Candid. Platform
for growth.

Content marketing is de toekomst: wees het verhaal

Vergeet de 4P’s. Vergeet branding. Vertel een verhaal of sterker nog: wees het verhaal. Bied relevante content aan je klanten. Consequent, vanuit één strategie, geventileerd op alle mogelijke kanalen. Nieuwe en traditionele. Denk als media. Word je eigen uitgever, hoofdredacteur, programmamaker en mediamagnaat. Ziedaar de ingrediënten voor goede content marketing. Want over één ding zijn invloedrijke deskundigen en een nieuwe professor het eens: het is dé marketing van de toekomst.

 
Het begrip content marketing wordt in razend tempo uitgehold. Er zijn te veel definities en soms is het gewoon ouderwetse reclame. Iedereen in de mediabranche is er mee bezig en iedereen noemt zich specialist. Tijd dus om het kaf van het koren te scheiden en te zoeken naar goede, relevante en daardoor succesvolle content marketing.

 
Nieuwe hoogleraar content marketing
Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) ziet het medialandschap veranderen en het belang van content toenemen. Daarom heeft de UvA prof. dr. Ed Peelen aangesteld als bijzonder hoogleraar content marketing. In maart beginnen zijn colleges voor zo’n 200 studenten communicatiewetenschappen.

,,De informatiebehoefte bij consumenten neemt toe. Ze willen weten door wie een product gemaakt wordt en waar het vandaan komt, hoe anderen er over denken en hoe je er mee kunt omgaan. De waarde van informatie wordt groter ten opzichte van de functie van het product. Daar moeten merken op inspelen,” stelt Peelen.

Daarbij is relevante content belangrijk. Hij ziet dat steeds meer bedrijven zelf de uitgeeffunctie oppakken en met eigen media komen. Het Allerhande concept van Albert Heijn noemt hij een geslaagd voorbeeld daarvan. ,, ,,Een magazine, een website met recepten, een sociale component voor reacties en inbreng van eigen recepten, alles gekoppeld aan boodschappenlijstjes en zelfs een app die de looproute in de winkel aangeeft naar de benodigde producten. Als je kijkt wat AH daarmee bereikt heeft. Door Allerhande is de Italiaanse keuken in Nederland populair geworden en zijn we aan de wijn gegaan. Zo lukt het dus om de markt te veranderen,” aldus Peelen.

De professor heeft een lange staat van dienst. Hij is partner en medeoprichter van ICSB Marketing en Strategie, was eerder hoogleraar op Nyenrode Business Universiteit en universitair hoofdocent op de Erasmus Universiteit en de UvA.

 
Alles vanuit één strategie
Hij gaat content marketing op een integrale wijze behandelen. ,,Je moet als merk of bedrijf vanuit één strategie je verhaal vertellen en die content door vertalen naar diverse kanalen,” aldus Peelen.

Daarbij moeten merken hun kennisbronnen identificeren, gebruik maken van social listening – wat zijn de topics? – zorgen voor een mooie vorm en goed nadenken over doelstelling en de vraag: hoe krijg je bereik, lezers of viewers?

,,Content marketing zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen, terwijl andere vormen van communicatie minder belangrijk worden,” voorspelt Peelen. ,,Advertenties zijn relatief duur voor hetgeen je terugkrijgt. We zijn allemaal op zoek naar een stukje engagement. Ik zie dat dit een grote strategische functie gaat krijgen.”

 
Merken moeten mediadenken
Carlijn Postma noemt het een evolutie. ,,Alles draait om inhoudelijk relevante verhalen, waar het publiek op zit te wachten,” legt ze uit. ,,De vraag is: waar kunnen wij als merk en publiek het samen over hebben? Wat is ons gemeenschappelijk verhaal? Wanneer ben ik relevant voor mijn publiek?”

Ze is eigenaar van The Post, schreef diverse boeken en artikelen en werd geciteerd door internationale deskundigen op dit vlak. Daardoor stond ze in 2014 ineens op plaats 27 in een internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op gebied van content marketing.

Ze stelt dat merken net als media moeten denken. Dus denken als een programmamaker, hoofdredacteur en een mediamagnaat en relevante content laten produceren door een redactie. In een artikel op Frankwatching.com beschrijft ze wat ze onder dat ‘mediadenken’ verstaat. ,,Bedrijven moeten een eigen mediaplatform hebben om een directe lijn met hun publiek te krijgen,” legt ze uit. ,,Dus niet alleen een kanaal van de Ster lenen om je boodschap te pluggen. Daarbij is een online kanaal het best meetbare en best stuurbare medium. Daar kunnen mensen content delen en erop reageren, krijg je interactie. Alle informatie is tegenwoordig online te vinden. Als mensen iets over een nieuw product willen weten, wachten ze niet op een magazine, maar gaan ze meteen het internet op.”

 
Afleveringen uit tv-serie
Goede voorbeelden vindt ze LindaTV, maar ook magazine vtwonen, dat de stap van magazine naar televisieprogramma wist te maken. Advertorials waarin twaalf keer de naam van de adverteerder staat, noemt ze mislukt. Ook Postma adviseert haar klanten vanuit één heldere strategie te werken. ,,Vergelijk het met het schrijven van een tv-serie,” zegt ze. ,,Als je weet waar jouw serie over gaat kun je vanuit dat scenario de afleveringen gaan schrijven.”

 
Wees het verhaal
De Amerikaanse documentaire The story of content - rise of the new marketing laat zien dat content marketing slechts een nieuwe naam is voor iets wat al zo oud is als de mensheid. Terwijl in Europa de Michelin Gids – in 1900 gelanceerd als een boekje met onderhouds- en reistips – geldt als een van de eerste voorbeelden is dat in Amerika The Furrow van tractorfabriek John Deere. Dit magazine schrijft sinds 1895 relevante artikelen voor agrariërs, terwijl de naam van John Deere er nauwelijks in wordt genoemd. Een moderner voorbeeld zijn de filmpjes van 'Will it blend'. Die bleken die zo populair dat fabrikant Blendtec er 500 miljoen views mee trok en zijn omzet met 1000% zag stijgen, zonder geld uit te geven aan reclame. In de documentaire zegt professor Don Schultz dat brands en branding en de 4 P’s - van product, prijs, plaats en promotie - in marketing achterhaald zijn. Een artefact uit de jaren ’60, ‘70’ en ’80. Uit de tijd dat een paar massamedia alle macht hadden. Ook andere deskundigen stellen dat miljarden consumenten tegenwoordig zelf hun weg op het internet zoeken. Het marketingbudget spreiden over al die kanalen is als een pizza in miljoenen kleine stukjes proberen te snijden. De belangrijkste boodschap is: het gaat er niet om ‘to sell the story’, maar ‘to tell the story’. Of zoals Kirk Cheyfitz van Story Worldwide aan het eind zegt: ,,De enige, goede manier om content marketing te bedrijven is ‘to be the story.’

 
Ondernemerscollege.nl
In Nederland koos accountantskantoor Baker Tilly Berk (BTB) voor een onorthodoxe vorm van content marketing. Het hele budget voor het vroegere relatiemagazine gaat voortaan naar het Ondernemerscollege.nl. Via dit videoplatform laat BTB bevlogen visionairs aan het woord, die ondernemend Nederland in maximaal 15 minuten op de hoogte brengen van de laatste trends en ontwikkelingen. Van crowdfunding tot klantmanagement, van het gebruik van nieuwe technologieën tot de vraag: hoe bouw je een sterk merk zonder reclame?

Elke nieuwe video trekt minimaal 10.000 views, met uitschieters tot 17.000 kijkers.

,,Op deze manier kunnen we relevante kennis delen. Wij weten wat er speelt bij onze ondernemers en willen ons netwerk beschikbaar stellen. Tegelijkertijd vergroten we hiermee onze naamsbekendheid,” zegt hoofd marketing  & communicatie Marjanne Poppen van BTB.

 
Bank exploiteert eigen tv-kanaal
Op internet zijn tal van geslaagde en minder geslaagde voorbeelden te vinden. De ‘smarticle’ op Nu.nl van Secret Escapes content marketing noemen is behoorlijk vergezocht. Dat verhaal gaat niet verder dan het aanbieden van reizen tegen korting. Wel een mooi voorbeeld is de Deense Jyskebank. Die exploiteert een eigen tv-omroep, vergelijkbaar met RTLZ. ,,Als je niet kunt vertrouwen op de media, moet je zelf een medium worden,” verklaart hoofdredacteur Lasse Hoegfeldt van Jyskebank.tv die stap.

 
Frank
Op de keeper beschouwd is ook Frank.news een ver doorgevoerde vorm van content marketing. Het nieuwekanaal van de Candid Group werkt met een onafhankelijke redactie, die de opdracht heeft om open, eerlijk en transparant te schrijven over media, marketing en reclame. Dat is in de branche geen vanzelfsprekendheid, omdat de ons-kent-ons-cultuur diepgeworteld is en sommige media alleen over merken of bedrijven berichten als er een advertentie aan gekoppeld zit. Frank.news werkt dan ook bewust niet met advertenties, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

CEO Gérard Ghazarian van de Candid Group is ervan overtuigd dat lezers, bedrijven of merken die de aanpak van Frank.news waarderen, vanzelf ooit een keer als klant terecht komen bij een van de andere bedrijven binnen de groep. Een lange termijnvisie. ,,Bij Frank.news zijn we niet bezig met het behalen van extra omzet. Ons eerste doel is om voor onze klanten, bedrijven en verder iedereen in de sector goede content te produceren over het veld waarin wij werken,” stelt Ghazarian. ,,Daarin willen wij een leider en geen volger zijn. Mensen die daar bij willen horen trek je dan op den duur vanzelf naar je toe.”

Bovendien werkt zo’n nieuwskanaal twee kanten op. Ook medewerkers van de groep worden door het kanaal voorzien van relevante kennis en nieuws en gedwongen na te denken over hun  vak.

 
Segmentering van media
Volgen Ghazarian is het toenemende belang van content marketing inherent aan de opkomst van internet en de segmentering van media. ,,Vroeger had je twee televisiezenders. Dat waren echte ‘powerhouses’ waar je je advertenties op moest zien te krijgen. Nu heb je talloze zenders en kanalen, te volgen op talloze devices en wordt de macht van de grote zenders afgebroken. Daardoor ben je als merk op jezelf aangewezen en moet je je eigen publisher zijn.”

 
Mond-tot-mond
Hoewel hij content marketing ziet als de toekomst van advertising in het digitale tijdperk, is het niet de enige manier van marketing. Blijf dus spreiden, luidt zijn devies. Essentieel is volgens hem het produceren van relevante content, verteld volgens een consistente boodschap op verschillende cross-mediale kanalen. Ghazarian: ,,We geven al eeuwen via mond-tot-mond verhalen en informatie door. Het wordt pas doorverteld als die verhalen iets persoonlijks met je doen. Als ze je inspireren of verrassen of ze walging of afkeer veroorzaken.”

Hoe Twitter haattweets en trolls te lijf gaat

Door Danja Koeleman

Twitter gaat strenger optreden tegen dreig- en haattweets. Door accounts te blokkeren wil het sociale medium een nare sfeer op het platform tegengaan.

 
Twitter meldde eind vorig jaar al op haar blog dat ze het belangrijk vindt dat users beschermd worden tegen pesterijen of andere haattweets. Een strengere aanpak tegen dergelijke haataccounts moet dat tegengaan en daarom heeft het medium zijn ‘terms of service’ aangepast. Het wil niet dat haat- en dreigtweets mensen belemmeren om te blijven doortwitteren.

Dat wil Twitter bereiken door accounts al dan niet te blokkeren. De betreffende user kan zien hoe lang hij of zij niet mag twitteren. De user kan gevraagd worden om zijn of haar telefoonnummer te verifiëren voordat de block weer wordt opgeheven. Ook is het mogelijk dat de haat-tweeter in kwestie bepaalde tweets moet verwijderen voordat hij of zij weer gebruik mag maken van het account.

De mededeling van Twitter kwam kort na de vele kritiek dat extremisten – bijvoorbeeld van IS – hun gedachtengoed via het sociale medium kunnen verspreiden. Hoewel Twitter deze accounts meestal snel blokkeert, blijven er nieuwe komen.

 
Dweilen met de kraan open
Frank.news is benieuwd: heeft dit nieuwe beleid zin en worden haataccounts zo succesvol verdreven, of is het een kwestie van dweilen met de kraan open? ,,Ik denk dat het slim is van Twitter dat deze 'trolls' verplicht hun telefoonnummer moeten doorgeven als ze bepaalde tweets niet verwijderen,” zegt online consultant Herman Couwenbergh van kennisplatform ExpertUpdate. ,,Dat maakt deze users niet meer anoniem, waardoor de kans groot is dat ze van Twitter wegblijven. Aan de andere kant zullen de diehards altijd doorgaan met trollen en manieren vinden om te blijven twitteren.”

Couwenbergh is een voorstander van deze hardere aanpak. ,,Mensen zullen zich vrijer voelen op Twitter. Er worden heel veel mensen 'gepest'. Neem bijvoorbeeld Anouk, die na de aankondiging van haar zwangerschap werd overstelpt met scheldpartijen en beledigingen. Met één druk op de knop kun je zo'n troll-tweet rapporteren, waarop het team van Del Harvey (head of Twitter Trust & Safety, red.) gelijk in actie komt, de tweet bekijkt en verhoudt tot de terms of service. Als zij de tweet inderdaad kwalijk vinden, wordt er gelijk actie ondernomen.”

 
Dun lijntje
Wel zegt Couwenbergh dat het een dun lijntje is waar Twitter zich op beweegt. ,,Zo verbiedt Twitter het om tweets op te slaan, maar de Politwoops – een team dat verwijderde tweets van politici publiceert – wordt wel toegestaan om berichten te bewaren. Het is niet altijd zwart-wit bij Twitter. Dat zal ook gelden voor troll-tweets. Het is lastig om te bepalen wat beledigend genoeg is voor een accountblokkade en wat niet. Twitter kan er ook voor kiezen om tweets alleen in een bepaalde regio te blokkeren. Zo zijn pro-nazi-tweets niet te zien op de Duitse twitter, maar daarbuiten weer wel.”

Niet alleen tweets van trolls, maar ook berichten met bijvoorbeeld een propagandistische inhoud worden door Harvey's team verboden. Slecht nieuws voor alle pro-IS-accounts, maar ook voor de tegenstanders. ,,Daardoor wordt het lastiger om de gang van IS-zaken te volgen, bijvoorbeeld de omvang van het kalifaat. Aan de andere kant wordt de kans verkleind dat men hun propaganda onder ogen komt en zich aansluit bij de Islamitische Staat,” aldus Couwenbergh.

