt bij besteed bedrag X. Van Bilsen: ,,Je moet duidelijk zicht houden op een concreet einddoel, maar ook stimuleren dat consumenten denken: dat haal ik gemakkelijk. Die spanning kan een omzettoename betekenen en wij hebben veel gegevens om dat per actie te bepalen.”

Er was natuurlijk kritiek op de messenactie bij AH waarbij mensen iets van 11.000 euro moesten besteden voordat ze al het bestek binnen hadden. Was dat ongelukkige timing? ,,Nee, want de inzet van de actie was niet om een complete set bij elkaar te sparen, maar steeds een paar goede messen. Maar het is wel zo dat klanten zicht moeten houden op het einddoel en dat einddoel moet je goed communiceren. Daarom is het ook zo belangrijk dat medewerkers niet gaan schipperen door meer zegels weg te geven. Daar moeten ze goed in getraind worden,” stelt hij.

 
Product/merk
Je zou denken dat er bij een bedrijf als BrandLoyalty allerlei ‘zwartomrande brillen’ met de voetjes op tafel lekker gekke acties bedenken, maar de praktijk is iets weerbarstiger. In de retailsector gaat het immers vooral om de omzetten en dus speelt voor marketeers effectiviteit een voorname rol. ,,Die handdoeken-, pannen- en glazenacties krijgen wel eens kritiek van creatieve marketeers, maar je moet niet vergeten dat het vooral móét werken.” De wet, volgens Van Bilsen. ,,Het merk spaarproduct moet een bepaalde exclusiviteit bezitten waardoor consumenten willen sparen, maar tegelijkertijd moet er een drempel zijn om het echte bedrag voor dat merk neer te tellen. Je moet sparen voor iets dat je graag wilt hebben, maar dat je niet zo snel zou kopen.”

 
Andere voorwaarden kinderacties
Voor de kinderacties zoals dierenplaatjes en Moestuintjes zijn die voorwaarden trouwens wat anders, daar moeten de spaaracties vooral passen bij de belevingswereld van het kind. Ook hier geldt de voorwaarde van spaarbereidheid, maar wát kinderen precies willen sparen, lijkt iets ongrijpbaarder. Van Bilsen: ,,We hebben hier wekelijks kinderpanels over de vloer die allerlei leuke mogelijke acties testen. We praten met de kinderen en hun ouders om te kijken of het werkt en dat testen we ook kwantitatief.”
Kinderspaaracties hebben dus altijd een soort X-factor in zich waar lastig de vinger op te leggen is. Het moet passen bij een trend, maar soms ligt die trend een beetje verborgen onder de oppervlakte. ,,In Zuid-Afrika hebben we een actie gedaan met ‘Stikeez’, kleine gekleurde poppetjes die je overal op kunt plakken,” vertelt Van Bilsen. ,,Deze figuurtjes zijn niet gebaseerd op een of andere tv-serie, dus niemand kende het nog voordat de actieperiode van zeven weken begon bij een grote supermarkt. Het werd uiteindelijk een groot succes. We hadden een uitgebreid social mediaplan en de reguliere media pakten het groot op. Er werden grote groepen gevormd die achter de poppetjes aangingen. Als je zo’n case analyseert blijft er ergens iets ongrijpbaars hangen. Het werd een hype, maar je weet niet altijd waarom.”

 
Activering
Een belangrijke factor voor het slagen van een spaaractie is de activering; Van Bilsen plakt allemaal plakkertjes in het aantekenboekje van de interviewer die tezamen ‘the big five’ van de activering vormen: ‘point of sale materialen’, ‘herrie via de social media en apps’, ‘focus op de individuele consument in plaats van op de groep’ en ‘de samenwerking met de supermarkt’ natuurlijk. Het gaat iets te ver om al die elementen te bespreken - jullie kunnen er als ervaren marketeers iets bij voorstellen - maar de factor ‘personeel’ wil Van Bilsen er wel even uitlichten. ,,Het is echt heel belangrijk dat supermarktmedewerkers precies snappen hoe een actie in elkaar zit, want zij zijn ‘de promotors’ van de spaaractie. Als medewerkers al mopperen hoe een actie precies werkt dan verliezen die klanten echt hun interesse. Ik praat dus niet over klanten, maar ik kan wel vertellen dat ze dit bij AH altijd perfect hebben geregeld; daar merk je aan alles dat die spaaracties een zeer belangrijk instrument zijn.”
Wednesday, 13 April 2016 | Written by Bas Hakker

Filmmarketing: een duik in de wereld van de filmtrailer

Iedere dag verschijnt er wel weer een nieuwe filmteaser of – trailer. Met één doel: zoveel mogelijk mensen enthousiasmeren om deze film in de bioscoop te bekijken. Maar wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het maken van een filmtrailer? Frank.news kreeg een lesje filmmarketing van dé trailermaker in Nederland.