 
 

Uber app brengt lunch in tien minuten

Ralph Rozema

Met een app kan bijna alles, vinden ze bij Uber. Het taxibedrijf brengt samen met honderden restaurants de app UberEats uit waarmee je supersnel een maaltijd thuisbezorgd kunt krijgen. Er komen ook apps aan voor carpooling en voor medische diensten, allereerst in de VS en Canada.

 
Uber timmert vooral in de Verenigde Staten flink aan de weg. Na een proef in New York en Los Angeles gaat Uber nu maaltijden bezorgen in tien Amerikaanse steden. Met de app UberEats kun je kiezen uit maaltijden van tientallen plaatselijke restaurants.

 
Even slikken
De app biedt een enorme kans, denkt analist Kevin Kopelman van Cowen and Company. „Uber zal door de dichtheid van het netwerk sneller dan anderen in staat zijn om maaltijden te leveren,” zegt hij.

De aankondiging was dan ook even slikken voor andere grote bezorgdiensten waaronder Seamless, dat op de beurs meteen 5% in waarde verloor. Uber is inmiddels ook in de Canadese stad Toronto begonnen met een test met UberEats.

 
Chauffeurs zonder en met vergunning 
Uber heeft in tal van landen de taxiwereld al wakker geschud. Het idee is simpel: klanten komen via een app in contact met mensen met een eigen auto die taxiritten willen rijden. Daardoor liggen de ritprijzen veel lager dan bij traditionele taxi’s.

In Nederland is UberPop door de rechter verboden. Dat is de dienst waarbij chauffeurs zonder taxivergunning rijden. Het bedrijf mag wel doorgaan met UberX, waarbij chauffeurs met vergunning in middenklassers als de Toyota Prius rijden voor zo’n tweederde van de prijs van een andere taxi.

 
De trend komt naar Europa
De ontwikkelingen in Nederland gaan dus minder snel. Maar wat nu elders in de wereld gebeurt, komt uiteindelijk ook naar Europa. „Je ziet wereldwijde trends bij transport. Als je straks een product bestelt, heb je het binnen een uur in huis. In sommige metropolen als Shanghai werkt dat al zo. De kracht van een bedrijf als Uber is dat het lokaal zo goed georganiseerd is dat de levering heel snel zal gaan,” zegt innovatie- en technologiespecialist Aron Solomon van adviesbureau MaRS.

 
Populair bij zakenmensen
De groei van Uber in de VS zit er goed in. In het laatste kwartaal van 2015 was Uber voor zakenreizigers in de VS de eerste keuze bij lokaal transport. Ruim 40 procent van hen koos voor Uber, 39 procent voor een huurauto en 20 procent voor een taxi van een ander bedrijf. Het aantal taxiritten van Uber in de VS nam in 2015 met 400 procent toe vergeleken met 2014.

De krant USA Today interviewde zakenmensen over hun Uber-ervaringen. Ira Gostin, vice-president van een mijnbouwbedrijf: „Als je een volle dag met afspraken in New York of Toronto hebt, is het makkelijk dat je niet steeds apart hoeft af te rekenen. Dat heb je van te voren via de app geregeld. Bovendien zijn hun auto’s schoner dan reguliere taxi’s. En een huurauto geeft te veel gedoe.”

Ryan Luther, sales manager uit Cincinnati, vindt de app handig in het buitenland. „Ik was in Lima en Mexico Stad. De chauffeur spreekt daar een andere taal, maar ik hoef niks uit te leggen, want de bestemming is al doorgestuurd. Handig voor de chauffeur en voor mij,” zegt Luther.

 
Weg met de boordcomputer
In Europa is Uber na tal van rechtszaken in gesprek met overheden over de taxiregels. De regelgeving in veel landen loopt achter bij wat met de apps mogelijk is. Zo wil Uber af van de boordcomputer in een taxi, simpelweg omdat dat ook met een app en een smartphone is te regelen.

 
App voor gezondheidsdiensten
Maar de ambities van Uber gaan veel verder dan alleen een taxidienst. Naast UberEat zijn er al experimenten met UberHop (een app voor carpooling) en UberHealth (een app voor medische diensten). Wie in november een griepprik moest krijgen, kon een verpleegkundige thuis laten komen met een Ubertaxi. UberHealth was georganiseerd in meer dan 35 Amerikaanse steden. Het bedrijf wil de services voor de gezondheidszorg uitbouwen, zodat dokters en verpleegkundigen makkelijker huisbezoeken kunnen afleggen.

„Nu wij in vijf minuten een auto kunnen sturen, kunnen we alles wat je maar wilt in die tijd leveren,” vat Uber’s CEO en medeoprichter Travis Kalanick de ambities samen. ,,Een app op je smartphone moet voldoende zijn om dat te regelen.”

And the winner is…NPO Radio 2

Door Linda Haring

Terwijl de luistercijfers gedurende het jaar lichtjes fluctueren, is december steevast de spannendste maand op de radio. Wie van de publieke zenders streeft marktleider Radio 538 voorbij? Wint Serious Request het van de Top 2000 of trekt de kerstmuziek van Sky Radio de meeste luisteraars? De uitslag is duidelijker dan ooit. NPO Radio 2 is de grote winnaar.

 
NPO Radio 2 steekt met kop en schouders boven alle zenders uit in de laatste meting van 2015. De zender behaalde in december een marktaandeel van 13,4%, een stijging met 54% ten opzichte van de oktober-november-meting en een plus van 5,5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

De Top 2000 (de lijst der lijsten) heeft in deze periode nog meer luisteraars dan anders getrokken. Wellicht omdat de nummer één van de lijst een nieuwe was. De Top 2000 van 2015 was het jaar van ‘Imagine’ van John Lennon en van Claudia de Breij met het nummer ‘Mag ik dan bij Jou’. ‘Imagine’ stootte ‘Hotel California’ van The Eagles van de troon, die de koppositie in 2014 bezat.

 
Serious Request over top heen
NPO 3FM heeft met Serious Request minder luisteraars getrokken dan in voorgaande edities. Een aantal oorzaken liggen hieraan ten grondslag. De houdbaarheid van Serious Request is tanende. Het format lijkt over het hoogtepunt heen. Verder had de actie last van groeiende concurrentie op de radiomarkt en kreeg de zender dit jaar te maken met negatieve publiciteit. Onder andere door Bennie Jolink. Ook toen het oorlogsslachtoffer op de posters van Serious Request een model bleek te zijn. Desondanks wisten de 3FM DJ’s die zich lieten opsluiten in het Glazen Huis toch een bedrag van ruim 7,5 miljoen euro op te halen. Dat was trouwens ook minder dan andere jaren.

 
Kerstmuziek Sky scoort
Sky Radio, in december The Christmas Station, wist een forse sprong in marktaandeel te maken ten opzichte van de vorige meetperiode (+16%). Het marktaandeel lag ietsje hoger dan vorig jaar, goed voor een derde plaats in de ranglijst. Veel luisteraars vinden de decembermaand blijkbaar een maand van kerstmuziek.

De eerste kerstplaat (‘It's gonna be a cold cold Christmas’) op Sky Radio was op 6 december om 0:08 uur te horen. De zender voert de frequentie van de kerstnummers gedurende de maand steeds verder op. Hoe dichter bij Kerstmis, hoe meer kerstplaten er gedraaid worden. Op den duur worden er alleen maar kerstnummers gedraaid en komen de bekende klassiekers van onder andere Wham, Chris Rea, Band Aid en Mariah Carey voorbij.

 
Radio 538 komt snel terug                                                            
Radio 538 levert aandeel in van luisteraars die naar de concurrent zijn gegaan gedurende deze periode. De verwachting is dat het verloren marktaandeel op korte termijn weer terug gewonnen zal worden. Opmerkelijk is dat het verval van Radio 10 niet heel groot is gedurende deze meetperiode waarin het concurrentiegeweld groot is. De zender levert slechts 0,2% aandeel in ten opzichte van de vorige meetperiode. De Top 4000 die tot 24 december uitgezonden is zorgt ervoor dat de vaste schare luisteraars de zender ook in deze periode trouw blijft.

'Meneer Van Dalen neemt afscheid' van Albert Heijn wint Ster Gouden Loeki 2015

Persbericht

Amsterdam, 22 januari 2016

De winnaar van de Ster Gouden Loeki 2015 is ‘Meneer Van Dalen neemt afscheid’ van Albert Heijn. Het is de eerste keer in 21 jaar dat Albert Heijn er met dé publieksprijs voor reclame vandoor gaat. Adverteerder en reclamebureau TBWA\NEBOKO ontvingen de prijs uit handen van Sabine van Aken, communicatie director bij Ster.
 
Met 38 genomineerde commercials in 21 jaar Ster Gouden Loeki-jaarverkiezing is Albert Heijn recordhouder Gouden Loeki-nominaties. In 2008 heeft Ster Albert Heijn en de makers van de commercials rond de filiaalmanager daarom al een unieke, eervolle vermelding toegekend.

 
Sabine van Aken: ,,Deze prijs is een eerbetoon aan reclame-icoon Meneer Van Dalen. Na 10 jaar campagne wint de commercial waarin Meneer Van Dalen afscheid neemt de allereerste Ster Gouden Loeki voor Albert Heijn. Hét bewijs dat het Nederlands publiek deze supermarktmanager in het hart gesloten heeft. Het is Albert Heijn en TBWA\NEBOKO van harte gegund dat ze deze nominatie hebben weten om te zetten in de Ster Gouden Loeki 2015.”

 
Top 5 Ster Gouden Loeki 2015
1.Albert Heijn met ‘Meneer Van Dalen neemt afscheid’

2.Wereld Natuur Fonds met ‘Aarde op 1’

3.KPN met ‘Beeldbellen’

4.Heineken met ‘Nature’s Wonder’

5.Centraal Beheer Achmea met ‘Welkom’

 
De 20 Ster Gouden Loeki winnaars van afgelopen jaren
 
KLM ‘Zwanen’ (1995), Rolo ‘Olifant’ (1996), Melkunie ‘Bommetje’ (1997), Calvé Pindakaas ‘Goal!’ (1998), Gouden Gids ‘Haai’ (1999), Dommelsch ‘Archeoloog’ (2000), Centraal Beheer Achmea ‘Rio’ (2001), Calvé Pindakaas ‘Voetballertje’ (2002), Amstel ‘Klussen’ (2003), Centraal Beheer Achmea ‘Leeuw’ (2004), Planet Internet ‘Moderne Technieken’ (2005), Centraal Beheer Achmea ‘Acupunctuur’ (2006), KPN ‘Goeiemoggel’ (2007), SP ‘Thuiszorg’ (2008), Heineken ‘Walk-in Fridge’ (2009), Calvé Pindakaas ‘Pietertje’ (2010), T-Mobile ‘Altijd Samen’ (2011), Telfort ‘Lekker lang bellen’ (2012), a.s.r. ‘Olli’ (2013) en KNGF met ‘Buddyhond’ (2014).

 
Over Ster
 
Ster is al bijna een halve eeuw een professionele partner voor adverteerders, media- en reclamebureaus. Ster exploiteert reclamezendtijd op de televisie- en radiozenders en de websites van de publieke omroep, levert kwaliteit voor de adverteerder en zendt reclame uit met respect voor het Nederlands publiek.

 
Om de winnende en de genomineerde commercials te bekijken ga je naar:

http://www.welovereclame.nl/gouden-loeki

Gaat de alles-of-niets-strategie van TMG werken?

Door Bas Hakker

TMG wil de komende jaren scoren met de merken Vrouw, DFT, Telesport, Privé en Autovisie. Kenners zoals Marianne Zwagerman (ex-TMG) en de Ruud de Langen (Mindshare) plaatsen hun vraagtekens bij deze deelmerkenstrategie. De deal tussen TMG en Talpa is debiel slecht voor TMG, stellen deskundigen. ,,Je kunt niet 40 kilo afvallen en chips blijven eten.”

 
Bij TMG doen ze van alles om een multimediaal mediabedrijf in te richten dat nog jaren meekan. Zo werd Telegraaf-hoofdredacteur Juul Paradijs ontslagen, is er een grote ontslagronde van 36 journalisten aangekondigd en onlangs nog kwam de strategische samenwerking met Talpa naar buiten waarbij TMG haar greep op radio en tv wil versterken. Al deze ontwikkelingen horen bij de nieuwe strategie van TMG om submerken neer te zetten met een grote multimediale missie. De merken ‘De Telegraaf’, ‘De Financiële Telegraaf’, ‘Vrouw’, ‘Telesport’, ‘Metro’, ‘Autovisie’ en ‘Privé’ moeten het de komende jaren gaan doen voor het TMG-concern. Deze merken moeten vooral online een dusdanige community opbouwen dat adverteerders toegang krijgen tot een interessante (special interest) doelgroep. Deze ‘clubs’ krijgen een hoofdredacteur én een uitgever. Adverteerders gaan nadrukkelijk samenwerken met de mensen die deze deelmerken aansturen. Branded content zou hierbij wel eens een voorname rol kunnen gaan spelen. En dat alles om de dalende advertentie-inkomsten , -14,7 procent in het derde kwartaal van 2015, te stoppen.

 
Marianne Zwagerman: oude wijn in nieuwe zakken

Het is de vraag of deze ‘deelmerkenstrategie’ de juiste aanpak is voor TMG, want in elk segment is de concurrentie behoorlijk te noemen. Op het gebied van nieuwsmedia domineren Nu.nl, NOS en RTL, Linda doet het goed bij de vrouwelijke doelgroep en het Financieel Dagblad en BNR zijn sterk in financieel nieuws. Innovatiestrateeg en voormalig TMG-directielid Marianne Zwagerman heeft dan ook zo haar twijfels. ,,Al in 2002 was het de bedoeling om het op deze manier aan te pakken, maar de redactie ging daar constant voorliggen,” vertelt ze. ,,Inmiddels lijkt díé strijd gestreden, maar is het inderdaad de vraag of het niet te laat is. Destijds werd er alleen met het autosegment zo’n 30 à 40 miljoen gulden per jaar verdiend, maar nu staat dat zo’n beetje op nul. Het grote probleem is dat TMG óveral goed in wil zijn en dat kan gewoon niet. Het geheim van innoveren is dat je keuzes maakt, dat je snel schakelt en veel probeert in een veranderende mediawereld. Je kunt niet 40 kilogram afvallen en elke dag chips blijven eten.” Die innovatiekracht hebben kleinere mediabedrijven volgens Zwagerman veel beter op orde.