 
Eerst een stapje terug in de tijd met een paar mooie filmfeiten: in 1913 werd de allereerste trailer gemaakt. In New York bedacht Nils Granlund een promotiefilmpje voor zijn Broadway toneelstuk The Pleasure Seekers en liet deze als advertentie in de plaatselijke bioscoop draaien. De trailer bestond uit een aantal korte filmfragmenten van de repetities. De trailers die volgden bestonden vooral uit korte stukjes van de desbetreffende film met als begeleidende tekst de namen van de acteurs en natuurlijk de filmtitel.

 
Na de film vertoond
Deze eerste trailers werden ná de film vertoond, vandaar de naam. Tot ze merkten dat niemand hiervoor bleef zitten. Inmiddels zijn filmtrailers bijna korte films op zich te noemen. De één nog mooier dan de ander. En door de opkomst van sociale media hoeven de filmdistributeurs allang niet meer te wachten tot dat ene speciale moment tijdens de voorvertoning in de bioscoop. Grote kans dat het merendeel van het publiek de meeste trailers al online heeft gespot. En wellicht zelfs met het eigen netwerk heeft gedeeld. Want dat is natuurlijk het uiteindelijke doel van iedere filmdistributeur en -producent: een zo groot mogelijk publiek enthousiast maken, en triggeren om de film in de bioscoop te bekijken.

 
Blanco canvas
Léon Noordzij is hier dagelijks mee bezig. Noordzij kwam er al in het derde jaar van zijn studie Montage aan de Filmacademie achter dat hij oog had voor het maken van trailers. ,,Tijdens mijn stage in 2007 werd ik aangemoedigd om hier meer mee te doen. Ik kwam er al snel achter dat sommige filmeditors dit vooral naast hun ‘normale’ montagewerkzaamheden doen. Er was eigenlijk in Nederland niet echt iemand die dit als hoofdbaan had, voor mij een gat in de markt,” vertelt hij

 
Grote Nederlandse films
Drie jaar geleden besloot Noordzij zich alleen nog te richten op het maken van trailers en teasers, en in 2014 richtte hij hiervoor Spark op: creatief filmtrailer bedrijf in Amsterdam. Inmiddels heeft hij de trailers voor grote films als Sonny Boy, Het Diner en Aanmodderfakker op zijn naam staan. Het leukste aan zijn werk vindt Noordzij de diversiteit. ,,Normaal werk je zo’n drie maanden aan één filmproject, nu werken we met Spark in diezelfde tijd aan gemiddeld 6 trailers.'' Daarbij werk je ook nog eens aan heel veel verschillenden soorten films, erg leuk om te doen.”

 
Veel vrijheid
Wat het werk nóg leuker maakt, is het feit dat hij samen met zijn team veel vrijheid krijgt. Noordzij: ,,Voor iedere trailer of teaser beginnen we met een blanco canvas. In ons werk zijn we zelfs vrijer dan bij het monteren van een complete film. De editor moet zich dan aan de volgorde van het script houden. Natuurlijk krijgen we wel aanwijzingen van de distributiemaatschappij of filmproducent, maar die zijn vrij globaal. Denk dan aan een doelgroepomschrijving, lijst met belangrijke acteurs voor dit publiek en de meest interessante scène. Verder bepalen we de structuur, de muziek, de volgorde en het grootste deel van de inhoud zelf.”

 
Drie aktes
Opvallend dat de trailermakers zoveel vrijheid krijgen, aangezien de trailer ongeveer het belangrijkste is in de wereld van filmmarketing. Toch zijn er nog wel een paar onbeschreven regels. Noordzij: ,,Veel trailers bestaan net als de meeste films uit drie aktes, met als eerste de introductie van de acteurs, vervolgens de introductie van het probleem en het derde deel is een teaser van het antwoord op de vraag of het probleem wel of niet wordt opgelost. Het belangrijkste hierbij is om in dit deel niet te veel plotwendingen bloot te geven. Je uiteindelijke doel is ervoor zorgen dat de trailer iets doet bij het publiek. Het moet je raken, of dit nu in de vorm is van kippenvel bezorgen, keihard laten schrikken of heel hard lachen. Je moet het publiek triggeren, ervoor zorgen dat de film niet zomaar aan ze voorbij gaat. En dat vaak in een kleine twee minuten.”

 
Less is more
Om dit te bereiken maakt de lengte van de trailer trouwens niet veel uit, volgens Noordzij. ,,Sommige teasers van een enkele minuut zijn vele malen sterker dan een complete trailer van drie minuten. Mijn motto is altijd: less is more. Je moet het verhaal zo vertellen dat je net genoeg weggeeft, maar zeker niet te veel,” zegt hij

Er bestaat overigens ook geen standaard duur voor een filmtrailer. Ook al zie je nu wel dat veel trailers steeds langer lijken te duren. ,,Dit gebeurt vooral bij grote commerciële films. Hier zitten vaak veel meer plotwendingen in verwerkt. De hoge bezoekersaantallen tonen ook aan dat het bij deze grote titels niet zoveel uitmaakt hoeveel spoilers erin verwerkt zitten. Het publiek gaat toch wel. Wat dat betreft werkt dit hetzelfde als met een restaurantbezoek; je wilt zeker weten dat het restaurant waar je heen gaat goed is. En dat wil het publiek bij een bioscoopbezoek voor grote films het liefst ook. Helemaal aangezien de meeste mensen gemiddeld maar één tot twee keer per jaar naar de bioscoop gaan. Toch is het natuurlijk nooit de bedoeling dat je het publiek met jouw trailer het gevoel geeft dat het alles al gezien heeft van de film. Dan gaan mensen alsnog niet,” aldus Noordzij.

 
Geluid is key
Naast de indeling, de acteurs en de hoeveelheid spoilers is er nog één niet te missen onderdeel: het geluid. Noordzij: ,,Dit is eigenlijk het belangrijkste van de hele trailer; 70 procent draait om de muziek en het geluid. We laten vaak iets maken door een componist. Soms is het ook juist gaaf een geluidsfragment uit de film zelf te halen. Zoals bij de teaser van The Revenant is gebeurd. Hierbij is de ademhaling van Leonardo DiCaprio gebruikt. Dit geluid zorgt voor zo’n enorme intensiteit. Uiteindelijk kwam een paar maanden later de trailer uit, maar die was eigenlijk veel minder sterk, doordat daar al een stuk meer van het plot in verwerkt zat. Als je het aan mij vraagt hadden ze het in dat geval beter bij de teaser kunnen houden.”

Eén van zijn eigen trailers die volgens Noordzij het beste gelukt is, is voor de film Full Contact ,,Het is een arthouse film die we met deze trailer voor een breder publiek aantrekkelijk hebben geprobeerd te maken,” legt hij uit. ,,De opbouw geeft je, als het goed is, kippenvel. Verder kom je erachter waar het verhaal overgaat, zonder dat je weet hoe het drama zich voltrekt.”

 
Golden Trailer Awards
Het werk van Noordzij wordt ook door de filmwereld op prijs gesteld. En niet alleen in Nederland. Dit jaar wordt alweer de zeventiende editie van de Golden Trailer Awards georganiseerd. Met Spark is hij met zijn team voor twee trailers genomineerd: J.Kessels en History’s Future. Zijn eigen all time favorite en grote voorbeeld is de trailer van Little Children:  
https://www.youtube.com/watch?v=bezyl7ZDp44&feature=youtu.be

,,De film is alweer tien jaar oud, maar de trailer blijft goed. Het is heel conceptueel. Het verhaal is gebouwd op het geluid van een rijdende trein. Die trein speelt helemaal geen rol in de film maar staat in de trailer synoniem voor het naderende onheil. In de film zien we dat onderlinge relaties tussen een aantal mensen op scherp komen te staan. Dit wordt van kwaad tot erger en het geluid van die naderende trein zorgt voor een vervelend opgejaagd gevoel. Zowel bij die karakters als bij de kijker. De trailer op zich is net een korte film, zo goed! En ook hier kom je qua plot niet zoveel te weten. Je weet precies genoeg om er zeker van te zijn dat je de film moet zien. Dat is het geheim van de beste trailer; de kunst om zo min mogelijk te vertellen, en daarmee toch het publiek te triggeren.” Een wijze les die niet alleen in de wereld van de filmmarketing geldt.
Tuesday, 12 April 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Wat we konden weten: radio trekt meeste aandacht in de spits

Een onderzoek van salesorganisatie OMS en mediabureau MediaCom naar het verband tussen luisterlocatie en effect van de reclameboodschap biedt weinig verrassende conclusies. In de auto luisteren we aandachtiger naar radio dan thuis en op het werk, is één van de bevindingen. ,,We wisten al dat je in de spits meer aandacht hebt, maar daar betaal je dan ook fors meer voor. ''

 
OMS, voluit One Media Sales, is de spotreclameverkoper van Radio 538, SLAM!, 100% NL, Sublime FM, Radio 10, de online radiozenders van The Media Exchange en nog een paar kleinere stations (BNR Nieuwsradio maakte maandag bekend na anderhalf jaar uit OMS te stappen). Daarmee is OMS het grootste salesapparaat in de radiomarkt, met een wekelijks bereik van ruim 6 miljoen luisteraars.

Klanten van OMS en die van mediabureau MediaCom (onderdeel van inkoopreus GroupM) hadden gevraagd om een onderzoek naar de verschillen in effecten van verschillende luisterlocaties.  De uitkomsten werden donderdag 7 april gepresenteerd aan de markt.

 
Luisterlocaties
De onderzoekers hebben onderscheid gemaakt tussen drie locaties: onderweg, thuis en werk. En zie daar: onderweg blijken luisteraars duidelijk meer aandacht voor de radio te hebben dan thuis of op het werk. Van alle respondenten - 1.858 Nederlanders in de leeftijd 18-54 jaar die een dagboekje – hé, waar kennen we dat ook al weer van – invulden, is 35 procent onderweg aandachtig tot zeer aandachtig radioluisteraar, terwijl dit thuis 25 procent is en op het werk 15 procent. Dat verschil is eenvoudig te verklaren, want in de auto is radio een primaire activiteit en thuis en op het werk is het ‘behang’.  Ben je met meerdere mensen dan daalt de aandacht. Op het werk scheelt dat nog eens 50 procent.