 
Talpa & TMG: debiel slechte deal
Momenteel worden er door TMG allerlei deals gesloten met contentpartners om deze strategie vorm te geven. De recente overeenkomst met John de Mol is daar een voorbeeld van. TMG (22,85 procent) en Talpa (77,15 procent) worden samen eigenaar van de radiostations Sky, Veronica, Radio 538 en Slam FM. Daarnaast wordt TMG voor 5 procent eigenaar van SBS en moest het voor dit ‘totaalpakket’ 27 miljoen euro betalen. ,,Het is een debiel slechte deal,” stelt Zwagerman. ,,De marktaandelen van Radio 538 van De Mol en Sky van TMG zijn ongeveer gelijk en nu is TMG nog slechts voor minder dan een kwart eigenaar. En die 27 miljoen euro zou TMG dan betalen voor de tv-aandelen, maar daar kan je toch helemaal niks mee? Denk je dat SBS-eigenaar Sanoma het een goed idee vindt als SBS TV gaat maken voor de Telegraafmerken?”

Ze vindt het een beetje hoopgevend dat John de Mol blijkbaar wél vertrouwen heeft in de deelmerkenstrategie. ,,Hij heeft natuurlijk meer creativiteit in huis dan TMG om dat in te vullen, maar niet alles wat hij op TV deed is een succes gebleken,” aldus Zwagerman.

Mark Koster, mediakenner van Quote, heeft trouwens geen enkel vertrouwen in de samenwerking van TMG met Talpa en waarschuwt zelfs voor een heus ‘Hyves 2.0 debacle’. Hij vraagt zich af waarom een nieuwsbedrijf investeert in oude media als radio en tv en is ook kritisch over de manier waarop deze stap kan bijdragen aan de merkenstrategie. ,,Met de 27 miljoen die nu over de tafel gaat, had TMG the best and the brighest uit de multimediale wereld kunnen opkopen om daarmee bereik te genereren,” stelt hij.

 
Merkstrategie en onafhankelijkheid
Zwagerman denkt trouwens ook dat er nog gedoe gaat komen tussen redactie en commercie bij TMG. ,,Journalisten willen alle ruimte hebben om te schrijven wat ze willen, ook als dat tegen de belangen ingaat van de advertentieafdeling.” Volgens haar gaan die schotten tussen redactie en advertentie nu teveel omhoog, zo blijkt in haar ogen uit het onlangs uitgelekte arbeidscontract van Evert Santegoeds die hoofdredacteur zal worden van het deelmerk ‘Privé’. In die overeenkomst staat de passage dat Santegoeds voor 10 procent kan participeren in een nieuw bedrijf dat ontstaat als hij iets moois verzint. In de praktijk: als Santegoeds een musical gaat produceren dan mag hij daar voor tien procent van meeprofiteren. Zwagerman vindt het geen goede zaak. ,,Het betekent dat de toekomstige hoofdredacteur van Telesport, Jaap de Groot, waarschijnlijk kan participeren in een vechtsportgala. Als daar dan de pleuris uitbreekt dan kan de redactie dat onder de pet houden want er is sprake van een belang. Het is natuurlijk goed dat ondernemerschap beloond gaat worden, maar dat zou ik dan bij de uitgever van een cluster leggen en niet bij de hoofdredacteur.”

 
Segmentatie kan werken
Zwagerman heeft dus zo haar twijfels over de merken, maar hoe zit het met adverteerders? Gaat deze merkenstrategie adverteerders terugbrengen naar de basisweg? Hebben nieuwe en oude vertrouwde gezichten bij de deelmerken voldoende creativiteit en commercieel inzicht om de grote (en kleine) adverteerders aan zich te binden die zo hunkeren naar verbinding met de jonge boodschappers die vooral online aanwezig zijn? Ruud de Langen van mediabureau Mindshare vindt het basisidee goed, maar is heel benieuwd hoe TMG deze ‘24/7 merkenstrategie’ verder gaat invullen. ,,Zeker online zou die segmentatie goed kunnen werken want mensen die DFT regelmatig bezoeken zullen niet per se de lezers van Privé zijn en datzelfde geldt voor de events. De grote uitdaging zal zijn om de juiste competenties in huis te halen om bijvoorbeeld goede video’s en programma’s te maken. Dat was tot nu toe geen core business en dat maakt het lastig. De video’s van Telesport en Privé zijn nog niet echt van topkwaliteit. De deal met Talpa kan wellicht helpen om de bewegende content op niveau te brengen,” oppert hij.

Ook De Langen ziet dat er veel concurrentie is per deelmerk. ,,Denk bijvoorbeeld aan VI, FoxSports, NOS en Financieel Dagblad. Het zal ook afhangen van rechten die TMG in sport kan bemachtigen of ze echt een groot bereik halen,” zegt hij.

De Langen legt uit dat bureaus en adverteerders wel hopen dat het partijen als TMG en SBS lukt om een groot bereik in video te realiseren. ,,Google en Facebook zijn erg machtig door de dominantie positie die ze bij consumenten hebben. Lokaal tegenwicht is dus nodig. Ook verkopen partijen als Google technologie, bijvoorbeeld Double Click Manager, als ‘onafhankelijk’ en serveren vervolgens advertenties uit in hun eigen mediadomeinen. Ze maken niet inzichtelijk hoe ze dit exact doen en adverteerders kunnen dus niet controleren of er sprake is van ongewenste sturing. Zo laten adverteerders ook niet hun televisiezendtijd over verschillende televisie-exploitanten plannen door een technologie van bijvoorbeeld RTL. Dat doen ze via hun bureaus met onafhankelijke software en volledige transparantie op data en geldstromen.”

 
Samenwerkingsvormen bittere noodzaak
De Langen snapt de deal met Talpa iets beter dan Zwagerman en Koster. In zijn ogen zijn samenwerkingsvormen met contentpartners in ieder geval bittere noodzaak zijn om de multimediale strategie vorm te geven. ,,Media moeten lokaal samenwerken of schaal vergroten om niet opgegeten te worden door de GAFTA’s (Google, Apple, Facebook, Twitter, Amazon). Zo zagen we De Persgroep in Nederland al eerder in radio stappen en de overname van Wegener past ook in de strategie om zich om te vormen naar een mediabedrijf dat bereik kan aanbieden in verschillende kanalen. Ook RTL laat zien met lokale overnames als Buienradar en Videoland en internationaal met Stylehaule en SpotX deze strategie te volgen.”|

Conclusie; TMG is fanatiek bezig om door aankopen en andere samenwerkingsvormen het multimediale bedrijf te worden waar adverteerders zo graag zaken mee doen. Maar het is de vraag of deze multimediale inhaalslag niet te laat komt. Misschien zijn de deelmerken wel aan alle kanten ingehaald door kleine partijen die veel meer innovatieve slagkracht hebben. Zij hebben de afgelopen tien jaar van alles uitgeprobeerd om een groot publiek op te bouwen en kunnen daar de komende jaren van profiteren. TMG wilde misschien wel alles winnen, maar dan loop je ook de kans om alles te verliezen.

 

Is ‘Moments’ de redding van Twitter?

Door Danja Koeleman

In tegenstelling tot sociale media als Snapchat en Instagram, ziet Twitter zijn bereik dalen. In 2015 maakte een half miljoen minder Nederlanders gebruik van het sociale medium. Tijd voor Twitter om een nieuwe dienst in het leven te roepen: Twitter Moments. Die maakt meteen advertising mogelijk en opent nieuwe verdienmodellen.

 
In oktober lanceerde Twitter in Amerika Moments, een feature waarmee belangrijke en trending gebeurtenissen door middel van relevante tweets worden verzameld. Gebruikers ontvangen de berichten via het nieuwe kopje ‘Moments’, dat te vinden is tussen hun notificaties en privéberichten.

 
Allround media-overzicht
Onder het nieuwe tabblad Moments – nog niet beschikbaar voor de Nederlandse Twitteraars – verzamelt Twitter verhalen die op dat moment trending zijn. Niet alleen aan de hand van tweets, maar gebruikers zien ook autoplay-video’s, GIF’s, afbeeldingen en Vines voorbijkomen. Een allround media-overzicht, dus. Deze lijst wordt gedurende de dag continu geüpdate.

 
Twitter-users kunnen op een ‘Moment’ klikken en zien dan eerst een introductie van het betreffende verhaal. Onderaan het scherm bevindt zich een progressiebalk, die laat zien hoeveel informatie het betreffende Moment te bieden heeft. De losse tweets in de Moments kunnen uiteraard gedeeld of geliked worden. Het is ook mogelijk om Moments te volgen, zodat ze te zien zijn in de reguliere timeline. Gebruikers kunnen daarbij door bepaalde onderwerpsgebieden swipen, zoals entertainment en sport, waar alle recente verhalen over deze topics zijn verzameld.

 
Voor Moments werkt Twitter samen met partners als Buzzfeed, Fox News, New York Times en NASA. Twitter zelf heeft een speciaal ‘curation team’ ingeschakeld dat de Moments zal samenstellen en relevante tweets zal verzamelen.

 
Kansen voor advertising
Een interessante, nieuwe manier om trending content te delen, maar Twitter Moments biedt ook kansen voor bedrijven om content in een aantrekkelijke verhaalvorm aan te bieden. De Promoted Moments zien er hetzelfde uit als de ‘normale’ Moments. Ze worden gecreëerd door het merk zelf en zullen 24 uur lang in het Moments-tabblad te zien zijn. Het eerste gesponsorde Moment werd gemaakt door MGM, die aan de hand van tweets, afbeeldingen en video-items de nieuwe film ‘Creed’ promootte.
De vraag is: heeft deze manier van advertising kans? Linda Krijns, contentmarketeer bij Sstroop. ,,Ik denk dat het een geval is van vallen of staan. Dat ligt dan aan de strategie die erbij gekozen wordt. Met mooie afbeeldingen en filmbeeld erbij kan het heel kansrijk zijn, vooral voor adverteerders uit de reis- en entertainmentindustrie. Maar dat betekent wel dat je goede content moet hebben klaarliggen en een team in huis moet hebben dat de rust en creativiteit heeft om de perfecte content samen te stellen en deze op het juiste moment in te zetten.”

 
Het vraagt volgens haar veel van de adverteerder. ,,Het is belangrijk om op het juiste moment in te haken, zodat de Twitter-gebruiker het gevoel krijgt dat hij echt iets aan de content heeft. Als het echt leuk is, gaat het viraal. Een Moment is pas echt geslaagd als users het gevoel krijgen dat ze écht iets gemist hebben als ze het Moment niet gezien hebben. De Promoted Moments moeten in elk geval passen bij de beleving van de Twitter-gebruikers en niet gelijk geïdentificeerd worden als reclame. Te commerciële content wordt gelijk herkend en mensen haken dan af,” aldus Krijns.


Twitter wil stuk van de taart

Krijns denkt dat Twitter met de Promoted Moments wil proberen om een stukje af te snoepen van het dikke budget dat veel grote bedrijven besteden aan advertising. Veel daarvan gaat nu nog naar tv-reclame. ,,Alleen heeft tv het nadeel dat ze niet zo snel kan inspelen op de actualiteit. Twitter en andere social media kunnen dat natuurlijk wel. Bovendien kan tv niet gericht adverteren, terwijl je op social media groepen kunt selecteren die je wilt bereiken. Facebook en LinkedIn hebben daarin al hun kracht bewezen en Twitter moet dat met de Moments nog doen. Het is wachten op een grote klapper, zodat andere bedrijven gaan volgen.”

 

MVO is dood, leve ethisch ondernemen

Door Maarten Lemmers

De afgelopen jaren bleek Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) vaak een leeg woord zonder echte, duurzame betekenis. Iedereen gebruikt de term MVO voor bijna alles wat door het grote publiek moet worden opgevat als milieuvriendelijk of sociaal wenselijk. Maar dat publiek is intelligent genoeg om door windowdressing of greenwashing heen te prikken. Tijd dus om een belangrijke basis van MVO terug te brengen: ethiek. Om het lege begrip weer inhoud te geven hebben wij het bij Abaelard over EVO: Ethisch Verantwoord Ondernemen.

 
Deze tijd wordt gekenmerkt door sterk toegenomen individualisme en het vervangen van Rijnlands denken door Angelsaksisch denken. De lat ligt hoog wanneer het gaat om prestaties en financiële resultaten. Daardoor zijn sommige belangrijke aspecten die een onderneming (economische) waarden laten toevoegen onder druk komen te staan. Wat is de impact van ons bedrijf op de samenleving? Ken ik mijn klanten nog? Weet ik nog wie mijn stakeholders zijn? De samenleving, klanten en stakeholders beginnen zich in toenemende mate te roeren. Ze willen weer gezien worden.

 
Sommige organisaties denken dat op te lossen door te doen alsof, met windowdressing of greenwashing, maar daar wordt steeds vaker doorheen geprikt. Het is ook niet goed voor een merk. Er is behoefte aan authentieke en oprechte merken, merken die hun beloftes inlossen. Daarvoor is het noodzakelijk dat organisaties even afstand nemen en van buiten naar binnen kijken. Wat zie je dan? Heb ik zulke klanten? Zit dat in mijn beleggingsportefeuille? Richt mijn productie dat aan? Doen ze dat in mijn logistieke keten?

 
Abaelard gaat een stap verder dan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en introduceert Ethisch Verantwoord Ondernemen (EVO).

 
Waarom MVO dood is…
Volkswagen, Monsanto, ProRail; het is slechts een kleine greep uit recente voorbeelden van hoe maatschappelijk verantwoord ondernemen niet in staat is echt interne bewustwording te creëren en daarmee authentiek, duurzaam en eerlijk maatschappelijk verantwoord gedrag tot stand te brengen. De reden daarachter is eenvoudig. De meeste beslissers binnen een bedrijf nemen besluiten die resultaat opleveren op de korte termijn. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door persoonlijke en bedrijfsdoelstellingen die voor eenzelfde termijn gelden. Zelfs wanneer processen en procedures binnen een organisatie gelden die een basis moeten leggen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, raken die vaak slechts het topje van de ijsberg. Zolang bedrijven nalaten een goede blik op hun portfolio van diensten, producten, leveranciers, klanten en andere belanghebbenden te werpen, zullen ze nooit echt maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 
Van korte termijn denken naar lange termijn denken
Bewuste besluitvorming, met name binnen een zakelijke omgeving waar winstmaximalisatie het primaire doel is, moet worden benaderd vanuit een andere hoek. Zakelijke beslissers zijn tegenwoordig geneigd om die beslissingen te nemen die hen dichter bij hun korte termijn doelstellingen brengen. En dat is logisch, want daar worden ze op afgerekend.