 
Effect reclameboodschap
Aandacht is natuurlijk belangrijk voor de effectiviteit van de reclameboodschap. De herkenning van een radiospot ligt 1,5 keer hoger bij contacten met veel aandacht versus weinig aandacht. Onderweg ligt bij 7 tot 9 radiocontacten de herkenning 1,3 keer hoger dan bij werk en thuis.
De radiocampagne van Brandmeester’s diende als case. Deze koffiebrander is een nieuwe adverteerder op de radiostations waarvoor OMS de spotverkoop doet. De commercial was drie weken lang te horen op de zenders van OMS (Radio 538, Radio 10, BNR Nieuwsradio, SLAM!, Sublime FM en 100% NL).

 
Tijdvakken
Het onderzoek zoomt ook in op specifieke tijdvakken en uren. De uren doordeweeks tussen 05:00-09:00 uur en 17:00-18:00 uur zijn het meest effectief. In het weekend zijn dat de uren tussen 05:00-07:00 uur en 20:00-24:00 uur. De spits-tijdvakken zijn dus het meest effectief in het genereren van awareness voor een campagne. Gedurende de dag (10:00-16:00 uur) heb je de meeste kans op het genereren van directe webtraffic en conversie. Logisch want als je in het verkeer zit, ga je niet even snel op je smartphone naar een site of app. Thuis of op je werk onderneem je eerder direct actie: deze locaties leveren 2,8 keer meer directe ‘webvisites’ per GRP op dan onderweg.

 
Geen nieuwe inzichten
Biedt het onderzoek van OMS en MediaCom hiermee nu nieuwe inzichten? Nee, oordeelt Henk Burgerhout, Media Director van mediabureau Head to Head. ,,Om met iets positiefs te beginnen: ik omarm elke poging om het mediumtype radio inzichtelijk te maken, maar ik vind het wel gevaarlijk om conclusies te verbinden aan een onderzoek rond slechts één adverteerder (Brandmeester’s). Omdat de initiatiefnemers zelf aangeven dat meerdere klanten ze hadden gevraagd om een dergelijk onderzoek, had ik zeker meer adverteerders aan de tand gevoeld hierover.”
Als hij dan toch verder naar de resultaten van het onderzoek kijkt, kan Burgerhout slechts concluderen dat de uitkomsten ‘een beetje een open deur’ zijn. ,,Het is een bevestiging van wat we al wisten: in de auto wordt beter radio geluisterd. Dat is al jaren zo. Zeker in de spits heb je meer aandacht, maar daar betaal je als adverteerder dan ook fors meer voor. Met name reclame in de ochtendspits is stervensduur. Met Radio 538 voorop, want iedereen wil rond de nog altijd best beluisterde ochtendshow van Edwin Evers zitten. Evers is daar al vijftien jaar marktleider. Als je naar het geheel kijkt in de radiomarkt dan is die spits wel echt overprized.”

 
Meer spreiding
De onderzoekers melden dat de impact van reclame ook groot is tijdens het tijdvak 17:00-18:00 uur. Maar Burgerhout zegt dat dit ‘best tegenvalt’. ,,Wij weten dat de avondspits wat minder effectief is, in tegenstelling tot wat men in dit onderzoek beweert. ’s Ochtends loopt het effect vanaf een uur of 07.00 tot 09.00 op, de uren na 09.00 uur is het in grote lijnen gelijk. Na 19.00 uur ’s avonds is je bereik veel minder, want dan gaat iedereen andere dingen doen en maakt radio plaats voor het tv-scherm of andere devices.”
Burgerhout pleit voor een betere opbouw van het bereik van adverteerders. ,,Ik adviseer klanten hun reclameboodschap meer te spreiden over de hele dag en niet per se alleen maar in die ochtendspits. In de ochtendspits zitten weliswaar de best beluisterde reclameblokken, maar daar bereik je dan wel telkens dezelfde mensen mee. Spreiding over de dag  - tot een uur of zeven - levert je daarentegen gewoon de beste bereiksopbouw en het hoogste gecumuleerde bereik op.”
Monday, 11 April 2016 | Written by Bram van Noord

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig

Door Kees Tukker

Nederland produceert na de VS en Engeland de meeste nieuwe tv-programma’s. Vaak nog succesvolle formats ook. De concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak tussen publieke en commerciële omroepen ligt aan de basis van onze status als belangrijke mediaspeler. ‘If you can make it here, you can make it everywhere.’ Om dit zo te houden moet het huidige bestel flink op de schop.

 
De mediawereld is in hoge mate competitief en concurrerend. Er kan in korte tijd veel geld verdiend worden met goed uitgewerkte formats. Producenten kunnen hun formats bij gebleken succes op de thuismarkt vaak vrij eenvoudig in andere delen van de wereld verkopen. Die thuismarkt is druk bevolkt en inmiddels internationaal befaamd. Grote producenten als Talpa en Eyeworks proberen hun formats in Nederland uit. Zijn ze hier een succes dan is de kans dat ze dat in ander land ook zijn vrij groot, zo is inmiddels gebleken. Niet voor niets zijn beide productiehuizen vorig jaar voor bedragen die tegen een miljard euro lopen ingelijfd door respectievelijk het Engelse ITV en het Amerikaanse Time Warner.

 
Meeste nieuwe programma’s
Na de Verenigde Staten en Engeland produceren we in Nederland de meeste nieuwe programma’s. Met maar 17 miljoen inwoners is dat een opmerkelijke prestatie. Het zegt veel over de uitzonderlijk hoog ontwikkelde combinatie van creativiteit en commercieel benul in het televisieminnende Nederland.

Waarom is dit zo? Is het nodig dit klimaat te handhaven en te stimuleren? Zo ja, hoe moet dat? Dat zijn de vragen die ik hier probeer te beantwoorden. Allereerst de waaromvraag. De voor de hand liggende antwoorden zijn: Nederland is een tolerant land. Het is dus eenvoudig hier iets nieuws uit te proberen. Sinds Phil Bloom in de jaren zestig ontkleed op de tv kwam leidt de buis nog zelden tot nationaal ophef, hooguit tot ophef én vertier – net als toen overigens.

 
Creatie en efficiënt
Ook wordt de combinatie van creativiteit en commercialiteit als succesfactor genoemd. Maar al is het zo dat al in de Gouden Eeuw onze creatieve genieën vaak ook in commercieel opzicht uitzonderlijk succesvol waren –het gaat toch te ver deze combinatie een typisch Nederlandse eigenschap te noemen. Wel lijkt vast te staan dat de vele denkrichtingen, levensovertuigingen en geloven in ons land, die allemaal op een kussen slapen - en ja, ook de duivel ligt ertussen -, gecombineerd met onze kenmerkende handelsgeest en de even beruchte als beroemde zuinigheid, belangrijke culturele omstandigheden zijn. Efficiënt en creatief produceren van eigentijdse programma’s, met een open oog op de wereldmarkt, is het resultaat.

 
VS en Engeland dominant
Maar hoe is dit in betrekkelijk korte tijd ontstaan? Wij hadden geen filmindustrie zoals in de Verenigde Staten waar mediaproductie logischerwijs aan ontsproten is. Evenmin beschikten we over een enorm koloniaal rijk, zoals de Engelsen, die met India, Australië en Canada een eenvormig taalgebied hadden dat als enorme afzetmarkt diende. De succesvolle producentenpositie van deze twee landen dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat ze een geoliede propagandamachinerie hadden én de grote overwinnaars waren van die oorlog, heeft overigens met zekerheid aan hun dominante positie in de westerse mediamarkt  bijgedragen.

 
Omroepwet 1967 aan de basis
De Nederlandse mediaproductie-boom begon later, feitelijk pas nadat het kabinet Cals het toenmalige gesloten bolwerk van de publieke omroep openbrak met de nieuwe Omroepwet van 1967. Allereerst door het toelaten van reclame op de publieke zenders en vervolgens ook door het introduceren van de mogelijkheid dat aspirant-omroepen konden toetreden tot het bestel. Hiervan maakte de TROS als eerste gebruik. We spreken sindsdien van het ‘open bestel.’ Dit alles leidde tot concurrentie tussen de omroepen (hoe meer leden, hoe meer zendtijd). Het was tevens de opmaat voor de totstandkoming van grote externe productiehuizen, zoals Joop van den Ende Producties. Onder invloed van de tijdgeest en de concurrentie veranderde het aanbod. Men sprak van ‘vertrossing’. Door velen werd deze commercialisering van het publieke beste met afschuw gadegeslagen. Maar welk woord men er ook aan gaf en hoe men er ook over oordeelde: de concurrentieslag om de gunst van de kijker was losgebarsten.

 
Altijd al concurrentie
Hoewel er sindsdien zeer veel veranderd is, uiteraard vooral door de komst van de commerciële zenders en volop gaande zijnde digitale revolutie, betraden de commerciële omroepen dus een markt die in de basis duaal van karakter was en behoorlijk dynamisch: er werd sinds ’67 reclame op toegelaten, buitenproducenten waren er actief in, er was sprake van concurrentie tussen de omroepen en in toenemende mate ook tussen de producenten.

 
Gouden tijdperk producenten
Dit alles leidde ertoe dat veel talent en kennis beschikbaar was toen de commerciële omroepen begonnen. Bovendien waren zowel producenten als kijkers inmiddels gewend aan grote shows. Om deze redenen maakte de commerciële omroepen een vliegende start. Ze kochten talent weg bij de publieken en commercieel aantrekkelijke formats bij de producenten. Joop van den Ende ging met zijn hele pakket naar RTL. Voor de producenten was een gouden tijdperk aangebroken. Ze konden de publieke en commerciële omroepen tegen elkaar uitspelen en zo de beste prijs krijgen voor hun producten. De concurrentie nam dientengevolge in alle delen van de markt toe.