 
Het probleem met korte termijn denken is dat je de neiging hebt om doelstellingen voor de lange termijn uit het oog te verliezen. Het beperkt ook het vermogen om de impact van de bedrijfsactiviteiten op (bijvoorbeeld) het milieu te beoordelen. Erger nog, in sommige gevallen - zoals bij Volkswagen – vervangen zakelijke doelstellingen gemeenschappelijke morele waarden. Ironisch, wanneer dit soort gedrag een financiële schade veroorzaakt die veel groter is dan de eerder bereikte resultaten. Dit soort incidenten leiden bovendien tot toenemende publieke druk op bedrijven om hun gedrag te veranderen.

 
Cultuur onder de loep
Het is moeilijk om de cultuur veranderen, maar het is niet onmogelijk. Bedrijven die blind zijn voor de gevolgen van de zakelijke activiteiten door steeds meer nadruk te leggen op winstmaximalisatie, moeten hun cultuur met spoed onder de loep leggen. De beoordeling van de zakelijke waardeketen is daarop een logische aanvulling en een top-down proces dat moedig leiderschap vereist. Wie durft?

MVO is belangrijk. Dat vindt Abaelard ook. Toch doen wij het anders. Wij maken een verschil tussen moralisme (het superieur achten van de eigen normen) en ethiek (de vraag stellen over goed en fout en helpen tot een antwoord te komen). Wat wij willen is het bewustzijn stimuleren en het waardensysteem bovenhalen door vragen te stellen en in discussie te gaan. Want alleen als bedrijven zelf de vraag beantwoorden over wat ze goed of fout vinden, wordt het proces van henzelf. Dat noemen wij EVO: ethisch en verantwoord ondernemen.

 
Maarten Lemmers is samen met Bruno Braakhuis bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard

Social brandscaping: de campagne van de toekomst

Je bierblikje als gratis ov-bewijs gebruiken of een picknickkleed dat tegelijkertijd ook als afvalzak functioneert: twee mooie voorbeelden van de nieuwe trend social brandscaping.

 
Cleanpicnic
Als je social brandscaping googlet, kom je uit bij psCity; het nieuwe projectbureau dat merken, steden en burgers met elkaar verbindt en samen creatieve oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke problemen. Wat is het? Directeur Thijs Verheugen vertelt: ,,De term social brandscaping hebben we zelf bedacht, geïnspireerd door het boek Brandscaping van marketeer Andrew Davis. Hij vertelt in zijn boek over de samenwerking van merken uit verschillende sectoren en de succesverhalen die daaruit voortkomen. Dat deed mij meteen denken aan ons eigen succesverhaal met CleanPicnic; het picknickkleedje dat ook te gebruiken is als afvalzak en gratis in verschillende parken wordt verspreid om zo de vuilnisoverlast op die plekken tegen te gaan. Dit project heb ik een aantal jaar geleden met Twan van Dommelen opgezet en staat aan de basis voor de lancering van psCity vanuit Posterscope; het communicatiebureau waar we, in samenwerking met mediabureaus als Head To Head, advies geven aan merken over communicatie in openbare ruimtes.”

 
Partners van de stad
Cleanpicnic bleek een succes en wordt ieder jaar door verschillende parken in Nederland herhaald. Deze ervaring smaakte naar meer voor Verheugen: ,,Bij Posterscope merkten we dat er behoefte is vanuit merken om zich op een sociale manier te presenteren. En door Cleanpicnic wisten we dat de gemeente ervoor openstaat om samen te werken met burgers en bedrijven om zo maatschappelijke problemen samen op te lossen. Zo kwamen we op het idee voor psCity, vrij vertaald: partners van de stad. We werken nauw samen met de gemeente Amsterdam en signaleren met haar maatschappelijke problemen in de stad. We koppelen hier merken aan en bedenken samen een format voor een mooie oplossing waarbij we de burgers en lokale ondernemers zoveel mogelijk betrekken. De afgelopen maanden hebben we samen met de stad Amsterdam gewerkt aan verschillende projecten om de basis te leggen voor Social Brandscaping projecten rondom het Vondelpark en het Museumplein.”

 
Sportroute
Eén van die projecten is de ontlasting van de extreme drukte, mede veroorzaakt door sporters, in het Vondelpark. ,,We zijn nu bezig met Stadsdeel Zuid en diverse merken om een sportroute te ontwikkelen die ervoor zorgt dat de doorstroom naar het Rembrandtpark verbetert. Verder werken we aan een project voor het Museumplein. Daar hebben we samen met PlacemakingPlus een placegame gehouden met de stad, bedrijven en burgers om te onderzoeken hoe we het plein nog aantrekkelijker kunnen maken,” vertelt Verheugen.

 
OV-biertje
In Nederland is Verheugen de eerste die zich met marketing en communicatie stort op private en publieke samenwerkingen. In het buitenland wordt het al gedaan. Zo zie je in Brazilië het initiatief van biermerk Antarctica dat een bierblikje ontwikkelde waarmee je gratis met het openbaar vervoer kunt. Met The Beer Turnstile, toegangspoorten die lege bierblikjes kunnen scannen, hoopten ze ervoor te zorgen dat feestgangers tijdens carnaval niet met de auto zouden gaan. Verheugen: ,,Een ander mooi voorbeeld is de Samsung Safety Truck in Zuid-Amerika, die het hoge aantal verkeersongelukken door inhalen probeert tegen te gaan. Door de videobeelden op de achterkant van de vrachtwagen ziet de automobilist of er een tegenligger aankomt en weet hij wanneer het veilig is om in te halen. En Volvo ontwikkelde de Volvo Life Paint: een transparante spray die ervoor zorgt dat je jas wit wordt, zodra je in het donker fietst. Zo ben je goed zichtbaar voor alle automobilisten. Mooi om te zien dat deze merken aan de veiligheid van de burgers denken.”

 
Niet alleen mvo
Het ‘geheim’ van het succes van social brandscaping is niet alleen het sociale aspect, maar ook het marketing en communicatie aspect. Wat het voor een sociaal en bedrijfsmatig effect heeft voor een merk. Unilever liet in 2015 met harde cijfers zien dat maatschappelijk bijdragen goed is voor de omzet. Het is dus zaak om maatschappelijk verantwoord ondernemen te implementeren binnen de gehele bedrijfsvoering. Dat vergroot de mogelijkheid om serieus bij te dragen aan een betere wereld en het bedrijfsresultaat te verbeteren. ,,Daarom benaderen wij alles vanuit de marketing & communicatie hoek,” aldus Verheugen.

,,Bij het woord social denkt iedereen tegenwoordig aan social media en niet aan de ware betekenis van het woord, namelijk maatschappelijk. Social media vraagt wat mij betreft om sociale oftewel maatschappelijke boodschappen en niet om het delen van commerciele boodschappen. Uiteindelijk gaat het erom dat social brandscaping projecten en daarbij het merk echt concreet het leven van mensen verbeteren, zodat zij daar met de rest van de wereld over gaan praten. Met als belangrijkste voorwaarde: Iedereen doet mee, draagt bij en wordt er beter van: merken, steden en burgers.”

Blue Monday: adverteerders maken er een feestje van

De derde maandag in januari is traditioneel de meest depressieve dag van het jaar. Op sociale media en internet is het dit jaar weer trending topic. Ook adverteerders grijpen  hun kans op Blue Monday. Van blauwe volkswagenmodellen tot een vrijende Kim Feenstra met Geraldine Kemper in de Linda.

 
Blue Monday werd in 2005 bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. Hij presenteerde een wetenschappelijke formule waaruit zou blijken dat de maandag van de laatste volle week van januari de dag is waarop de meeste mensen zich treurig, neerslachtig of weemoedig voelen. Dit zou komen omdat hun goede voornemens zijn mislukt, de vakanties ver weg zijn, de eerste rekeningen op de mat vallen, de dagen nog kort en donker zijn, het de eerste dag van een nieuwe werkweek is en ga zo maar door.

 
Happy Blue Monday
Kortom: depressiviteit troef. Maar niet bij adverteerders. De afgelopen jaren haakten vele bedrijven in op het trending topic. KLM kwam in 2014 met de slogan ‘it’s cool to be blue’. Dit jaar maakte EasyJet er een vrolijke en positieve dag van door de dag Orange Monday te dopen en op Facebook elke twee uur tickets weg te geven aan mensen die leuke, positieve en vrolijke updates en foto’s delen op de tijdlijn van EasyJet.

Volkswagen vroeg extra aandacht voor zijn blauwe modellen. M&M’s liet de reclamepoppetjes in het blauw zeggen dat ze van Blue Monday houden. Classic FM riep de Blije Blue Monday uit en zond alleen maar vrolijke muziek uit. Dan moet je denken aan  muziekstukken als ‘An der schönen blauen Donau’ van Johann Strauss jr en de ouverture uit ‘La scala di seta’ van Gioacchino Rossini.

Linda Magazine koos Blue Monday uit om een promo te lanceren voor het nieuwe nummer, waarin Kim Feenstra en Geraldine Kemper uit de kleren gaan en daarna in bed topless vrijen. Het filmpje ging meteen viral op nieuwssites en social media. Mochten mannen al last hebben van een Blue Monday, dan is dat depressieve gevoel nu wel verdwenen, luidde het bijgaande commentaar.

https://www.youtube.com/watch?v=NvNNFVyAV_0

Sentiment monitor
Hoewel veel bekritiseerd, werd Blue Monday een veelbesproken trend. Nu de depressiefste dag van het jaar weer aanbrak was het tijd om de sentiment monitor van Vostradamus te raadplegen.

Daaruit valt op te maken dat internet zondag 17 januari langzaam in beweging kwam en dat Blue Monday maandag een van de trending topics was. In de middag gonsden er duizenden berichten op het net, waarvan ruim een kwart nog positief ook.

Verreweg de meeste berichten (meer dan 80%) gingen rond op Twitter, op afstand gevolgd door Facebook, blogs, nieuwssites en Instagram. De teneur van de meeste: laat je niet de put in praten, maar maak er een feestje van.

Als Twitter en Facebook eruit gefilterd worden en alleen naar websites wordt gekeken dan werd Blue Monday het meest besproken op www.headlinez.nl, Forum.fok.nl, www.headlines24.nl, forum.viva.nl en mashnieuws.nl. Pas op de achtste plaats staat www.nujij.nl.

Het meest leeft het thema in Amsterdam en Groningen, zo blijkt uit de monitor. Van de serieuze nieuwsmedia bracht het ANP de meeste berichten naar buiten.

Amazing Augmented Reality: hype of trend?

Door Ralph Rozema

George Cloony die koffie inschenkt bij je thuis op de bank. Hij is in 3D zo echt dat je alle twijfel aan de kant zet. Hij is het gewoon. De techniek is inmiddels zover dat dit kan. De reclamewereld is er verdeeld over. Gaat het gemeengoed worden of is het een hype die overwaait?

 
Op Youtube staan fantastische video’s over augmented reality en dat is nog niets vergeleken bij als je het driedimensionaal in het echt ziet. In New York liet Walt Disney op Times Square levensechte stripfiguren dansen. In sommige bushokjes hebben we door het glas levensechte tijgers en prehistorische monsters kunnen zien. Pepsi bezorgde forenzen in Londen zo een onvergetelijk moment.

https://www.youtube.com/watch?v=Go9rf9GmYpM

 
Veel bedrijven experimenteren
Het kan ook op intiemere schaal. Interieurmerk Rivièra Maison laat je niet alleen een trendy stoel op internet uitkiezen, maar gaat die via een app ook in je eigen woonkamer tonen, zodat je kan zien hoe goed het in je interieur past. Veel bedrijven experimenteren met zulke apps in the store of the future, zoals bijvoorbeeld te zien is in het Haagse winkelcentrum New Babylon.

https://www.youtube.com/watch?v=iu7i2vGP7Vw

 
Met augmented reality plak je een laag over de werkelijkheid heen. Je voegt levensechte figuren, voorwerpen en bewegingen aan de werkelijkheid toe. Dat gebeurt vaak met behulp van hologrammen, waarbij lichtstralen een driedimensionaal beeld weergeven. Soms heb je een aparte bril nodig om dat te zien, maar er zijn ook technieken waarbij zelfs dat niet nodig is. Microsoft introduceerde de hololens, waarmee je een complete nieuwe wereld in 3D voor je kunt zien. Volvo Cars experimenteert er al mee.

 
https://www.youtube.com/watch?v=DilzwF90vec

 
Augmented Reality wordt genoemd als dé trend voor 2016. Maar, laten we eerlijk zijn, dat gebeurde ook al in 2015 en zelfs in de jaren daarvoor. Van die voorspellingen is weinig uitgekomen. De hololens van Microsoft is spectaculair, maar is voorlopig nog niet op de markt.

 
Veelbelovend in buitenreclame
In de reclamewereld geldt augmented reality als veelbelovend, maar niet altijd als effectief. „Bij buitenreclame werkt augmented reality alleen als het zoveel aandacht trekt dat mensen het via social media gaan verspreiden. Moet je kijken wat hier te zien is. Als mensen dat gevoel krijgen, dan werkt het,” zegt Bas van den Hoogen, country manager van Posterscope Nederland, dat zich richt op out of home reclame. „Augmented reality op zich is niet voldoende. Het wordt pas interessant als mensen het met hun smartphone massaal delen, het moet ze echt pakken.”

 
Acteurs bij bushokjes
Die verspreiding op sociale media kun je wel beïnvloeden. Bedrijven hebben acteurs bij bushokjes ingezet die reclame met augmented reality opvallend gingen filmen. Dat werkte aanstekelijk bij omstanders die het toen ook met hun smartphone onder vrienden gingen verspreiden.

Adverteerders moeten bij augmented reality ook rekening houden met nieuwe hindernissen. „Je komt snel 50.000 euro duurder uit, dan moet je zeker weten dat je campagne dat ook terug gaat geven. En de voorbereiding kost al gauw een paar weken extra,” zegt Van den Hoogen. Hij heeft het bedrijven al af moeten raden. „Simpelweg omdat ze de kosten er waarschijnlijk niet uit zouden halen. Dan is traditionele out of home reclame gewoon effectiever.”

 
Niet VS maar UK
Engeland is het grote voorbeeld als het gaat om augmented reality en opvallend genoeg dus niet de Verenigde Staten. Dat is wel logisch, vindt Van den Hoogen. „Voor augmented reality heb je plekken nodig waar mensen even stil staan. Op een station of bij een bushokje doen ze dat. Maar in de VS reist iedereen per auto. Billboards met wegreclame bereiken veel mensen, maar ze vliegen er voorbij waardoor augmented reality daar geen optie is. Londen heeft het voortouw. Van daaruit is het overgeslagen naar Nederland.”

 
Pionier Posterscope
Het begon klein met interactieve objecten. Posterscope had in 2012 op meer dan tweehonderd Nederlandse stations panels voor een boekencampagne van Bruna. De panels bevatten ‘Layar’-software, die je door de poster te scannen op je smartphone of tablet kon zetten. Gebruikers konden kiezen uit drie opties: het eerste hoofdstuk van het boek lezen, het boek bestellen bij bol.com of het boek via iBooks downloaden. „Die trend zal doorgaan. Voorbijgangers zullen vaker informatie kunnen scannen. Borden of andere objecten kunnen ook zelf contact zoeken met de smartphones van mensen die voorbij lopen. Vooral jongeren blijken ervoor open te staan,” zegt Van den Hoogen.

 
Te veel voor doen
Tegelijkertijd relativeren betrokkenen het belang van deze vorm van augmented reality. „Mensen moeten er dingen voor doen, je moet zelf scannen, je moet dingen downloaden. Dat is een keer leuk, maar daarna laten veel mensen het voorbij gaan,” zegt Danny van Beek van MMD Media, dat zich richt op out of home reclame, zonder augmented reality te gebruiken.

 
Meer hype dan trend
Video’s van augmented reality geven soms een overtrokken indruk van wat bedrijven er in de praktijk mee kunnen doen. „In die zin is augmented reality meer hype dan trend,” vindt Van den Hoogen van Posterscope. Ook Danny van Beek van MMD Media denkt dat de praktijktoepassingen van augmented reality in de reclamewereld beperkt zullen blijven. „Grote bedrijven zullen zo nu en dan met specials komen waarin ze met augmented reality kunnen scoren.”

Hoe groot de impact kan zijn, is te zien bij de Japanse popster Hatsune Miku. Ze bestaat niet eens echt, want ze is een hologram, opgebouwd uit lichtstralen. Op haar concerten komen tienduizenden fans af, de wereld ligt aan haar voeten, en die fans zijn wel degelijk echt. Toyota zag er brood in en gebruikte het popfenomeen al in succesvolle commercials.

 
https://www.youtube.com/watch?v=E15PE7iGT0U

 
 

Weet John de Mol wel dat de toekomst van radio digitaal is?

John de Mol heeft het weer voor elkaar met de deal die hij met de Telegraaf Media Groep (TMG) sloot. Niet alleen krijgt hij door deze joint-venture een groot deel van de radiomarkt in handen, hij krijgt ook een meerderheidsbelang in handen en nog geld toe van het Telegraaf-concern.

De radiostations van Sky Radio Group, Sky Radio en Veronica  - maar ook het kleine Classic FM - zijn eigendom van TMG. Marktleider Radio 538 en SLAM! zijn in handen van De Mols Talpa. Ze komen ergens dit jaar na goedkeuring van de mededingingsautoriteit in één bedrijf. Media-eigenaren mochten voorheen volgens de mediawet maar twee FM-radiostations in eigendom hebben, maar het ministerie van Economische Zaken beloofde die wet per 1 januari van dit jaar te versoepelen. De inkt is nog niet droog of De Mol en TMG grijpen hun kans.

 
Grootste marktaandeel
In de groep 10+ van het radio-onderzoek hebben de zenders van het nieuwe radiobedrijf bijna 30 procent luisteraandeel (volgens de meest recente cijfers van het NLO luisteronderzoek, periode oktober-november). Dat is ongeveer even groot als het luisteraandeel van alle publieke radiostations bij elkaar opgeteld. In de doelgroep 20-49, waar adverteerders het meest naar kijken is, dat zelfs 36,1 procent.
Stiekem was de macht van De Mol in radioland al wat groter. Hij was al aandeelhouder in TMG en kreeg door de verkoop van Talpa’s Radio 10 aan het moederbedrijf van 100%NL twee jaar geleden al een klein belang in die twee zenders.

 
Slim salesbedrijf
De Mol was ook zo slim om in 2013 een groot salesbedrijf op te laten zetten, One Media Sales genaamd. Dat verkoopt de radiospotjes op onder meer de zenders Radio 538, Slam!, 100% NL, Radio 10, Sublime FM en BNR. Door de commercialverkoop te centraliseren bij één bedrijf voor verschillende zenders, kun je de adverteerders goede proposities bieden. Eigenlijk al een voorbode van wat Talpa nu met TMG van plan is. En als je weet dat de netto radiobestedingen totaal zo rond de 230 miljoen euro liggen, dan leert een snelle berekening dat je met een derde van de markt een aardige sloot geld binnen fietst. De enige andere grote marktpartij naast de publieke zenders is na de totstandkoming van het nieuwe bedrijf nog Q-music, dat inmiddels de tweede radiozender van Nederland is geworden.

Talpa krijgt een meerderheidsbelang van 77,15 procent in de radiogroep en TMG 22,75. Dat vindt TMG prettig, want Sky Radio Group draait niet al te best. Er werden de afgelopen jaren flinke afschrijvingen op de radiozenders gedaan, omdat hun luisteraandeel is weggezakt. En TMG krijgt er een klein belang in SBS Broadcasting voor terug. TMG heeft televisie- en online video ambities, met name in sport en nieuws, maar is daar niet heel goed in. Dus kan het Amsterdamse bedrijf er met een belang in SBS en de kennis van Talpa nu in investeren.

 
Kat in de zak?
De Mol gaf afgelopen vrijdag al aan dat hij van radio houdt. Meer misschien nog wel dan van televisie. Hij denkt dat hij met het nieuwe radiobedrijf een sterke groep kan smeden die klaar is voor de toekomst.
Er blijven toch een paar vragen over. De regels rond FM-vergunningen en -kavels worden nu nog niet versoepeld. Daarin staat onder meer wat voor muziek een radiozender mag draaien, wat voor percentage muziek er op de zender te horen is en hoeveel informatie moet worden uitgezonden. Het betekent nu bijvoorbeeld dat de muziek van Sky en Radio 538, veel hits dus, wel erg op elkaar lijkt. Dat geldt in mindere mate voor Veronica, dat maar een klein percentage recente hits mag draaien, maar zich ook alleen maar waagt aan de mainstream rock- en popclassics. Ze bedienen dus de algemene doelgroepen, terwijl adverteerders zich steeds meer op een specifieke doelgroep willen richten. Gaat dat ook gebeuren?
Verder is de FM-radiomarkt geen groeimarkt, hoe zeer De Mol er ook van houdt. De radioreclamemarkt stond in 2015 behoorlijk onder druk.

 
Toekomst is digitaal
En het derde punt: het is zelfs de vraag wanneer de FM helemaal gaat verdwijnen (want dat gaat een keer gebeuren) en plaats maakt voor de digitale vormen. Wat betekent dat voor de toekomst van de nu populaire radiostations? Ontstaan er straks bij streaming radio niet honderden concurrenten? Daarnaast kiest de ‘luisteraar’ nu al massaal voor Spotify en andere muziekapps.
Ook voor radio is de toekomst digitaal, daar zal John de Mol toch wel rekening mee gehouden hebben? Maar de eerste jaren zit hij op de FM nog wel gebakken met deze deal met TMG.

TMG kondigt strategische samenwerking met Talpa aan op gebied van radio, TV en OTT

Persbericht

Amsterdam, 15 januari 2016

Krachtenbundeling sluit aan bij strategie TMG om consument 24/7 van relevante content te voorzien over verschillende domeinen en via elk gewenst mediumtype

 
SamenvattingDoor de samenwerking worden de posities van TMG en Talpa op het gebied van radio, TV en Over The Top (OTT) verder versterkt
  • De samenwerking krijgt vorm via drie initiatieven:
  • Een sterk Nederlands commercieel radiobedrijf met een uitgebreid kwalitatief
  • aanbod;Een TV-onderneming die een belangrijke strategische stap voor TMG is om positie in            Nederlands TV-landschap in te nemen;
  • Een platform voor gezamenlijke ontwikkeling van OTT-aanbod
  • Als onderdeel van samenwerking doet TMG een cash-investering van 27 miljoen euro.
  • De transactie is onder voorbehoud van goedkeuring van de bevoegde toezichthouders en advies van de betrokken medezeggenschapsraden.
 
TMG kondigt het voornemen aan een strategische samenwerking aan te gaan met Talpa waarmee zij haar positie op het gebied van radio, TV en OTT verder versterkt. Deze stappen van TMG sluiten aan bij de TMG strategie om met haar (journalistieke) content, sterke merken en in haar domeinen 24/7 optimaal in te spelen op de snel veranderende mediabehoeften van consumenten. Deze samenwerking past bij de doelstelling van TMG om strategische partnerships met industry leaders aan te gaan.

 
Op het vlak van radio wordt een onderneming opgericht waar beide partijen hun huidige radioactiviteiten in onderbrengen. Op het gebied van TV neemt TMG deel in het huidig belang van Talpa in SBS. Door de connectie met de overige activiteiten van TMG zorgt dit voor toegang tot een compleet cross-mediaal aanbod. Door de samenwerking met Talpa profiteert TMG van de creativiteit en het ondernemerschap van Talpa en het vermogen om de TMG content van woord naar beeld te brengen. Talpa heeft bovendien veel ervaring met het ontwikkelen van interactieve, digitale en cross-mediale formats. Voor Talpa zijn de kracht van TMG op het gebied van de ontwikkeling van (journalistieke) content, sterke merken en het dagelijks bereik van miljoenen consumenten van belang. Beide partijen leveren kanalen, content, expertise en management capaciteiten. Als onderdeel van de strategische samenwerking levert TMG een cash-investering van 27 miljoen euro. In de komende weken zal de principe overeenkomst die TMG en Talpa Holding hebben bereikt verder worden uitgewerkt.

 
Geert-Jan van der Snoek, CEO TMG over de samenwerking: “Onze strategie is helder. En wij hebben eerder gezegd dat we strategische partners gaan zoeken om deze versneld in te vullen. Door deze voorgenomen samenwerking met Talpa zetten we wederom een belangrijke stap in het realiseren van onze ambitie om de Nederlandse consument meer dan ooit op elk moment, 24/7, van relevante content te voorzien via ieder gewenst medium. Deze krachtenbundeling maakt het mogelijk om een uniek aanbod in de radiomarkt te brengen, met sterke, complementaire radiomerken. Ook zetten we een belangrijke stap in het Nederlandse TV-landschap, dat heel erg in beweging is. En verder verstevigen wij onze uitgangspositie in onze OTT ontwikkeling, wat van belang is met het oog op ons voornemen om nog dit jaar twee OTT zenders te lanceren. Dit is al met al een landmark deal voor het nieuwe TMG zoals wij dat voor ogen hebben.”

 
John de Mol: “Voor mij komt er met het nieuws vandaag veel samen. Als ontwikkelaar en producent van content zetten wij een stap die de positie van de radiobedrijven aanpast aan de huidige tijd. Radio vind ik het meest interessante medium dat er bestaat, het is interactief, dynamisch en altijd live en door de snelheid kan een adverteerder bij wijze van spreken binnen een uur op de radio zijn. Iedereen ziet mij wellicht als televisieman, maar mijn carrière ben ik begonnen bij de radio en dat is waar mijn hart ook nog steeds ligt. Door het verruimen van de eigendomsbeperking van de Nederlandse commerciële radio per 1 januari 2016 is de weg vrijgekomen voor de consolidatie van de radiosector en kunnen we onze droom waarmaken om een sterk radiobedrijf te creëren en de radiomerken Radio 538, Sky Radio, Radio Veronica, SLAM! in een radio onderneming te laten samen gaan. Gezamenlijk bereiken we hiermee zo’n 7,3 miljoen luisteraars per week. Meer dan ooit zullen we de profielen van de verschillende stations kunnen aanscherpen, zodat ze maximaal complementair zijn en het totale bereik groter wordt.”

 
Sterk Nederlands radiobedrijfMet de voorgenomen samenvoeging van Sky Radio en Radio Veronica met Radio 538 en SLAM! zet TMG haar radioactiviteiten ‘at arms length’. TMG houdt toegang tot de radioplatformen met een strategisch belang en behoudt een positie in het management van de gecombineerde onderneming. Met deze samenwerking vergroten TMG en Talpa hun mogelijkheden op het gebied van consumenten- en adverteerdersbereik. De betrokken radiozenders zijn complementair en hebben gezamenlijk een groter bereik. Dit geeft TMG veel meer mogelijkheden om adverteerders relevante consumenten te laten bereiken met de content die door alle merken van TMG wordt ontwikkeld en via de TMG platformen wordt verspreid.

Binnen de radio onderneming zal Talpa Holding een belang van 77,15% en TMG een belang van 22,85% houden. Het belang van TMG kan nog worden vergroot naar maximaal 25% indien bepaalde doelstellingen worden gehaald.

 
Positie in TVDe nieuw op te richten TV onderneming geeft TMG in eerste instantie de mogelijkheid om een strategisch belang van 15% te krijgen in het aandeel dat Talpa in SBS houdt. Voor TMG is dit relevant aangezien ook in de toekomst deze vorm van televisie een belangrijke rol zal blijven spelen bij het bereiken van consumenten. TMG en Talpa verwachten verder met dit strategische belang de OTT-positie te versterken vanwege de toegang tot de kennis en kunde van zowel Talpa als SBS met betrekking tot respectievelijk TV-producties en content.

 
OTT platformParallel aan de samenwerking met Talpa Holding heeft TMG het voornemen om gezamenlijk met Talpa Media content en platformen te ontwikkelen die de OTT-propositie van TMG verder zullen versterken. Dit is voor TMG van strategische waarde gezien haar plannen om nog dit jaar in ieder geval twee OTT zenders te lanceren.

In de komende maanden zal duidelijker worden welke consequenties de verschillende vormen van samenwerking tussen TMG en Talpa hebben voor de bestaande organisaties. Hiervoor wordt een zorgvuldig proces ingericht. TMG en Talpa verwachten medio tweede kwartaal hierover meer duidelijkheid te kunnen geven.

De transactie is onder voorbehoud van goedkeuring van de bevoegde toezichthouders. De betrokken ondernemingsraden zijn inmiddels ingelicht en worden om advies gevraagd.