 
Goedkoopste publieke omroep
Gezien de winstdoelstelling van de commerciële omroepen was hun benadering doelgroepgericht. Rondom de op de doelgroepen gerichte reclame werden bijpassende programma’s geplaatst. Dit doelgroepdenken werd in de slag om de kijker uiteraard overgenomen door de publieken, die er hun eigen draai aan gaven. Fons van Westerloo vertrouwde me als directeur van RTL Nederland eens toe dat hij bang was voor het succes van de publieke omroep, toen de werkwijze in 2005 met het zogenaamde ‘programmeermodel’ werd overgenomen door de zenders doelgroepgericht te maken. Ook produceren tegen zo laag mogelijke kosten - bij de commerciëlen vanuit het winstoogmerk vanzelfsprekend - drong tot de publieke omroepen door. De Nederlandse publieke omroep werd er de goedkoopste in de wereld door.

 
Als je in Nederland succes hebt…
 Het leidt geen twijfel dat deze concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak de belangrijkste redenen zijn voor het feit dat Nederland in relatief korte tijd is uitgegroeid tot zo’n belangrijke mediaspeler. Het adagium ‘If you can make it there, you can make it everywhere’, is wat dit betreft op ons kikkerlandje van toepassing. Maar markt- en prijsconcurrentie lijdt in alle gevallen aantoonbaar tot verschraling van het aanbod: wat succesvol en goedkoop is zal worden gekopieerd door de concurrent. Daarom klagen kijkers dat het onderscheid tussen publieke en commerciële omroep nog maar nauwelijks aanwezig is en neemt de overtuiging toe,  ook in de politiek, dat de publieke omroep overbodig is geworden is. De publieke omroep beseft dit; de laatste jaren is het programma-aanbod dan ook iets onderscheidender geworden ten opzichte van de commerciële concurrenten. Maar het wegdenken van de publieke omroep uit onze succesvolle creatieve media-industrie zou de monocultuur die grosso modo zo’n beetje ontstaan is legitimeren en bestendigen. Dit zou de dood in de pot zijn voor de creatieve concurrentie en inventiviteit die zo’n belangrijk deel van de verklaring van onze mondiale successen zijn.

 
Businessmodel onder druk
Nu het traditionele businessmodel van de (commerciële) omroepen onder druk staat omdat bulkreclame haar effectiviteit meer en meer aan het verliezen is, de prijzen voor reclamezendtijd dientengevolge naar beneden worden bijgesteld en commerciële omroepen steeds goedkopere producties moeten inkopen (dit geldt ook voor de publieke omroep trouwens), lijken de gouden tijden voorbij. Bovendien neemt de tijd dat mensen voor de buis hangen significant af en worden ook de grote mondiale live-events -  altijd aanjagers voor de kijkcijfers - meer en meer in livestreams aangeboden.

 
Trendbreuk nodig
Duidelijk is, dat zowel publieke als commerciële omroepen  als gevolg van deze ontwikkeling hun strategie fundamenteel moeten aanpassen. De kramp van de commerciëlen om daarbij te wijzen op de oneerlijke concurrentiepositie van de publieke concurrent op internet, klinkt als armzalig gepiep van een kat in het nauw. Ze snijdt geen hout: als iedereen zijn eigen omroep op internet kan beginnen, hoe zou dit de publieke omroepen dan verboden kunnen worden? Om de aanwezigheid van een sterke publieke en commerciële omroep - zowel on- als offline - als vliegwiel voor de hele creatieve mediamarkt te handhaven, lijkt het daarom noodzakelijk een trendbreuk te forceren: de markt tussen de commerciële en publieke omroepen moet scherper worden gescheiden.

 
Geen reclame bij NPO
Om de vaderlandse televisieproducenten een nieuwe impuls te geven zal het inhoudelijke en daarmee ook inhoudelijke onderscheid tussen publiek en commercieel weer moeten toenemen. Dit begint met het weren van elke vorm van reclame bij de publieke omroep en het scherper definiëren van de inhoudelijke doelstelling. Tegelijk zullen gegevens over kijk- en klikgedrag van de commerciëlen wel en de publieken niet verhandelbaar moeten en mogen zijn. Daarnaast moeten formatrechten alleen voor Nederland aan de publieke omroepen vallen en producenten en commerciële omroepen in de gelegenheid gesteld worden deze rechten in het buitenland te gelde te maken. Vervolgens zal de publieke omroep heel nadrukkelijk volkomen onafhankelijk van maatschappelijke stromingen of politieke opvattingen moeten worden georganiseerd en gefinancierd, op een wettelijke vastgelegde basis. Dit alles zal meer draagvlak voor de publieken tot gevolg hebben en een klimaat scheppen waarin commerciëlen op basis van het oude businessmodel meer tijd en financiële ruimte krijgen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de digitale werkelijkheid van straks.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.
 
Friday, 08 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Dolce & Gabbana wil hotel openen in Milaan

Modeliefhebbers opgelet! Er gaan geruchten dat Dolce & Gabbana plannen heeft om een hotel te openen in dé modestad Milaan.

 
Hiermee volgt het modehuis andere grote namen zoals Giorgio Armani, Versace, Missoni en Moschino. Volgens de Italiaanse nieuwsbron Il Sole 24 Ore zou het hotel op de Piazza Cordusio komen, in het Palazzo Broggi gebouw. Vorig jaar werd dit gebouw door de Chinese vastgoedmagnaat Fosun overgenomen voor een bedrag van 345 miljoen euro. Fosun heeft gezegd dat ze interesse heeft om er een luxueus hotel van te maken. Het is nu nog wachten op toestemming van de lokale overheid.
Friday, 08 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Internet of Things rukt op: waarmee willen we connected zijn?

Online verbonden zijn met je apparaten thuis of met je auto: het kan en steeds meer consumenten willen het. Onderweg even je tv, koelkast of alarmsysteem checken. Techbedijf Cisco schat dat er in 2020 zo’n vijftig miljard apparaten online zijn.

 
Mindshare North America liet onderzoeken waarmee consumenten online verbonden willen zijn. Hoge scores in het survey zijn er voor de tv - 79 procent zegt online connected met de tv te willen zijn - en de auto (64 procent).

Driekwart van de mensen wil graag dat het alarmsysteem in huis online te bereiken is. En bijna de helft wil dat voor de koelkast. Bij kleine artikelen neemt de belangstelling snel af. Een vijfde van de ondervraagden is geïnteresseerd als gezondheids- en beautyproducten connected zouden zijn.

 
Bedenkingen
Consumenten hebben ook bedenkingen bij Internet of Things. Meer dan de helft zegt bezorgd te zijn dat bedrijven ongevraagd meekijken bij een aangeschaft product. Bedrijven kunnen steeds vaker online nagaan wanneer, hoe en en hoe vaak een apparaat of product wordt gebruikt. Dat gaat de meeste consumenten veel te ver.

Privacy moet voorop staan, erkent managing director Jeff Malmad bij Mindshare North America in een reactie. „Marketeers moeten waarborgen dat consumenten kunnen kiezen om wel of niet mee te doen bij connected ervaringen.”

 
2016 jaar van grote doorbraak
 Onderzoeksbureau Gartner ging na hoe bedrijven staan tegenover Internet-of-Things (IoT). Het bureau voorspelt dat 2016 het jaar van de grote doorbraak wordt. Het wereldwijde survey van Gartner wijst op een grote verschuiving. Tot nu toe was IoT vooral iets interns bij bedrijven: werknemers hadden online contact met eigen machines; nu wordt de consument steeds vaker online verbonden met apparaten.

„De investeringen voor IoT-ervaringen voor consumenten zullen dit jaar bijna verdubbelen,” zegt vice-president Jim Tully van Gartner. „IoT wordt daarmee een effectief wapen in de concurrentie tussen bedrijven.”

 
Mercedes en Ford
De autoindustrie is een van de voorlopers. Merken als Mercedes en Ford zitten bovenop Internet of Things, omdat ze de druk voelen van bedrijven als Google en Tesla. Google experimenteert met zelfrijdende auto’s en loopt met online technieken voorop. Mercedes en Ford kunnen het zich niet veroorloven achter te blijven.

Tesla presenteert zichzelf niet als autofabrikant, maar als een tech company. „Tesla komt een paar keer per jaar met software updates,” weet Macario Namie van techbedrijf Jasper/Cisco, dat werkt aan connected cars. „Ze presenteren zich als softwarebedrijf, dat toevallig de hardware van een auto als platform gebruikt. Dat is de richting die ook traditionele autofabrieken steeds meer op zullen gaan.”

 
Big data
 Whirlpool, onder meer bekend van wasmachines, werkt sinds begin dit jaar samen met IBM Watson aan online verbindingen met huishoudelijke apparaten. De big data die daar vandaan komen, worden opgeslagen in de IBM Cloud. Whirlpool krijgt zo een beter idee van problemen die spelen als hun apparaten worden gebruikt en hoe ze die kunnen oplossen.

„Data verkrijgen is cool, maar het gaat erom dat je daarmee komt tot oplossingen voor je bedrijf. Dat is wat we hier doen,” zegt Christopher O’Conner in Adweek. O’Conner is als IBM’s general manager voor Internet of Things nauw betrokken bij de samenwerking met Whirlpool.

 
Profits op lange termijn
 Techbedrijven zijn klaar voor Internet of Things, maar veel marketeers die het kunnen toepassen, aarzelen nog. Op de korte termijn verdien je je investeringen niet terug, vinden ze. Ze hebben een punt: de voordelen zie je pas op lange termijn, maar wie te lang wacht, ziet de concurrentie aan zich voorbij gaan.

 
Friday, 08 April 2016 | Written by Ralph Rozema

Kijkcijfers: STER/NPO verliest, RTL, SBS en de kleintjes winnen

Door Linda Haring

Het verlies van Champions League-voetbal kost de STER/NPO marktaandeel en levert SBS meer kijkers op. RTL profiteert van succesvolle formats. De kleinere media groeien in marktaandeel, mede door de introductie van gratis zender Ziggo Sport, zo blijkt uit de kijkcijfers van het eerste kwartaal van 2016.