 
Boilerplate
Over Talpa HoldingTalpa Holding houdt een belang van 33% in SBS Nederland dat vier TV-zenders exploiteert: SBS6, SBS9, NET5 en Veronica. Talpa Holding is eigenaar van radiostations Radio 538 en SLAM!. Daarnaast heeft Talpa een minderheidsbelang in Radiocorp, dat de stations 100% NL en Radio 10 exploiteert.

Talpa Media, dat vroeger deel uitmaakte van Talpa Holding, is overgenomen door ITV Plc en is inmiddels een zelfstandig bedrijfsonderdeel binnen ITV Studios.

 
Over Telegraaf Media GroepTelegraaf Media Groep N.V. (TMG) is een van de grootste mediabedrijven van Nederland, met sterke merken als De Telegraaf, DFT, Telesport, Metro, Autovisie, Privé, VROUW; regionale dagbladen zoals Haarlems Dagblad en Noordhollands Dagblad; en de landelijke radiozenders Sky Radio, Radio Veronica en Classic FM. Daarnaast hebben we tientallen andere merken en titels die zich richten op lokale nieuwsvoorziening, entertainment of e-commerce. Via Keesing Media Group geven we internationaal puzzelbladen en digitale puzzels uit. Onze missie is consumenten 24 uur per dag, 7 dagen per week te voorzien van hoogwaardige, gepersonaliseerde en relevante content op het gebied van nieuws, sport en entertainment, via alle denkbare distributievormen. Voor meer informatie over TMG ga naar: www.tmg.nl.

Meer kijkers en luisteraars voor regionale omroep

Persbericht

Amsterdam 15-januari 2016

 
Publiek geeft regionale zenders een ruime voldoende

 
Het week- en dagbereik van de regionale omroepen zijn het afgelopen jaar gestegen. Het gemiddelde weekbereik van de tv-kanalen was 46% in de tweede helft van 2015, het dagbereik was 23%. Daarmee is het bereik hoger dan in dezelfde periode in 2014, toen de tv-kanalen een gemiddeld weekbereik hadden van 42% en een dagbereik van 19%. Het radiobereik is eveneens hoger met een gemiddeld weekbereik van 23% in de tweede helft van 2015 tegenover 18% in 2014 en een dagbereik van 12% in 2015 tegenover 9% in 2014.

 
Verder heeft het publiek de regionale omroepen met een waarderingscijfer van 7.3 opnieuw een ruime voldoende toegekend. Ook de bekendheid van de regionale omroepen bleef in de tweede helft van 2015 onveranderd hoog. Met een gemiddelde bekendheid van 97% van de inwoners van de regio kan gesteld worden dat vrijwel iedereen van 18 jaar en ouder de regionale omroep kent. Dit bleek uit het onderzoek dat in opdracht van de regionale omroepen jaarlijks wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction.

 
(Bron: Stichting ROOS)

Maakt het ineengestorte merk V&D nog een kans?

Door Bas Hakker

Hoe kan een sterk merk als V&D te gronde gaan? Een rondje langs merkdeskundige levert opmerkingen op als ‘flets profiel’, ‘niet creatief’, ‘gemiste kansen’ ‘naar binnen gekeerd’ of ‘irrelevant’. ,,V&D helemaal hip op Instagram of Snapchat?  Zie je het voor je?” Toch zijn er misschien kansen voor toekomstige eigenaren.

Hendrik Beerda van het gelijknamige brandconsultancy-bureau doet jaarlijks onderzoek naar de populariteit van retailmerken. Opvallend is dat V&D met plek 15 niet eens zó slecht scoorde in 2015. Die relatief goede positie heeft alles te maken met de manier van onderzoeken: het gaat om de kracht van het merk (bekendheid, waardering en binding) en het imago (o.a. aantrekkelijkheid van de winkels, bereikbaarheid, persoonlijkheidskenmerken). Beerda: ,,Qua merkkracht doet V&D het goed; het is bekend bij bijna iedereen, wordt redelijk gewaardeerd en mensen hebben ook wel een historische binding met het merk. Dat komt natuurlijk doordat V&D al sinds 1887 bestaat.”

 
Flets profiel
Het grote probleem van het merk zit veel meer in het imago; daar is behoorlijk wat mis gegaan de afgelopen jaren. Uit het onderzoek blijkt dat V&D een heel flets profiel heeft, waardoor simpelweg de noodzaak ontbreekt om een bezoekje aan het warenhuis te brengen. Mensen kennen het wel, maar hebben geen idee waar het voor staat. Een voorbeeld van zo’n rammelend element van het imago is de prijsbeleving. ,,Er is geen keuze gemaakt om op een bepaald prijsniveau te zitten, waardoor mensen weten waar ze aan toe zijn. De Bijenkorf doet dat nu wel door echt voor het hoogste segment te gaan. an sluit je bepaalde mensen uit en komen er anderen binnen. Nu weten we van de Hema dat een positie als koopjeswarenhuis niet de beste weg is, maar V&D heeft altijd goedkope én duurdere merken gevoerd, dat schept verwarring,” aldus Beerda.

Verder blijkt vooral dat mensen het merk niet creatief, actief of vernieuwend vinden. Kortom, V&D heeft een behoorlijk goede naam die veel potentie oplevert om te bouwen aan een goed merkimago, maar er is niets gedaan om die goede naam verder in te vullen. Om er een iconisch merk van te maken in plaats van een verouderde variant. Beerda: ,,De directie van het bedrijf is altijd enorm naar binnen gekeerd geweest - corporate commercials over de merkwaarden van V&D zijn er nauwelijks geweest - en dat is ze nu opgebroken.”

 
Het is dat er bordjes staan
Merkdeskundige Erik Schoppen, oprichter van merkadviesbureau Miazo, mede-auteur boek Strategisch Merkmanagement en docent neuroscience, merkpsychologie en brand & designmanagement aan de Hanzehogeschool Groningen en Universiteit Groningen, is nog iets minder positief over het merk V&D. ,,Je hebt toch inderdaad geen idee meer waar V&D voor staat als merk? Wat is het eerste waar je aan denkt bij de naam? Die onduidelijkheid zie je trouwens ook terug in de winkel; het is dat er bordjes staan, maar anders zou je echt niet weten waar je moet zijn,” stelt hij

Er lagen kansen genoeg, volgens Schoppen. ,,V&D had het shop-in-shop-model kunnen transformeren in een spannend ministadje vol beleving, maar er is op geen enkele manier doorgepakt. Alles staat maar door elkaar in de winkel; waarom wordt de collectie niet exclusiever en spannender naarmate je een roltrap meer moet nemen?”

Het grote probleem volgens Schoppen is dat er simpelweg te weinig keuzes zijn gemaakt. ,,Natuurlijk hebben warenhuizen het lastig, maar zorg voor een duidelijk profiel,” zegt hij. ,,De Bijenkorf kiest voor het hogere segment en elke beslissing is terug te herleiden naar dat uitgangspunt. Zo bouw je een merk op.”

 
Niet trendgevoelig
Als docent heeft Schoppen veel contact met studenten van een jaar of twintig. ,,Als ik aan hen vraag waar V&D voor staat, blijft het stil. Er is op geen enkele manier contact met hen gezocht vanuit hun denk- en leefwijze. De collectie sluit niet aan bij hun beleving en bovendien is V&D onvoldoende trendgevoelig in hun ogen.”

Schoppen vermoedt dat de organisatie simpelweg niet wist wat het moest doen om de boel vlot te trekken, om V&D weer fris en relevant te maken. Hij denkt ook dat adverteren niet had geholpen om het imago op te poetsen. ,,Nee, want je moet eerst de winkel op orde hebben en pas naar aanleiding dáárvan heb je een reden om iets over jezelf te vertellen. Mensen voelen gelijk aan als je niet trouw bent aan je roots. V&D helemaal hip op Instagram of Snapchat?  Zie je het voor je? De werkelijkheid komt eerst en dan pas het imago,” aldus Schoppen.

 
Vergelijking met Kodak
Internationaal merkadviseur Michiel Maandag (van het boek: ‘Het enige boek over merken dat je nodig hebt’) vergelijkt het merk V&D met Kodak dat irrelevant werd toen de complete productcategorie van analoge fotografie (zo goed als) verdween. ,,Als jouw hele categorie verdwijnt dan moet je zorgen dat je een merk weer relevant maakt op een andere manier, maar dat is niet gebeurd bij V&D,,” constateert hij. ,,Toen een warenhuis geen enkele functie meer had, was het moment aangebroken om een nieuwe positie te bepalen, maar wij kunnen samen geen enkele merkwaarde van V&D bedenken, dus dat zegt genoeg. Bij De Bijenkorf zijn de Dolle Dwaze Dagen afgeschaft en dat heeft alles met het merk te maken. Zij willen een exclusief imago en dat is meer waard dan de extra omzet van die kortingsactie.”

De vraag is hoe het zover kon komen. De directie zal toch ook wel eens een Adformatie hebben doorgebladerd de afgelopen jaren? Er is daar toch ook wel eens een externe merkadviseur op bezoek geweest? Maandag: ,,Dat is inderdaad vreemd, maar zo gaat het wel vaak bij grote organisaties; vernieuwing buiten de bestaande business gaat langzaam. Ik heb het zelf meegemaakt bij Nokia; toen telefoons smartphones werden had Nokia daar geen antwoord op.”

 
De toekomst: Beerda ziet nog kansen voor V&D
Beerda schetst twee scenario’s die een of meerdere partijen van het tiental geïnteresseerde kopers van de failliete boedel van V&D zou kunnen volgen. Op dit momenten bekijken de curatoren de verschillende opties. Beerda: ,,Een eerste route zou het openhouden van ongeveer 25 winkels zijn, waarbij je qua prijsniveau van het assortiment nét onder de Bijenkorf gaat zitten. Dan moet je denken aan het verkopen van kwaliteitsmerken als Gaastra en McGregor. In dat geval zou V&D - qua kledingassortiment - een beetje op de winkels van Piet Zoomers gaan lijken.”

Een tweede lijn, die volgens Beerda kan werken, is een volledige online strategie waarbij je online focust op het gedeelte van de iets oudere doelgroep dat nog niet volledig is ingeburgerd op internet.  ,,Je zou op die manier het aandeel dat koopt via internet kunnen vergroten. Ze zouden dan offline wat uitgiftepunten kunnen beginnen waar ze mensen echt helpen met bestellen. Dat hoge serviceniveau moet je dan ook terugzien in elk contact van de doelgroep met het merk,” legt hij uit.

 
Schoppen: doorgaan met La Place
Volgens Schoppen heeft het merk V&D in de huidige vorm nog maar weinig bestaansrecht. Simpelweg te weinig mensen hebben nu iets met het merk, het biedt te weinig toegevoegde waarde. ,,Wellicht is een nieuwe naam en identiteit verstandiger. Zo liggen de beste kansen bij La Place, daar zie ik nog zeker mogelijkheden met merkextensies. Begin met de restaurants en bouw deze vanuit de kernwaarden ‘duurzaamheid’, ‘eerlijk’ en ‘puur’ uit met aanverwante zaken. Je zou het restaurantgedeelte kunnen uitbreiden met een afdeling voor duurzame producten of biologische wijnen. Als dit succesvol blijkt dan volgen mogelijk duurzame kleding en vrijetijdsbesteding. Als je die puurheid en eerlijk vervolgens overal doorvoert en mensen oprecht betrekt bij je handelswijze, kun je langzaamaan weer gaan bouwen aan je merk. La Place wordt dan een plek voor de pure beleving,” voorspelt hij.

Ook Michiel Maandag heeft niet veel verwachting van een eventuele doorstart. ,,Het merk heeft alleen een nostalgische waarde, maar daar kun je geen business door opbouwen. Het verlies nemen en onder een ander merk opnieuw beginnen, zou ik zeggen.”

LINDA.Man markeert nieuwe zoektocht naar ouderwets mannenblad

Door Bas Hakker

 
In april van dit jaar komt de LINDA.Man uit, voorlopig een eenmalig variant van het succesvolle mediaconcept rond Linda de Mol. Is er eigenlijk nog ruimte voor een ouderwets mannenblad en hoe zou zo’n tijdschrift er moeten uitzien? We vragen het kenners en natuurlijk LINDA-hoofdredacteur Jildou van der Bijl zelf.
 
Jildou van der Bijl, creatief directeur bij uitgever Mood for Magazines, liet eind vorig jaar weten dat LINDA iets nieuws gaat doen: een LINDA voor mannen. Tijdens de Nationale Uitgeefdag vertelde ze dat het succesvolle vrouwenmagazine maandelijks 300.000 mannelijke lezers (totaal maandelijks bereik 1,1 miljoen) heeft en dat er iets wordt bedacht voor die doelgroep. Wij vroegen aan Carolien Vader (van bladendokter.nl) en mannenbladenexpert Jan Heemskerk (o.a. voormalig hoofdredacteur Playboy) wat de kans van slagen is voor de opvolger van de GULLIT en de MATTHIJS, bladen die Linda-uitgever Mood for Magazines eerder uitbracht voor mannen.

 
Bladendokter: ‘áls het iemand lukt dan is het Jildou’
Carolien Vader van Bladendokter.nl verwacht dat de LINDA-uitgever zo’n nieuw general interest magazine tot een succes kan maken. ,,De markt is klein, maar áls het iemand gaat lukken dan is het Jildou van der Bijl wel,” zegt ze. Vader roemt vooral de pioniersgeest en ondernemerslust van de makers. ,,Je ziet zóveel lanceringen zonder budget en liefde, maar bij LINDA denken ze eerst grondig na en vervolgens is er ook een substantieel budget voor redactie en promotie.”

 
Jan Heemskerk twijfelt aan toekomst van mannenbladen
Voormalig Playboy-hoofdredacteur en oud LINDA-columnist Jan Heemskerk gaat een eind mee in deze redenering, maar trekt een iets andere conclusie. Hij verwacht ook voldoende budget en weet zeker dat Van der Bijl zo’n blad kan maken, maar een blad lijkt hem niet de beste optie. ,,Het is zó vaak geprobeerd, maar misschien is die tijd wel gewoon voorbij. Daar kun je om treuren, maar je moet het gewoon accepteren. Mijn zoons zijn in de twintig, wonen in Amsterdam en zien er verzorgd uit, maar het zou niet bij hen opkomen om een blad te kopen. Ze zijn druk met social media, gamen en YouTube,” aldus Heemskerk.

Een nieuw blad over voetbal en vrouwen?
De vraag is natuurlijk: hoe zou zo’n blad er moeten uitzien? Moet het over voetbal gaan, vrouwen, wetenschap of toch maar over de politiek? Weekbladen als Elsevier en VN zijn aan alle kanten ingehaald door internet en life style glossy’s als Playboy en Esquire hebben het ook zwaar. Carolien Vader denkt dat het oorspronkelijke idee van LINDA - de rebelse meid onder de vrouwenbladen, zonder van die lieve, truttige verhalen - een prima profiel is om uit te bouwen naar de mannelijke doelgroep. ,,Het format met een goed duo-interview, een beeldverhaal en goede waargebeurde verhalen staat als een huis,” stelt ze vast.
Maar toch even. Zo’n rebels, niet truttig blad werkt blijkbaar goed voor vrouwen omdat er verder niets is, maar als je datzelfde basisidee doorvoert bij mannen dan kom je toch uit bij JFK, Nieuwe Revu, Esquire en FHM? ,,Je moet dat LINDA-gevoel niet onderschatten,” vertelt de bladendokter. ,,Dat is veel minder plat dan bij Nieuwe Revu. Ik ben ervan overtuigd dat alle finesses van het merk LINDA ook voor mannen werken.’

 
Geen personality magazine
Heemskerk gelooft niet dat LINDA.Man een personality magazine zoals de ’MATTHIJS’ of ‘de HUMBERTO’ (ideetje?) moet worden en in speciale edities rond grote events ziet hij ook al niet zoveel. ,,Het moet allemaal veel intelligenter, moderner en innovatiever, vooral qua mediakeuze. Je moet terug naar de tekentafel; goed zoeken naar een homogene groep mannen aan wie je iets te vertellen hebt en die ook voor commerciële toenadering interessant is. En daar zoek je vervolgens de meest geschikte verschijningsvorm bij. Het lijkt mij sterk dat die vorm een tijdschrift is.”

 
‘Doorbraak lifestyleproducten mannen duurt nog even’
Carolien Vader verwacht dat de uitgever geen moeite zal hebben om voldoende adverteerders te vinden. ,,LINDA heeft al veel reclame en die adverteerders zullen ook interesse hebben in direct bereik van mannen.” Heemskerk weet ook: ,,Er zit een hoop marketinggeld in de markt voor mannenlifestyle-producten. En er is maar een beperkt aanbod aan geschikte media voor de groep mannen die zulke producten koopt.” Het blijkt sowieso lastig om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. Heemskerk: ,,Zo’n 25 jaar geleden sprak ik de toenmalige directeur van Lancaster. We waren het er over eens dat de definitieve doorbraak van high-end mannencosmetica aanstaande was en het nooit meer lang kon duren voordat mannen massaal aan de crème zouden gaan. Op een clubje hipsters met baarden na zitten we nog op die doorbraak te wachten.”

 
Leuk om te doen
Okay, de bladenkenners zijn in ieder geval duidelijk: bladen zijn vooral iets voor vrouwen en general interest magazines voor mannen zijn al helemaal kansloos. Maar ja, áls er een club mensen voor een verrassing kan zorgen dan is het Mood for Magazines wel. Even checken dus bij creatief directeur Jildou van der Bijl wat precies de plannen zijn met zo’n LINDA voor mannen.
De kenners zeggen: een general interest magazine voor mannen wordt lastig. ,,Daar hebben ze gelijk in, maar wij vinden het toevallig heel leuk om te doen. Ik weet ook niet of we hiermee geld gaan verdienen, maar we wilden iets nieuws proberen, ook omdat zoveel mannen dus LINDA lezen. Bovendien hebben we inderdaad altijd personality magazines uitgebracht, maar zijn we gestopt toen het massaal werd nagedaan. Daarna kwam toen l’HOMO, een jaarlijks magazine voor homo’s, hetero’s en vrouwen. In dat verlengde moet je LINDA.Man zien,” zegt Van der Bijl.

 
Geen maandblad
Het gaat dus geen maandblad voor mannen worden? ,,Nee, het wordt eenmalig. LINDA.Man komt uit in april waardoor de l’HOMO eind juni, rond de Gay Pride Amsterdam, uitkomt. We hebben al een leuke redactie geformeerd en verhalen bedacht, maar ik kan nog niet zeggen hoe het er uitziet. In ieder geval wordt het dus echt een eenmalig nummer of het moet natuurlijk zo’n succes worden dat we onszelf in de voeten schieten als we niet doorgaan.”

Zou er sowieso ruimte zijn voor een mannenblad met een hogere frequentie? ,,Lastig. Als je iets voor mannen zou bedenken dan moet je echt vanaf het begin aan een multimediaal merk bouwen. Ik zie niet direct een gat in de markt, maar ik geloof wel dat er ook voor mannen iets te verzinnen is. Maar het is dus eenmalig, we bouwen geen nieuw mannenmerk. Wat denk jij?” Ik denk dat de HUMBERTO kans van slagen heeft in combinatie met zijn late night show.

 
Eerst multimediaal mediamerk bouwen
Van der Bijl: ,,Volgens mij is hij daar ook mee bezig. Maar misschien moet het dan eerder een YouTube-kanaal worden dan puur een magazine. De volgorde is veel meer; eerst een multimediaal merk bouwen en later eventueel een magazine als het zich bewijst. Uitgeven is enorm veranderd de afgelopen jaren. Geweldig toch? Je moet altijd flexibel zijn om je plannen aan te passen als het nodig is. Met de content voor de LINDA App moeten we ook snel schakelen. Vooral eigen content loop goed; eind januari komt dan ook onze eigen serie in samenwerking met Talpa en Jillz van Heineken uit.”

 
Toch nog even speculeren: is er nog wat meer te zeggen over de mannen-LINDA? Van der Bijl hapt niet. ,,Het heet LINDA.Man en als je het magazine ziet dan weet je direct dat het familie is van de LINDA. Verder zeg ik niets.”

 
Wordt het wel een personality-magazine? Speelt de vriend van Linda misschien een rol?
,,Leuke ideeën, maar ik zeg niks.”

 

Den Haag opent eerste bloggershuis in Nederland

PERSBERICHT 13 januari 2016

 

Den Haag opent eind maart het eerste bloggershuis in Nederland: een speciaal strandhuis voor reisbloggers en -vloggers uit binnen- en buitenland. Den Haag is daarmee de eerste stad in Nederland die ter promotie, als ultieme citymarketing tool, een huis ter beschikking stelt aan de reispers.

 
Het Haagse bloggershuis staat vanaf eind maart op het Haagse strand Kijkduin en is tot het eind van de zomer beschikbaar. Het biedt pers de mogelijkheid om als local de enige Nederlandse stad aan zee te beleven. Bloggers en vloggers uit alle windstreken komen hier volgens beproefd internationaal concept bij elkaar om hun persoonlijke ervaringen te delen met de rest van de wereld. Den Haag Marketing geeft hiermee invulling aan de wereldwijde trend dat de oriëntatie op een vakantiebestemming in toenemende mate verschuift van print naar online.

 
Den Haag Marketing gaat ervan uit dat de stad zichzelf het beste als toeristische bestemming kan verkopen. Marco Esser, directeur Den Haag Marketing: “Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend. Dat werkt allang niet meer. De kracht van marketing is dat anderen het verhaal voor jou vertellen. Hoe mooi is het wanneer dat kan vanuit een huis op het strand, in de enige Nederlandse stad aan zee? Dat is de ultieme citymarketingtool”.

 
Doel van het bloggershuis is om meer aandacht voor de stad te genereren. Bloggers kunnen zo kennismaken met het brede aanbod van Den Haag en waardevolle content creëren op reviewsites of social media. “We zijn ervan overtuigd dat dit bijzondere en authentieke verhalen  over de stad oplevert via alle mogelijke online kanalen. Door pers uit binnen- en buitenland in het bloggershuis uit te nodigen kunnen we beter dan ooit werken aan content marketing. Met kwalitatief sterke content kunnen we ons als stad onderscheiden van andere destination marketing organisaties, B2B-advertising initiatieven verbeteren en online marketing optimaliseren. Een mooie mix van creatieve, unieke content en cross mediaal bereik is goud waard”, aldus Esser.

 
Den Haag Marketing faciliteert, de bloggers krijgen vervolgens de volledige vrijheid. Vanzelfsprekend biedt het bloggershuis Wi-Fi en een 4G-netwerk. Als welkom zijn er typisch Haagse versnaperingen en indien gewenst wordt er vervoer verzorgd, variërend van een Haagse stadsfiets tot een heuse Land Rover.

 
Eerdere bloggershuizen staan onder meer in Kaapstad, Toscane en op Malta. Belangrijke succesfactoren zijn de journalistieke vrijheid en de ontmoeting tussen verschillende disciplines als fotografen, bloggers en vloggers. Dit resulteert in kruisbestuiving en creativiteit. De bloggershuizen inspireren alle betrokkenen: van de deelnemende bloggers en de lokale media tot de toeristische organisaties van de bestemmingen zelf.

 
Het bloggershuis is een gezamenlijk initiatief van Den Haag Marketing en Haagse Strandhuisjes. Den Haag Marketing is de overkoepelende marketing- en promotieorganisatie voor de stad Den Haag inclusief haar beide badplaatsen Scheveningen en Kijkduin.

 
Online Bloggershuis, #thisisthehague

Keurmerk als marketingtruc is lege huls

Nederland zucht onder een wildgroei aan keurmerken, stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Vaak zijn het loze logo’s, niet meer dan een slimme marketingtruc. Die verpesten het voor de rest van de branche. Daarom moeten marktpartijen en brancheorganisaties orde scheppen in de chaos aan keurmerken, vindt de ACM. Nergens voor nodig, want de schade voor consumenten is beperkt, reageert het Keurmerkinstituut.

 
Er zijn tegenwoordig zoveel keurmerken dat het kaf nauwelijks van het koren te scheiden is. Alleen al op het gebied van duurzaamheid zijn er meer dan 200. Daardoor verliezen consumenten hun vertrouwen in dit instrument. Ergo: het keurmerk wordt een lege huls, ongeloofwaardig en verliest zijn functie als betrouwbare bron van keuze-informatie.

 
Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen

 
Goedgekeurd door…? Juist, door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Het eerste keurmerk waarmee deze club in 1926 begon werd een begrip in Nederland. Totdat de naam in 1999 veranderde in het onbekende ‘Goedgekeurd Keurmerkinstituut’, dat tegenwoordig wordt uitgegeven voor het Keurmerkinstituut.

Die onafhankelijke organisatie in Zoetermeer richt zich op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en accommodaties in Europa. Ze geeft adviezen, houdt inspecties en helpt brancheverenigingen met het opzetten van keurmerken en certificaten.

Op zijn website geeft het instituut een overzicht van bestaande en verdwenen keurmerken, erkend en niet erkend.

 
Werkloze met een website
Ook het Keurmerkinstituut ziet de wildgroei met lede ogen aan. ,,Om een keurmerk op te richten heb je niet meer nodig dan een werkloze met een website, maar dan sterft het initiatief meestal snel een zachte dood,” zegt directeur Willem van Weperen. ,,Voor consumenten is het niet meer te volgen. Vroeger had je een paar keurmerken en wist je waar die voor stonden. Als je die logo’s van tegenwoordig ziet moet je het internet op om te zien waar ze voor staan. Eigenlijk moet je dat in een oogwenk kunnen zien.”

Toch ziet hij ook positieve kanten. ,,De groei toont wel aan dat er steeds meer bedrijven en branches bezig zijn met verbetering van kwaliteit en het stellen van kwaliteitseisen. Sommige keurmerken stellen helemaal niets voor en zijn alleen bedoeld om de omzet te verhogen, maar er zijn ook hele goede.”

 
Loze keurmerken

Een goed keurmerk voldoet aan een aantal criteria: betrouwbaarheid, juiste informatie en onafhankelijke controle. Op haar eigen informatieloket ConsuWijzer geeft de ACM een overzicht van getoetste keurmerken. Van ANVR tot EKO-keurmerk, van KIWA tot KOMO. Allemaal erkende keurmerken getoetst door de Raad voor Accreditatie (RVA), die op een enkele uitzondering na een 10 krijgen. In deze lijst dus geen loze marketinglogo’s.

Een meer kritische beoordeling van keurmerken met een twijfelachtige achtergrond geeft Milieu Centraal op zijn website. Daarop is onder meer te zien hoe betrouwbaar ze zijn. Het keurmerk A simple switch dat Philips op zijn elektrische apparaten plakt, blijkt zo’n lege huls. Apparaten met zo’n logo zouden 10 % milieuvoordeel hebben, maar onduidelijk is waarmee ze vergeleken worden. Vaak klopt dat voordeel ook niet. Omdat er geen onafhankelijke controle op het keurmerk is, krijgt Philips een slechte beoordeling.

Hetzelfde geldt voor Hema Better Life, dat vooral beter voor Hema blijkt. Volgens Milieu Centraal is het ‘Better Life’-zegel geen echt keurmerk, maar een paraplulogo. De blauwe knoop die kledingwinkels van Made By in hun kleding mogen naaien om te laten zien dat ze bezig zijn met verduurzaming, stelt ook niet zoveel voor. Het keurmerk stelt nauwelijks harde eisen waaraan deelnemers moeten voldoen. Dat zelfs een bekend keurmerk als CE niet zoveel bescherming en zekerheid biedt, toonde het consumentenprogramma Radar in 2014 al aan, toen het een mandarijnennetje als implantaat kon laten goedkeuren.

 
Lege en strafbare keurmerken
De ACM krijgt jaarlijks zoveel klachten over keurmerken dat het een groot onderzoek heeft ingesteld. Conclusie: door de wildgroei staat de geloofwaardigheid onder druk. De autoriteit ziet talloze voorbeelden van keurmerken die worden opgericht voor marketingdoeleinden of zelfs als verdienmodel. Daar worden weinig eisen aan gesteld en controle ontbreekt. Vaak zijn producenten op die manier de spreekwoordelijke slagers die hun eigen vlees keuren. Omdat er geen wettelijke regels zijn voor het oprichten en beheren van een keurmerk, kunnen slimme marketeers en fabrikanten extra reclame maken voor hun product door er een logo op te zetten en dit te presenteren als keurmerk. ‘Lege keurmerken’ noemt de ACM dat.

Soms is een keurmerk zelfs strafbaar. Op grond van artikel 193g van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is het namelijk misleidend om te beweren dat een product is aanbevolen, erkend of goedgekeurd, terwijl dat niet het geval is. Ook is het volgens dat artikel misleidend om zonder toestemming een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aan iets te hangen. Als dat misbruik leidt tot oneerlijk concurrentie en de belangen van consumenten aantast, kan de CM ingrijpen. Anders niet. Het begrip ‘keurmerk’ is namelijk geen juridisch gedefinieerde term, is niet aan regels gebonden en daardoor kan iedereen er eentje beginnen.