 
Onderzoeksbureau Vostradamus geeft per kwartaal een update over de kijkcijfers per kwartaal per exploitant. Wat gebeurt er in het televisielandschap wat voor bijzonderheden zijn er te melden. We trappen af met de cijfers van het eerste kwartaal van dit jaar (Q1 2016) en maken een vergelijking met de cijfers van dezelfde periode vorig jaar (Q1 2015).

 
Marktaandelen Q1 2016 vs. Q1 2015


Het aandeel van STER (NPO) is in Q1 2016 licht gedaald ten opzichte van Q1 2015. De daling is niet specifiek aan een maand toe te wijzen. De daling is over alle drie de maanden nagenoeg gelijk, waarbij het marktaandeel van de maand maart 1% meer daalt. De daling van het marktaandeel van STER wordt veroorzaakt door het verlies van de uitzendrechten van de Champions League aan SBS.

 
Succesvolle formats
RTL groeit over alle maanden van Q1, maar de grootste groei is voornamelijk in de maand januari van 2016 gerealiseerd door RTL. RTL heeft in januari een hoop succesvolle formats uitgezonden, waaronder The Voice of Holland met de finale op 29 januari 2016, Divorce, All You Need is Love, Goede Tijden Slechte Tijden, Moordvrouw en RTL Late Night.

 
Voetbal bepalend
SBS groeit in marktaandeel ten opzichte van Q1 2015. Deze groei wordt veroorzaakt door de transfer van de uitzendrechten van de Champions League van de NOS naar SBS. De voetbalwedstrijden zijn vanaf augustus 2015 op SBS6 te zien. De wedstrijden realiseren gemiddeld zo’n 1,5 tot 2,5 miljoen kijkers. Dit zijn hoge kijkcijfers voor SBS6!

Wanneer we kijken naar het marktaandeel van SBS in een voetballoze maand, zoals januari 2016, dan zien we dat het SBS zenderaandeel (-1%) inlevert ten opzichte van vorig jaar. De groei wordt dus in voetbalrijke maanden februari (CL-wedstrijden: PSV-Atletico Madrid en Arsenal-Barcelona) en maart (CL-wedstrijden: Atletico Madrid-PSV en de vriendschappelijke wedstrijden van het Nederlands Elftal tegen Frankrijk en Engeland) gerealiseerd. Zonder de investering in de uitzendrechten heeft SBS het nog steeds moeilijk om op te boksen tegen het publieke bestel en RTL.

 
Oude wijn in nieuwe zakken
SBS blijft verwoede pogingen doen om het tij te keren. De zenders investeren in de vooravond, haalde Irene Moors van RTL naar SBS en momenteel gaan de geruchten dat het spelletje Lingo wordt afgestoft en op SBS zal terugkeren met Lucille Werner als presentatrice.

Op  SBS tref je veel ‘oude wijn in nieuwe zakken’ aan, zoals ‘De Vreemde Eend’ (Wie van de Drie), ‘Thuis op Zondag’ (Life & Cooking, Life4You), ‘Bijdehandjes’ (Praatjesmakers) en ‘Mr. Franks Visser Doet Uitspraak’ (De Rijdende Rechter).

 
Zombies en sport
De zenders van BrandDeli (o.a.) Fox, Discovery, NGC, MTV)  zijn stabiel en vertonen een lichte groei ten opzichte van vorig jaar. Opvallend is echter dat februari 2016 een mindere maand was dan vorig jaar. Het verlies in aandeel wordt door januari en maart gecompenseerd, waarbij maart de grootste groei in aandeel laat zien. Succesvolle programma’s in maart waren onder meer The Walking Dead, The Passion (Fox), How It’s Made (Discovery) en de wedstrijd PSV-Ajax (641.000 kijkers, best bekeken wedstrijd ooit op Fox Sports).

 
Regionalen stabiel
De publieke regionale omroepen (ORN) handhaven hun zenderaandeel van 1,4%. Het Nederlandse publiek weet de zenders te vinden ondanks de hoeveelheid aan andere zenders waarmee het geconfronteerd wordt. Met name in januari 2016 zijn de publieke regionale zenders goed bekeken (groei van 15% t.o.v. januari 2015).

 
Ziggo-Sport
Het aandeel van Triade Media (o.a. Cartoon Network, 13th Street, CNN, Ziggo Sport) vertoont een forse groei ten opzichte van vorig jaar. Het grootste deel van de groei wordt veroorzaakt door de nieuwe gratis TV-zender Ziggo Sport exclusief voor Ziggo-klanten. Deze zender werd op 12 november gelanceerd. Het is een gratis sportzender opgericht door Ziggo en Sport 1, waarbij klanten onder andere naar wedstrijden van de Spaanse competitie, golf, Formule 1, NBA Basketbal en andere sporten kunnen kijken. Jack van Gelder en Frank Evenblij werden aangetrokken om de zender een gezicht te geven. De beide heren presenteren er samen een talkshow over sport (Peptalk).

De groei voor de zenders van Triade Media is vooral in de maanden januari en maart terug te zien. Triade Media heeft half december 2015 aangekondigd de krachten met betrekking tot verkoop van de spotzendtijd en branded content te bundelen met RTL.
Friday, 08 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.