 
Consumentenonderzoek
Uit consumentenonderzoek dat de ACM door bureau GfK liet uitvoeren bleek dat de verwachting van consumenten niet aansluit bij de huidige praktijk. Driekwart van de Nederlanders verwacht dat een keurmerk betrouwbaar is, 68 % dat het goede informatie biedt en 66 % dat het gecontroleerd is door een onafhankelijke instantie. 84 % van de mensen zoekt nooit informatie over keurmerken op en is dus makkelijk te foppen. Toch zijn de meeste consumenten ook kritisch over de huidige keurmerken op de markt. Bijna de helft vindt dat er te veel keurmerken zijn, vier op de tien denkt dat het een excuus is om hogere prijzen te vragen en 36 % ziet ze als een marketingtruc. De meesten kijken vooral naar eerdere ervaringen en prijs als ze een product kopen. Vier op de tien is bereid meer te betalen als een product een betrouwbaar keurmerk heeft.

 
Eigen verantwoordelijkheid
Volgens de ACM kunnen keurmerken hun functie niet meer naar behoren vervullen. Ze bieden de consument geen houvast meer. Een onwenselijke situatie, aldus de waakhond. Als er regels worden overtreden kan ze optreden, maar in de meeste gevallen heeft de autoriteit geen machtsmiddelen om in te grijpen. Daarom ziet ze vooral een rol weggelegd voor marktpartijen en brancheorganisaties zelf, samen met consumentenorganisaties. ,,Betrokken organisaties zouden er gezamenlijk zorg voor moeten dragen dat keurmerken weer hun oorspronkelijke informatiefunctie terugkrijgen: kansen voor bedrijven om zich te onderscheiden en een betrouwbaar hulpmiddel voor consumenten om een geïnformeerde keuze te maken,” schijft ze in haar rapport.

 
Weinig last
Maar volgens het Keurmerkinstituut is ingrijpen helemaal niet nodig. ,,We delen de conclusies van de ACM, maar de vraag is of je daar wat aan moet doen,” zegt directeur Van Weperen. ,,Het idee dat je het aan de markt kunt overlaten om zichzelf tot de orde te roepen is bovendien een illusie. Je zou wetgeving moeten maken en het niet moeten overlaten aan het particulier initiatief. Dat heeft nu juist hiertoe geleid. Er is nu vaak sprake van onterecht gebruik en wij zijn ook niet blij met al die pseudokeurmerken. We hebben er last van. Maar niet zoveel dat je zou moeten ingrijpen. De vraag is: hoeveel schade richten ze aan? Dat valt mee. Ik heb niet de indruk dat consumenten zich hierdoor op grote schaal laten misleiden.”

 
Oude discussie
Volgen hem is het een oude discussie de steeds weer de kop opsteekt. Bij de rubriek veelgestelde vragen op haar website vraagt het instituut zich af of er niet te veel keurmerken zijn. ,,Die vraag staat al tien jaar op onze website,” aldus Van Weperen.

Volgens de directeur is de ACM zelf ook tegenstrijdig bezig. ,,Haar ConsuWijzer was een goed hulpmiddel, maar die website stopt in 2017 met de keurmerkenlijst. Als je dan in januari van dit jaar zo’n rapport presenteert, is dat een beetje schijn,” stelt hij.

Zeg het met Bollywood mojis op Skype

Emoticons, icons, mojis… Ze worden steeds vaker geïntegreerd in apps en toepassingen, zodat de gebruiker zich op steeds meer andere manieren dan in geschreven tekst kan uitdrukken en zijn gevoel kan delen. In India rolde Microsoft eind vorig jaar een bijzondere reeks thematische mojis uit voor haar Skype-gebruikers. De mojis zijn bewegende GIF-afbeeldingen met videomateriaal dat voornamelijk afkomstig is uit bekende Bollywood-films, zeg maar korte videoclips. De mojis kunnen rekenen op veel populariteit, aangezien India een zeer dynamische filmindustrie kent.

 
Eerste lancering wereldwijd
Skype-gebruikers kunnen de mojis gratis gebruiken op hun desktop en mobiele apparaten. In de Skype-update werden ook cultuur- en food-gerelateerde icoontjes toegevoegd met een typisch Indiaas karakter. De lancering van de video-mojis in India is de eerste wereldwijde lancering voor mojis van Skype. Ook in Nederland zijn deze en enkele andere mojis te gebruiken.

https://youtu.be/JNmF2QyNk5k

 

Wat wij qua (sport)marketing van Amerika kunnen leren

Door Sander Baarsma

Veel dingen gaan in Amerika niet zoals wij dat hier in Nederland (en Europa) gewend zijn. Ten goede of ten kwade, Amerikanen zijn pioniers. De uitvinders van de marketing. Op dat vlak kan een voorbeeld genomen worden aan hoe het er in de USA op sportgebied aan toegaat. Daar wordt de sport een stuk professioneler vermarkt en worden alle mogelijke kansen voor extra merchandising aangegrepen.

 
De National Basketball Association, kortweg de NBA, is de grootste, meest populaire basketbalcompetitie ter wereld. In 2014 sloot de organisatie een nieuwe TV-deal af met Turner Broadcasting System Inc. en Walt Disney Co.. Met een looptijd van negen jaar, beginnend vanaf 2016-2017, dus lopend tot seizoen 2024-25. De waarde van het contract: 24 miljard dollar. Dat is zo’n 2,6 miljard dollar per seizoen. Evenveel als de deal die de Engelse Premier League onlangs afsloot.

Commissioner Adam Silver rekent voor het jaar 2015 op een revenue van 4,5 miljard euro. Niet slecht voor een league die uit dertig teams bestaat, die enkel in een nationale competitie tegen elkaar uitkomen. En de NBA is niet eens de meest populaire sport in de States. Amerikanen kijken nog altijd liever naar American Football (met een opbrengst van 10 miljard euro op jaarbasis) of honkbal (opbrengst van 8 miljard euro).

De boost in waarde zorgt direct voor een kentering bij de dertig teams. Het budget dat ze aan spelerssalarissen (de zogenaamde salary cap) mogen besteden stijgt drastisch. Van 63 miljoen dollar naar 91,2 miljoen dollar op jaarbasis. De sterren van de NBA zullen dus nog meer gaan verdienen. Bij nieuwe onderhandelingen zal NBA-uithangbord LeBron James naar alle waarschijnlijkheid dertig miljoen dollar per seizoen gaan verdienen. Het zijn op zichzelf staande BV’s die voor miljarden aan inkomsten zorgen, voor zowel de NBA als voor partijen als Nike, die een sponsordeal met James hebben lopen.

 
Op Nederlandse tv
Deze bedragen kunnen natuurlijk alleen betaald worden door de toenemende populariteit van de NBA wereldwijd. De roep om live content wordt steeds groter en ook hier in Nederland kan er live NBA gekeken worden. Via de League Pass die online gekocht kan worden, bijvoorbeeld. Maar ook kabelaars als Ziggo lokken nieuwe klanten door te adverteren met wedstrijden uit de NBA. ,,De wereldwijde groei van basketbal, gekoppeld aan de groei van het aantal media-aanbieders en de steeds luidere roep van fans om wedstrijden te kunnen zien, hebben hier mede voor gezorgd,” aldus David Carter van USC’s Sports Business Institute.

 
Slimme marketing
Maar wat doen die Amerikanen dan zo goed, dat hun nationale competities in binnen- en buitenland zo populair maakt? Het antwoord: Marketing. Als geen ander weten Amerikanen hun product goed aan de man te brengen. Ze creëren op slimme manieren aanbod en laten geen evenement of gebeurtenis onbenut om de league verder te promoten.

Een paar voorbeelden. De gehele maand oktober staat in het teken van Breast Cancer Awareness. De kleur die hieraan gekoppeld is, is roze. Zo wordt het Witte Huis roze verlicht. Maar ook de sportcompetities dragen hun steentje bij. Honkballers slaan met roze knuppels, American football spelers dragen roze schoenen en handschoenen op het veld. Zelfs op het veld en op de speelbal is de pink ribbon te zien. En ook de online shops van de betreffende competities kleuren roze met tal van producten die in deze maand te koop zijn en waarvan een deel van de opbrengsten naar dit goede doel gaat.

 
Groot en professioneel
Frank van den Wall Bake, goeroe op het gebied van sport marketing constateerde persoonlijk al hoe ver men in Amerika gaat: „Als ik in New York de NBA bezoek, dan ben ik elke keer weer aangenaam verrast als ik zie hoe groot en hoe professioneel de marketing afdeling is. Daar zitten zeker een tiental toppers - afkomstig uit de hoeken van Nike, Microsoft, Apple, Coca-Cola, Procter & Gamble, enzovoort - de hele dag te monitoren wat er in de (sport)wereld gaande is, om maar niets te missen in de positionering van hun eigen merk.”

Maar het blijft niet bij dit soort initiatieven. Voor elke speciale (feest)dag komen slimme marketeers in de States met iets nieuws op de proppen. Speciale tenues die gedragen worden tijdens wedstrijden die op Thanksgiving Day worden gespeeld. Ook met kerst worden er Christmas jerseys ontwikkeld waarmee de spelers op het veld verschijnen. Of shirts uit het verleden, die op een bepaalde dag gedragen worden. En alles is uiteraard te koop in de (online) shops.

 
Merchandise kansen
Vergelijk dat met wat er in Nederland gedaan wordt om de nationale Eredivisie te verkopen. Dat staat dat in schril contrast met de Amerikanen. De achttien ploegen hebben allemaal een thuis- en een uittenue en sommige een derde shirt, voor als er Europees gespeeld wordt. Maar wat als Ajax bijvoorbeeld in de week van 18 maart, de dag van de oprichting, zou spelen in een klassiek shirt met het Ajax-logo van welleer? En op de laatste dag van de winterstop met een uniek shirt dat één keer gedragen wordt, als viering van de afsluiting van de eerste helft van de competitie? Uiteraard beschikbaar voor de fan om te kopen in de fanshop, online shop of via een ander verkoopkanaal. Een mooi en uniek cadeau voor onder de boom.

De kanttekening die daarbij gemaakt kan worden, is het feit dat de gehele NBA (alsook de andere Amerikaanse competities) door één merk gekleed wordt. Zo dragen alle basketbalteams tenues van Adidas en wordt de NFL door Nike gekleed. Een systeem dat het opzetten van een merchandising-lijn veel gemakkelijker maakt.

 
Ajax versus Milwaukee Bucks
Een vergelijking tussen Eredivisieclub Ajax en NBA-team Milwaukee Bucks toont de verschillen:

Ajax had in 2014-15 een netto omzet van 105,4 miljoen euro (bron: Ajax jaarverslag )en verdiende over dat jaar een totaal van € 12,1 miljoen aan merchandising Een stijging van € 1,1 miljoen ten opzichte van het jaar daarvoor. Volgens het financiële jaarverslag kwam dit doordat het nieuwe uittenue pas vanaf het begin van het nieuwe seizoen te koop was en niet aan het einde van het vorige seizoen. Volgens het Duitse onderzoeksbureau Sport+Markt kent Ajax in Nederland 7,6 miljoen fans (cijfers van 2012). Voorzichtig gesteld kan er dus opgemaakt worden dat een Ajax-fan gemiddeld € 1,59 uitgeeft aan merchandising per jaar.

De Milwaukee Bucks, een team uit de NBA met de kleinste fanbase, spelen in een stad met net geen 600.000 inwoners en hadden een netto omzet van 100 miljoen euro over 2014. Bijna net zoveel als Ajax dus. Exacte cijfers betreft merchandise zijn er niet. Wat teams ook vaak doen is het lanceren van een nieuw logo of het re-branden van het complete team. Ook dit trekt weer nieuwe merchandise en nieuwe kopers. Zo verkocht de Bucks dit jaar al 350 procent (bron: Athletic Business)  meer shirtjes in eigen stadion dan het jaar daarvoor. En dat terwijl het nieuwe seizoen pas twee maanden onderweg is.

 
Nog een hoop te leren
Nederland - en ook Europa - heeft op het gebied van het ‘vermarkten' en aantrekkelijk maken van onze nationale sport(en) nog een hoop te leren. En dat terwijl het wiel niet eens opnieuw uitgevonden hoeft te worden, maar de decision makers alleen maar naar de andere kant van de oceaan hoeven te kijken om een beetje inspiratie op te doen.

 
De top vijf van meest opbrengende competities ziet er op dit moment als volgt uit:

CompetitieSportLandAantal teamsOpbrengst (€ miljard) 
Opbrengst per club (€ miljoen)
 
NFLAmerican footballVS3210,005313
MLBHonkbalVS308,040268
Premier LeagueVoetbalEngeland204,696235
NBABasketbalVS304,580152
NHLIJshockeyVS303,390110
 
De Amerikaanse sporten domineren de mondiale lijst. De Nederlandse Eredivisie kent een opbrengst van 442 miljoen euro. Dat is minder dan bijvoorbeeld de Mexicaanse voetbalcompetitie, maar ook minder dan wat er op het tweede niveau in het Duitse voetbal binnen komt.

 
Spelen in buitenland
Maar het blijft niet bij het maken van speciale tenues. Steeds meer NBA-wedstrijden (als ook bij de NFL) worden in het buitenland gespeeld. In Londen bijvoorbeeld. Er zijn zelfs debatten om teams in Europa op te richten die mee moeten doen binnen de Amerikaanse competitie. De reden: meer fans in belangrijke gebieden aan zich binden. En ook een tegemoetkoming aan Europese fans. Die willen ook wel eens live een wedstrijd aanschouwen. En waar kan dat beter dan in eigen land. Amerikanen kijken wereldwijd naar kansen. Nieuwe markten aanboren, fans, en dus consumenten aan zich binden. En dat levert de nodige bedragen op. Alleen dan kun je je omzet verhogen.

In Nederland heeft men hier nog weinig kaas van gegeten. Terwijl Nederland wereldwijd wel op de kaart staat als innovatief land. Wil Nederland zich in Europa op voetbalgebied weer kunnen meten met de rest, dan dienen er nieuwe inkomstenbronnen aangeboord te worden. En dat kan enkel door innovatief te zijn en te gaan waar we nog niet geweest zijn. De bekerfinale niet op Nederlands grondgebied, maar op Chinees, Indiaas of Australisch grondgebied? Idem voor de Johan Cruijff Schaal? Op het gebied van marketing en merchandising is er genoeg mogelijk. Het ontbreekt enkel nog aan het lef en de durf om van die mogelijkheden gebruik te maken.